Nog zo’n tussendoortje

Omdat het me op het moment nog niet lukt om zelf iets langs te schrijven, wil ik graag wat delen van iemand die een grote inspiratiebron voor mij is; veiligheidsexpert Rory Miller.
Hij blogt zelf hier en heeft een aantal interessante boeken geschreven over communicatie en (de psychologie van/achter) geweld.

Het onderstaande gaat over toestemming;
Jezelf toestemming geven de beste versie van jou te zijn die je kunt zijn.

Een tussendoortje

Vanwege gezondheidsproblemen en bijkomende lage belastbaarheid lukt het me niet om Samen Helen de aandacht te geven die het verdient. Ik hoop dat dit gauw verandert. Er staan nog een aantal dingen op stapel om over te schrijven.
Lieve trouwe lezers wees ondertussen welkom om tussen mijn eerdere 100 posts te snuffelen of er iets bij zit. Voor iedereen die dat al gelezen heeft, heb ik een kort verhaaltje opgezocht dat ik een tijd geleden (toen ik nog lief en schattig was) geschreven heb. Het is fictief en niet autobiografisch, maar wel enigszins passend bij het karakter van deze blog.

Het monster

Een van de redenen dat ik me graag onder het bed verstop, is omdat je niet in me gelooft. Jij niet en de meeste andere mensen ook niet. Dat doet me pijn. Ik weet best dat ik mijn gevoel van eigenwaarde niet uit bevestiging van mijn omgeving moet halen, maar echt: totale ontkenning zou ook jou niet onbewogen laten.

Onzichtbaarheid is dan misschien een gift, ongezien zijn is een vloek. Het zijn de kinderen, altijd de kinderen, die hierop een uitzondering vormen. Voor bepaalde tijd dan. Altijd komt de dag dat ze te oud zijn. De dag dat de wereld teveel vat op ze heeft gekregen: Dat ze kijken met hun hart definitief inruilen voor kijken met hun hoofd. Als zoiets gebeurt, voelt het voor mij alsof ik een beetje doodga, alsof er werkelijk een stuk van mijn bestaan wordt uitgewist.

Op zo’n moment zou ik wel willen gillen: ‘Ik kan niet leven als je stopt met in mij te geloven. Laat me niet in de steek!’ En als het kon zou ik me dan ter aarde werpen en hysterisch huilen. – Ik geloof dat ik gevoel voor drama heb- Maar het is zinloos. Ik heb gemerkt dat ze, als ze me niet meer zien, me ook niet meer kunnen horen. Alle redelijke personen, die ik probeerde te overtuigen van mijn bestaansrecht, stelden me teleur. Alle psychologen met wie ik over dit verlies hoopte te spreken, lieten me in de steek. Ook voor hun bestond ik niet. Dus trek ik me terug onder het bed en wacht.

Het is daar dat ik Sophie ontmoet, je dochter. Het begint zoals het altijd met alle kinderen begint. Ze ziet me voor wat ik werkelijk ben. Ze ziet me, hoort me en ze is ook bang voor me, maar jij bent er dan om haar gerust te stellen. ‘Papa is bij je’. En hoewel ze je gelooft, blijft de gedachte aan mij in haar hoofd rondspoken. Ze weet dat ik besta.

Naarmate ze ouder wordt, wacht ik met een dof gevoel in mijn maag, tot de de dag dat ze me zal vergeten Dat is hoe het altijd gaat.

Maar niet dit keer. Dit keer niet.
Er is iets gebeurd. Jij.

Die dag verandert alles:
Ze zal altijd in me geloven.

Die dag leerde ze dat monsters echt bestaan.

“Perfect is goed, maar goed is perfect”

Ik heb het heel lang ontzettend moeilijk gevonden om fouten te maken. Een groot deel van mijn leven betekende het maken van fouten, het ‘dingen verkeerd doen’, afwijzing, pijn, straf of erger. Nee zeggen? Huilen omdat ik pijn had? Ademen zonder toestemming? Mijn ogen dichtdoen? Vergeten te glimlachen? Als ik dat deed gebeurden er dingen waarbij al het voorgaande verbleekte. En opnieuw. En opnieuw.  Gewoon, zodat ik leerde te doen wat er van me verwacht werd. (Zonder huilen natuurlijk).

