Een maakbaar nieuwjaar!

Lieve lezers,
Allereerst wens ik jullie graag een goed nieuwjaar, vol van nieuwe morgens, nieuwe kansen en nieuwe mogelijkheden. Probeer de beste versie van jezelf te worden die je kunt zijn, zonder ooit te vergeten dat je al goed genoeg bent en loop niet achteloos voorbij de bloemen langs je weg.

Het is alweer even geleden dat ik wat schreef, zo gaat dat het laatste jaar. Ik ben vaak te ziek of mijn belastbaarheid is te laag om te schrijven. Op andere momenten ben ik te gelukkig, te helemaal tevreden in het moment en aan het genieten van wat er is, om er nog maar iets bij te willen hebben, doen of moeten. Het is bijzonder hoe al die dingen naast elkaar kunnen bestaan. Veel dingen zijn ingewikkelder, maar ik ben nog nooit zo dankbaar geweest voor wat ik heb en ook nog nooit zo gelukkig.

Ik ben ook dankbaar voor jullie trouw. In het afgelopen jaar heb ik me er regelmatig over verbaasd hoe vaak mijn blog gelezen en bezocht werd, ondanks dat er zo weinig nieuw materiaal is verschenen. Het is fijn te weten dat wat ik geschreven heb voor zichzelf spreekt, in het moment en zijn waarde heeft voor anderen, terwijl ik op datzelfde moment zelf niet in de gelegenheid ben om nieuwe dingen te schrijven. Zo blijf ik me toch verbonden voelen met de blog, met het doel dat ik ermee had en met jullie en dat vind ik fijn, want dit is nog geen project dat ik wil loslaten. Er zijn nog een aantal dingen waarvan ik vind dat het belangrijk is om het er over te hebben.

Het komende jaar wil ik bijvoorbeeld graag, samen met deskundigen, schrijven over trauma en lichamelijkheid. Over lichaamsbeleving, jezelf kunnen voelen en over intimiteit. Ik geloof dat trauma iets is van je hele systeem, niet alleen van je hoofd en ik denk dat het belangrijk is dat herstel dat ook is. Ik heb veel gehad aan EMDR therapie, maar ik heb ook gemerkt hoe belangrijk het is om ook mijn lijf te betrekken. Hoe waardevol zelfverdedigingslessen voor mij waren, hoe belangrijk psychosomatische fysiotherapie en hoe zinvol somatic experiencing.

Traumadeskundige Bessel van der Kolk heeft veel onderzoek gedaan naar en geschreven over trauma als iets van het hele systeem. Hij schreef bijvoorbeeld over hoe ingrijpende ervaringen ervoor kunnen zorgen dat er een gebrek ontstaat in het kunnen synchroniseren met anderen; Het “Mensen begrijpen mij/het toch niet”-gevoel, dat vaak gegrond is, omdat je gedrag door wat je hebt meegemaakt, ook je gedrag in relatie tot anderen en je manier van informatie verwerken veranderd is.
vd Kolk schrijft vervolgens over hoe goed het kan zijn om bv een teamsport te doen. De prettige manier van lichamelijkheid, het opnieuw ervaren van een -samen-, een gezamenlijk doel, het speelse en ook het communicatieve aspect ervan; Je moet je acties afstemmen op die van de ander. Zo leer je weer synchroniseren.
Als ik denk aan mijn eigen ervaringen bij Aikido en bij zelfverdediging die natuurlijk naast dit alles ook nog een sterk gevoel van eigen regie met zich meebrengen, toegenomen zelfvertrouwen en lichamelijke competentie en veel andere specifieke voordelen, klinkt dat heel logisch.

In oktober was ik in Denemarken om te trainen met Rory Miller. Dat was mijn grootste droom en er was niets wat ik liever wilde dan dat, maar wat was ik voor die tijd in een slechte conditie. Ik was doorlopend ziek, bracht meer uren in bed door dan er buiten. Trainen lukte al een tijd niet meer. De momenten dat ik wel bewoog en mezelf ook maar even uit het oog verloor, omdat het zo fijn was te bewegen en het teveel werd, moest ik duur betalen.
Kortom: Niet ideaal. Ik zag veel beren op de weg.
Dat ik in een voor mij onbekend land, met een stel goedgetrainde zwartebanders, waarvan de meesten elkaar al kenden, een zwaar seminar van 20 uur zou gaan volgen bij een veteraan, joeg me best wel wat angst aan. En daarover gesproken, angst was er natuurlijk ook al omdat het lichamelijke voor mij niet zo vanzelfsprekend was als voor hen. Bij lange na niet. En het zou toch allemaal erg dichtbij zijn en hard gaan en mogelijk ook om dominantie draaien, wat ik ook weer eng vind, want ja…
Maar ik ging. Ik wilde dit. Er was niets wat ik liever wilde en na me ervan verzekerd te hebben echt welkom te zijn, zelfs al zou ik tussendoor uitvallen door ziekte of wat dan ook, was er geen reden meer om niet te gaan. Ik kon me door mijn angst niet laten weerhouden om mijn dromen waar te maken. Angst is een datapunt. Ik wist allang dat ik bang kan zijn en dingen toch kan doen. Het is niet ideaal, maar dingen niet doen en mislopen en daar spijt van krijgen, is dat nog minder.

