Laten we dapper zijn [over zelfmoord]

kyraring

Vandaag werd het meisje gecremeerd dat ik 13 jaar geleden als mijn beste vriendin zag. Het meisje met wie ik lief en leed deelde, met wie ik heb gelachen en gehuild. Geruzied. Geknuffeld. Gedanst. Gefeest. Gezwierd. Geleefd.
Het meisje dat mij voor mijn zeventiende verjaardag een zilveren ring cadeau gaf die ik draag op het moment dat ik dit typ.
De vrouw die ik uit het oog ben verloren. De vrouw met wie er geen verloren tijd meer in valt te halen, omdat ze vorige week maandag een eind aan haar leven heeft gemaakt.

Wat ben ik vreselijk verdrietig.

En wat frustreert het mij dat ik zo verdrietig ben. Ik vind het zo misplaatst. Ja, ik hield van haar, heel veel, maar ik had gewild dat ik die energie, de kracht van mijn pijn nu, in haar had gestoken bij leven. Ik beeld me niet in dat dat iets aan haar keuze veranderd zou hebben, maar het zou wel uit hebben gemaakt.

De vrouw die na vandaag niet meer is dan stof en herinneringen, was enorm geliefd bij heel veel mensen. Ze leefde intens en er werd intens van haar gehouden. Ik ken niemand, buiten mezelf misschien, die zo van het leven weet te genieten als zij kon. En toch was dat niet genoeg. Was het verdriet groter. De pijn sterker. Het gebrek aan eigenliefde uiteindelijk meer relevant.

En een van de dingen die me dwars zitten, is dat ik die kant van haar kende. Ik heb me niet alleen laten verblinden door het stralende licht dat zij wierp, maar ik had ook de schaduwen gezien. Ik heb haar er naar gevraagd, niet voldoende vind ik nu, maar ik wist er van. Ik vraag me af hoeveel anderen, hoeveel van de mensen die zij nu om zich heen had, zich bewust waren van die schaduwen. En of dat uit zou hebben gemaakt.

Ik geloof dat iemand die zelfmoord pleegt het al lange tijd moeilijk heeft, met dingen worstelt die erg zwaar op hem of haar drukken, maar dat betekent niet dat dat ook altijd goed te zien is. Als ik kijk naar die vriendin, als ik kijk naar mezelf, (ik heb ook heel suïcidale periodes gehad en momenten dat het daadwerkelijk onomkeerbaar mis had kunnen gaan), dan weet ik dat er ondanks die zwaarte eigenlijk ook altijd wel momenten van meer lichtheid en van toch nog kunnen genieten zijn. Mensen zijn zo veerkrachtig. En dat is fijn, mooi, goed, belangrijk, maar ook gevaarlijk. Het is lastig voor mensen om je heen om te bevatten hoe slecht het met je gaat als ze je dezelfde dag nog om iets hebben zien lachen. En toch is dat wat er nodig is. Net zoals we in staat moeten zijn om voorbij (onze) pijn te kijken om de weg naar heling in te kunnen slaan, om ons weer meer levend te voelen en meer levensgeluk te kunnen ervaren (zelfs als er heel erge dingen zijn gebeurd), moeten we in staat zijn om voorbij het levendige en lichte van de anderen om ons heen te kijken om ook hun donker te kunnen waarnemen. Als we dit niet willen of kunnen zien, lopen we het risico dat de mensen van wie wij houden, ondanks onze liefde en onze aanwezigheid in hun leven, eenzaam verdwalen in het donker en dat we hen voorgoed kwijtraken.

Triggerwaarschuwingen

Op Facebook zie ik het steeds vaker voorbij komen; het woord ‘trigger’. Met name in de trauma-gerelateerde groepen, verschijnt het om de haverklap boven een bericht. Triggers kunnen heel divers zijn, want het verschilt per persoon en soort trauma waardoor iemand geraakt wordt. Het gevolg is dat er op sommige plekken onderhand boven ieder bericht het woord ‘trigger’ staat. Naast berichten met bijvoorbeeld een inhoudelijke beschrijving van bepaalde misbruikervaringen, staat zo’n melding bijvoorbeeld ook boven berichten waarin iemand schrijft eenzaam te zijn, of boven berichten waarin iemand zegt vandaag geen goede dag te hebben gehad.
Dit overvloedige gebruik van triggermeldingen vind ik niet goed. Hieronder zal ik dat proberen uit te leggen.