Het ontwikkelen van de gewoonte om dingen altijd goed te doen was noodzakelijk om te kunnen overleven. Niet alleen wanneer ik in acuut gevaar was en er geweld dreigde en ook plaatshad, maar ook later toen ik in die perfectie een tegenwicht vond voor het gewicht van het trauma dat op me drukte.

Perfectionisme was een vriend die me beschermde, in leven hield in erbarmelijke omstandigheden en die me dreef om door te gaan, ook wanneer ik moe was en niet meer kon. Zonder mijn perfectionisme zou ik nooit zijn gekomen waar ik nu gekomen was. Ik realiseer me dit en ben er dankbaar voor.
Tegelijkertijd is perfectionisme ook een belemmering. In het nu waar ik niet meer machteloos ben en klein, waar er geen bizarre straffen meer boven mijn hoofd hangen als ik iets niet helemaal goed doe, waar het normaal is om te leren met vallen en opstaan, is het ingewikkeld om zo’n onnodig loden gewicht om mijn hals te hebben hangen.
Het is daarom tijd om mijn perfectionisme te bedanken en het te laten gaan.

Natuurlijk is dat niet zo eenvoudig als het klinkt. En hoewel ik zou willen dat ik dit meteen en perfect (zucht, ik weet het)  zou kunnen, gaan zulke dingen altijd met babystapjes.

Wat me helpt is om, naast mijn gewoonte van stilstaan bij wat fijn is en wat goed gaat, ook heel bewust stil te staan bij wat niet goed gegaan is: “Ok, dit is dus niet goed gegaan… Wat betekende dat? Hoe erg was het nou echt?”
Wat er ook gebeurt, wat de gevolgen ook zijn, het is eigenlijk nooit zo erg als het vroeger was. Mezelf hier steeds aan herinneren helpt me relativeren, helpt me met voelen dat het nu veilig is, want dat is het. Het hoeft niet altijd zo te voelen om te kunnen erkennen dat het zo is. Bang zijn mag. Angst en onzekerheid horen bij het leven. Ik kan ze verdragen.

Iets anders dat me helpt is bewust fouten maken, dingen uitproberen, wederom om mezelf te bevestigen dat de gevolgen wel meevallen; Om mezelf te leren dat de gevolgen die ik verwacht uitblijven.

Verder probeer ik graag nieuwe dingen, bij voorkeur dingen die ik eng vind; Dingen waar ik geen controle over heb. Ik heb dan bijna een 100% fout-garantie, want de kans dat ik iets nieuws meteen foutloos kan is natuurlijk bijzonder klein. Dus ik doe die dingen, ik maak fouten, ik overleef dat gewoon en probeer tussendoor ook nog schandalig veel van het moment te genieten.

Wat me ook helpt is om me te omringen met veilige mensen waarmee ik kan oefenen.
Toen ik zelfverdediging trainde was mijn perfectionisme vaak hinderlijk aanwezig. Soms bewoog ik niet uit angst om verkeerd te bewegen. In het bijzijn van anderen was het sowieso erger, omdat er dan ook nog een oordeel is waarmee ik rekening wilde houden (Wat onnodig is trouwens; Mensen die je veroordelen als je fouten maakt, zijn niet het soort mensen dat je graag in je leven moet willen hebben). En als het dan ook nog eens competente anderen zijn en het iets was waarvan ik wist dat ik er niet direct een natuurtalent in was…

Mijn leraar zei een keer toen het weer eens zover was en ik de targetoefening die we deden niet vloeiend genoeg deed uit angst om het niet goed genoeg te doen: “Ok, doe het nu nog eens, maar doe nu eens alles fout.” Behalve dat ik me het hoofd brak over de vraag of het erger was om het niet fout te kunnen doen (en dus te falen voor de opdracht die hij me gaf) of het juist wel fout te doen (en dus bewust fouten te moeten maken), was het eigenlijk niet anders dan de keer ervoor toen ik alles goed probeerde te doen. Ik bewoog bijna hetzelfde, ik haperde ongeveer evenveel en ik voelde me even onzeker.
Dus als al die dingen er toch wel waren, ongeacht wat ik deed en ze ook nog eens geen enkel nut hadden kon ik ze beter overboord gooien. Het was bevrijdend.