Dat eerste weekend van oktober? Het was geweldig! Het was niet makkelijk en met momenten ook heel confronterend, maar het was ook fantastisch. Het was steeds doen wat ik eng vond en er achter komen dat het allemaal wel meeviel. Het was spelen en lachen en er achter komen dat ik in sommige dingen heel goed was. Het was mezelf opnieuw uitvinden en in een weekend meer fundamentele dingen leren over mijn mogelijkheden dan ik in de rest van mijn leven geleerd had. Het was ziek zijn en moeten afhaken en ervaren dat dat er mocht zijn, ook bij hen, ook bij Rory en daar zoveel rust door ervaren dat na wat uitrusten, mijn krakkemikkige halfzieke maar minder koortsige staat voor mij en mijn hinderlijke perfectionisme geen reden was om niet voorzichtig weer mee te gaan trainen.
Het was uitproberen. Vallen, kleren afkloppen en opstaan, zoals een kind leert. Soms een toegestoken hand pakkend, soms niet de kleren afkloppend, omdat ik wist dat ik binnen een paar seconden weer de grond zou raken.
Het was het ontstaan van nieuwe vriendschappen, het voeren van fijne gesprekken met fijne mensen, het voeren van wezenlijke gesprekken met Rory en met mijn vriend. Het was synchroniseren en weer helemaal in mijn lijf gaan wonen.
Het was 48 blauwe plekken en een oneindige voorraad glimlachjes die ik kan aanboren zodra ik weer aan Denemarken denk.
Het was geweldig.
En het was. Het was, omdat ik daarvoor koos en me nergens door liet weerhouden.
En het is. Het is nog steeds, omdat zoiets krachtigs niet uitwerkt.

In veel opzichten kunnen we niet kiezen welke nare dingen ons overkomen. Er zijn dingen en manieren waarmee en waarop we onszelf kunnen beschermen, maar er zijn meer dingen en manieren waarmee we onszelf kunnen beperken.
Voor mooie dingen in je leven kan je vaak wel kiezen. Je hoeft het alleen maar te doen.

En als het jou helpt dat het daarvoor eerst 2018 moest worden, laat dat dan voor je werken.

Gelukkig nieuwjaar!

 

Advertenties

Trauma & Verandering

(En Denemarken)

Een traumatische gebeurtenis wordt vaak gezien als een levensveranderende gebeurtenis, omdat het ingrijpt in de manier waarop je in het leven staat en hoe je er tegenaan kijkt. Vaak zorgt het ook voor een verandering in de rangorde en mate waarin je dingen belangrijk of juist onbelangrijk vindt. Ook verandert je houding ten opzichte van wat voorheen vanzelfsprekend was, bijvoorbeeld je gevoel van veiligheid.

Niet alleen iets negatief beladens als een trauma is een levensveranderende gebeurtenis. De geboorte van een kind is dat bijvoorbeeld ook. Alle bovenstaande dingen zijn hier ook op van toepassing. Denk maar eens terug aan wat voor grote verandering het was toen jouw kind, of dat van een van je vrienden, je zus, je collega, je buurmeisje of iemand anders die je goed kent, geboren werd.

Hoewel mensen verandering vaak moeilijk vinden, hoeft het op zich niet negatief te zijn. Gezinsuitbreiding is meestal een bron van vervulling en levensvreugde en een kans voor alle gezinsleden om zich verder te ontwikkelen, als persoon, in hun nieuwe rol en binnen een nieuw systeem.

Toch is een dergelijke grote verandering, ondanks al het goede dat het met zich meebrengt, vaak ingrijpend. De oudste, meest primitieve delen van de mens, de delen die zorgden dat we als soort overleefden, houden ervan om te herhalen wat (bewezen is dat) werkt. Ze houden er zelfs van om te herhalen wat eerder werkte, wanneer in het nu duidelijk blijkt dat het niet meer werkt. Het heeft er namelijk eerder wel voor gezorgd dat we zover zijn gekomen. Iets (moeten) veranderen brengt onzekerheid met zich mee. Niet hebben ervaren wat de nieuwe omstandigheden precies inhouden, raakt in het klein aan een overlevingscrisis. Omdat onze leefstandaard tegenwoordig zo hoog is en mensen maar heel zelden geconfronteerd worden met echte levensbedreigende omstandigheden, zullen ze dit gevoel niet als dusdanig herkennen en alleen een soort onbewuste aarzeling, onzekerheid of afkerende houding ten opzichte van de ophanden zijnde verandering waarnemen. Omdat dat is waar we goed in zijn, zullen we die hapering vervolgens proberen te rationaliseren. Denk bijvoorbeeld aan een roker die weet dat het beter is te stoppen, maar dat toch niet doet, omdat ‘hij zijn hele leven eigenlijk nooit echt ziek geweest, terwijl zijn buurvrouw die nooit een sigaret aangeraakt heeft op haar 43e overleden is aan kanker’. Dat klinkt haast redelijk, toch?

