‘Mijn buik is boos’

wpid-picsart_1442093027411.jpgOm te beginnen met een ‘kleine’ anekdote:

Toen ik in groep 6 zat, had ik een fijne meester. Hij was soms wat streng, maar hij was een prima leraar. Hij gaf goed les, kon interessant vertellen en wist op de een of andere manier altijd in te schatten wat een leerling nodig had, of dat nou qua bijles was of iets anders. Zo bracht hij voor mij, omdat ik altijd als een van de laatsten klaar was met mijn taak en vervolgens zelden fouten had, leesboeken mee; Moeilijke boeken, anders dan de boeken van de school-bibliobus die ik al vrij vroeg in het schooljaar allemaal uitgelezen had. Een geweldige inschatting van hem: Daarna was ik altijd als een van de eersten klaar met mijn taak, met nog steeds zelden een fout, maar had ik aanzienlijk meer plezier in het schoolse.

Natuurlijk werd dit klassieke voorbeeld van een goede leraar ook weleens boos en wanneer dat gebeurde, kon je je maar beter verstoppen, want dan leek hij opeens wel twee meter lang te worden en bulderde zijn stem alsof die helemaal vanuit zijn tenen kwam.

Op een dag was het zover: Hij was ontzettend bulderend boos. Op mij. De aanleiding kan ik me niet meer herinneren, maar hoe ik me voelde weet ik nog precies: Ik was alleen maar heel bibberend bang.

9 jaar was ik. Het was een jaar nadat het misbruik gestopt was. Het was een periode van schijnveiligheid en schijnvrede. Ik denk dat ik toentertijd zelfs dacht dat ik gelukkig was.

En toen was meester boos. En ik was bang. Ontzettend bang. Voor mij betekende boosheid geweld, straf en pijn. Ik zag de boosheid in zijn ogen knetteren en ik wendde mijn blik af omdat ik niet wilde zien wat hij met me zou gaan doen, want dat hij iets zou gaan doen, stond voor mij vast.

Nu keek ik naar zijn broek, een spijkerbroek. Mijn ogen keken steeds opnieuw naar zijn kruis en ik wachtte af. Ik wist hoe het verder zou gaan. Ik was bang en probeerde om geluidloos te ademen om hem niet nog bozer te maken. Ik ging me extreem aangepast gedragen en zei ja en amen op alles wat hij zei. Ik wilde alles wel doen uit angst voor de straf die ik dacht dat onafwendbaar boven mijn hoofd hing.

De straf kwam niet.
Nòg niet, dacht ik.

Meester kalmeerde en ging verder met lesgeven, maar ik wist dat het maar schijn was. De knoop in mijn buik trok strak, steeds strakker. Ik wist dat het van uitstel erger zou worden. Mijn handen trilden zo erg dat ik ze onder de tafel onder mijn benen verstopte als ik niet hoefde te schrijven. De tijd kroop voorbij.

En toen ging de bel voor het speelkwartier.
En ik?
Ik liep weg.

De vrijheid was natuurlijk van korte duur:
Mijn moeder haalde me op bij het bedrijf van mijn vader en nam me mee terug naar school. We gingen op gesprek met de meester: Waarom was ik nou weggelopen van school?

Ik vertelde dat ik bang was geworden omdat meester zo boos was geworden. Hij wilde weten waarom ik daar zo van geschrokken was en hij vond het heel erg. Ik stamelde wat en haalde mijn schouders op. Zijn ogen waren warm en bezorgd, maar ik wist niet hoe ik het moest vertellen. En trouwens: Hij wilde me misschien nu geen pijn doen, maar hij bleef een man met een wapen in zijn broek en stel dat ik hem dan tòch nog op ideeën zou brengen…

De bovenstaande, toch niet zo kleine, anekdote, beschrijft precies wat heel lang mijn realiteit is geweest.

Boosheid was gevaarlijk. Boosheid was iets dat tegen elke prijs voorkomen moest worden en niet alleen bij anderen, maar ook bij mezelf. Boosheid van mij leidde ook altijd tot straf, tot afwijzing en tot pijn. Het maakte alles erger.
En later, toen ik in therapie met mijn emoties aan de slag ging, was ik bang om mijn boosheid te gaan voelen, omdat ik wist hoe ernstig ik beschadigd was. Als ik mijn greep op boosheid los zou laten, zouden de gevolgen niet te overzien zijn, dacht ik. “En ach, zo erg is het allemaal niet!”

Maar dat was het wel. Het was erg. Het was heel erg. En ik mag boos zijn, heel boos. Het had nooit mogen gebeuren. Dus oefen ik met die emotie en dat is heel belangrijk.

Gezonde boosheid zorgt er namelijk voor dat je grenzen kunt stellen en deze ook kunt bewaken. Boosheid draagt dus actief bij aan je veiligheid in het nu. Daarnaast helpt het je om spanningen te ventileren en te communiceren. Als je opgelopen boosheid kunt omzetten in energie, kan het je mogelijk maken de regie te nemen over een situatie of over je leven. Het zorgt ervoor dat je iets kunt bereiken, presteren of bestrijden; Boosheid zorgt dat je voor jezelf op kunt komen. En los van hoe belangrijk dit is voor wat je nodig hebt, geef je jezelf daarmee ook de boodschap dat je jezelf serieus neemt en dat is goed voor je gevoel van eigenwaarde.

Hierboven zeg ik bewust gezonde boosheid, omdat mensen met een trauma vaak ofwel te weinig (of geen) boosheid voelen of te veel en te frequent. Dit laatste is ook niet goed omdat het kan leiden tot excessen waarbij je jezelf en anderen onnodig kwetst en voorbij schiet aan het doel van gezonde grenzen of het kenbaar maken en oplossen van een conflict. Bovendien zijn gevoelens van extreme boosheid moeilijk te verdragen en zorgen ze voor een gevoel van onzekerheid en onvervuldheid.

Wat helpt om te herkennen of je boosheid gezond is (of of het gezond is om boosheid te voelen in een situatie) is om jezelf de vraag te stellen: “Heeft een ander mij willens en wetens en onnodig gekwetst?” Als dat zo is weet je dat je boosheid terecht is (of dat het terecht is om überhaupt boosheid te voelen).

Een andere vraag die je jezelf kunt stellen is: “Helpt mijn boosheid me in deze situatie?” Alleen maar boosheid genereren over een situatie die je toch niet kunt veranderen is verspilde energie. Je kunt je beter richten op verbetering voor de toekomst.

Tot slot: “Heeft de ander in de gaten dat ik boos ben? Hoe laat ik dat merken?” Dit laatste is vooral belangrijk als je niet goed bent in het uiten van je boosheid.

Soms zit daar nog een stapje voor, zoals bij mij: “Hoe laat ik mezelf merken dat ik boos ben?”
Ik heb geleerd dat mijn lichaam me vertelt wanneer ik boos ben. Ik bal mijn vuisten en ik voel een soort ballon in mijn buik. Mijn spieren spannen zich aan. Het is alsof mijn lichaam wil vechten: Een grens. Een ‘Nee! Dit is niet oké’.

Vandaag in therapie hoorde ik mezelf tegen mijn therapeute zeggen dat mijn buik boos is. Ik herken dat nu.
Tegen mezelf voegde ik er aan toe dat dat mag.

Ik mag boos zijn.
En er gaat niets gebeuren.

En weet je waarom niet?

Omdat ik dat niet wil!

Advertenties

Een gedachte over “‘Mijn buik is boos’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s