Ik ben nog steeds best wel perfectionistisch. Het blijft lastig om fouten te maken, maar het lukt me steeds beter om zacht voor mezelf te zijn. Bij die zachtheid hoort ook dat ik mezelf niet moet veroordelen over het feit dat ik nog steeds het liefst alles goed doe. Door dat al te kunnen erkennen komt er heel veel ruimte vrij voor andere dingen; mooie, waardevolle, belangrijke dingen: Voor plezier en voor genieten. Voor me in situaties storten waarbij ik niet alles onder controle heb en ik kan spelen, proberen en me laten verrassen.

De plek waar ik het liefst ben, waar ik me het allerfijnst voel is de dojo waar ik Aikido train. Het is een plek waar ik omringd ben door mensen die vrijwel allemaal beter zijn dan ik; de plek waar ik me het meest onzeker voel, het vaakst bloos en de meeste fouten maak. Het is ook de plek waar ik me het meest gelukkig voel.

Perfect is goed, maar goed is perfect!

“Kijk eens wat ik kan!”

Vandaag was ik met mijn dochtertje in een indoor speelparadijs. We bevonden ons allebei in hetzelfde speeltoestel. Zij zat heerlijk ergens beneden te spelen waar ik haar een beetje kon zien en vooral goed kon horen en zelf lag ik wat hoger languit op een soort van mat te mijmeren over de vraag of ik nou lui of moe was. ‘Ons’ deel van het toestel was verlaten tot er een meisje van een jaar of vijf, hooguit zes, mijn kant op kwam klimmen. Ze keek hoe ik languit lag en liep vervolgens naar het kabelbaantje vlakbij terwijl ze naar me riep “Kijk eens wat ik kan!”
Ik kwam overeind: “Wat kan jij dan?” Ze klom op de kabelbaan en demonstreerde enthousiast hoe ze zelfstandig heen en weer kon gaan. “Goed hè?” Ik stond inmiddels bij het kabelbaantje: “Heel goed!”
Ze kwam tot stilstand en klom er meteen weer op. “Ik kan ook nog heel snel, wil je het zien?” Haar ogen straalden. “Natuurlijk wil ik dat zien!” Ze glimlachte even en zette zich af. Terwijl ik liet merken dat ik onder de indruk was, ging zij een paar keer heen en weer. Precies in het midden stopte het kabelbaantje. Ze spartelde wat met haar beentjes boven de grond, waarna ik vroeg of ze wilde dat ik haar zou duwen. Dat wilde ze. Met de tevreden geluiden van mijn dochter op de achtergrond, gaf ik het meisje een zetje. Ze ging nog wat harder dan de keer daarvoor en vond het erg spannend en leuk. Na nog een paar keer te hebben gedemonstreerd wat ze allemaal kon en mijn bewondering te hebben geoogst, vroeg ze me of ik haar nog een keer ‘op mijn allerhardst’ wilde duwen, wat ik deed. Ze giechelde en was onder de indruk van hoe hard ze ging. We speelden nog wat, waarbij ze me iedere keer stralend aankeek, dingen vertelde en me dingen vroeg waar ik naar luisterde en die ik beantwoordde, tot werd omgeroepen dat het speelparadijs ging sluiten. Ik vertelde haar dat het tijd was om te gaan en dat we naar beneden moesten klimmen. Na een laatste stralende lach van haar en een minstens zo grote glimlach van mij, gingen we allebei een andere kant op; Zij naar haar vader en ik naar mijn dochtertje. Ik heb nooit gevraagd hoe ze heet. Ik weet niets van haar. Ik zie haar waarschijnlijk nooit meer terug en dat hoeft ook niet. Het moment dat we deelden was echt. Ik weet dat zij zich gezien voelde en ik zag hoe fijn ze dat vond.

Iedereen verdient het om gezien te worden. Iedereen verdient oprechte aandacht. Het is heel eenvoudig en het kost helemaal niets.

Heb jij vandaag al met aandacht naar iemand geluisterd?

Wederopbouw

Omdat de inhoud van het oorspronkelijke bericht mogelijk triggerende beschrijvingen bevat, is dit een leeswaarschuwing voor m.n. slachtoffers van seksueel geweld:
Probeer bij jezelf te voelen of het verstandig is om nu verder te lezen. Je kunt er ook voor kiezen om later terug te komen of het te lezen als er bijvoorbeeld iemand bij je is.

