De realiteit

De laatste tijd krijgt seksueel geweld veel media aandacht. Er zijn een aantal goede artikelen over geschreven. Er zijn waren tv programma’s zoals NPO’sVerstijfd van Angst’ van afgelopen donderdag en ‘Ik durf het bijna niet te vragen’ van gisteren. (Het is allemaal terug te lezen en zien, klik op de linkjes). Ik vind het fijn. Fijn dat er zoveel broodnodige aandacht is voor het onderwerp. Fijn dat ik als ik professionals een lezing geef over de realiteit van geweld niet eerst hoef uit te leggen dat misbruik vaker voorkomt dan men denkt of dat de daders vooral bekenden zijn van het slachtoffer. Dat ze deze dingen weten. Dat een aantal van hen zich zelfs al realiseert dat slachtoffers van seksueel misbruik in de jeugd een grote kans lopen op nieuwe ervaringen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en/of andere vormen van intermenselijk geweld.

Er gebeuren echt dingen.

Het is nog niet genoeg, zeker niet. Maar toch, ik ben er blij mee.

Voor vandaag bedacht ik dus maar om ook aan wat realiteit te doen en een gedicht te uploaden wat ik over mijn eigen bevriezingsreactie heb geschreven; Een reactie die zo’n 60 a 70% van de slachtoffers van een verkrachting heeft. Een normále reactie dus op een abnormale situatie. Liever verkracht dan dood.

Hier is het

Ik tel, ik zwijg

Een
Twee
Drie
Vier
Vijf
Hoelang nog?
Hoe vaak nog?
Zes
Ik kijk naar
iets
Anders
dan
Dit niet
Alsjeblieft

Laten we hier vooral niet over zwijgen, alsjeblieft.

Advertenties

“Maar het is zo’n aardige man”

blogzzEen van de grootste misverstanden als het om seksueel geweld gaat, is misschien wel die waarbij men hardnekkig gelooft dat het onbekenden betreft (dit geldt zowel slachtoffers als daders, maar ik bedoel nu daders). ‘Het is de man die jou ’s avonds als je uit bent geweest van de fiets trekt, de man met de onverzorgde haren die regelmatig in het park bij de school wordt gesignaleerd’…

Meestal komt hier nog bij dat mensen denken dat het altijd iemand is aan wie je kunt zien dat hij niet spoort (en waar je je dus redelijkerwijs tegen zou kunnen beschermen als je verstandig bent. -Deze manier van denken is een groot probleem voor slachtoffers omdat het een valse verantwoordelijkheid op hun schouders laadt-)

Maar de cijfers liegen er niet om. De kans dat je door een onbekende wordt misbruikt is vele malen kleiner dan dat het iemand is uit jouw eigen kring.
En dan heb ik het ook niet over je zonderlinge contactgestoorde buurman, ik heb het over iemand die je aardig vindt, iemand die je vertrouwt, iemand met wie je een band hebt. Neem de tijd om hier bij stil te staan.
Het is iemand die je aardig vindt.
aardig.
Misschien is het zelfs wel iemand om wie je geeft, iemand waar je van houdt.
Het is iemand die toegang tot jou heeft en je al heeft ontwapend.
Macht

Seksueel geweld gaat niet (in de eerste plaats) om seks, dat is hooguit op een verknipte manier een bijkomend voordeel. Het gaat om controle, om dominantie, om macht. Het is eerst en vooral (en eigenlijk alleen maar) geweld. Er zit geen samen in dit plaatje. Geen toestemming. Geen gelijkwaardigheid. Geen keuzemogelijkheden voor het slachtoffer (ook niet als een dader je het gevoel geeft dat je wat te kiezen hebt. Dat is vals, deel van het spel. Je hebt niets te kiezen). Het wordt jou aangedaan.

Seksueel geweld is nooit de schuld van het slachtoffer. Dit is heel belangrijk.
Er is niets wat iemand kan doen om te verdienen dat een ander zijn lichamelijke integriteit schendt. Er is niets wat het verantwoordt dat iemand jou op deze manier geweld aandoet. Niet wat je draagt. Niet hoe je je gedraagt. Niet wie je bent. Niets.
Dit lijkt me een heel duidelijk gegeven en toch hoor ik keer op keer dat daar verwarring over is. Lees dit nog maar eens goed: Seksueel geweld is nooit de schuld van het slachtoffer. Seksueel geweld is de keuze, verantwoordelijkheid en schuld van de dader en van hem of haar alleen.

En nu we dan toch van misverstand naar misverstand hobbelen:

Is het wel seksueel geweld?

Net als dat mensen (onterecht) het beeld koesteren dat seksueel geweld vooral anderen overkomt die ergens ver weg door een onbekende enge man in een donker bos worden verkracht, hebben ze de illusie dat seksueel geweld altijd gepaard gaat met ernstig fysiek geweld of doodsbedreigingen. De dader in het door mij geschetste gefantaseerde plaatje heeft bijvoorbeeld een mes, die hij tegen de keel van het slachtoffer houdt, terwijl hij net zolang op haar in slaat tot hij zijn gang kan gaan.
Ik hoef vast niet te zeggen dat ook dit niet klopt.
Maar goed, omdat het belangrijk is: Dit klopt niet.

Seksueel geweld ís al geweld. Het is het schenden van iemands lichamelijke integriteit. Het is, bijvoorbeeld, het onvrijwillig binnendringen van een lichaam, het is het doof en blind zijn voor de behoeften en gevoelens van de ander. Dat is het geweld. En dat is heel heel erg.
(Natuurlijk zijn er daders die hun slachtoffers ook fysiek geweld aandoen, daders die met wapens zwaaien, maar ze zijn in de minderheid en daarom wil ik in deze post vooral stilstaan bij de anderen).

Ik lees wel eens dat mensen zich afvragen of iets wel echt seksueel geweld is als er niet expliciet gedreigd is met dingen, als er niet geslagen is, of gevochten.
Ja mensen, speciaal voor jullie nog eens: Seks met iemand hebben tegen zijn/haar wens of toestemming is seksueel geweld.

Waarom zou je iemand slaan en daarmee extra bewijzen creëren tegen jezelf (letsel), als je iemand ook op een andere manier klem kunt zetten?
Waarom zou je niet proberen het slachtoffer te verwarren over wat er nu eigenlijk gebeurd is, als dat betekent dat je er mee weg kunt komen en dat je het een volgende keer weer zou kunnen doen?

Net zoals jij graag goed wilt zijn in je favoriete hobby, je lievelingsvak op school of op sociaal gebied, wil een dader ook graag goed zijn in zijn hobby… Hij wil er mee door kunnen gaan. Niemand wil problemen, niemand wil de dingen verliezen die wat voor hem betekenen. Een dader ook niet. Het geweld. De controle. De dominantie. Het ermee wegkomen. Zijn vrijheid. Die dingen betekenen wat voor zo iemand. Hij zal zijn uiterste best doen om succesvol te zijn.