Ik schrijf vaak dat therapie bij trauma helpt. Dan heb ik het met name over therapieën die bewezen effectief zijn, zoals EMDR en vormen van Exposure-therapie. Naast deze dingen denk ik dat het belangrijk is om iets lichaamsgerichts te doen. Dat kan van alles zijn: Dansen, drama, haptotherapie, een vechtsport, psychomotore therapie, yoga… Waar het om gaat is dat de verbindingen tussen hoofd, hart en lijf hersteld worden en dat het lijf ook de kans krijgt bepaalde ervaringen en indrukken los te laten en nieuwe, tegengestelde ervaringen op te doen.
Een derde pijler is lotgenotencontact. Mensen zijn sociale wezens. Ze hebben de behoefte zich te begeven in groepen van, bij voorkeur, gelijkgestemden. Ook mensen met een trauma zijn daar geen uitzondering op. En dat is heel begrijpelijk. Dergelijke ervaringen werken vervreemdend. Bovendien voelen dingen vaak dragelijker als je ze kunt delen. Waar kan zoiets beter dan op een plek waar mensen begrijpen wat je hebt meegemaakt?
Lotgenotencontact kan heel positief zijn. Het kan een steun in de rug zijn op weg naar herstel, een fijne veilige plek, een oase van rust. De keerzijde is echter dat het groepsmechanisme ook andersom werkt. Als 1 persoon in de groep te hard vooruit gaat, zou de groep zich daar tegen kunnen verzetten, met als gevolg dat dat individu zich, omdat de groep veel betekenis heeft uiteindelijk (maar weer) schikt naar de meerderheid.
Zulke dingen gebeuren in het klein of groot in alle groepen, maar in een groep waar de gemeenschappelijkheid draait om de meest erge levenservaring(e)n, is dit iets om extra waakzaam voor te zijn.

De ontwikkeling van het overmatige gebruik van triggerwaarschuwingen vind ik een voorbeeld van dat slechte groepsmechanisme. Het is als een knoop die je los probeert te maken, maar eigenlijk steeds vaster trekt: Iemand komt in een groep om zijn ervaringen te delen, maar krijgt de boodschap dat hij anderen niet teveel mag raken. “In deze groep plaatsen wij een content- waarschuwing als het om moeilijke dingen gaat” Omdat hij zelf weet hoe het is om erg overspoeld te raken, houdt hij daar uiteraard rekening mee en deelt zijn ervaring pas na het plaatsen van een triggermelding. Na een tijdje in dit stramien leert hij dat de dingen die hij voelt voor een enkeling in de groep ook heftig kunnen zijn en ook daar komt in het vervolg een waarschuwing boven. Als anderen dat bericht dan ondanks de waarschuwing lezen en vervolgens reageren dat het wel echt heftig is, zal dat bevestigend werken. Niet alleen in de zin van “toch maar goed dat ik die triggerwaarschuwing geplaatst heb”, maar ook als een “Goh poeh, wat is het toch ook heftig wat ik hier neergeschreven heb” (Wat zijn mijn ervaringen toch heftig. Wat is het toch heftig wat ik voel. Wat is het leven toch heftig)
Uiteindelijk zal hij, in een dergelijk klimaat, voor de zekerheid zelfs zijn smalltalk onder een triggerwaarschuwing plaatsen. Je weet immers maar nooit wie je raakt, toch?

Het is heel aardig en ook belangrijk om rekening met een ander te houden; Het is mooi dat je anderen geen pijn wilt doen. Maar in een groep zijn, waar je niets kunt delen zonder dat je het van tevoren moet classificeren als te gevoelig, is schadelijk.
Mensen delen dingen juist, zodat ze iets van de spanning die bij hun ervaringen hoort los kunnen laten. Dingen delen en onderwijl in de eerste plaats opnieuw en opnieuw en opnieuw bezig zijn met hoe triggerend het eigenlijk is, maakt van het delen weinig anders dan een herbeleving.

Laten we daarom stoppen met het onnodige gebruik van triggerwaarschuwingen en het risico nemen om geraakt te worden; het risico nemen om een ander te raken, het risico nemen om ons (weer) menselijk te voelen.

Laten we het risico nemen dat het op een dag misschien minder pijn zal doen.
(En dat dat oke is.)