Iets soortgelijks zien we gebeuren rondom nieuwjaarsvoornemens. Mensen die niet echt de intentie hebben iets te veranderen (of ze zich daarvan bewust zijn of niet), voelen zich aangetrokken tot het ritueel van ‘iets proberen te veranderen’. Een ritueel dat jaarlijks terugkomt (de herhaling die we zo prettig vinden) en dat we en masse doen (de veiligheid en vanzelfsprekendheid van het sociale aspect). Het is hierbij totaal irrelevant of we de voorgenomen verandering doorzetten. Er gebeurt niets vervelends als we het niet doen. Sterker nog: Er is zelfs een bepaalde algemene verwachting dat Voornemens toch vooral voornemens zullen blijven en dat is ok, want ‘Ach voor iedereen lijkt dat zo te gaan’ en ‘Volgend jaar weer een kans’. (Terwijl we eigenlijk best weten dat we niet een heel jaar of tot een bepaalde datum of op een bepaalde stand van de maan, of wat dan ook, hoeven te wachten om iets te kunnen veranderen)
De kleine groep mensen die wel oprecht wil veranderen en zich daar gedegen op voorbereid, maakt nog steeds gebruik van het geruststellende ritueel van herhaling en de veiligheid van het sociale aspect dat de nieuwjaarsvoornemens met zich meebrengen, waarmee ze het onzekere gevoel dat verandering met zich meebrengt wat weten te bezweren.

Verandering is niet eenvoudig, zoveel is duidelijk.
Maar er zit natuurlijk een groot verschil tussen de verandering die de geboorte van een gewenst kind of het zelf kiezen te stoppen met een gewoonte die bewezen slecht is voor je gezondheid met zich meebrengt en de verpletterende veranderingen die je worden opgedrongen wanneer je een traumatische gebeurtenis doormaakt. De confrontatie met de (gevoelsmatig of werkelijk) levensbedreigende aard van zo’n gebeurtenis, het ervaren van een sterk gebrek aan eigen regie en de ingrijpende gevolgen van dit alles, worden tot een ingewikkelde kluwen, waardoor het voor sommige slachtoffers, ondanks hun leed en ondanks de moeilijkheden die ze in het dagelijks leven ervaren, doodeng kan zijn om (weer) te veranderen. Het onzekere van de nieuwe mogelijke omstandigheden kan hen op zichzelf al herinneren aan de doodsangst van tijdens de traumatische gebeurtenis. Onder andere hierom kan het heel moeilijk zijn om hulp te zoeken.
Daarnaast weten ze dat wat ze tot nu toe hebben gedaan ervoor gezorgd heeft dat ze nog niet dood zijn gegaan. Iets anders, iets nieuws, doet dat misschien wel. Het is dit mechanisme dat bijvoorbeeld ook in werking treedt in de vrouw die als kind misbruikt is en later opnieuw slachtoffer wordt van seksueel geweld en door deze herhaling zo overweldigd wordt door doodsangst dat ze maar besluit mee te werken, want het oude primitieve deel van haar hersenen dat verantwoordelijk is voor overleving, vertelt haar dat wat vroeger werkte, ook nu haar beste kans is om er zo min mogelijk gehavend uit te komen.

Processen als deze spelen zich niet alleen na, maar ook tijdens de traumatische gebeurtenis af. Je ziet het bijvoorbeeld terug in de vrouw die de vaardigheden die ze gedurende haar hele leven heeft geleerd om sociale conflicten op te lossen, gebruikt om anti-sociaal geweld, zoals bijvoorbeeld een verkrachting te de-escaleren. Door vriendelijk en beleefd te zijn, hoopt ze haar aanvaller op andere gedachten te brengen. Helaas is dit vaak precies het gedrag, alsmede de moeite om dit overboord te gooien wanneer het niet blijkt te werken, waar een dader gebruik van maakt, met alle gevolgen van dien.