De beste aanval is de verrassingsaanval

Stel, je bent alleen thuis met je dochtertje van 4 die boven ligt te slapen, in je vrijstaande huis. Je zit in je woonkamer. Het is avond, het is donker en het is laat. Je wilt zo naar bed gaan en verwacht geen bezoek. Dan gaat de bel. Je hebt geen spionnetje of ketting op de deur, maar je kijkt boven uit het raam en ziet dat het een man is in donkere kleding. Hij heeft iets in zijn hand, maar je kunt niet precies zien wat het is.
Doe je de deur open?
Als je verstandig bent is je antwoord nu nee.

Maar wat nu als je in datzelfde huis bent, met je slapende dochter en die man is al in huis? Wat nu als het de charmante vriend is die je al twee jaar kent, omdat hij toentertijd een relatie met je beste vriendin had en jullie zo goed klikten dat je nadat het tussen hen uitging met hem om bent blijven gaan. Een man met wie je vreselijk kunt lachen. Met wie je al twee wijntjes gedronken hebt, kletsend over van alles en nog wat.
Iemand die weet dat je alleen in huis bent met je dochter, dat je buren niet op gehoorafstand wonen, die je telefoon aan de oplader heeft zien liggen in een hoekje van de kamer toen hij binnenkwam en die je goed genoeg kent om te weten dat je niet zo goed tegen wijn kunt.

Wat nu als hij je opeens begint te zoenen? Niet stopt als je hem eerst nog lachend afweert? Als zijn handen onder je kleren verdwijnen? Hij je tegenhoudt als je op wilt staan van de bank? Je niet durft te schreeuwen omdat je kindje boven is?

Ik ga niet schrijven hoe dit verder gaat. Het is maar een voorbeeld, geen uitzonderlijke.
Deze dingen gebeuren.

Waar het om gaat is dat die ‘vriend’ al lang wist wat hij ging doen. Hij ging naar je toe met het idee dat het vanavond wel eens zou kunnen lukken. Hij ging überhaupt met je om, omdat je, zoals hij je wel eens verteld heeft ‘schattig kwetsbaar’ bent (waar jij toen om moest blozen). Hij schonk je dat tweede glas wijn in, omdat hij al wist dat je het zou nemen nu je toch gewoon thuis was en als vrienden onder elkaar.
Hij plande zijn acties, want als je dingen goed plant is de kans op succes groter.
Maar jij? Voor jou was dit een verrassing. Een donderslag bij heldere hemel. Jij worstelt nog met je verwarring en het verraad als hij je al heeft ontkleed.
Hij hoeft je niet te slaan. Je bent verbijsterd. En nu hij niet blijkt te zijn wie je dacht dat hij is, wie zegt dan dat je dochtertje niet in gevaar is? Je realiseert je dat er niemand is die je kan helpen. Je telefoon ligt buiten bereik. Hij stopt niet als je nee zegt. Je geeft het op besluit mee te werken, zodat dit zo snel mogelijk voorbij is en jullie veilig zijn. Maar het duurt nog lang voor je je weer veilig zult voelen.

Nu heb ik toch verteld hoe zulk soort dingen af kunnen lopen, maar nogmaals het gaat niet om de details. Waar het om gaat is dat hij dicht bij jou was. Dichtbij genoeg om je zoiets aan te kunnen doen. Dichtbij genoeg om geen extra geweld nodig te hebben.

Het nut van nabijheid

Om iemand geweld aan te kunnen doen heeft een dader in de eerste plaats toegang nodig tot een slachtoffer (een dader moet dichtbij genoeg zijn om zijn slachtoffer geweld aan te kunnen doen). Vervolgens heeft hij (overal waar in dit blog hij staat kan ook zij staan) een plaats nodig waar het misdrijf plaatsvindt, dit is bij voorkeur een plaats waar het slachtoffer is afgezonderd van anderen en van hulpbronnen (ook hierbij is nabijheid nuttig, want een slachtoffer laat zich makkelijker afzonderen door iemand die hij of zij vertrouwt/niet gevaarlijk acht). Idealiter laat een dader zo min mogelijk bewijzen achter van zijn misdrijf. Dit betekent ook het actief stappen ondernemen om een slachtoffer, het gerecht eventueel (en de samenleving desnoods) te weerhouden het geheel als een misdrijf te zien. Dit is geen stappenplan voor daders dus ik ga niet precies uitleggen hoe dit allemaal werkt.
Ik wil alleen nog eens aanhalen dat nabijheid ook bij deze laatste stap een rol speelt.

Het bovenstaande klinkt misschien wat abstract en ingewikkeld, maar het belangrijkste uitgangspunt is dat het het makkelijkste is om iemand te krijgen waar je hem wilt hebben (in letterlijke en figuurlijke zin) door iemand ertoe aan te zetten zelf te bewegen naar waar waar je hem wilt hebben. Dit krijg je bijvoorbeeld voor elkaar als iemand overrompeld is, maar makkelijker nog, wanneer iemand je aardig vindt.
Charmante mensen zijn gevaarlijk

Dat iemand aardig overkomt, betekent niet dat iemand ook (goed)aardig is. Sterker nog. Mensen halen charmant en (goed)aardig(heid) vaak door elkaar.
Het belangrijkste verschil is dat wanneer iemand (goed)aardig is, hij dat gewoon is, ongeacht de mensen om hem heen. (goed)Aardigheid is een constante. Dat is iemand als het ware ook in het donker.
Charme daarentegen is een werkwoord. Charme is Frans voor betoveren en dat is eigenlijk precies wat het betekent. Het is een gericht instrument. Iemand die charmant is, doet dat actief en omdat hij iets van je wil. Dat kan iets heel onschuldigs zijn, zoals jouw aandacht of iets kwalijkers zoals een gebrek aan oplettendheid van jouw kant of iets sinisters wanneer hij er op uit is om jou van je vrienden te isoleren. Overigens ook in het eerste geval moet je je afvragen waarom iemand denkt dat gewoon aardig zijn niet voldoende is om je aandacht te trekken en hoe echt hetgeen is wat hij je hier laat zien.

Als iemand alleen aardig doet tegen jou, zelfs al is dat werkelijk ontzettend aardig, maar bijvoorbeeld wel de serveerster respectloos behandelt in het restaurant waar jullie samen eten of steeds koppig naar de borsten van de caissière in de supermarkt staart tijdens de dagelijkse boodschappen of zijn moeder regelmatig afsnauwt, is dat een belangrijk signaal. Vraag jezelf af of dit figuur wel werkelijk aardig is. Nee, beter nog, maak je uit de voeten. De wereld haten op die ene hele speciale persoon na (die jij toevallig bent) klinkt te mooi om waar te zijn en is dat dus ook. Dit is een groot alarmsignaal.

Een nog belangrijker signaal, maar dat is al in een meer vergevorderd stadium, is als iemand ook tegen jou inconsequent is in zijn gedrag. Het ene moment is iemand heel charmant, voorkomend en geeft jou een speciaal gevoel of speciale aandacht, het volgende moment is hij onverschillig of zelfs kortaf, boos. Dergelijk gedrag is dan geen gevolg van acties van jou, maar lijkt uit het niets te komen.
Groot alarmsignaal, wegwezen.
Erger kan trouwens ook nog, dergelijk gedrag van hem komt niet door iets van jou, maar hij zegt van wel.
Weg, weg, weg!