Als de informatie in het artikel veel bij je oproept en/of als het herkenbaar is, raad ik je aan om hulp te zoeken, dit kan bijvoorbeeld door contact op te nemen met een van de Centra voor Seksueel Geweld (Nederland) of de Centra voor Algemeen Welzijnswerk (België)

Als je wilt kun je nu hier verder lezen: https://samenhelen.wordpress.com/wederopbouw/

Niet te geloven? Probeer toch maar.

Een paar dagen geleden zag ik op Facebook een foto van een spandoek dat door de vriendengroep van mijn dader voor zijn verjaardag gemaakt is. Deze vriendengroep bestaat voor een groot deel uit degenen die erbij waren toen hij me zo’n tien jaar geleden, samen met een vriend van me in een hinderlaag lokte en bedreigde. Hoewel deze personen de formatie gesloten hielden zodat ik nergens heen kon vluchten, namen ze verder niet actief deel aan wat daar plaatshad. Ik heb altijd naar hun gedrag gekeken door de bril van het bystandereffect.

Sinds het voorval van toen, heb ik me er wel regelmatig over verwonderd dat van al deze getuigen, niemand aangifte heeft gedaan (niet van die situatie en ook niet van de criminele feiten die daar onthuld werden) en nog meer dat de meesten van hen bevriend bleven met mijn dader. Maar toen door goede traumatherapie de emotionele lading van mijn ervaringen afging, werd die kwestie ook minder belangrijk voor me.

En toen zag ik dus dat spandoek. Je kent ze wel, die zogenaamd grappig geformuleerde teksten in enigszins gebrekkig Nederlands die op zijn best vooral een beetje flauw zijn. Ik verwachtte zoiets en was aanvankelijk vooral geïrriteerd over het respectloze grappig bedoelde gebruik van Davidsterren.
Maar toen viel mijn oog op de tekst; een volledig geseksualiseerde respectloze tekst die begon met “Vat graag jonge meisjes in de kraag”.

Een klap in mijn gezicht.

Stond dat er echt?

Ik las nog eens: Een lijst met wapenfeiten, aangevoerd door…
Ja, het stond er echt. Oef!

Nog voor ik de verbijstering te boven was gekomen, dat deze mensen, die erbij waren geweest toen hij trots en koelbloedig de vreselijke details opnoemde van wat hij me had aangedaan toen ik nog maar een kleuter was, vol ontzag zoiets op een spandoek schrijven, brak ik. Ik moest vreselijk huilen.

Ik was verbijsterd.
En verdrietig
En boos!
Hoe kon dit?!

Dit was niet meer wegkijken. Dit was niets minder dan actief aanmoedigen.

Ik vertelde het aan mijn vrienden. Een van hen vroeg me voorzichtig of ik het niet gewoon gedroomd had. Woest was ik. Ik stuurde hem de foto van het spandoek (hoewel ik er nu spijt van heb dat ik het heb ‘bewezen’, daarmee doe ik mezelf tekort.) en ik smeet hem voor de voeten dat iets niet gewoon niet waar is, omdat het toevallig gestoord is.
Traumadeskundige Iva Bicanic schreef ooit heel treffend: “Alles wat je je voor kan stellen gebeurt, alles wat je je niet voor kunt stellen ook.”
Ik denk dat het bij seksueel geweld niet alleen een geval is van ‘kunnen’ voorstellen, maar ook van ‘willen’.

Gelukkig geloofden alle anderen me wel meteen. Een van mijn vrienden zei vandaag nog toen ik het aanhaalde: “Natuurlijk.”

Ik hoop dat slachtoffers ooit zo vanzelfsprekend en zonder oordeel geloofd worden. Dat zou pas echt een goede stap zijn op weg naar nooit meer hoeven horen wat we niet willen horen.

Terugblik

Lieve lezers, lieve volgers.
(Er zijn er meer dan 800 van jullie inmiddels, wow!)
Het was me het jaartje wel zeg!
Ik heb veel dingen kunnen schrijven die ik wilde schrijven, maar ook veel dingen moeten laten liggen, omdat ik ze op dat moment niet de aandacht kon geven die het  verdiende. Iemand wiens blogs ik zelf graag lees, schrijft op zijn pagina “Subject to change. Life is like that”. Ik denk dat hij dat heel goed ziet.

Het was een mooi blogjaar:

Ik heb via deze weg en ook via mijn Twitter veel mooie, intelligente, inspirerende mensen mogen ontmoeten, me met hun mogen verbinden of hen beter mogen leren kennen. Jullie gaven me inkijkjes in je leven, deelden je ervaringen of expertise en moedigden me aan wanneer ik dat zelf deed. Daar ben ik dankbaar voor. Ik hoop dat jullie weten wanneer ik het over je heb, want ik vind dat je jezelf op waarde mag schatten.