Trauma & Verandering

(En Denemarken)

Een traumatische gebeurtenis wordt vaak gezien als een levensveranderende gebeurtenis, omdat het ingrijpt in de manier waarop je in het leven staat en hoe je er tegenaan kijkt. Vaak zorgt het ook voor een verandering in de rangorde en mate waarin je dingen belangrijk of juist onbelangrijk vindt. Ook verandert je houding ten opzichte van wat voorheen vanzelfsprekend was, bijvoorbeeld je gevoel van veiligheid.

Niet alleen iets negatief beladens als een trauma is een levensveranderende gebeurtenis. De geboorte van een kind is dat bijvoorbeeld ook. Alle bovenstaande dingen zijn hier ook op van toepassing. Denk maar eens terug aan wat voor grote verandering het was toen jouw kind, of dat van een van je vrienden, je zus, je collega, je buurmeisje of iemand anders die je goed kent, geboren werd.

Hoewel mensen verandering vaak moeilijk vinden, hoeft het op zich niet negatief te zijn. Gezinsuitbreiding is meestal een bron van vervulling en levensvreugde en een kans voor alle gezinsleden om zich verder te ontwikkelen, als persoon, in hun nieuwe rol en binnen een nieuw systeem.

Toch is een dergelijke grote verandering, ondanks al het goede dat het met zich meebrengt, vaak ingrijpend. De oudste, meest primitieve delen van de mens, de delen die zorgden dat we als soort overleefden, houden ervan om te herhalen wat (bewezen is dat) werkt. Ze houden er zelfs van om te herhalen wat eerder werkte, wanneer in het nu duidelijk blijkt dat het niet meer werkt. Het heeft er namelijk eerder wel voor gezorgd dat we zover zijn gekomen. Iets (moeten) veranderen brengt onzekerheid met zich mee. Niet hebben ervaren wat de nieuwe omstandigheden precies inhouden, raakt in het klein aan een overlevingscrisis. Omdat onze leefstandaard tegenwoordig zo hoog is en mensen maar heel zelden geconfronteerd worden met echte levensbedreigende omstandigheden, zullen ze dit gevoel niet als dusdanig herkennen en alleen een soort onbewuste aarzeling, onzekerheid of afkerende houding ten opzichte van de ophanden zijnde verandering waarnemen. Omdat dat is waar we goed in zijn, zullen we die hapering vervolgens proberen te rationaliseren. Denk bijvoorbeeld aan een roker die weet dat het beter is te stoppen, maar dat toch niet doet, omdat ‘hij zijn hele leven eigenlijk nooit echt ziek geweest, terwijl zijn buurvrouw die nooit een sigaret aangeraakt heeft op haar 43e overleden is aan kanker’. Dat klinkt haast redelijk, toch?

Iets soortgelijks zien we gebeuren rondom nieuwjaarsvoornemens. Mensen die niet echt de intentie hebben iets te veranderen (of ze zich daarvan bewust zijn of niet), voelen zich aangetrokken tot het ritueel van ‘iets proberen te veranderen’. Een ritueel dat jaarlijks terugkomt (de herhaling die we zo prettig vinden) en dat we en masse doen (de veiligheid en vanzelfsprekendheid van het sociale aspect). Het is hierbij totaal irrelevant of we de voorgenomen verandering doorzetten. Er gebeurt niets vervelends als we het niet doen. Sterker nog: Er is zelfs een bepaalde algemene verwachting dat Voornemens toch vooral voornemens zullen blijven en dat is ok, want ‘Ach voor iedereen lijkt dat zo te gaan’ en ‘Volgend jaar weer een kans’. (Terwijl we eigenlijk best weten dat we niet een heel jaar of tot een bepaalde datum of op een bepaalde stand van de maan, of wat dan ook, hoeven te wachten om iets te kunnen veranderen)
De kleine groep mensen die wel oprecht wil veranderen en zich daar gedegen op voorbereid, maakt nog steeds gebruik van het geruststellende ritueel van herhaling en de veiligheid van het sociale aspect dat de nieuwjaarsvoornemens met zich meebrengen, waarmee ze het onzekere gevoel dat verandering met zich meebrengt wat weten te bezweren.