Vraag je af wat er achter zijn gedrag zit

Mensen hebben een soort van natuurlijke weerstand om te twijfelen aan iemands motieven als die persoon aardig tegen ons doet. We zijn sociaal ingesteld. Als iemand van plan is om dichtbij jou te komen om je wat aan te doen, zal hij die sociale voorprogrammering ook tegen jou gebruiken. Wees jezelf daar van bewust. Je doet niemand tekort door je af te vragen wat iemands motieven zijn. Overigens zal iemand die om je geeft, iemand die jou als persoon serieus neemt, er alles aan gelegen zijn dat het goed met je gaat. Hij zal je oplettendheid alleen maar toejuichen. Wees dus kritisch. Vraag je dingen af. Kijk naar gedrag en kijk vooral naar hoe consequent dat is. Zoek patronen, kijk naar de context. Trek conclusies.

Charme afgewisseld met onverschilligheid of boosheid (direct tegen jou of tegen anderen), gecombineerd met graag alleen met je willen zijn, helemaal als dat betekent dat je op dat moment weg moet van een plaats waar je samen met anderen (of je die nu kent of niet) bent, is foute boel. Wees voorzichtig.

Voorbeelden van charme

Iemand lacht veel en vaak.
Dit kan natuurlijk ook een aantrekkelijke eigenschap zijn, maar context is hier belangrijk. Lacht iemand vooral veel en vaak naar jou? Lacht iemand ook als de omstandigheden er niet naar zijn? Lachen wordt gebruikt om dingen te maskeren. Dat kunnen andere emoties zijn (die op dat moment niet getoond of gevoeld mogen worden), maar ook andere dingen.

Iemand vertelt teveel details.
Dit is een belangrijke. Iemand die de waarheid vertelt zal niet de behoefte voelen om alles nader toe te lichten. Iets is feitelijk zo, daarna gaat een gesprek verder.
Iemand die veel details vertelt, doet dat om open over te komen, een gevoel van vertrouwelijkheid te creëren. Daarnaast is het een manier om jou te verstrikken in en binden aan een interactie of om jou te laten vergeten dat je voorzichtig wilde zijn.
Teveel details ontwapenen jou. Terwijl jij je best doet om te luisteren, heeft iemand jou al met zijn arm om je schouder weggeleid bij je vrienden.

En wat denk je van deze situatie:

De vrouw uit het bovenstaande voorbeeld, die in het vrijstaande huis, dacht dat ze gezellig zat te praten met haar honderduit kletsende en grappige vriend. Tijdens het gesprek had hij al een paar keer zijn hand langs haar bovenbeen gestreken. Hij leek zich daar niet van bewust, want hij bleef geanimeerd vertellen. Hoewel de vrouw zich er in eerste instantie ongemakkelijk bij voelde, wuifde ze dat meteen weer weg, omdat hij er zelf niets van leek te merken en het onbeleefd was om niet te luisteren. Haar alarmbellen gingen verloren in de ruis die hij bewust creëerde.

Iemand drukt je in een bepaalde rol
Dit gebeurt eigenlijk op twee manieren: Iemand drukt je in een, voor jou onbedreigende, rol en plaatst zichzelf daar ook in alsof jullie als het ware in hetzelfde team zitten. “Wij schrijvers…” (een man tegen het meisje waar hij al een aantal keer een praatje mee heeft gemaakt in de plaatselijke bibliotheek waar ze iedere woensdag met haar vriendin naartoe gaat die er huiswerk maakt terwijl zij er gedichten schrijft). Het is altijd een rol of een overeenkomst of een team wat je op een bepaalde manier van anderen afzondert, maar aan hem bindt. Dit kan heel onschuldig zijn, want mensen vestigen sowieso graag de aandacht op hun overeenkomsten, maar het is iets om in combinatie met andere signalen wel alert op te zijn.
De tweede manier is die waar een (toekomstig) dader zijn (toekomstig) slachtoffer in een bepaalde rol drukt waarmee ze niet blij is of die ze niet kloppend vindt. Het gaat altijd om een kleine belediging en iets wat makkelijk, maar vooral verleidelijk is om te weerleggen.
“Jij ziet er helemaal niet uit als zo’n bolleboos” (man tegen vrouw die studeert in de trein). Als ze hem nu gaat bewijzen dat ze wel intelligent is, laat ze zien dat het belangrijk voor haar is wat anderen, m.n. hij op dat moment (ondanks dat hij haar helemaal niet kent), van haar denken. Ze laat zien dat ze te manipuleren is.

Iemand maakt je afhankelijk van hem
Dit kan op meerdere manieren. Iemand helpt je met iets (en verwacht later iets terug), iemand heeft de hele avond je drankjes betaald (en verwacht daar aan het einde van de avond een tegenprestatie voor) Iemand biedt aan je met zijn auto naar huis te brengen, zodat je niet in de regen hoeft te fietsen (en wil eenmaal thuis mee naar binnen). Iemand geeft je drank of drugs, zomaar, maar verwacht dan wel een ‘beetje gezelligheid’. Of iemand geeft je drank of drugs zodat hij er getuige van is dat jij iets doet wat niet ok of geaccepteerd is (bv door je ouders of door vrienden of de wet) en hij die kennis later tegen je kan gebruiken.
De overeenkomst tussen al deze dingen is dat iemand eerst iets voor je doet, ogenschijnlijk zonder een tegenprestatie te verwachten, maar die dan later toch komt opeisen. Later kan een paar uur later zijn, maar ook een paar jaar. En jij zult sneller geneigd zijn hem zijn zin te geven, want tja, ‘natuurlijk heeft hij ook al die dingen voor mij gedaan.’. Waak hiervoor. Maak jezelf niet te afhankelijk van anderen. Er is niets mis met je eigen vervoer. Met het betalen van je eigen drankjes en zaken. Het niet (teveel) gebruiken van geestverruimende middelen. Met het weigeren van hulp als je dingen prima zelf kunt of als je er geen goed gevoel bij hebt.

En als je eenmaal in deze situatie zit, als je in de schuld staat, denk dan hier aan: Er is niets wat iemand voor jou gedaan kan hebben, want hem het recht geeft op jou, je lijf en je integriteit. Stem niet in. En wees een volgende keer voorzichtiger.