Op Youtube staat een video van een Amerikaanse politieagent die een gewapende verdachte onder schot hield. Zoals altijd in zulke gevallen, riep hij: “Laat je wapen vallen, laat je wapen vallen!” De verdachte was echter niet van plan om zijn wapen te laten zakken, waardoor de agent zich realiseerde dat dit wel eens verkeerd af zou kunnen lopen. In zijn steeds toenemende angst bleef hij tegen de verdachte roepen dat deze het wapen moest laten vallen, iets dat eerder altijd gewerkt had. De verdachte richtte zijn wapen op de agent. De agent riep nogmaals, luider, sneller, paniekeriger dat hij zijn wapen moest laten vallen. De verdachte gaf er alle schijn van te gaan schieten. De agent bleef bevroren in zijn gedragsspiraal en riep wederom dat de verdachte zijn wapen moest laten vallen. Op de video die opgenomen is met de dashboardcamera van zijn auto, zie je vervolgens hoe de verdachte de agent neerschiet.
Het primitieve deel van zijn hersenen dat hem gijzelde in angst en weerhield om iets aan de situatie te veranderen, omdat dat in eerdere vergelijkbare gevaarlijke situaties altijd werkte, werd hem fataal. Het zou veel gescheeld hebben als hij wat had kunnen veranderen toen dat nodig was.

Soms schrijf ik in mijn blogs over “bang zijn en het toch doen”. Er zijn dan altijd mensen die over me heen vallen en roepen hoe eng dat is en dat ik het niet begrijp, maar heus, dat doe ik wel. Ik weet hoe het is om doodsbang te zijn. Ik weet hoe verlammend angst kan werken. Ik weet hoe moeilijk het kan zijn om dingen te doen die eng zijn. Hoe onveilig het kan voelen om dingen te veranderen, die niet ideaal zijn, maar misschien wel gezorgd hebben dat je er nog bent. Ik weet dat allemaal, maar ik weet ook hoe belangrijk het is om bang te zijn en toch te doen. Ik wil niet zijn zoals die agent. Niet omdat het me erg lijkt om op die manier dood te gaan, maar vooral omdat het me vreselijk lijkt om uit angst voor verandering nooit echt te leven.

Het is belangrijk om dingen te veranderen wanneer je ontevreden bent over (delen van) je leven, gewoontes, situaties. Het is belangrijk om de tijd die je hebt, de minuten die je nooit meer op een andere manier terugkrijgt, te gebruiken om het leven te leiden dat je ten volste wilt leiden. Jij bent de enige die jezelf kan geven wat je nodig hebt.

En ik vind, juist als je al zulke verschrikkelijke dingen mee hebt moeten maken, juist als je terecht zo bang hebt moeten zijn, dat je het verdient om een leven te leiden waarin je je niet laat weerhouden door je angsten. Angst is een datapunt.

Met dit allemaal in mijn achterhoofd, deed ik een maand geleden iets heel bijzonders. Iets (voor mij) levensveranderends. Ondanks ziekte, ondanks dat ik al 10 maanden niet getraind had, ondanks een gebrek aan ervaring, ondanks dat het ver weg was en ondanks dat ik onzeker was over of ik het wel het recht had om daar te zijn tussen allerlei getalenteerde zwaargewichten en juist zeker over het feit dat het heel confronterend en ingrijpend zou worden, heb ik een weekend intensief getraind met Rory Miller, mijn grootste inspiratiebron, in een karatedojo in een klein dorpje in Denemarken.

Wat valt hier nog veel over te schrijven (wat ik vast nog ga doen), maar voor nu volstaat het dat het het mooiste, meest bijzondere weekend van mijn leven was.

Het heeft me wezenlijk veranderd.
En wat ben ik daar dankbaar voor.

 

 

Ik ook [#MeToo]

Als ik denk aan het liefste dat iemand tegen me zei, dan is dat “Jij hebt nog veel liefkozingen tegoed”.
Hij zei het op een liefdevolle, maar heel terloopse, vanzelfsprekende manier; De woorden verdwenen bijna een beetje in de warmte en veilige omhulling van de omhelzing die erbij hoorde, maar toch raakten ze me, zetten ze zich ergens in me vast. Ik denk omdat ik wist dat het waar was.

Ik weet dat het nog steeds waar is. Ik heb nog veel liefkozingen tegoed.
Voor iedere fijne omhelzing, voor iedere prettige aanraking kan ik er wel tien noemen die dat niet waren.
Ik ben in mijn leven door veel dwingende handen aangeraakt. Ik ben gekwetst, misbruikt en geobjectiveerd. Ik ben nageroepen en nagefloten op straat en in mijn billen geknepen of erop getikt in de kroeg. Ik ben tegen mijn zin op schoot en tegen mannenlijven aangetrokken door mannen die dit allemaal maar grappig vonden of anderen bij zich hadden die klaarstonden om het slechts ‘een geintje’ te noemen. Soms waren die anderen hun vrienden, soms waren het mensen waarvan ik dacht dat het mijn vrienden waren. Soms zelfs waren degenen die me zeiden dat het allemaal wel meeviel, dat ik er niet zo zwaar aan moest tillen of niet zo moest overdrijven, mensen van wie ik werkelijk op aan dacht te kunnen, familie bijvoorbeeld.

