Een les in doseren

Voor veel slachtoffers van seksueel geweld, met name in de jeugd, zijn gezonde grenzen niet vanzelfsprekend. Ook kinderen die zijn opgegroeid in een opvoedingsklimaat waarin hun behoeften ondergeschikt werden gemaakt aan dat van de andere gezinsleden, worstelen hier vaak mee.

Je ziet dan vaak dat grenzen ofwel te open (de allemansvriend) zijn of te gesloten (contactvermijdend en overgevoelig). Wanneer mensen het moeilijk vinden om grenzen in zichzelf te voelen, proberen ze dit soms op te lossen door te spiegelen wat ze in hun omgeving zien. Dit kan een goede manier zijn om te oefenen, maar er schuilt ook veel risico in omdat een omgeving nog steeds of wederom onveilig kan zijn; Immers als je zelf niet geleerd hebt wat gezond is, langs welke lat leg je de mensen dan die je in je leven laat?

Gezonde grenzen leren voelen en stellen is erg belangrijk. Grenzen bepalen in belangrijke mate je veiligheid, zowel innerlijk als in relatie tot anderen. Daarnaast bepalen ze ook je vrijheid.

Ik schreef al eerder een blog over het leren stellen van gezonde grenzen.

Vandaag wil ik schrijven over een onderwerp dat hier nauw mee samenhangt, namelijk doseren. Ook dit is een vorm van begrenzen. Het gaat om de vraag wanneer iets genoeg is. En ook over hoe je zorg gaat dragen dat het niet teveel wordt.

Dat klinkt eenvoudiger dan het is, hoewel ik daarin misschien wat bevooroordeeld ben omdat ik het van tijd tot tijd zelf namelijk nog best lastig vind.

Als je bent opgegroeid in een situatie waarin jouw ‘genoeg’ geen grens bleek voor een ander of wanneer het aangeven van ‘genoeg’ juist leidde tot uitbuiting van die kwetsbaarheid, straf en/of geweld, heb je waarschijnlijk geleerd dat het aangeven van een grens niet succesvol is. Erger nog: Vaak leren zulke kinderen dat het oprekken van hun eigen definitie van genoeg of het niet meer voelen van ‘genoeg’ het enige is dat erger lijden voorkomt.

In de volwassenheid zetten zulke patronen zich, als ze niet worden uitgedaagd, voort. Het gevolg is dat dingen, zonder dat gezonde anderen die perspectief zouden kunnen bieden, het in de gaten hebben, vaak allang teveel zijn voordat duidelijk blijkt dat ze dat zijn. Dit zie je bijvoorbeeld terug in die collega op je werk die alles altijd aanpakt en tot in de puntjes afrondt tot hij ‘opeens’ burnout thuis komt te zitten, maar ook in de te fanatieke sporter die altijd blessures heeft.

Of en hoe je doseert hangt af van je persoonlijkheid en je levenservaringen, maar ik ben van mening dat het, net als het meeste gedrag overigens, leerbaar is.

Voor mij is goed kunnen doseren lang behoorlijk problematisch geweest. De twee voorbeelden hierboven? Allebei op mij van toepassing. Ik voelde mijn lijf niet goed en ik had geen gezonde definitie van genoeg.  ‘Teveel’ kwam in mijn woordenboek eigenlijk helemaal niet voor. Het was een tijdlang zo erg dat het, hoewel een dergelijk mankement vaak redelijk onzichtbaar (totdat het implodeert natuurlijk) blijft, anderen ook opviel. Vaak wist ik het nog weg te wuiven met ‘Ach, ik ben gewoon een beetje perfectionistisch. -Niets aan de hand’, maar gelukkig heb ik mensen om me heen die daar, nog eigenwijzer dan ik (en dwars door me heen kijkend), geen genoegen mee namen. En nemen.

Een van de voordelen van traumatherapie was dat ik mijn lijf en mijn grenzen beter leerde voelen. Ik leerde hoe waardevol ik ben en hoe belangrijk het is om me te omringen met mensen die dat ook zien. Die mij respecteren. En ook mijn grenzen. Voor wie ik niet alleen maar hoef te rennen. Voor wie ik goed genoeg ben.

Het is lastig om patronen te doorbreken. Ik doe erg mijn best en heb hier veel stappen in gemaakt, maar er blijven dingen te leren:

In de zomervakantie liep ik nog een behoorlijke schouderblessure op met Aikido. Ik voelde pas toen het trainen voorbij was hoeveel pijn het deed. Daarna heb ik geprobeerd om mijn schouder niet teveel te belasten. Dat lukte goed. Ook toen ik mijn schouder weer gewoon kon gebruiken en bewegen, bleef ik voorzichtig.

Wat ik dan weer niet deed was over de blessure vertellen bij de zelfverdedigingstraining die ik drie weken geleden had. Eigenlijk was ik best trots dat ik bij die training aandacht had gehouden voor de schouder. Ik wisselde bijvoorbeeld een keer van arm toen het niet zo fijn voelde. Toen ik na de training alsnog vertelde over de blessure was mijn leraar niet blij. Helemaal niet blij. Ik begreep dat eerst niet zo goed. Ik had toch opgelet? Ik had toch getraind met respect voor mijn blessure? Ik beloofde het de volgende keer te zeggen, maar dat was eigenlijk vooral omdat hij er niet blij mee was en niet vanuit eigen motivatie.

