Ik ook [#MeToo]

Als ik denk aan het liefste dat iemand tegen me zei, dan is dat “Jij hebt nog veel liefkozingen tegoed”.
Hij zei het op een liefdevolle, maar heel terloopse, vanzelfsprekende manier; De woorden verdwenen bijna een beetje in de warmte en veilige omhulling van de omhelzing die erbij hoorde, maar toch raakten ze me, zetten ze zich ergens in me vast. Ik denk omdat ik wist dat het waar was.

Ik weet dat het nog steeds waar is. Ik heb nog veel liefkozingen tegoed.
Voor iedere fijne omhelzing, voor iedere prettige aanraking kan ik er wel tien noemen die dat niet waren.
Ik ben in mijn leven door veel dwingende handen aangeraakt. Ik ben gekwetst, misbruikt en geobjectiveerd. Ik ben nageroepen en nagefloten op straat en in mijn billen geknepen of erop getikt in de kroeg. Ik ben tegen mijn zin op schoot en tegen mannenlijven aangetrokken door mannen die dit allemaal maar grappig vonden of anderen bij zich hadden die klaarstonden om het slechts ‘een geintje’ te noemen. Soms waren die anderen hun vrienden, soms waren het mensen waarvan ik dacht dat het mijn vrienden waren. Soms zelfs waren degenen die me zeiden dat het allemaal wel meeviel, dat ik er niet zo zwaar aan moest tillen of niet zo moest overdrijven, mensen van wie ik werkelijk op aan dacht te kunnen, familie bijvoorbeeld.

Ik heb veel grensoverschrijdingen meegemaakt.
Bij de eerste die ik me kan herinneren was ik slechts vier. Tijdens de meest ingrijpende situatie was ik een jaar of zes, zeven. Als kind ben ik jarenlang misbruikt. Toen ik veertien was heeft mijn dader mij en een vriend in een hinderlaag laten lopen en heeft me daar, in het bijzijn van zijn vrienden, al die getuigen, bedreigd en onthuld wat hij me aan heeft gedaan. (Niemand beschermde mij op dat moment. Niemand van hen deed later aangifte. Het blijft onbegrijpelijk). Een jaar later werd ik in het bijzijn van dezelfde vriend en nog een ander, aangerand op een feestje. Wij sloegen allemaal dicht, gelukkig greep een vriend van de aanrander in. Vijftien was ik toen en het zou niet het laatste zijn wat mij overkwam.

Ik weet dat er dingen zijn die ik heb meegemaakt, maar ben vergeten omdat ze niet zo’n indruk op me hebben gemaakt, conform wat de omgeving me daar graag over wilde laten geloven, of wellicht omdat ze in het niet vielen bij andere, veel ergere dingen.
Een maand geleden nog werd ik onderweg naar fysiotherapie, aangesproken door een man die voor het huis zat waar ik langsliep. Het was een warme dag. Ik knoopte mijn jas open. “Dat zou ik maar niet doen als ik jou was. Je maakt me heel opgewonden als je dat doet. Je wilt toch niet dat ik naar beneden kom?” Hevig overvallen en geschrokken stond ik de man die met zijn gedrag alle recht daarop al verspeeld had, beleefd te woord, versnelde mijn pas en knoopte vlug mijn jas weer dicht, alsof ik dacht op die manier invloed uit te kunnen oefenen op het gedrag dat me zo’n angst had aangejaagd. Dat zit me dwars. De vanzelfsprekendheid waarmee ik direct, als eerste reactie, de schuld voor de hele situatie op me nam zit me dwars. En het feit dat ik nu, erna, de ‘luxe’ heb om me over zulke ‘kleine’ grensoverschrijdingen druk te maken, omdat de laatste verkrachting, het laatste echte trauma dat ik opliep al een verwaarloosbare tijd geleden is, zit me ook dwars. Ik weet dat er veel mensen zijn die hun mond houden over ‘kleine’ vergrijpen, omdat het ze al niet lukt om te praten over de grotere. En dat begrijp ik goed.