Er is trouwens nog een soort van tussenstap. Iemand doet van alles voor je, wil daar niets voor terug… Lijkt het. Want hij stelt veel vragen aan jou. Bijvoorbeeld of je ergens vaker komt. Of of je ouders wel vaker tot zo laat aan het werk zijn. Waarom je een beetje trekt met je linkerbeen. Onderschat dit niet. Je bent misschien geneigd om uit beleefdheid deze vragen te beantwoorden of je ziet er geen kwaad in, maar het is goed mogelijk dat je iemand nuttige informatie geeft om jou later te isoleren of overmeesteren.
Iemand vindt jou heel speciaal
Wees voorzichtig met mensen die jou speciaal vinden, vooral als je ze nog niet zo lang kent. Het kan dat iemand die jou oprecht leuk vindt jou de meest speciale persoon ter wereld vindt, maar dat betekent niet dat hij je vriendinnen maar moet negeren, ze moet bekritiseren. Iemand die jou speciaal vindt en de rest van de wereld gewoon normaal en respectvol behandeld, lijkt me als er geen andere signalen zijn, vooral schattig. Het andere is een manier om jou te manipuleren en een isolatietechniek.
Iemand die jou speciaal vindt, vindt je speciaal om jou, wat jij bent en wat je doet, hoe je eruit ziet, hoe je lacht etc…. Iemand die wil dat je je speciaal voelt, die jou steeds weer vertelt hoe speciaal jij bent in vergelijking met anderen, wil iets van je. Pas op.
Iemand vindt je zo speciaal dat jullie je beter af kunnen zonderen
Het ligt aan de omstandigheden, aan de situatie. Het ligt aan de context. Maar over het algemeen geldt dat als iemand vooral graag alleen met jou alleen wil zijn en je actief probeert los te weken van anderen, dat iemand is om niet zomaar meteen zijn zin te geven.
Er zijn meer voorbeelden te noemen, maar zoals ik al zei wil ik geen stappenplan schrijven. De bovenstaande dingen zijn veelvoorkomend. Het zijn dingen om op te letten als je uitgaat, als je nieuwe mensen leert kennen, maar ook een lat om die ene vriend langs te leggen die een beetje te mooi is om waar te zijn of die je als je eerlijk bent soms best een ongemakkelijk gevoel geeft.

Luister naar jezelf. Wuif de werkelijkheid niet weg. Luister naar je alarmsysteem. En als dat zich stilhoudt, hou je verstand er bij. Verwar charme niet met goedheid. Het is altijd oké om kritisch te zijn. Het gaat om jouw veiligheid en jouw vrijheid. Jouw integriteit en je gevoel van eigenwaarde. Dat is nogal een inzet!

Laat je niet zomaar betoveren.

 


Denk je na het lezen dat je het slachtoffer bent geweest van seksueel geweld?
Bel dan naar het Centrum Seksueel Geweld op 0800 0188 voor hulp (ook medisch) en advies.



Meer over je alarmsysteem in het ‘drieluik over angst’:
1) https://samenhelen.wordpress.com/2015/12/29/is-je-alarmsysteem-wel-goed-afgesteld/
2) https://samenhelen.wordpress.com/2015/12/30/is-je-alarmsysteem-wel-goed-afgesteld-ii/
3) https://samenhelen.wordpress.com/2015/12/31/is-je-alarmsysteem-wel-goed-afgesteld-iii/

Een politiek gedichtje

Kavanaugh

Wat moet ik mijn dochter zeggen
Over de wereld waarin wij leven
Over de daders die mogen rechtspreken
en de slachtoffers die beter zwijgen?

Wat moet ik mijn dochter zeggen
als ze vraagt of deze wereld veilig is
Of de waarheid belangrijk is
en of mensen rechtschapen zijn?

Wat moet ik mijn dochter zeggen
als zij me morgen deze dingen vraagt
die ik ooit allemaal leek te weten,
maar vandaag toch niet zo bleken te zijn?

Triggerwaarschuwingen

Op Facebook zie ik het steeds vaker voorbij komen; het woord ‘trigger’. Met name in de trauma-gerelateerde groepen, verschijnt het om de haverklap boven een bericht. Triggers kunnen heel divers zijn, want het verschilt per persoon en soort trauma waardoor iemand geraakt wordt. Het gevolg is dat er op sommige plekken onderhand boven ieder bericht het woord ‘trigger’ staat. Naast berichten met bijvoorbeeld een inhoudelijke beschrijving van bepaalde misbruikervaringen, staat zo’n melding bijvoorbeeld ook boven berichten waarin iemand schrijft eenzaam te zijn, of boven berichten waarin iemand zegt vandaag geen goede dag te hebben gehad.
Dit overvloedige gebruik van triggermeldingen vind ik niet goed. Hieronder zal ik dat proberen uit te leggen.

Ik schrijf vaak dat therapie bij trauma helpt. Dan heb ik het met name over therapieën die bewezen effectief zijn, zoals EMDR en vormen van Exposure-therapie. Naast deze dingen denk ik dat het belangrijk is om iets lichaamsgerichts te doen. Dat kan van alles zijn: Dansen, drama, haptotherapie, een vechtsport, psychomotore therapie, yoga… Waar het om gaat is dat de verbindingen tussen hoofd, hart en lijf hersteld worden en dat het lijf ook de kans krijgt bepaalde ervaringen en indrukken los te laten en nieuwe, tegengestelde ervaringen op te doen.
Een derde pijler is lotgenotencontact. Mensen zijn sociale wezens. Ze hebben de behoefte zich te begeven in groepen van, bij voorkeur, gelijkgestemden. Ook mensen met een trauma zijn daar geen uitzondering op. En dat is heel begrijpelijk. Dergelijke ervaringen werken vervreemdend. Bovendien voelen dingen vaak dragelijker als je ze kunt delen. Waar kan zoiets beter dan op een plek waar mensen begrijpen wat je hebt meegemaakt?
Lotgenotencontact kan heel positief zijn. Het kan een steun in de rug zijn op weg naar herstel, een fijne veilige plek, een oase van rust. De keerzijde is echter dat het groepsmechanisme ook andersom werkt. Als 1 persoon in de groep te hard vooruit gaat, zou de groep zich daar tegen kunnen verzetten, met als gevolg dat dat individu zich, omdat de groep veel betekenis heeft uiteindelijk (maar weer) schikt naar de meerderheid.
Zulke dingen gebeuren in het klein of groot in alle groepen, maar in een groep waar de gemeenschappelijkheid draait om de meest erge levenservaring(e)n, is dit iets om extra waakzaam voor te zijn.

De ontwikkeling van het overmatige gebruik van triggerwaarschuwingen vind ik een voorbeeld van dat slechte groepsmechanisme. Het is als een knoop die je los probeert te maken, maar eigenlijk steeds vaster trekt: Iemand komt in een groep om zijn ervaringen te delen, maar krijgt de boodschap dat hij anderen niet teveel mag raken. “In deze groep plaatsen wij een content- waarschuwing als het om moeilijke dingen gaat” Omdat hij zelf weet hoe het is om erg overspoeld te raken, houdt hij daar uiteraard rekening mee en deelt zijn ervaring pas na het plaatsen van een triggermelding. Na een tijdje in dit stramien leert hij dat de dingen die hij voelt voor een enkeling in de groep ook heftig kunnen zijn en ook daar komt in het vervolg een waarschuwing boven. Als anderen dat bericht dan ondanks de waarschuwing lezen en vervolgens reageren dat het wel echt heftig is, zal dat bevestigend werken. Niet alleen in de zin van “toch maar goed dat ik die triggerwaarschuwing geplaatst heb”, maar ook als een “Goh poeh, wat is het toch ook heftig wat ik hier neergeschreven heb” (Wat zijn mijn ervaringen toch heftig. Wat is het toch heftig wat ik voel. Wat is het leven toch heftig)
Uiteindelijk zal hij, in een dergelijk klimaat, voor de zekerheid zelfs zijn smalltalk onder een triggerwaarschuwing plaatsen. Je weet immers maar nooit wie je raakt, toch?