Ik heb veel grensoverschrijdingen meegemaakt.
Bij de eerste die ik me kan herinneren was ik slechts vier. Tijdens de meest ingrijpende situatie was ik een jaar of zes, zeven. Als kind ben ik jarenlang misbruikt. Toen ik veertien was heeft mijn dader mij en een vriend in een hinderlaag laten lopen en heeft me daar, in het bijzijn van zijn vrienden, al die getuigen, bedreigd en onthuld wat hij me aan heeft gedaan. (Niemand beschermde mij op dat moment. Niemand van hen deed later aangifte. Het blijft onbegrijpelijk). Een jaar later werd ik in het bijzijn van dezelfde vriend en nog een ander, aangerand op een feestje. Wij sloegen allemaal dicht, gelukkig greep een vriend van de aanrander in. Vijftien was ik toen en het zou niet het laatste zijn wat mij overkwam.

Ik weet dat er dingen zijn die ik heb meegemaakt, maar ben vergeten omdat ze niet zo’n indruk op me hebben gemaakt, conform wat de omgeving me daar graag over wilde laten geloven, of wellicht omdat ze in het niet vielen bij andere, veel ergere dingen.
Een maand geleden nog werd ik onderweg naar fysiotherapie, aangesproken door een man die voor het huis zat waar ik langsliep. Het was een warme dag. Ik knoopte mijn jas open. “Dat zou ik maar niet doen als ik jou was. Je maakt me heel opgewonden als je dat doet. Je wilt toch niet dat ik naar beneden kom?” Hevig overvallen en geschrokken stond ik de man die met zijn gedrag alle recht daarop al verspeeld had, beleefd te woord, versnelde mijn pas en knoopte vlug mijn jas weer dicht, alsof ik dacht op die manier invloed uit te kunnen oefenen op het gedrag dat me zo’n angst had aangejaagd. Dat zit me dwars. De vanzelfsprekendheid waarmee ik direct, als eerste reactie, de schuld voor de hele situatie op me nam zit me dwars. En het feit dat ik nu, erna, de ‘luxe’ heb om me over zulke ‘kleine’ grensoverschrijdingen druk te maken, omdat de laatste verkrachting, het laatste echte trauma dat ik opliep al een verwaarloosbare tijd geleden is, zit me ook dwars. Ik weet dat er veel mensen zijn die hun mond houden over ‘kleine’ vergrijpen, omdat het ze al niet lukt om te praten over de grotere. En dat begrijp ik goed.

Het is moeilijk om te praten over seksueel geweld. Mensen horen zulke dingen niet graag. Op mijn blog, schrijf ik normaliter altijd met een positieve invalshoek. Het gaat er dan minder om wat je is overkomen als om wat je van je leven kunt maken. De focus ligt op vooruitgang en niet op stilstand.
Maar niet hier, niet in dit bericht. Juist hier wil ik wel even bewust stilstaan. Het past niet om de ernst van het probleem te ontkennen en op deze manier schrijven heeft ook nog een andere functie, want zeg eens eerlijk: Dacht jij niet toen je dit net allemaal las, dat als iemand zo vaak zulke grensoverschrijdingen meemaakt, dat vast wel aan haar moest liggen? Was er niet een klein stemmetje in jouw hoofd dat je dingen toefluisterde over mijn mogelijke aandeel?
Heb jij je niet net afgevraagd of er dingen waren die ik anders had kunnen doen of ze zelfs ook bedacht? Vond je het dichtslaan (tonic immobility) dat ik beschreef stom of dacht je op de een of andere manier dat ik daar bewust iets aan had kunnen veranderen? Vroeg je je af wat ik voor kleding droeg onder de jas die ik openknoopte? Vind je dat ik de verkeerde vrienden koos?
Of dacht je misschien dat het zoveel is wat ik hierboven beschreef dat het allemaal of ten dele niet waar moet zijn?

Ja.

Het is zo vreselijk moeilijk om te praten over seksueel geweld.
Hoe vertel je iets dat je keel dichtknijpt, dat je aantast in je identiteit, in je gevoel van veiligheid en eigenwaarde, iets dat jou overkwam omdat een ander besloten heeft jou dat aan te doen, aan mensen die dat niet kunnen horen en niet willen zien?

Ik ook. #MeToo.
Zoveel, zo vaak.

Door iets te ontkennen, zorgen we niet dat iets niet meer gebeurt. In tegendeel.
Laten we dapper zijn. Laten we erkennen.
Want
Zoveel. Zo vaak.

En vooral
Zo nodig.