Het is moeilijk om te praten over seksueel geweld. Mensen horen zulke dingen niet graag. Op mijn blog, schrijf ik normaliter altijd met een positieve invalshoek. Het gaat er dan minder om wat je is overkomen als om wat je van je leven kunt maken. De focus ligt op vooruitgang en niet op stilstand.
Maar niet hier, niet in dit bericht. Juist hier wil ik wel even bewust stilstaan. Het past niet om de ernst van het probleem te ontkennen en op deze manier schrijven heeft ook nog een andere functie, want zeg eens eerlijk: Dacht jij niet toen je dit net allemaal las, dat als iemand zo vaak zulke grensoverschrijdingen meemaakt, dat vast wel aan haar moest liggen? Was er niet een klein stemmetje in jouw hoofd dat je dingen toefluisterde over mijn mogelijke aandeel?
Heb jij je niet net afgevraagd of er dingen waren die ik anders had kunnen doen of ze zelfs ook bedacht? Vond je het dichtslaan (tonic immobility) dat ik beschreef stom of dacht je op de een of andere manier dat ik daar bewust iets aan had kunnen veranderen? Vroeg je je af wat ik voor kleding droeg onder de jas die ik openknoopte? Vind je dat ik de verkeerde vrienden koos?
Of dacht je misschien dat het zoveel is wat ik hierboven beschreef dat het allemaal of ten dele niet waar moet zijn?

Ja.

Het is zo vreselijk moeilijk om te praten over seksueel geweld.
Hoe vertel je iets dat je keel dichtknijpt, dat je aantast in je identiteit, in je gevoel van veiligheid en eigenwaarde, iets dat jou overkwam omdat een ander besloten heeft jou dat aan te doen, aan mensen die dat niet kunnen horen en niet willen zien?

Ik ook. #MeToo.
Zoveel, zo vaak.

Door iets te ontkennen, zorgen we niet dat iets niet meer gebeurt. In tegendeel.
Laten we dapper zijn. Laten we erkennen.
Want
Zoveel. Zo vaak.

En vooral
Zo nodig.

 

 

 

Advertenties

Carpe Diem

Vandaag sprak ik met een vriendin. Ze vroeg me: “Hoe kan jij, na alles wat je hebt meegemaakt, met hoe moeilijk het nog soms is, vaak zo ontzettend gelukkig lijken?”
Ik wilde al antwoorden toen ze eraan toevoegde: “Wat heb jij nou nog voor redenen om zo gelukkig te zijn?” Ik besloot eerst uitdrukkelijk met “Zeg, Hal-lo!” te reageren en daar een pijnlijke stilte op te laten volgen; Dat was stiekem best leuk.
Daarna vertelde ik haar over de redenen, de vele kleine redenen, die overal zijn, altijd. Soms heel goed verstopt, soms dansend voor je neus. Redenen die je, wat ze ook zijn, waar ze ook zijn, hoe hard je ze ook moet zoeken, altijd moet willen zien om ze te kunnen omarmen. Om gelukkig te kunnen zijn, hoef je je alleen maar over te durven geven aan de mogelijkheden van het nu. Hoe je je morgen voelt, wat morgen biedt, dat zie je dan wel weer.

Weer een zijspoortje

Ik mis het om langere artikelen te schrijven; Artikelen die zinvol zijn en nut hebben en voor mensen van betekenis kunnen zijn. Ik mis het heel erg en ik vind het vervelend en ik ben er af en toe zelfs behoorlijk gefrustreerd over, maar helaas lukt het ouderwets bloggen op dit moment nog niet zo goed. Mijn energie is te beperkt.
Wat wel fijn is, is dat ik, in tegenstelling tot de maanden hiervoor, de laatste tijd wel weer iets weet te schrijven; wat kort proza bijvoorbeeld of een kleine beschouwing. Het is heel anders dan het soort teksten dat jullie hier gewend zijn te zien, maar voor mij betekent het veel. Bovendien is het schrijven an sich, wanneer het me lukt, erg bevredigend.
Wat ik de laatste tijd ook een aantal keer gedaan heb is oudere teksten van mij bewerken tot een andere format. Dat deed ik bijvoorbeeld met de blog “Kijk eens wat ik kan”, die ik in bewerkte versie inzond als lezerscolumn voor Metro. Er is niet voldoende op gestemd en het heeft de papieren versie van de krant niet weten te halen, maar voor mij was het fijn om op die manier met een soort ‘schrijven-light’ bezig te zijn.