Het is heel aardig en ook belangrijk om rekening met een ander te houden; Het is mooi dat je anderen geen pijn wilt doen. Maar in een groep zijn, waar je niets kunt delen zonder dat je het van tevoren moet classificeren als te gevoelig, is schadelijk.
Mensen delen dingen juist, zodat ze iets van de spanning die bij hun ervaringen hoort los kunnen laten. Dingen delen en onderwijl in de eerste plaats opnieuw en opnieuw en opnieuw bezig zijn met hoe triggerend het eigenlijk is, maakt van het delen weinig anders dan een herbeleving.

Laten we daarom stoppen met het onnodige gebruik van triggerwaarschuwingen en het risico nemen om geraakt te worden; het risico nemen om een ander te raken, het risico nemen om ons (weer) menselijk te voelen.

Laten we het risico nemen dat het op een dag misschien minder pijn zal doen.
(En dat dat oke is.)

Een maakbaar nieuwjaar!

Lieve lezers,
Allereerst wens ik jullie graag een goed nieuwjaar, vol van nieuwe morgens, nieuwe kansen en nieuwe mogelijkheden. Probeer de beste versie van jezelf te worden die je kunt zijn, zonder ooit te vergeten dat je al goed genoeg bent en loop niet achteloos voorbij de bloemen langs je weg.

Het is alweer even geleden dat ik wat schreef, zo gaat dat het laatste jaar. Ik ben vaak te ziek of mijn belastbaarheid is te laag om te schrijven. Op andere momenten ben ik te gelukkig, te helemaal tevreden in het moment en aan het genieten van wat er is, om er nog maar iets bij te willen hebben, doen of moeten. Het is bijzonder hoe al die dingen naast elkaar kunnen bestaan. Veel dingen zijn ingewikkelder, maar ik ben nog nooit zo dankbaar geweest voor wat ik heb en ook nog nooit zo gelukkig.

Ik ben ook dankbaar voor jullie trouw. In het afgelopen jaar heb ik me er regelmatig over verbaasd hoe vaak mijn blog gelezen en bezocht werd, ondanks dat er zo weinig nieuw materiaal is verschenen. Het is fijn te weten dat wat ik geschreven heb voor zichzelf spreekt, in het moment en zijn waarde heeft voor anderen, terwijl ik op datzelfde moment zelf niet in de gelegenheid ben om nieuwe dingen te schrijven. Zo blijf ik me toch verbonden voelen met de blog, met het doel dat ik ermee had en met jullie en dat vind ik fijn, want dit is nog geen project dat ik wil loslaten. Er zijn nog een aantal dingen waarvan ik vind dat het belangrijk is om het er over te hebben.

Het komende jaar wil ik bijvoorbeeld graag, samen met deskundigen, schrijven over trauma en lichamelijkheid. Over lichaamsbeleving, jezelf kunnen voelen en over intimiteit. Ik geloof dat trauma iets is van je hele systeem, niet alleen van je hoofd en ik denk dat het belangrijk is dat herstel dat ook is. Ik heb veel gehad aan EMDR therapie, maar ik heb ook gemerkt hoe belangrijk het is om ook mijn lijf te betrekken. Hoe waardevol zelfverdedigingslessen voor mij waren, hoe belangrijk psychosomatische fysiotherapie en hoe zinvol somatic experiencing.

Traumadeskundige Bessel van der Kolk heeft veel onderzoek gedaan naar en geschreven over trauma als iets van het hele systeem. Hij schreef bijvoorbeeld over hoe ingrijpende ervaringen ervoor kunnen zorgen dat er een gebrek ontstaat in het kunnen synchroniseren met anderen; Het “Mensen begrijpen mij/het toch niet”-gevoel, dat vaak gegrond is, omdat je gedrag door wat je hebt meegemaakt, ook je gedrag in relatie tot anderen en je manier van informatie verwerken veranderd is.
vd Kolk schrijft vervolgens over hoe goed het kan zijn om bv een teamsport te doen. De prettige manier van lichamelijkheid, het opnieuw ervaren van een -samen-, een gezamenlijk doel, het speelse en ook het communicatieve aspect ervan; Je moet je acties afstemmen op die van de ander. Zo leer je weer synchroniseren.
Als ik denk aan mijn eigen ervaringen bij Aikido en bij zelfverdediging die natuurlijk naast dit alles ook nog een sterk gevoel van eigen regie met zich meebrengen, toegenomen zelfvertrouwen en lichamelijke competentie en veel andere specifieke voordelen, klinkt dat heel logisch.

In oktober was ik in Denemarken om te trainen met Rory Miller. Dat was mijn grootste droom en er was niets wat ik liever wilde dan dat, maar wat was ik voor die tijd in een slechte conditie. Ik was doorlopend ziek, bracht meer uren in bed door dan er buiten. Trainen lukte al een tijd niet meer. De momenten dat ik wel bewoog en mezelf ook maar even uit het oog verloor, omdat het zo fijn was te bewegen en het teveel werd, moest ik duur betalen.
Kortom: Niet ideaal. Ik zag veel beren op de weg.
Dat ik in een voor mij onbekend land, met een stel goedgetrainde zwartebanders, waarvan de meesten elkaar al kenden, een zwaar seminar van 20 uur zou gaan volgen bij een veteraan, joeg me best wel wat angst aan. En daarover gesproken, angst was er natuurlijk ook al omdat het lichamelijke voor mij niet zo vanzelfsprekend was als voor hen. Bij lange na niet. En het zou toch allemaal erg dichtbij zijn en hard gaan en mogelijk ook om dominantie draaien, wat ik ook weer eng vind, want ja…
Maar ik ging. Ik wilde dit. Er was niets wat ik liever wilde en na me ervan verzekerd te hebben echt welkom te zijn, zelfs al zou ik tussendoor uitvallen door ziekte of wat dan ook, was er geen reden meer om niet te gaan. Ik kon me door mijn angst niet laten weerhouden om mijn dromen waar te maken. Angst is een datapunt. Ik wist allang dat ik bang kan zijn en dingen toch kan doen. Het is niet ideaal, maar dingen niet doen en mislopen en daar spijt van krijgen, is dat nog minder.

Dat eerste weekend van oktober? Het was geweldig! Het was niet makkelijk en met momenten ook heel confronterend, maar het was ook fantastisch. Het was steeds doen wat ik eng vond en er achter komen dat het allemaal wel meeviel. Het was spelen en lachen en er achter komen dat ik in sommige dingen heel goed was. Het was mezelf opnieuw uitvinden en in een weekend meer fundamentele dingen leren over mijn mogelijkheden dan ik in de rest van mijn leven geleerd had. Het was ziek zijn en moeten afhaken en ervaren dat dat er mocht zijn, ook bij hen, ook bij Rory en daar zoveel rust door ervaren dat na wat uitrusten, mijn krakkemikkige halfzieke maar minder koortsige staat voor mij en mijn hinderlijke perfectionisme geen reden was om niet voorzichtig weer mee te gaan trainen.
Het was uitproberen. Vallen, kleren afkloppen en opstaan, zoals een kind leert. Soms een toegestoken hand pakkend, soms niet de kleren afkloppend, omdat ik wist dat ik binnen een paar seconden weer de grond zou raken.
Het was het ontstaan van nieuwe vriendschappen, het voeren van fijne gesprekken met fijne mensen, het voeren van wezenlijke gesprekken met Rory en met mijn vriend. Het was synchroniseren en weer helemaal in mijn lijf gaan wonen.
Het was 48 blauwe plekken en een oneindige voorraad glimlachjes die ik kan aanboren zodra ik weer aan Denemarken denk.
Het was geweldig.
En het was. Het was, omdat ik daarvoor koos en me nergens door liet weerhouden.
En het is. Het is nog steeds, omdat zoiets krachtigs niet uitwerkt.