 

 

 

Carpe Diem

Vandaag sprak ik met een vriendin. Ze vroeg me: “Hoe kan jij, na alles wat je hebt meegemaakt, met hoe moeilijk het nog soms is, vaak zo ontzettend gelukkig lijken?”
Ik wilde al antwoorden toen ze eraan toevoegde: “Wat heb jij nou nog voor redenen om zo gelukkig te zijn?” Ik besloot eerst uitdrukkelijk met “Zeg, Hal-lo!” te reageren en daar een pijnlijke stilte op te laten volgen; Dat was stiekem best leuk.
Daarna vertelde ik haar over de redenen, de vele kleine redenen, die overal zijn, altijd. Soms heel goed verstopt, soms dansend voor je neus. Redenen die je, wat ze ook zijn, waar ze ook zijn, hoe hard je ze ook moet zoeken, altijd moet willen zien om ze te kunnen omarmen. Om gelukkig te kunnen zijn, hoef je je alleen maar over te durven geven aan de mogelijkheden van het nu. Hoe je je morgen voelt, wat morgen biedt, dat zie je dan wel weer.

Weer een zijspoortje

Ik mis het om langere artikelen te schrijven; Artikelen die zinvol zijn en nut hebben en voor mensen van betekenis kunnen zijn. Ik mis het heel erg en ik vind het vervelend en ik ben er af en toe zelfs behoorlijk gefrustreerd over, maar helaas lukt het ouderwets bloggen op dit moment nog niet zo goed. Mijn energie is te beperkt.
Wat wel fijn is, is dat ik, in tegenstelling tot de maanden hiervoor, de laatste tijd wel weer iets weet te schrijven; wat kort proza bijvoorbeeld of een kleine beschouwing. Het is heel anders dan het soort teksten dat jullie hier gewend zijn te zien, maar voor mij betekent het veel. Bovendien is het schrijven an sich, wanneer het me lukt, erg bevredigend.
Wat ik de laatste tijd ook een aantal keer gedaan heb is oudere teksten van mij bewerken tot een andere format. Dat deed ik bijvoorbeeld met de blog “Kijk eens wat ik kan”, die ik in bewerkte versie inzond als lezerscolumn voor Metro. Er is niet voldoende op gestemd en het heeft de papieren versie van de krant niet weten te halen, maar voor mij was het fijn om op die manier met een soort ‘schrijven-light’ bezig te zijn.

Afgelopen weekend heb ik eigenlijk hetzelfde gedaan door een van mijn meest gelezen blogs; “Mijn oudste vriend”, wederom te bewerken tot een mogelijke lezerscolumn. Dat was nog best een opgave, want de blog had veel meer woorden dan zijn toegestaan voor zo’n column en in mijn optiek was er weinig ruis om weg te kunnen filteren. Toch heb ik het idee dat het nieuwe artikel nog steeds goed de essentie van de oorspronkelijke tekst weet over te brengen, waar ik dan weer best tevreden over ben. Daarnaast zie ik deze bewerking als een mooie kans om het stigma dat hangt rondom angst, trauma en mentale problematiek wat onderuit te schoffelen.

Als je benieuwd bent hoe het is geworden, kun je het hier lezen: https://www.metronieuws.nl/lezerscolumn/m-susebeek/mens-maatschappij/2017/07/mijn-oudste-vriend
Verder is het ook hierbij mogelijk om te stemmen voor plaatsing in de papieren versie van Metro. Stemmen kan  met de stemknop onder de column via lap- en desktop of via de desktopmodus van je smartphone of tablet. Je kunt inloggen met multimedia-accounts, zoals Facebook.
Als je niet stemt, vind ik je nog steeds even leuk en vooral zie ik je dolgraag (blijven) terugkeren hier op mijn blog, waar ik hoop binnenkort weer op een meer passende en zinvolle manier van me te laten horen.

Mocht je het in de tussentijd interessant vinden om eens wat andere tekstjes van mij te lezen, wat proza, wat krabbels, wat pogingen om mezelf te prikkelen en mijn aandacht te richten, dan hoor ik dat ook graag. Wellicht plaats ik hier dan eens wat kleins.

Fijne dag lieve allemaal en tot spoedig!

Zijspoortjes

Om wat meer positiviteit in de krant te krijgen heb ik een licht bewerkte versie van een van de blogs die hier eerder verschenen is, ingezonden als lezerscolumn voor Metro.
Als je dat eigenlijk wel een goed idee vindt, of als je de blog gewoon heel leuk vond (of vindt, wie weet), of als je graag elders ook wat meer van me leest of wanneer je vindt dat ik er best vriendelijk uitzie op de bijbehorende foto (ofzo), mag je je stem uitbrengen.
Dat kan via lap- of desktop of via de desktopweergave van je smartphone of tablet onder mijn lezerscolumn (die je dus hier vindt: https://www.metronieuws.nl/lezerscolumn/m-susebeek/mens-maatschappij/2017/07/kijk-eens-wat-ik-kan )
De column met de meeste stemmen haalt de papieren krant.

