Aangeleerde hulpeloosheid, een introductie

Het is alleen al interessant te noemen, hoe ik steeds als ik er voor ga zitten om deze blog over aangeleerde hulpeloosheid te schrijven, verzand in iets liefs, iets zachts.

Een boodschap over compassie. (Of twee dus. Als je kijkt naar mijn meest recente blogs)

Terwijl ik me daar over verwonderde, reageerde iemand dat dit gegeven eigenlijk alles al zegt. En dat klopt:

Om in beweging te willen komen voor jezelf, heb je veel zelfcompassie nodig. Ik verdien beter dan dit.
Of in een eerder stadium, wanneer je dit misschien nog niet op deze manier kunt voelen: Ik wil dit niet meer.

Heel goed dus en de eerste en moeilijkste stap op weg naar het doorbreken van aangeleerde hulpeloosheid, maar eh wat is dat nou eigenlijk?

De theorie van de aangeleerde hulpeloosheid
Om even heel klinisch te spreken: In de psychologie zeggen we (in dit geval Mary Beth Williams en Soilli Poijula) dat aangeleerde hulpeloosheid ‘een staat van zijn is die, in meer of mindere mate, wordt waargenomen bij mensen met een klinische depressie of andere psychische problematiek, wanneer er in het verleden herhaaldelijk en langdurig sprake is geweest van een patroon van gebrek aan controle over de uitkomst van een situatie.’

Oftewel: Een mens of dier heeft geleerd zich hulpeloos te gaan gedragen, niet in staat te reageren op een manier die helpt om vervelende situaties te vermijden of productieve keuzes te maken, ondanks dat daar wel mogelijkheden voor zijn.

Ai.

In 1967 deed de universiteit van Pennsylvania een experiment waarbij een dier herhaaldelijk werd gepijnigd met een negatieve stimulus waaraan het niet kon ontsnappen (en nee dat zou nu niet meer door de ethische commissie komen). Uiteindelijk stopte het dier met het proberen om de pijn te vermijden en ging het zich gedragen alsof het volkomen hulpeloos was en was overgeleverd aan de situatie.

Toen er uiteindelijk ontsnappingsmogelijkheden geboden werden, zorgde de geconditioneerde staat van aangeleerde hulpeloosheid ervoor dat het dier geen enkele poging deed om gebruik te maken van deze mogelijkheden.

Het enige copingmechanisme wat het dier nog gebruikte was een stoïcijnse, haast apathische staat van overgave, waarbij het zich uitleverde aan alle ongemak en geen enkele energie meer besteedde aan het bevechten van de aanwezigheid van de negatieve stimulus.

Persoonlijk word ik hier altijd een beetje misselijk van, omdat dit iets is wat ik ook zelf heb ondervonden.
Het werkte precies zoals in het experiment: Verzet had geen zin. Nooit. Ik was te klein, te zwak, te ongezien. Er was geen hoop en er waren geen mogelijkheden. En op een dag is daar het breekpunt: ‘Het heeft geen zin. Als ik mijn ogen dichtdoe, mijn adem inhoud, meewerk, is het sneller voorbij’
En ironisch genoeg, bleek dat vaak ook nog werkelijk zo te zijn.

Slachtoffers van geweld, met name slachtoffers van geweld (in welke vorm dan ook) in hun kindertijd, ontwikkelen vaak aangeleerde hulpeloosheid. Ze kunnen zichzelf op geen enkele manier beschermen tegen wat hen overkomt, omdat ze machteloos zijn en als een volwassene ze niet uit de situatie bevrijdt, zal het kind gevangen blijven. Ook later nog, wanneer het geweld allang voorbij is en het kind volwassen is.

Bloom, een ontwikkelingspsycholoog, stelt dat mensen beginnen met een normaal potentieel om te groeien. We beginnen ons leven allemaal met het potentieel om een gezond, gelukkig mens te zijn, binnen de grenzen van bepaalde genetische en lichamelijke beperkingen. Echter als iemand vroeg in zijn leven een intermenselijk (dat wat iemand een ander aandoet) trauma oploopt, beïnvloeden de effecten van dat trauma al gauw de fysieke, psychische, sociale en morele ontwikkeling van die persoon. Als iemand herhaaldelijk getraumatiseerd wordt, is het mogelijk dat hij of zij zichzelf een staat van aangeleerde hulpeloosheid aanleert, om om te kunnen gaan met beschadigende situaties. Vaak geweld of misbruik. Hij of zij heeft geleerd dat het zinloos was om te proberen om zich aan de situatie te onttrekken. Als het in een later stadium eventueel wel mogelijk is om te ontsnappen, kan het dat er geen poging meer wordt ondernomen. Verder kan het zo zijn dat zo’n persoon van de ene geweldrelatie in de andere belandt, want er is geen zicht op, of geloof in, beter.

Blootstelling aan herhaald, intermenselijk trauma, kan ervoor zorgen dat iemand niet in staat is zich op een normale manier aan anderen te hechten.
De mogelijkheid om je eigen emotionele toestand te bepalen en reguleren, verbinding met je lijf te kunnen en mogen voelen en maken en de manier waarop je omgaat met externe stressfactoren, helpt je definiëren wie je bent.

Als iemand slachtoffer is van herhaald intermenselijk trauma, kan het zijn dat iemand geen duidelijk zelfgevoel heeft, het moeilijk vindt te voelen waar hij/zij eindigt en de ander begint (problemen met begrenzen), last heeft van een verstoorde lichaamsbeleving en moeite heeft met impulscontrole. Ook heeft iemand vaak moeite met vertrouwen en het loslaten van, of juist voelen van controle (m.n. in sociale situaties).