In veel opzichten kunnen we niet kiezen welke nare dingen ons overkomen. Er zijn dingen en manieren waarmee en waarop we onszelf kunnen beschermen, maar er zijn meer dingen en manieren waarmee we onszelf kunnen beperken.
Voor mooie dingen in je leven kan je vaak wel kiezen. Je hoeft het alleen maar te doen.

En als het jou helpt dat het daarvoor eerst 2018 moest worden, laat dat dan voor je werken.

Gelukkig nieuwjaar!

 

Trauma & Verandering

(En Denemarken)

Een traumatische gebeurtenis wordt vaak gezien als een levensveranderende gebeurtenis, omdat het ingrijpt in de manier waarop je in het leven staat en hoe je er tegenaan kijkt. Vaak zorgt het ook voor een verandering in de rangorde en mate waarin je dingen belangrijk of juist onbelangrijk vindt. Ook verandert je houding ten opzichte van wat voorheen vanzelfsprekend was, bijvoorbeeld je gevoel van veiligheid.

Niet alleen iets negatief beladens als een trauma is een levensveranderende gebeurtenis. De geboorte van een kind is dat bijvoorbeeld ook. Alle bovenstaande dingen zijn hier ook op van toepassing. Denk maar eens terug aan wat voor grote verandering het was toen jouw kind, of dat van een van je vrienden, je zus, je collega, je buurmeisje of iemand anders die je goed kent, geboren werd.

Hoewel mensen verandering vaak moeilijk vinden, hoeft het op zich niet negatief te zijn. Gezinsuitbreiding is meestal een bron van vervulling en levensvreugde en een kans voor alle gezinsleden om zich verder te ontwikkelen, als persoon, in hun nieuwe rol en binnen een nieuw systeem.

Toch is een dergelijke grote verandering, ondanks al het goede dat het met zich meebrengt, vaak ingrijpend. De oudste, meest primitieve delen van de mens, de delen die zorgden dat we als soort overleefden, houden ervan om te herhalen wat (bewezen is dat) werkt. Ze houden er zelfs van om te herhalen wat eerder werkte, wanneer in het nu duidelijk blijkt dat het niet meer werkt. Het heeft er namelijk eerder wel voor gezorgd dat we zover zijn gekomen. Iets (moeten) veranderen brengt onzekerheid met zich mee. Niet hebben ervaren wat de nieuwe omstandigheden precies inhouden, raakt in het klein aan een overlevingscrisis. Omdat onze leefstandaard tegenwoordig zo hoog is en mensen maar heel zelden geconfronteerd worden met echte levensbedreigende omstandigheden, zullen ze dit gevoel niet als dusdanig herkennen en alleen een soort onbewuste aarzeling, onzekerheid of afkerende houding ten opzichte van de ophanden zijnde verandering waarnemen. Omdat dat is waar we goed in zijn, zullen we die hapering vervolgens proberen te rationaliseren. Denk bijvoorbeeld aan een roker die weet dat het beter is te stoppen, maar dat toch niet doet, omdat ‘hij zijn hele leven eigenlijk nooit echt ziek geweest, terwijl zijn buurvrouw die nooit een sigaret aangeraakt heeft op haar 43e overleden is aan kanker’. Dat klinkt haast redelijk, toch?

Iets soortgelijks zien we gebeuren rondom nieuwjaarsvoornemens. Mensen die niet echt de intentie hebben iets te veranderen (of ze zich daarvan bewust zijn of niet), voelen zich aangetrokken tot het ritueel van ‘iets proberen te veranderen’. Een ritueel dat jaarlijks terugkomt (de herhaling die we zo prettig vinden) en dat we en masse doen (de veiligheid en vanzelfsprekendheid van het sociale aspect). Het is hierbij totaal irrelevant of we de voorgenomen verandering doorzetten. Er gebeurt niets vervelends als we het niet doen. Sterker nog: Er is zelfs een bepaalde algemene verwachting dat Voornemens toch vooral voornemens zullen blijven en dat is ok, want ‘Ach voor iedereen lijkt dat zo te gaan’ en ‘Volgend jaar weer een kans’. (Terwijl we eigenlijk best weten dat we niet een heel jaar of tot een bepaalde datum of op een bepaalde stand van de maan, of wat dan ook, hoeven te wachten om iets te kunnen veranderen)
De kleine groep mensen die wel oprecht wil veranderen en zich daar gedegen op voorbereid, maakt nog steeds gebruik van het geruststellende ritueel van herhaling en de veiligheid van het sociale aspect dat de nieuwjaarsvoornemens met zich meebrengen, waarmee ze het onzekere gevoel dat verandering met zich meebrengt wat weten te bezweren.

Verandering is niet eenvoudig, zoveel is duidelijk.
Maar er zit natuurlijk een groot verschil tussen de verandering die de geboorte van een gewenst kind of het zelf kiezen te stoppen met een gewoonte die bewezen slecht is voor je gezondheid met zich meebrengt en de verpletterende veranderingen die je worden opgedrongen wanneer je een traumatische gebeurtenis doormaakt. De confrontatie met de (gevoelsmatig of werkelijk) levensbedreigende aard van zo’n gebeurtenis, het ervaren van een sterk gebrek aan eigen regie en de ingrijpende gevolgen van dit alles, worden tot een ingewikkelde kluwen, waardoor het voor sommige slachtoffers, ondanks hun leed en ondanks de moeilijkheden die ze in het dagelijks leven ervaren, doodeng kan zijn om (weer) te veranderen. Het onzekere van de nieuwe mogelijke omstandigheden kan hen op zichzelf al herinneren aan de doodsangst van tijdens de traumatische gebeurtenis. Onder andere hierom kan het heel moeilijk zijn om hulp te zoeken.
Daarnaast weten ze dat wat ze tot nu toe hebben gedaan ervoor gezorgd heeft dat ze nog niet dood zijn gegaan. Iets anders, iets nieuws, doet dat misschien wel. Het is dit mechanisme dat bijvoorbeeld ook in werking treedt in de vrouw die als kind misbruikt is en later opnieuw slachtoffer wordt van seksueel geweld en door deze herhaling zo overweldigd wordt door doodsangst dat ze maar besluit mee te werken, want het oude primitieve deel van haar hersenen dat verantwoordelijk is voor overleving, vertelt haar dat wat vroeger werkte, ook nu haar beste kans is om er zo min mogelijk gehavend uit te komen.