Toen ik er over nadacht, realiseerde ik me hoe onlogisch en tegennatuurlijk het nog voor me voelt om te zeggen dat ik pijn heb; dat ik kwetsbaar ben. Ik dacht na over momenten dat ik kwetsbaar was geweest en hoe anderen vervolgens profiteerden van die wetenschap. Ik dacht aan hoe ik vroeger gestraft werd als ik per ongeluk liet merken dat ik pijn had. Aan hoeveel erger het dan werd…Ik kon me eigenlijk concreet geen enkel moment herinneren dat ik het had aangegeven en dat er niets naars gebeurd was. Verdrietig en verhelderend:

Voelen wanneer mijn lijf auw zegt en er naar luisteren was inmiddels ok, maar het aangeven aan een ander (zeker in een setting waarin ik me al kwetsbaar voel) was dat nog niet. Helemaal niet.

Maar ik wil mijn leven vullen met positieve dingen, met tegengestelde ervaringen: Nieuwe, fijne, veilige ervaringen. Ik wil kunnen vertrouwen. Op de ander en vooral op mezelf; Dat ik me wel red en dat ik zal doen wat nodig is om mezelf te beschermen als de ander toch niet te vertrouwen blijkt. Dat dat nooit het einde van de wereld kan zijn omdat het niet opweegt tegen hoe waardevol ik mezelf vind.

Dat wil ik. En meer. Ik wil vooruit! Dus heb ik besloten het anders te gaan doen. Ik heb er over gepraat. Gezegd hoe het voor mij was en mijn excuses aangeboden. (Dit keer omdat ik het wel begreep).

Dit was niet perfect, maar dingen hoeven ook niet perfect te zijn. Gedrag ‘ontleren’ duurt lang.  Soms denk je het einde van de weg te zien, maar als je dan dichterbij komt blijkt het alleen een bocht te zijn.

Vrijdag was ik bij Aikido. Ik leerde daar iets moois. Het was een les over verdragen die voor mij een les over doseren werd.

We deden gewrichtsklemmen. Aikido heeft er veel. Het is een laag level van geweld om dingen van iemand gedaan te krijgen of in een positie te brengen die jou een voordeel oplevert. Je ziet ze bijvoorbeeld ook soms wanneer een  politieagent een verdachte boeit.

Het voordeel van een klem is dat de kans op verwondingen klein is en dat je in principe mensen kunt verplaatsen of tegen de grond kunt krijgen die sterker, groter en zwaarder zijn dan jij. Klemmen zijn handig maar beëindigen een gevecht niet, dus ik raad ze niet aan om jezelf te verdedigen, maar daar gaat dit niet over.

We deden dus een oefening in verdragen. Klemmen zijn niet prettig. Als ze goed worden toegepast kunnen ze behoorlijk pijnlijk zijn. De bedoeling van de oefening was om een klem te ondergaan, waarbij de druk werd opgevoerd en om dan de pijn te verdragen. In Aikido kloppen we af als een techniek te pijnlijk wordt, dan wordt direct losgelaten. Sensei zei dat we dit keer nadat we zouden afkloppen nog een tijdje dezelfde druk op de klem zouden blijven voelen, terwijl we onze focus naar buiten en weg van de pijn moesten richten; Een les in verdragen.  “In het leven gebeuren er ook soms vervelende dingen. Het doel van deze oefening is om te leren om onprettige dingen in de ogen te kijken, ze te verdragen (niet erin te berusten), je er niet door te laten verlammen en te kunnen blijven handelen”. Een heel waardevolle oefening denk ik zo.

Voor mij werkte het echter anders: Ik ben niet bang voor pijn.Toen de klem op mij werd toegepast, richtte ik mijn aandacht vrijwel meteen ergens anders op (dat is mijn manier van omgaan met zulke dingen). De druk werd opgevoerd en het was goed vol te houden. Tot het dat niet meer was. Toen mijn schouder zoveel pijn deed dat ik er niet meer langs kon ademen, klopte ik af. Ik was aan het einde van wat ik kon verdragen, maar we waren nog niet aan het einde van de oefening. De druk op mijn schouder bleef constant. Het voelde alsof ik hem zou breken. Ik probeerde mijn arm ontspannen te houden, maar dat was heel moeilijk. Het deed echt zeer. Ik heb mezelf vervloekt omdat ik te laat heb afgeklopt, omdat ik al voorbij ‘genoeg’ was en in ‘teveel’ was beland. Natuurlijk stopte het ook weer. En natuurlijk zou het eerder zijn gestopt zodra ik stop had gezegd*, maar dat wilde ik niet. Ik ben blij met deze les. Het was iets dat ik moest leren.

 

 

*Ik kan me voorstellen dat het misschien eng is om zoiets te lezen,  maar het was voor mij niet eng om te ondergaan. Pijnlijk? Dat wel. Eng niet. Ook toen ik in die klem lag voelde ik me volkomen veilig. 

Advertenties

2 gedachtes over “Een les in doseren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s