Verandering is niet eenvoudig, zoveel is duidelijk.
Maar er zit natuurlijk een groot verschil tussen de verandering die de geboorte van een gewenst kind of het zelf kiezen te stoppen met een gewoonte die bewezen slecht is voor je gezondheid met zich meebrengt en de verpletterende veranderingen die je worden opgedrongen wanneer je een traumatische gebeurtenis doormaakt. De confrontatie met de (gevoelsmatig of werkelijk) levensbedreigende aard van zo’n gebeurtenis, het ervaren van een sterk gebrek aan eigen regie en de ingrijpende gevolgen van dit alles, worden tot een ingewikkelde kluwen, waardoor het voor sommige slachtoffers, ondanks hun leed en ondanks de moeilijkheden die ze in het dagelijks leven ervaren, doodeng kan zijn om (weer) te veranderen. Het onzekere van de nieuwe mogelijke omstandigheden kan hen op zichzelf al herinneren aan de doodsangst van tijdens de traumatische gebeurtenis. Onder andere hierom kan het heel moeilijk zijn om hulp te zoeken.
Daarnaast weten ze dat wat ze tot nu toe hebben gedaan ervoor gezorgd heeft dat ze nog niet dood zijn gegaan. Iets anders, iets nieuws, doet dat misschien wel. Het is dit mechanisme dat bijvoorbeeld ook in werking treedt in de vrouw die als kind misbruikt is en later opnieuw slachtoffer wordt van seksueel geweld en door deze herhaling zo overweldigd wordt door doodsangst dat ze maar besluit mee te werken, want het oude primitieve deel van haar hersenen dat verantwoordelijk is voor overleving, vertelt haar dat wat vroeger werkte, ook nu haar beste kans is om er zo min mogelijk gehavend uit te komen.

Processen als deze spelen zich niet alleen na, maar ook tijdens de traumatische gebeurtenis af. Je ziet het bijvoorbeeld terug in de vrouw die de vaardigheden die ze gedurende haar hele leven heeft geleerd om sociale conflicten op te lossen, gebruikt om anti-sociaal geweld, zoals bijvoorbeeld een verkrachting te de-escaleren. Door vriendelijk en beleefd te zijn, hoopt ze haar aanvaller op andere gedachten te brengen. Helaas is dit vaak precies het gedrag, alsmede de moeite om dit overboord te gooien wanneer het niet blijkt te werken, waar een dader gebruik van maakt, met alle gevolgen van dien.

Op Youtube staat een video van een Amerikaanse politieagent die een gewapende verdachte onder schot hield. Zoals altijd in zulke gevallen, riep hij: “Laat je wapen vallen, laat je wapen vallen!” De verdachte was echter niet van plan om zijn wapen te laten zakken, waardoor de agent zich realiseerde dat dit wel eens verkeerd af zou kunnen lopen. In zijn steeds toenemende angst bleef hij tegen de verdachte roepen dat deze het wapen moest laten vallen, iets dat eerder altijd gewerkt had. De verdachte richtte zijn wapen op de agent. De agent riep nogmaals, luider, sneller, paniekeriger dat hij zijn wapen moest laten vallen. De verdachte gaf er alle schijn van te gaan schieten. De agent bleef bevroren in zijn gedragsspiraal en riep wederom dat de verdachte zijn wapen moest laten vallen. Op de video die opgenomen is met de dashboardcamera van zijn auto, zie je vervolgens hoe de verdachte de agent neerschiet.
Het primitieve deel van zijn hersenen dat hem gijzelde in angst en weerhield om iets aan de situatie te veranderen, omdat dat in eerdere vergelijkbare gevaarlijke situaties altijd werkte, werd hem fataal. Het zou veel gescheeld hebben als hij wat had kunnen veranderen toen dat nodig was.

Soms schrijf ik in mijn blogs over “bang zijn en het toch doen”. Er zijn dan altijd mensen die over me heen vallen en roepen hoe eng dat is en dat ik het niet begrijp, maar heus, dat doe ik wel. Ik weet hoe het is om doodsbang te zijn. Ik weet hoe verlammend angst kan werken. Ik weet hoe moeilijk het kan zijn om dingen te doen die eng zijn. Hoe onveilig het kan voelen om dingen te veranderen, die niet ideaal zijn, maar misschien wel gezorgd hebben dat je er nog bent. Ik weet dat allemaal, maar ik weet ook hoe belangrijk het is om bang te zijn en toch te doen. Ik wil niet zijn zoals die agent. Niet omdat het me erg lijkt om op die manier dood te gaan, maar vooral omdat het me vreselijk lijkt om uit angst voor verandering nooit echt te leven.