In mei had ik een gastblogweek met gastblogs van 3 schrijvers die zich beroepsmatig bezighouden met seksueel geweld en trauma. Naast dat ik hen de beste vind in hun vakgebied, vind ik het ook drie integere personen voor wie ik groot respect heb. Hun blogs vulden elkaar en ook de mijne prachtig aan.  Heel erg bedankt Valeer, Thérèse en Iva.

Hun blogs vind je hier:
Intro Valeer: https://samenhelen.wordpress.com/2016/05/16/introductie-gastschrijver-valeer/
Gastblog Valeer: https://samenhelen.wordpress.com/2016/05/17/je-bent-niet-te-beschadigd/
Intro Therese: https://samenhelen.wordpress.com/2016/05/18/introductie-gastschrijver-therese/
Gastblog Therese: https://samenhelen.wordpress.com/2016/05/19/praten-alleen-is-niet-genoeg/
Intro Iva: https://samenhelen.wordpress.com/2016/05/20/introductie-gastschrijver-iva/
Gastblog Iva: https://samenhelen.wordpress.com/2016/05/21/aanpak-seksueel-geweld/

 

2016 was ook het jaar waarin ik Aikido ontdekte en de principes ervan en de dingen die ik er leerde, een rol gingen spelen in mijn blogs. Er valt nog veel meer te ontdekken en de liefde is zeker nog niet over. Als je wilt weten hoe het begon, kan je Momentum nog eens lezen: https://samenhelen.wordpress.com/2016/05/02/momentum/

Naast Aikido hield ik me het afgelopen jaar veel bezig met zelfverdediging. Het is een heel belangrijk thema voor mij, hoewel ik maar 1 keer geschreven heb over een eigen training: https://samenhelen.wordpress.com/2016/10/25/zoek-je-grenzen-op/
Principes ervan vind je trouwens wel terug in andere blogs, bijvoorbeeld wanneer ik dingen schrijf over hoe ik in het leven sta of wanneer ik iets quote van Rory Miller.

Iemand anders die me inspireerde om een blog te schrijven over traumatische bevriezing, is Joe Navarro; een gepensioneerde FBI-agent en specialist in non-verbale communicatie. Ik schreef mijn post naar aanleiding van inzichten uit zijn boek “What every body is saying”. Heel gaaf was het toen hij zelf mijn blog vertaalde, las en reageerde dat het een “great article” was.
Als je wilt weten of het dat echt is, kun je het hier lezen: https://samenhelen.wordpress.com/2016/07/30/bevriezing/

Verder liet ik me dit jaar inspireren door Harry Potter: https://samenhelen.wordpress.com/2016/12/19/expecto-patronum/
En door mijn lezers: https://samenhelen.wordpress.com/2016/02/01/waarom-kiezen-ze-altijd-mij-post-25/ (toen ik schreef over herhaald slachtofferschap)
En toen ik schreef over aangeleerde hulpeloosheid: https://samenhelen.wordpress.com/2016/01/05/aangeleerde-hulpeloosheid-een-introductie/

Het nadeel van zo’n terugblik is dat ik het risico loop om veel belangrijke dingen te vergeten of om teveel te noemen. Vorig jaar deze tijd, schreef ik iets met meer inhoud, namelijk mijn drieluik over angst. Persoonlijk vind ik dat tot de betere posts horen die ik hier geschreven heb:
Deel I: https://samenhelen.wordpress.com/2015/12/29/is-je-alarmsysteem-wel-goed-afgesteld/
Deel II: https://samenhelen.wordpress.com/2015/12/30/is-je-alarmsysteem-wel-goed-afgesteld-ii/
Deel III: https://samenhelen.wordpress.com/2015/12/31/is-je-alarmsysteem-wel-goed-afgesteld-iii/

Het lijkt me goed om hiermee af te sluiten, het is nog steeds de moeite waard om te lezen.

Als allerlaatste wil ik Leen speciaal bedanken. Van haar kreeg ik de laptop waar ik dit nu op schrijf. Verder Charlotte, Valeer, Bernhard, Somnath, Sandra. Jullie prikkelden me altijd om beter over dingen na te denken en jullie geven me geen gelijk als ik dat niet heb. Dat is waardevol.