Afgelopen weekend heb ik eigenlijk hetzelfde gedaan door een van mijn meest gelezen blogs; “Mijn oudste vriend”, wederom te bewerken tot een mogelijke lezerscolumn. Dat was nog best een opgave, want de blog had veel meer woorden dan zijn toegestaan voor zo’n column en in mijn optiek was er weinig ruis om weg te kunnen filteren. Toch heb ik het idee dat het nieuwe artikel nog steeds goed de essentie van de oorspronkelijke tekst weet over te brengen, waar ik dan weer best tevreden over ben. Daarnaast zie ik deze bewerking als een mooie kans om het stigma dat hangt rondom angst, trauma en mentale problematiek wat onderuit te schoffelen.

Als je benieuwd bent hoe het is geworden, kun je het hier lezen: https://www.metronieuws.nl/lezerscolumn/m-susebeek/mens-maatschappij/2017/07/mijn-oudste-vriend
Verder is het ook hierbij mogelijk om te stemmen voor plaatsing in de papieren versie van Metro. Stemmen kan  met de stemknop onder de column via lap- en desktop of via de desktopmodus van je smartphone of tablet. Je kunt inloggen met multimedia-accounts, zoals Facebook.
Als je niet stemt, vind ik je nog steeds even leuk en vooral zie ik je dolgraag (blijven) terugkeren hier op mijn blog, waar ik hoop binnenkort weer op een meer passende en zinvolle manier van me te laten horen.

Mocht je het in de tussentijd interessant vinden om eens wat andere tekstjes van mij te lezen, wat proza, wat krabbels, wat pogingen om mezelf te prikkelen en mijn aandacht te richten, dan hoor ik dat ook graag. Wellicht plaats ik hier dan eens wat kleins.

Fijne dag lieve allemaal en tot spoedig!

Zijspoortjes

Om wat meer positiviteit in de krant te krijgen heb ik een licht bewerkte versie van een van de blogs die hier eerder verschenen is, ingezonden als lezerscolumn voor Metro.
Als je dat eigenlijk wel een goed idee vindt, of als je de blog gewoon heel leuk vond (of vindt, wie weet), of als je graag elders ook wat meer van me leest of wanneer je vindt dat ik er best vriendelijk uitzie op de bijbehorende foto (ofzo), mag je je stem uitbrengen.
Dat kan via lap- of desktop of via de desktopweergave van je smartphone of tablet onder mijn lezerscolumn (die je dus hier vindt: https://www.metronieuws.nl/lezerscolumn/m-susebeek/mens-maatschappij/2017/07/kijk-eens-wat-ik-kan )
De column met de meeste stemmen haalt de papieren krant.

Geen zin in papieren poespas en niet gevoelig voor mijn brutale zieltjeswinnerij? Snuffel dan gerust meer rond tussen de inmiddels meer dan 100 blogs op deze site.

Over ziek zijn, verbinding en betekenis

 

wp-1498738163939.jpgAl maanden ben ik ziek. Zo ziek dat het soms een uitje voor me is om achterop iemands fiets een rondje door mijn eigen buurt te rijden of dat het als een ware prestatie voelt om mijn eigen boodschappen te kunnen doen bij de supermarkt in het wijkcentrum op 10 minuten loopafstand.

Iedereen die me een beetje kent weet hoe graag ik beweeg en buiten ben. Met hoeveel plezier ik hardloop, hoeveel zelfverdediging voor mij betekent en hoeveel ik van Aikido hou; Hoe fijn ik het vind om te wandelen, de wind door mijn haren te voelen en de zon of de regen op mijn huid. De laatste maanden kon steeds minder van dat alles. Zelfs de vanzelfsprekendheid waarmee ik boeken wist te verslinden of in korte tijd blogs tevoorschijn toverde, was er niet meer bij. Het is al zo’n tijd stil op Samen Helen dat zelfs de vraag naar nieuwe blogs is verstomt. (Maar gelukkig nog niet het dagelijkse aantal trouwe bezoekers, dankjulliewel).

Om eerlijk te zijn begon dit alles wat niet kan, gecombineerd met de pijn, de vermoeidheid en de ziekenhuisbezoeken, me de laatste tijd best wel een beetje moedeloos te maken. Ik leef licht, maar als er niet veel te leven valt, wordt het op den duur ook lastig om lichtvoetig te blijven.