Het is belangrijk om dingen te veranderen wanneer je ontevreden bent over (delen van) je leven, gewoontes, situaties. Het is belangrijk om de tijd die je hebt, de minuten die je nooit meer op een andere manier terugkrijgt, te gebruiken om het leven te leiden dat je ten volste wilt leiden. Jij bent de enige die jezelf kan geven wat je nodig hebt.

En ik vind, juist als je al zulke verschrikkelijke dingen mee hebt moeten maken, juist als je terecht zo bang hebt moeten zijn, dat je het verdient om een leven te leiden waarin je je niet laat weerhouden door je angsten. Angst is een datapunt.

Met dit allemaal in mijn achterhoofd, deed ik een maand geleden iets heel bijzonders. Iets (voor mij) levensveranderends. Ondanks ziekte, ondanks dat ik al 10 maanden niet getraind had, ondanks een gebrek aan ervaring, ondanks dat het ver weg was en ondanks dat ik onzeker was over of ik het wel het recht had om daar te zijn tussen allerlei getalenteerde zwaargewichten en juist zeker over het feit dat het heel confronterend en ingrijpend zou worden, heb ik een weekend intensief getraind met Rory Miller, mijn grootste inspiratiebron, in een karatedojo in een klein dorpje in Denemarken.

Wat valt hier nog veel over te schrijven (wat ik vast nog ga doen), maar voor nu volstaat het dat het het mooiste, meest bijzondere weekend van mijn leven was.

Het heeft me wezenlijk veranderd.
En wat ben ik daar dankbaar voor.

 

 

“Perfect is goed, maar goed is perfect”

Ik heb het heel lang ontzettend moeilijk gevonden om fouten te maken. Een groot deel van mijn leven betekende het maken van fouten, het ‘dingen verkeerd doen’, afwijzing, pijn, straf of erger. Nee zeggen? Huilen omdat ik pijn had? Ademen zonder toestemming? Mijn ogen dichtdoen? Vergeten te glimlachen? Als ik dat deed gebeurden er dingen waarbij al het voorgaande verbleekte. En opnieuw. En opnieuw.  Gewoon, zodat ik leerde te doen wat er van me verwacht werd. (Zonder huilen natuurlijk).

Het ontwikkelen van de gewoonte om dingen altijd goed te doen was noodzakelijk om te kunnen overleven. Niet alleen wanneer ik in acuut gevaar was en er geweld dreigde en ook plaatshad, maar ook later toen ik in die perfectie een tegenwicht vond voor het gewicht van het trauma dat op me drukte.

Perfectionisme was een vriend die me beschermde, in leven hield in erbarmelijke omstandigheden en die me dreef om door te gaan, ook wanneer ik moe was en niet meer kon. Zonder mijn perfectionisme zou ik nooit zijn gekomen waar ik nu gekomen was. Ik realiseer me dit en ben er dankbaar voor.
Tegelijkertijd is perfectionisme ook een belemmering. In het nu waar ik niet meer machteloos ben en klein, waar er geen bizarre straffen meer boven mijn hoofd hangen als ik iets niet helemaal goed doe, waar het normaal is om te leren met vallen en opstaan, is het ingewikkeld om zo’n onnodig loden gewicht om mijn hals te hebben hangen.
Het is daarom tijd om mijn perfectionisme te bedanken en het te laten gaan.

Natuurlijk is dat niet zo eenvoudig als het klinkt. En hoewel ik zou willen dat ik dit meteen en perfect (zucht, ik weet het)  zou kunnen, gaan zulke dingen altijd met babystapjes.

Wat me helpt is om, naast mijn gewoonte van stilstaan bij wat fijn is en wat goed gaat, ook heel bewust stil te staan bij wat niet goed gegaan is: “Ok, dit is dus niet goed gegaan… Wat betekende dat? Hoe erg was het nou echt?”
Wat er ook gebeurt, wat de gevolgen ook zijn, het is eigenlijk nooit zo erg als het vroeger was. Mezelf hier steeds aan herinneren helpt me relativeren, helpt me met voelen dat het nu veilig is, want dat is het. Het hoeft niet altijd zo te voelen om te kunnen erkennen dat het zo is. Bang zijn mag. Angst en onzekerheid horen bij het leven. Ik kan ze verdragen.

Iets anders dat me helpt is bewust fouten maken, dingen uitproberen, wederom om mezelf te bevestigen dat de gevolgen wel meevallen; Om mezelf te leren dat de gevolgen die ik verwacht uitblijven.