Processen als deze spelen zich niet alleen na, maar ook tijdens de traumatische gebeurtenis af. Je ziet het bijvoorbeeld terug in de vrouw die de vaardigheden die ze gedurende haar hele leven heeft geleerd om sociale conflicten op te lossen, gebruikt om anti-sociaal geweld, zoals bijvoorbeeld een verkrachting te de-escaleren. Door vriendelijk en beleefd te zijn, hoopt ze haar aanvaller op andere gedachten te brengen. Helaas is dit vaak precies het gedrag, alsmede de moeite om dit overboord te gooien wanneer het niet blijkt te werken, waar een dader gebruik van maakt, met alle gevolgen van dien.

Op Youtube staat een video van een Amerikaanse politieagent die een gewapende verdachte onder schot hield. Zoals altijd in zulke gevallen, riep hij: “Laat je wapen vallen, laat je wapen vallen!” De verdachte was echter niet van plan om zijn wapen te laten zakken, waardoor de agent zich realiseerde dat dit wel eens verkeerd af zou kunnen lopen. In zijn steeds toenemende angst bleef hij tegen de verdachte roepen dat deze het wapen moest laten vallen, iets dat eerder altijd gewerkt had. De verdachte richtte zijn wapen op de agent. De agent riep nogmaals, luider, sneller, paniekeriger dat hij zijn wapen moest laten vallen. De verdachte gaf er alle schijn van te gaan schieten. De agent bleef bevroren in zijn gedragsspiraal en riep wederom dat de verdachte zijn wapen moest laten vallen. Op de video die opgenomen is met de dashboardcamera van zijn auto, zie je vervolgens hoe de verdachte de agent neerschiet.
Het primitieve deel van zijn hersenen dat hem gijzelde in angst en weerhield om iets aan de situatie te veranderen, omdat dat in eerdere vergelijkbare gevaarlijke situaties altijd werkte, werd hem fataal. Het zou veel gescheeld hebben als hij wat had kunnen veranderen toen dat nodig was.

Soms schrijf ik in mijn blogs over “bang zijn en het toch doen”. Er zijn dan altijd mensen die over me heen vallen en roepen hoe eng dat is en dat ik het niet begrijp, maar heus, dat doe ik wel. Ik weet hoe het is om doodsbang te zijn. Ik weet hoe verlammend angst kan werken. Ik weet hoe moeilijk het kan zijn om dingen te doen die eng zijn. Hoe onveilig het kan voelen om dingen te veranderen, die niet ideaal zijn, maar misschien wel gezorgd hebben dat je er nog bent. Ik weet dat allemaal, maar ik weet ook hoe belangrijk het is om bang te zijn en toch te doen. Ik wil niet zijn zoals die agent. Niet omdat het me erg lijkt om op die manier dood te gaan, maar vooral omdat het me vreselijk lijkt om uit angst voor verandering nooit echt te leven.

Het is belangrijk om dingen te veranderen wanneer je ontevreden bent over (delen van) je leven, gewoontes, situaties. Het is belangrijk om de tijd die je hebt, de minuten die je nooit meer op een andere manier terugkrijgt, te gebruiken om het leven te leiden dat je ten volste wilt leiden. Jij bent de enige die jezelf kan geven wat je nodig hebt.

En ik vind, juist als je al zulke verschrikkelijke dingen mee hebt moeten maken, juist als je terecht zo bang hebt moeten zijn, dat je het verdient om een leven te leiden waarin je je niet laat weerhouden door je angsten. Angst is een datapunt.

Met dit allemaal in mijn achterhoofd, deed ik een maand geleden iets heel bijzonders. Iets (voor mij) levensveranderends. Ondanks ziekte, ondanks dat ik al 10 maanden niet getraind had, ondanks een gebrek aan ervaring, ondanks dat het ver weg was en ondanks dat ik onzeker was over of ik het wel het recht had om daar te zijn tussen allerlei getalenteerde zwaargewichten en juist zeker over het feit dat het heel confronterend en ingrijpend zou worden, heb ik een weekend intensief getraind met Rory Miller, mijn grootste inspiratiebron, in een karatedojo in een klein dorpje in Denemarken.

Wat valt hier nog veel over te schrijven (wat ik vast nog ga doen), maar voor nu volstaat het dat het het mooiste, meest bijzondere weekend van mijn leven was.

Het heeft me wezenlijk veranderd.
En wat ben ik daar dankbaar voor.

 

 

Ik ook [#MeToo]

Als ik denk aan het liefste dat iemand tegen me zei, dan is dat “Jij hebt nog veel liefkozingen tegoed”.
Hij zei het op een liefdevolle, maar heel terloopse, vanzelfsprekende manier; De woorden verdwenen bijna een beetje in de warmte en veilige omhulling van de omhelzing die erbij hoorde, maar toch raakten ze me, zetten ze zich ergens in me vast. Ik denk omdat ik wist dat het waar was.

Ik weet dat het nog steeds waar is. Ik heb nog veel liefkozingen tegoed.
Voor iedere fijne omhelzing, voor iedere prettige aanraking kan ik er wel tien noemen die dat niet waren.
Ik ben in mijn leven door veel dwingende handen aangeraakt. Ik ben gekwetst, misbruikt en geobjectiveerd. Ik ben nageroepen en nagefloten op straat en in mijn billen geknepen of erop getikt in de kroeg. Ik ben tegen mijn zin op schoot en tegen mannenlijven aangetrokken door mannen die dit allemaal maar grappig vonden of anderen bij zich hadden die klaarstonden om het slechts ‘een geintje’ te noemen. Soms waren die anderen hun vrienden, soms waren het mensen waarvan ik dacht dat het mijn vrienden waren. Soms zelfs waren degenen die me zeiden dat het allemaal wel meeviel, dat ik er niet zo zwaar aan moest tillen of niet zo moest overdrijven, mensen van wie ik werkelijk op aan dacht te kunnen, familie bijvoorbeeld.

Ik heb veel grensoverschrijdingen meegemaakt.
Bij de eerste die ik me kan herinneren was ik slechts vier. Tijdens de meest ingrijpende situatie was ik een jaar of zes, zeven. Als kind ben ik jarenlang misbruikt. Toen ik veertien was heeft mijn dader mij en een vriend in een hinderlaag laten lopen en heeft me daar, in het bijzijn van zijn vrienden, al die getuigen, bedreigd en onthuld wat hij me aan heeft gedaan. (Niemand beschermde mij op dat moment. Niemand van hen deed later aangifte. Het blijft onbegrijpelijk). Een jaar later werd ik in het bijzijn van dezelfde vriend en nog een ander, aangerand op een feestje. Wij sloegen allemaal dicht, gelukkig greep een vriend van de aanrander in. Vijftien was ik toen en het zou niet het laatste zijn wat mij overkwam.