Geen zin in papieren poespas en niet gevoelig voor mijn brutale zieltjeswinnerij? Snuffel dan gerust meer rond tussen de inmiddels meer dan 100 blogs op deze site.

Over ziek zijn, verbinding en betekenis

 

wp-1498738163939.jpgAl maanden ben ik ziek. Zo ziek dat het soms een uitje voor me is om achterop iemands fiets een rondje door mijn eigen buurt te rijden of dat het als een ware prestatie voelt om mijn eigen boodschappen te kunnen doen bij de supermarkt in het wijkcentrum op 10 minuten loopafstand.

Iedereen die me een beetje kent weet hoe graag ik beweeg en buiten ben. Met hoeveel plezier ik hardloop, hoeveel zelfverdediging voor mij betekent en hoeveel ik van Aikido hou; Hoe fijn ik het vind om te wandelen, de wind door mijn haren te voelen en de zon of de regen op mijn huid. De laatste maanden kon steeds minder van dat alles. Zelfs de vanzelfsprekendheid waarmee ik boeken wist te verslinden of in korte tijd blogs tevoorschijn toverde, was er niet meer bij. Het is al zo’n tijd stil op Samen Helen dat zelfs de vraag naar nieuwe blogs is verstomt. (Maar gelukkig nog niet het dagelijkse aantal trouwe bezoekers, dankjulliewel).

Om eerlijk te zijn begon dit alles wat niet kan, gecombineerd met de pijn, de vermoeidheid en de ziekenhuisbezoeken, me de laatste tijd best wel een beetje moedeloos te maken. Ik leef licht, maar als er niet veel te leven valt, wordt het op den duur ook lastig om lichtvoetig te blijven.

Ondanks en juist ook door die zwaarte, heb ik de afgelopen periode ook veel mogen leren. Zo heb ik geleerd om nog meer helder onderscheid te maken tussen zaken die belangrijk zijn en zaken die dat alleen maar lijken; Iets waar ik sowieso vaak over nadenk.
Ik heb geleerd hoe belangrijk doseren, begrenzen en naar mijn lichaam luisteren is. Al deze dingen wist ik al, allang, maar een paar keer flink onderuit gaan helpt enorm om ze ook op gevoelsniveau goed te gaan beseffen. Toen ik eens niet lastig wilde zijn en iemand daarom niet vroeg voor me op te staan in de bus, terwijl ik stond te wiebelen op mijn benen en hoge koorts had, betekende dat kleine moment van ongemak dat ik niet aan wilde gaan, dat ik erna bijna vier dagen vrijwel onafgebroken in bed lag. Dat schudde me wel wakker!
Iets anders dat ik leerde, waar ik beter in geworden ben, is om nog meer in het moment te zijn. Hoewel er bepaalde dingen zijn waardoor het slechter wordt, zoals weinig slaap en stress, is er verder weinig te voorspellen over hoe ik me de volgende dag zal voelen. Dit heeft gemaakt dat ik van ieder moment dat ik me goed voel, gebruik probeer te maken en dat ik alle kleine fijne dingen probeer te omarmen, in te ademen, op te snuiven en ervan te genieten.
In het verlengde hiervan probeer ik ook weinig tijd te verspillen aan dingen die me verdrietig maken, of boos (behalve als dat laatste me bekrachtigt en me helpt mezelf in acht te nemen en te beschermen). Een van de hoofdprincipes van Aikido is dat je je niet verzet tegen de energie (de aanval) die op je af komt, maar dat je het in de ogen ziet, meebeweegt en de energie gebruikt en brengt naar waar jij het wilt hebben. Ik probeer ook mee te buigen met wat er allemaal nu gebeurt, zodat het me zo goed mogelijk lukt om van de betere momenten te genieten. Het is niet makkelijk, maar deze houding helpt me toch.

Een ander belangrijk thema in deze periode is verbinding. Ik noemde al de verbinding die ik met mijn lijf probeer te maken, versterken en onderhouden, alsmede de verbinding die ik met mezelf en de dingen die mij helpen, die voor mij belangrijk zijn, houd. Verder is ook verbinding met andere mensen voor mij heel waardevol. Dat is het altijd, maar nu nog meer. Ik probeer er een gewoonte van te maken om betekenisvol contact aan te gaan met andere mensen. Zondag was ik ergens waar iemand haar kunstwerken tentoonstelde. Na eerst met haar te hebben gesproken over het boek dat ze aan het lezen was, hebben we over haar kunst gepraat. Het was iets ruimtelijks dat ik niet zo goed begreep, maar dat was niet belangrijk. Ik liet haar vertellen en ik luisterde met al mijn aandacht. Ik keek haar in haar ogen en daar zag ik hoeveel haar kunst voor haar betekent. Ik hoorde de warme ondertoon in haar stem toen ze vertelde met hoeveel zorg een specifiek object tot stand was gekomen. Het was fijn. Het was echt. Het was betekenisvol. En het kostte me niets. Op zulke momenten, als ik op zo’n manier met iemand praat of alleen maar luister, begrijp ik niet goed dat niet iedereen dat doet.