Ondanks en juist ook door die zwaarte, heb ik de afgelopen periode ook veel mogen leren. Zo heb ik geleerd om nog meer helder onderscheid te maken tussen zaken die belangrijk zijn en zaken die dat alleen maar lijken; Iets waar ik sowieso vaak over nadenk.
Ik heb geleerd hoe belangrijk doseren, begrenzen en naar mijn lichaam luisteren is. Al deze dingen wist ik al, allang, maar een paar keer flink onderuit gaan helpt enorm om ze ook op gevoelsniveau goed te gaan beseffen. Toen ik eens niet lastig wilde zijn en iemand daarom niet vroeg voor me op te staan in de bus, terwijl ik stond te wiebelen op mijn benen en hoge koorts had, betekende dat kleine moment van ongemak dat ik niet aan wilde gaan, dat ik erna bijna vier dagen vrijwel onafgebroken in bed lag. Dat schudde me wel wakker!
Iets anders dat ik leerde, waar ik beter in geworden ben, is om nog meer in het moment te zijn. Hoewel er bepaalde dingen zijn waardoor het slechter wordt, zoals weinig slaap en stress, is er verder weinig te voorspellen over hoe ik me de volgende dag zal voelen. Dit heeft gemaakt dat ik van ieder moment dat ik me goed voel, gebruik probeer te maken en dat ik alle kleine fijne dingen probeer te omarmen, in te ademen, op te snuiven en ervan te genieten.
In het verlengde hiervan probeer ik ook weinig tijd te verspillen aan dingen die me verdrietig maken, of boos (behalve als dat laatste me bekrachtigt en me helpt mezelf in acht te nemen en te beschermen). Een van de hoofdprincipes van Aikido is dat je je niet verzet tegen de energie (de aanval) die op je af komt, maar dat je het in de ogen ziet, meebeweegt en de energie gebruikt en brengt naar waar jij het wilt hebben. Ik probeer ook mee te buigen met wat er allemaal nu gebeurt, zodat het me zo goed mogelijk lukt om van de betere momenten te genieten. Het is niet makkelijk, maar deze houding helpt me toch.

Een ander belangrijk thema in deze periode is verbinding. Ik noemde al de verbinding die ik met mijn lijf probeer te maken, versterken en onderhouden, alsmede de verbinding die ik met mezelf en de dingen die mij helpen, die voor mij belangrijk zijn, houd. Verder is ook verbinding met andere mensen voor mij heel waardevol. Dat is het altijd, maar nu nog meer. Ik probeer er een gewoonte van te maken om betekenisvol contact aan te gaan met andere mensen. Zondag was ik ergens waar iemand haar kunstwerken tentoonstelde. Na eerst met haar te hebben gesproken over het boek dat ze aan het lezen was, hebben we over haar kunst gepraat. Het was iets ruimtelijks dat ik niet zo goed begreep, maar dat was niet belangrijk. Ik liet haar vertellen en ik luisterde met al mijn aandacht. Ik keek haar in haar ogen en daar zag ik hoeveel haar kunst voor haar betekent. Ik hoorde de warme ondertoon in haar stem toen ze vertelde met hoeveel zorg een specifiek object tot stand was gekomen. Het was fijn. Het was echt. Het was betekenisvol. En het kostte me niets. Op zulke momenten, als ik op zo’n manier met iemand praat of alleen maar luister, begrijp ik niet goed dat niet iedereen dat doet.

Verbinding met anderen…
Ik heb deze periode veel geleerd over hoeveel fijner het is om dingen samen te doen dan alleen. Ik heb geleerd dat het steeds makkelijker wordt om hulp te vragen, wanneer er weinig goede alternatieven zijn. En ik heb gezien en gevoeld dat mensen die oprecht om me geven, het helemaal niet erg vinden om te helpen; Het fijn vinden dat ze iets concreets kunnen doen.