Ik weet dat er dingen zijn die ik heb meegemaakt, maar ben vergeten omdat ze niet zo’n indruk op me hebben gemaakt, conform wat de omgeving me daar graag over wilde laten geloven, of wellicht omdat ze in het niet vielen bij andere, veel ergere dingen.
Een maand geleden nog werd ik onderweg naar fysiotherapie, aangesproken door een man die voor het huis zat waar ik langsliep. Het was een warme dag. Ik knoopte mijn jas open. “Dat zou ik maar niet doen als ik jou was. Je maakt me heel opgewonden als je dat doet. Je wilt toch niet dat ik naar beneden kom?” Hevig overvallen en geschrokken stond ik de man die met zijn gedrag alle recht daarop al verspeeld had, beleefd te woord, versnelde mijn pas en knoopte vlug mijn jas weer dicht, alsof ik dacht op die manier invloed uit te kunnen oefenen op het gedrag dat me zo’n angst had aangejaagd. Dat zit me dwars. De vanzelfsprekendheid waarmee ik direct, als eerste reactie, de schuld voor de hele situatie op me nam zit me dwars. En het feit dat ik nu, erna, de ‘luxe’ heb om me over zulke ‘kleine’ grensoverschrijdingen druk te maken, omdat de laatste verkrachting, het laatste echte trauma dat ik opliep al een verwaarloosbare tijd geleden is, zit me ook dwars. Ik weet dat er veel mensen zijn die hun mond houden over ‘kleine’ vergrijpen, omdat het ze al niet lukt om te praten over de grotere. En dat begrijp ik goed.

Het is moeilijk om te praten over seksueel geweld. Mensen horen zulke dingen niet graag. Op mijn blog, schrijf ik normaliter altijd met een positieve invalshoek. Het gaat er dan minder om wat je is overkomen als om wat je van je leven kunt maken. De focus ligt op vooruitgang en niet op stilstand.
Maar niet hier, niet in dit bericht. Juist hier wil ik wel even bewust stilstaan. Het past niet om de ernst van het probleem te ontkennen en op deze manier schrijven heeft ook nog een andere functie, want zeg eens eerlijk: Dacht jij niet toen je dit net allemaal las, dat als iemand zo vaak zulke grensoverschrijdingen meemaakt, dat vast wel aan haar moest liggen? Was er niet een klein stemmetje in jouw hoofd dat je dingen toefluisterde over mijn mogelijke aandeel?
Heb jij je niet net afgevraagd of er dingen waren die ik anders had kunnen doen of ze zelfs ook bedacht? Vond je het dichtslaan (tonic immobility) dat ik beschreef stom of dacht je op de een of andere manier dat ik daar bewust iets aan had kunnen veranderen? Vroeg je je af wat ik voor kleding droeg onder de jas die ik openknoopte? Vind je dat ik de verkeerde vrienden koos?
Of dacht je misschien dat het zoveel is wat ik hierboven beschreef dat het allemaal of ten dele niet waar moet zijn?

Ja.

Het is zo vreselijk moeilijk om te praten over seksueel geweld.
Hoe vertel je iets dat je keel dichtknijpt, dat je aantast in je identiteit, in je gevoel van veiligheid en eigenwaarde, iets dat jou overkwam omdat een ander besloten heeft jou dat aan te doen, aan mensen die dat niet kunnen horen en niet willen zien?

Ik ook. #MeToo.
Zoveel, zo vaak.

Door iets te ontkennen, zorgen we niet dat iets niet meer gebeurt. In tegendeel.
Laten we dapper zijn. Laten we erkennen.
Want
Zoveel. Zo vaak.

En vooral
Zo nodig.

 

 

 

Carpe Diem

Vandaag sprak ik met een vriendin. Ze vroeg me: “Hoe kan jij, na alles wat je hebt meegemaakt, met hoe moeilijk het nog soms is, vaak zo ontzettend gelukkig lijken?”
Ik wilde al antwoorden toen ze eraan toevoegde: “Wat heb jij nou nog voor redenen om zo gelukkig te zijn?” Ik besloot eerst uitdrukkelijk met “Zeg, Hal-lo!” te reageren en daar een pijnlijke stilte op te laten volgen; Dat was stiekem best leuk.
Daarna vertelde ik haar over de redenen, de vele kleine redenen, die overal zijn, altijd. Soms heel goed verstopt, soms dansend voor je neus. Redenen die je, wat ze ook zijn, waar ze ook zijn, hoe hard je ze ook moet zoeken, altijd moet willen zien om ze te kunnen omarmen. Om gelukkig te kunnen zijn, hoef je je alleen maar over te durven geven aan de mogelijkheden van het nu. Hoe je je morgen voelt, wat morgen biedt, dat zie je dan wel weer.

Weer een zijspoortje

Ik mis het om langere artikelen te schrijven; Artikelen die zinvol zijn en nut hebben en voor mensen van betekenis kunnen zijn. Ik mis het heel erg en ik vind het vervelend en ik ben er af en toe zelfs behoorlijk gefrustreerd over, maar helaas lukt het ouderwets bloggen op dit moment nog niet zo goed. Mijn energie is te beperkt.
Wat wel fijn is, is dat ik, in tegenstelling tot de maanden hiervoor, de laatste tijd wel weer iets weet te schrijven; wat kort proza bijvoorbeeld of een kleine beschouwing. Het is heel anders dan het soort teksten dat jullie hier gewend zijn te zien, maar voor mij betekent het veel. Bovendien is het schrijven an sich, wanneer het me lukt, erg bevredigend.
Wat ik de laatste tijd ook een aantal keer gedaan heb is oudere teksten van mij bewerken tot een andere format. Dat deed ik bijvoorbeeld met de blog “Kijk eens wat ik kan”, die ik in bewerkte versie inzond als lezerscolumn voor Metro. Er is niet voldoende op gestemd en het heeft de papieren versie van de krant niet weten te halen, maar voor mij was het fijn om op die manier met een soort ‘schrijven-light’ bezig te zijn.

Afgelopen weekend heb ik eigenlijk hetzelfde gedaan door een van mijn meest gelezen blogs; “Mijn oudste vriend”, wederom te bewerken tot een mogelijke lezerscolumn. Dat was nog best een opgave, want de blog had veel meer woorden dan zijn toegestaan voor zo’n column en in mijn optiek was er weinig ruis om weg te kunnen filteren. Toch heb ik het idee dat het nieuwe artikel nog steeds goed de essentie van de oorspronkelijke tekst weet over te brengen, waar ik dan weer best tevreden over ben. Daarnaast zie ik deze bewerking als een mooie kans om het stigma dat hangt rondom angst, trauma en mentale problematiek wat onderuit te schoffelen.

Als je benieuwd bent hoe het is geworden, kun je het hier lezen: https://www.metronieuws.nl/lezerscolumn/m-susebeek/mens-maatschappij/2017/07/mijn-oudste-vriend
Verder is het ook hierbij mogelijk om te stemmen voor plaatsing in de papieren versie van Metro. Stemmen kan  met de stemknop onder de column via lap- en desktop of via de desktopmodus van je smartphone of tablet. Je kunt inloggen met multimedia-accounts, zoals Facebook.
Als je niet stemt, vind ik je nog steeds even leuk en vooral zie ik je dolgraag (blijven) terugkeren hier op mijn blog, waar ik hoop binnenkort weer op een meer passende en zinvolle manier van me te laten horen.

Mocht je het in de tussentijd interessant vinden om eens wat andere tekstjes van mij te lezen, wat proza, wat krabbels, wat pogingen om mezelf te prikkelen en mijn aandacht te richten, dan hoor ik dat ook graag. Wellicht plaats ik hier dan eens wat kleins.

Fijne dag lieve allemaal en tot spoedig!