Zonder gezonde relaties, zelfvertrouwen en de mogelijkheid om emoties te kunnen voelen, herkennen en reguleren, is het ongelooflijk moeilijk om aangeleerde hulpeloosheid te doorbreken. Dit weerhoudt iemand er vervolgens van om nieuwe gezonde (tegen)ervaringen op te doen en om uitgedaagd te worden op het gebied van deze beschadigende opvattingen.

Aangeleerde hulpeloosheid houdt zichzelf in stand.

Soms zijn mensen alleen in staat, om zich te hechten op een manier die bekend staat als ‘traumatische hechting’ (een diepe verbinding voelen met mensen die je mishandelen). Hierdoor blijft iemand zichzelf onbewust bevestigen. ‘Zie je wel, iedereen is zo’ of ‘Zie je wel dat ik dit gewoon verdien’  ‘Er is niets wat ik kan doen. Dit is het gewoon’ ‘Het zal altijd zo gaan’
Als gevolg wordt de aangeleerde hulpeloosheid een nog meer ingesleten patroon, dat keer op keer wordt bekrachtigd en met iedere volgende (en bevestigende) slechte ervaring lastiger wordt om te doorbreken.

Maar: Doorbreken kan wel!

Het afleren van een patroon van aangeleerde hulpeloosheid, is een proces dat veel tijd kost en meer woorden verdient dan ik in deze blogpost kan schrijven (ik voorzie weer een deel twee, misschien zelfs weer een drieluik).

Behalve dat zoiets dus veel tijd kost, is het opdoen van positieve tegenervaringen ook essentieel en verder raad ik hierbij ook professionele hulp aan: Het is een ontzettend lastig mechanisme om jezelf aan te ontworstelen (hoewel je natuurlijk wel uiteindelijk degene bent die het ‘moet’ gaan doen). Ondersteuning is hierbij nodig en wenselijk.

Het ‘ontleren’ van aangeleerde hulpeloosheid, vraagt behalve veel tijd ook veel stappen: Van het opbouwen van je zelfvertrouwen en je gevoel van eigenwaarde tot leren jezelf niet te isoleren van (gezonde) anderen, het leren voelen herkennen en reguleren van emoties en het leren voelen en aangeven van je behoeftes en grenzen.
Vaak betekent het dat iemand de greep moet verbreken die de misbruiker nog steeds over zijn of haar leven heeft.

Een goede manier om te beginnen is om te leren hoe je emoties moet voelen en herkennen (en vervolgens om ze uit te drukken, erbij te blijven, ze te verdragen en er op een gezonde manier mee om te gaan. Zoals ik al zei, ‘Ik wil dit niet meer’, is een prima plek om te beginnen.

En het is het waard om te beginnen, echt.

Ik weet dat het loslaten van aangeleerde hulpeloosheid een ingewikkeld, zwaar, emotioneel en tijdrovend proces is. Ik kan het niet mooier maken dan het is. Maar wat ik wel kan zeggen, ook kan zeggen, is dat het dat echt allemaal waard is. Dat jij dat allemaal waard bent.

Je bent het beste wat je hebt.

Je verdient je eigen onvoorwaardelijke liefde (en je krijgt ook een beetje van die van mij), zodat je kunt helen, gelukkig kunt zijn, kunt rouwen om de verloren tijd en de momenten dat je hulpeloos was, wetend dat je een toekomst tegemoet gaat waarin je je niet meer zo hoeft te voelen. Zult voelen. Omdat je nu wel in staat bent om jezelf te beschermen. Omdat je nu wel de regie hebt. Omdat je nu mag kiezen.

 

 

 

Advertenties

11 gedachtes over “Aangeleerde hulpeloosheid, een introductie

  1. ik zit hem te lezen en schrik wel een beetje heb zelf ook in die schema’s gezeten dat ik niets meer wou en niets meer kon alleen maar in me bed liggen niemand deed er wat om me heen omdat ze gewoon niet wisten hoe ze het moesten doen. ik heb zelf 5 zelfmoord pogingen gedaan en bij de 5 poging zei de psychiater pas lijkt me wijs om je op te nemen ik ben opgenomen geweest voor 1 jaar en 2 maanden en heb daar het breekpunt gekregen dat ik zei ik ga er weer voor en ik wil weer leven en sta er nu nog wel steeds achter maar merk wel gewoon dat het allemaal veel moeilijker is dan ooit iemand kan denken want ja ik heb nu therapie die op mijn klachten aansluit en iedere keer als ik een sessie gehad heb dan ga ik weer opnieuw door die hel heen en ik heb zoiets je moet er wel heel erg veel kracht en doorzettings vermogen voor hebben om jezelf weer staande te kunnen houden er is niemand die het voor je doet ze kunnen je alleen een beetje begrijpen en steunen maar je moet het toch ook echt zelf doen

    Like

    1. Ja, je moet het echt zelf doen. En dat is ongelooflijk zwaar. Dat was het voor mij ook. Maar ik kan je wel beloven dat het op den duur steeds een beetje makkelijker zal worden.

      Je hebt het ergste al overleefd, het onmogelijke al doorstaan. Dit kan je ook.

      Ik wens je heel veel sterkte en ook heel veel zachtheid!

      Like

      1. nou dat weet ik nog niet zo net maar neem een kijkje op mijn blog zou ik zeggen staan ook wel leuke dingen op

        Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s