Alle betekenisvolle momenten van de afgelopen tijd hadden allemaal te maken met verbinding. Van de lessen die ik leerde over mezelf, tot de momenten dat ik me echt gelukkig en gekoesterd voelde. Er waren twee absolute hoogtepunten:

Begin deze maand was ik op de Verwendag van Stichting Revief, waar ik bestuur. Het was van tevoren sterk de vraag of ik aanwezig kon zijn, want het ging al een tijd erg slecht met me. Gelukkig lukte het, want het was zo’n fijne warme ervaring dat ik nog steeds begin te glimlachen als ik er aan terug denk.
Revief is als een familie voor me en het was fantastisch om iedereen weer te zien, om samen zoiets goeds neer te zetten, om te praten, elkaar vast te houden, om ogen te zien stralen en mensen te zien genieten, om niets te hoeven en allerlei cools en fijns te mogen en zelfs (!!!) een ritje achterop een motor te maken met KTMCO; een organisatie die motorritten organiseert voor het goede doel, waardoor ik voor het eerst sinds heel lang me weer mobiel en vrij voelde. Van hen kreeg ik ook een beertje “Vive”, een tastbare herinnering aan een prachtige dag, dat ik zelfs als steun met me meenam naar een heel naar ziekenhuisonderzoek vorige week.

Of het kwam door Vive, of door de fantastische zorgen en betrokkenheid van het ziekenhuis of de warmte en veiligheid van degene die met me mee kwam en die ik als laatste zag voor de narcose begon te werken en als eerste hoorde en voelde toen ik eruit ontwaakte, weet ik niet precies, maar het onderzoek was minder ingrijpend voor me (maar nog steeds behoorlijk natuurlijk) dan ik had verwacht. Daardoor was ik gelukkig in staat om afgelopen zaterdag het tweede hoogtepunt mee te maken; Een avondje Vorlesebuhne. Ditmaal niet als gast, maar als een van de schrijvers. En wat was dat fan-tas-tisch!
Toegegeven: Ik ben geen performer. Hoewel ik zonder problemen lezingen geef aan grote groepen word ik opeens een beetje bibberig, gaat mijn hart snel kloppen en worden mijn handen klam, als ik mijn eigen werk moet voordragen. En dat was dus precies wat ik zaterdag ging doen, te midden van een viertal sterke schrijvers waarvan er 3 performance-veteraan zijn. Over uitdagingen gesproken.
Maar nogmaals: Wat-was-het-gaaf!!!
De sfeer was prettig. Het was heel fijn en verbonden met de andere schrijvers en muzikante. De avond werkte goed, de teksten waren sterk (ook de mijne) en de compositie succesvol. Mijn performance was natuurlijk niet zo goed als ik wilde, maar absoluut ook niet zo slecht als ik vreesde. Een uitgever uit het publiek zei dat er deze avond geen zwakke schakels waren (ik dus ook niet, ha!).
Ik merk ondertussen dat ik breed aan het lachen ben naar mijn beeldscherm, zo waardevol was, is dit. Ik voel me levend.

Ja, het is zwaar de laatste tijd. Het is moeilijk om lichtvoetig te zijn. Ik weet niet wat er voor me ligt. Wanneer ik weer kan schrijven. Hoelang dit gaat duren. Wat er uitkomt. Of en hoeveel erger het nog gaat worden… Net zo min weet ik hoeveel mooie dingen er nog voor me liggen. Maar dat ze zullen komen staat voor me vast. Deze twee geweldige hoogtepunten en alle talrijke kleine waardevolle momentjes, geven mij dit vertrouwen.

Ik schrijf altijd dat iedere dag een nieuwe kans is om te kiezen, dat geloof ik nog steeds.
Ik schrijf vaak over betekenis, over hoofd- en bijzaken en dingen in de ogen kijken, dat is nog belangrijker voor me geworden.

We kiezen niet onze omstandigheden, hoe oneerlijk dat ook kan lijken. Maar we kiezen wél hoe we er mee omgaan, dat geloof ik echt.

Hopelijk tot gauw!

 

 

Nog zo’n tussendoortje

Omdat het me op het moment nog niet lukt om zelf iets langs te schrijven, wil ik graag wat delen van iemand die een grote inspiratiebron voor mij is; veiligheidsexpert Rory Miller.
Hij blogt zelf hier en heeft een aantal interessante boeken geschreven over communicatie en (de psychologie van/achter) geweld.

Het onderstaande gaat over toestemming;
Jezelf toestemming geven de beste versie van jou te zijn die je kunt zijn.

Een tussendoortje

Vanwege gezondheidsproblemen en bijkomende lage belastbaarheid lukt het me niet om Samen Helen de aandacht te geven die het verdient. Ik hoop dat dit gauw verandert. Er staan nog een aantal dingen op stapel om over te schrijven.
Lieve trouwe lezers wees ondertussen welkom om tussen mijn eerdere 100 posts te snuffelen of er iets bij zit. Voor iedereen die dat al gelezen heeft, heb ik een kort verhaaltje opgezocht dat ik een tijd geleden (toen ik nog lief en schattig was) geschreven heb. Het is fictief en niet autobiografisch, maar wel enigszins passend bij het karakter van deze blog.