Verbinding met anderen…
Ik heb deze periode veel geleerd over hoeveel fijner het is om dingen samen te doen dan alleen. Ik heb geleerd dat het steeds makkelijker wordt om hulp te vragen, wanneer er weinig goede alternatieven zijn. En ik heb gezien en gevoeld dat mensen die oprecht om me geven, het helemaal niet erg vinden om te helpen; Het fijn vinden dat ze iets concreets kunnen doen.

Alle betekenisvolle momenten van de afgelopen tijd hadden allemaal te maken met verbinding. Van de lessen die ik leerde over mezelf, tot de momenten dat ik me echt gelukkig en gekoesterd voelde. Er waren twee absolute hoogtepunten:

Begin deze maand was ik op de Verwendag van Stichting Revief, waar ik bestuur. Het was van tevoren sterk de vraag of ik aanwezig kon zijn, want het ging al een tijd erg slecht met me. Gelukkig lukte het, want het was zo’n fijne warme ervaring dat ik nog steeds begin te glimlachen als ik er aan terug denk.
Revief is als een familie voor me en het was fantastisch om iedereen weer te zien, om samen zoiets goeds neer te zetten, om te praten, elkaar vast te houden, om ogen te zien stralen en mensen te zien genieten, om niets te hoeven en allerlei cools en fijns te mogen en zelfs (!!!) een ritje achterop een motor te maken met KTMCO; een organisatie die motorritten organiseert voor het goede doel, waardoor ik voor het eerst sinds heel lang me weer mobiel en vrij voelde. Van hen kreeg ik ook een beertje “Vive”, een tastbare herinnering aan een prachtige dag, dat ik zelfs als steun met me meenam naar een heel naar ziekenhuisonderzoek vorige week.

Of het kwam door Vive, of door de fantastische zorgen en betrokkenheid van het ziekenhuis of de warmte en veiligheid van degene die met me mee kwam en die ik als laatste zag voor de narcose begon te werken en als eerste hoorde en voelde toen ik eruit ontwaakte, weet ik niet precies, maar het onderzoek was minder ingrijpend voor me (maar nog steeds behoorlijk natuurlijk) dan ik had verwacht. Daardoor was ik gelukkig in staat om afgelopen zaterdag het tweede hoogtepunt mee te maken; Een avondje Vorlesebuhne. Ditmaal niet als gast, maar als een van de schrijvers. En wat was dat fan-tas-tisch!
Toegegeven: Ik ben geen performer. Hoewel ik zonder problemen lezingen geef aan grote groepen word ik opeens een beetje bibberig, gaat mijn hart snel kloppen en worden mijn handen klam, als ik mijn eigen werk moet voordragen. En dat was dus precies wat ik zaterdag ging doen, te midden van een viertal sterke schrijvers waarvan er 3 performance-veteraan zijn. Over uitdagingen gesproken.
Maar nogmaals: Wat-was-het-gaaf!!!
De sfeer was prettig. Het was heel fijn en verbonden met de andere schrijvers en muzikante. De avond werkte goed, de teksten waren sterk (ook de mijne) en de compositie succesvol. Mijn performance was natuurlijk niet zo goed als ik wilde, maar absoluut ook niet zo slecht als ik vreesde. Een uitgever uit het publiek zei dat er deze avond geen zwakke schakels waren (ik dus ook niet, ha!).
Ik merk ondertussen dat ik breed aan het lachen ben naar mijn beeldscherm, zo waardevol was, is dit. Ik voel me levend.

Ja, het is zwaar de laatste tijd. Het is moeilijk om lichtvoetig te zijn. Ik weet niet wat er voor me ligt. Wanneer ik weer kan schrijven. Hoelang dit gaat duren. Wat er uitkomt. Of en hoeveel erger het nog gaat worden… Net zo min weet ik hoeveel mooie dingen er nog voor me liggen. Maar dat ze zullen komen staat voor me vast. Deze twee geweldige hoogtepunten en alle talrijke kleine waardevolle momentjes, geven mij dit vertrouwen.

Ik schrijf altijd dat iedere dag een nieuwe kans is om te kiezen, dat geloof ik nog steeds.
Ik schrijf vaak over betekenis, over hoofd- en bijzaken en dingen in de ogen kijken, dat is nog belangrijker voor me geworden.

We kiezen niet onze omstandigheden, hoe oneerlijk dat ook kan lijken. Maar we kiezen wél hoe we er mee omgaan, dat geloof ik echt.

Hopelijk tot gauw!