Lieve volgers, het allerlaatste bedankje is voor jullie. Vanuit 50 (!) landen hebben jullie me gelezen. Dankjewel! ❤
Wees voorzichtig met vuurwerk!

Fijne jaarwisseling.

Liefs,
Mariska

Facebookplaatjes en voornemens

Op Facebook en Twitter zie ik veel plaatjes voorbij komen in de trant van “In 2017 zal ik de mensen loslaten die me kwetsen, teleurstellen en pijn doen en me omringen met de mensen die me waarderen en van me houden”.

Allereerst: Waarom pas in 2017?
Ik heb al eens eerder iets geschreven over goede voornemens; Ik begrijp dat niet zo heel goed namelijk. Het moment dat je voelt dat je iets wilt veranderen, is het perfecte moment om (dat) ook te veranderen. Tijd is kostbaar. Ieder moment dat je laat vervliegen, krijg je niet meer terug. Ja, er zullen misschien soortgelijke momenten zijn. Ja, er zullen mogelijk nog ontelbare kansen volgen om hetzelfde te doen (en soms ook niet), maar dit specifieke moment, dit ‘nu’, is straks voorbij en dan komt het nooit meer terug.

Ten tweede: Wow, rephrase!
Deze plaatjes klinken zo zwaar, zo disfunctioneel. Als je mensen om je heen hebt die je kwetsen, teleurstellen en pijn doen (en dus duidelijk niet van je houden en je waarderen, want dat is het alternatief dat genoemd wordt), is mijn advies nog los van het bovenstaande over kostbare tijd: Ga. Weg. Echt, ga weg!
Niemand hoeft mensen in zijn leven te tolereren die je niet respecteren.
Jij bent waardevol. Ja, dat lees je goed:
Jij bent waardevol

Waarom zou je het niet veel kleiner voor jezelf maken? Waarom zou je het zover laten komen dat mensen je herhaaldelijk kwetsen, teleurstellen en pijn doen?
Voor mij is de vraag veel simpeler: Bij wie mag mijn nee een nee zijn & Wie vindt het fijn als mijn ja echt een ja is?
Zo eenvoudig is het.

Als mensen je nee niet serieus nemen geven ze daarmee een duidelijk signaal:
Als je nee zegt, geef je een ander als het ware de kans om meer te zien van wie je echt bent en om precies te zien waar jouw identiteit en de ruimte die je in wilt nemen ophoudt. Wat zegt het over een ander als ze daar problemen mee hebben? Wil iemand je dan wel zien zoals je echt bent? Wil jij omringt zijn door mensen bij wie je anders moet zijn dan je bent?
Los daarvan is het een vroeg alarmsignaal als iemand je nee niet respecteert. Hoe groot is de stap van “Doe niet zo flauw, nog 1 drankje”, naar “Doe niet zo flauw, nog 1 zoen” (etc etc)? Nee is een grens. Jij wilt mensen om je heen die je grenzen respecteren, want dat ben je waard. Ik zeg het nog maar eens: Dat ben je waard.

Je wilt ook mensen om je heen die het fijn vinden als je ja echt een ja is. Mensen die zoveel houden van jou, van wie je echt bent, dat ze daar nog meer van willen zien. Mensen met wie je zo vertrouwd kunt zijn en van wie je zo zeker bent dat je de ander niet probeert te pleasen door ja te zeggen op iets waar je eigenlijk niet zoveel zin in hebt; Mensen met wie het contact echt is.

Als je nee een nee mag zijn en je ja een ja, is dat alles. Het is heel eenvoudig, maar het is alles. Probeer het maar eens uit en begin vandaag.

Als je nog een nieuw voornemen voor 2017 nodig hebt, lees dan Gavin de Becker: The Gift of Fear. Hij weet (oa) heel mooi te verwoorden wat nee is. Verder gaat het over vertrouwen op jezelf en op je gevoel, iets dat we veel meer zouden moeten doen (daar schreef ik vorig jaar nog wat over in mijn drieluik over angst). Het is een van de beste boeken die ik gelezen heb.
no

Waarom dan toch dit voornemen voor 2017? Gewoon, logistiek. Het lukt vast niet om het eerder in je handen te krijgen. Lukt dat wel? Begin dan meteen.

Fijne jaarwisseling alvast!