Het monster

Een van de redenen dat ik me graag onder het bed verstop, is omdat je niet in me gelooft. Jij niet en de meeste andere mensen ook niet. Dat doet me pijn. Ik weet best dat ik mijn gevoel van eigenwaarde niet uit bevestiging van mijn omgeving moet halen, maar echt: totale ontkenning zou ook jou niet onbewogen laten.

Onzichtbaarheid is dan misschien een gift, ongezien zijn is een vloek. Het zijn de kinderen, altijd de kinderen, die hierop een uitzondering vormen. Voor bepaalde tijd dan. Altijd komt de dag dat ze te oud zijn. De dag dat de wereld teveel vat op ze heeft gekregen: Dat ze kijken met hun hart definitief inruilen voor kijken met hun hoofd. Als zoiets gebeurt, voelt het voor mij alsof ik een beetje doodga, alsof er werkelijk een stuk van mijn bestaan wordt uitgewist.

Op zo’n moment zou ik wel willen gillen: ‘Ik kan niet leven als je stopt met in mij te geloven. Laat me niet in de steek!’ En als het kon zou ik me dan ter aarde werpen en hysterisch huilen. – Ik geloof dat ik gevoel voor drama heb- Maar het is zinloos. Ik heb gemerkt dat ze, als ze me niet meer zien, me ook niet meer kunnen horen. Alle redelijke personen, die ik probeerde te overtuigen van mijn bestaansrecht, stelden me teleur. Alle psychologen met wie ik over dit verlies hoopte te spreken, lieten me in de steek. Ook voor hun bestond ik niet. Dus trek ik me terug onder het bed en wacht.

Het is daar dat ik Sophie ontmoet, je dochter. Het begint zoals het altijd met alle kinderen begint. Ze ziet me voor wat ik werkelijk ben. Ze ziet me, hoort me en ze is ook bang voor me, maar jij bent er dan om haar gerust te stellen. ‘Papa is bij je’. En hoewel ze je gelooft, blijft de gedachte aan mij in haar hoofd rondspoken. Ze weet dat ik besta.

Naarmate ze ouder wordt, wacht ik met een dof gevoel in mijn maag, tot de de dag dat ze me zal vergeten Dat is hoe het altijd gaat.

Maar niet dit keer. Dit keer niet.
Er is iets gebeurd. Jij.

Die dag verandert alles:
Ze zal altijd in me geloven.

Die dag leerde ze dat monsters echt bestaan.

“Perfect is goed, maar goed is perfect”

Ik heb het heel lang ontzettend moeilijk gevonden om fouten te maken. Een groot deel van mijn leven betekende het maken van fouten, het ‘dingen verkeerd doen’, afwijzing, pijn, straf of erger. Nee zeggen? Huilen omdat ik pijn had? Ademen zonder toestemming? Mijn ogen dichtdoen? Vergeten te glimlachen? Als ik dat deed gebeurden er dingen waarbij al het voorgaande verbleekte. En opnieuw. En opnieuw.  Gewoon, zodat ik leerde te doen wat er van me verwacht werd. (Zonder huilen natuurlijk).

Het ontwikkelen van de gewoonte om dingen altijd goed te doen was noodzakelijk om te kunnen overleven. Niet alleen wanneer ik in acuut gevaar was en er geweld dreigde en ook plaatshad, maar ook later toen ik in die perfectie een tegenwicht vond voor het gewicht van het trauma dat op me drukte.

Perfectionisme was een vriend die me beschermde, in leven hield in erbarmelijke omstandigheden en die me dreef om door te gaan, ook wanneer ik moe was en niet meer kon. Zonder mijn perfectionisme zou ik nooit zijn gekomen waar ik nu gekomen was. Ik realiseer me dit en ben er dankbaar voor.
Tegelijkertijd is perfectionisme ook een belemmering. In het nu waar ik niet meer machteloos ben en klein, waar er geen bizarre straffen meer boven mijn hoofd hangen als ik iets niet helemaal goed doe, waar het normaal is om te leren met vallen en opstaan, is het ingewikkeld om zo’n onnodig loden gewicht om mijn hals te hebben hangen.
Het is daarom tijd om mijn perfectionisme te bedanken en het te laten gaan.

Natuurlijk is dat niet zo eenvoudig als het klinkt. En hoewel ik zou willen dat ik dit meteen en perfect (zucht, ik weet het)  zou kunnen, gaan zulke dingen altijd met babystapjes.

Wat me helpt is om, naast mijn gewoonte van stilstaan bij wat fijn is en wat goed gaat, ook heel bewust stil te staan bij wat niet goed gegaan is: “Ok, dit is dus niet goed gegaan… Wat betekende dat? Hoe erg was het nou echt?”
Wat er ook gebeurt, wat de gevolgen ook zijn, het is eigenlijk nooit zo erg als het vroeger was. Mezelf hier steeds aan herinneren helpt me relativeren, helpt me met voelen dat het nu veilig is, want dat is het. Het hoeft niet altijd zo te voelen om te kunnen erkennen dat het zo is. Bang zijn mag. Angst en onzekerheid horen bij het leven. Ik kan ze verdragen.

Iets anders dat me helpt is bewust fouten maken, dingen uitproberen, wederom om mezelf te bevestigen dat de gevolgen wel meevallen; Om mezelf te leren dat de gevolgen die ik verwacht uitblijven.

Verder probeer ik graag nieuwe dingen, bij voorkeur dingen die ik eng vind; Dingen waar ik geen controle over heb. Ik heb dan bijna een 100% fout-garantie, want de kans dat ik iets nieuws meteen foutloos kan is natuurlijk bijzonder klein. Dus ik doe die dingen, ik maak fouten, ik overleef dat gewoon en probeer tussendoor ook nog schandalig veel van het moment te genieten.

Wat me ook helpt is om me te omringen met veilige mensen waarmee ik kan oefenen.
Toen ik zelfverdediging trainde was mijn perfectionisme vaak hinderlijk aanwezig. Soms bewoog ik niet uit angst om verkeerd te bewegen. In het bijzijn van anderen was het sowieso erger, omdat er dan ook nog een oordeel is waarmee ik rekening wilde houden (Wat onnodig is trouwens; Mensen die je veroordelen als je fouten maakt, zijn niet het soort mensen dat je graag in je leven moet willen hebben). En als het dan ook nog eens competente anderen zijn en het iets was waarvan ik wist dat ik er niet direct een natuurtalent in was…

Mijn leraar zei een keer toen het weer eens zover was en ik de targetoefening die we deden niet vloeiend genoeg deed uit angst om het niet goed genoeg te doen: “Ok, doe het nu nog eens, maar doe nu eens alles fout.” Behalve dat ik me het hoofd brak over de vraag of het erger was om het niet fout te kunnen doen (en dus te falen voor de opdracht die hij me gaf) of het juist wel fout te doen (en dus bewust fouten te moeten maken), was het eigenlijk niet anders dan de keer ervoor toen ik alles goed probeerde te doen. Ik bewoog bijna hetzelfde, ik haperde ongeveer evenveel en ik voelde me even onzeker.
Dus als al die dingen er toch wel waren, ongeacht wat ik deed en ze ook nog eens geen enkel nut hadden kon ik ze beter overboord gooien. Het was bevrijdend.

Ik ben nog steeds best wel perfectionistisch. Het blijft lastig om fouten te maken, maar het lukt me steeds beter om zacht voor mezelf te zijn. Bij die zachtheid hoort ook dat ik mezelf niet moet veroordelen over het feit dat ik nog steeds het liefst alles goed doe. Door dat al te kunnen erkennen komt er heel veel ruimte vrij voor andere dingen; mooie, waardevolle, belangrijke dingen: Voor plezier en voor genieten. Voor me in situaties storten waarbij ik niet alles onder controle heb en ik kan spelen, proberen en me laten verrassen.

De plek waar ik het liefst ben, waar ik me het allerfijnst voel is de dojo waar ik Aikido train. Het is een plek waar ik omringd ben door mensen die vrijwel allemaal beter zijn dan ik; de plek waar ik me het meest onzeker voel, het vaakst bloos en de meeste fouten maak. Het is ook de plek waar ik me het meest gelukkig voel.

Perfect is goed, maar goed is perfect!