Verder probeer ik graag nieuwe dingen, bij voorkeur dingen die ik eng vind; Dingen waar ik geen controle over heb. Ik heb dan bijna een 100% fout-garantie, want de kans dat ik iets nieuws meteen foutloos kan is natuurlijk bijzonder klein. Dus ik doe die dingen, ik maak fouten, ik overleef dat gewoon en probeer tussendoor ook nog schandalig veel van het moment te genieten.

Wat me ook helpt is om me te omringen met veilige mensen waarmee ik kan oefenen.
Toen ik zelfverdediging trainde was mijn perfectionisme vaak hinderlijk aanwezig. Soms bewoog ik niet uit angst om verkeerd te bewegen. In het bijzijn van anderen was het sowieso erger, omdat er dan ook nog een oordeel is waarmee ik rekening wilde houden (Wat onnodig is trouwens; Mensen die je veroordelen als je fouten maakt, zijn niet het soort mensen dat je graag in je leven moet willen hebben). En als het dan ook nog eens competente anderen zijn en het iets was waarvan ik wist dat ik er niet direct een natuurtalent in was…

Mijn leraar zei een keer toen het weer eens zover was en ik de targetoefening die we deden niet vloeiend genoeg deed uit angst om het niet goed genoeg te doen: “Ok, doe het nu nog eens, maar doe nu eens alles fout.” Behalve dat ik me het hoofd brak over de vraag of het erger was om het niet fout te kunnen doen (en dus te falen voor de opdracht die hij me gaf) of het juist wel fout te doen (en dus bewust fouten te moeten maken), was het eigenlijk niet anders dan de keer ervoor toen ik alles goed probeerde te doen. Ik bewoog bijna hetzelfde, ik haperde ongeveer evenveel en ik voelde me even onzeker.
Dus als al die dingen er toch wel waren, ongeacht wat ik deed en ze ook nog eens geen enkel nut hadden kon ik ze beter overboord gooien. Het was bevrijdend.

Ik ben nog steeds best wel perfectionistisch. Het blijft lastig om fouten te maken, maar het lukt me steeds beter om zacht voor mezelf te zijn. Bij die zachtheid hoort ook dat ik mezelf niet moet veroordelen over het feit dat ik nog steeds het liefst alles goed doe. Door dat al te kunnen erkennen komt er heel veel ruimte vrij voor andere dingen; mooie, waardevolle, belangrijke dingen: Voor plezier en voor genieten. Voor me in situaties storten waarbij ik niet alles onder controle heb en ik kan spelen, proberen en me laten verrassen.

De plek waar ik het liefst ben, waar ik me het allerfijnst voel is de dojo waar ik Aikido train. Het is een plek waar ik omringd ben door mensen die vrijwel allemaal beter zijn dan ik; de plek waar ik me het meest onzeker voel, het vaakst bloos en de meeste fouten maak. Het is ook de plek waar ik me het meest gelukkig voel.

Perfect is goed, maar goed is perfect!

Wederopbouw

Omdat de inhoud van het oorspronkelijke bericht mogelijk triggerende beschrijvingen bevat, is dit een leeswaarschuwing voor m.n. slachtoffers van seksueel geweld:
Probeer bij jezelf te voelen of het verstandig is om nu verder te lezen. Je kunt er ook voor kiezen om later terug te komen of het te lezen als er bijvoorbeeld iemand bij je is.

Als de informatie in het artikel veel bij je oproept en/of als het herkenbaar is, raad ik je aan om hulp te zoeken, dit kan bijvoorbeeld door contact op te nemen met een van de Centra voor Seksueel Geweld (Nederland) of de Centra voor Algemeen Welzijnswerk (België)

Als je wilt kun je nu hier verder lezen: https://samenhelen.wordpress.com/wederopbouw/

‘Expecto Patronum!’

patronusjeEen van mijn beste vriendinnen gaf me poos geleden een shirt cadeau. Op het shirt staat “Expecto Patronum”, de schildspreuk uit Harry Potter.

Het oproepen van deze Patronus (wat zoveel als ‘beschermer’ betekent), is geavanceerde magie en vraagt veel oefening. Om er een te kunnen produceren moet je denken aan je gelukkigste herinnering en deze zo tastbaar maken dat je hem als het ware buiten jezelf kunt projecteren. Daar werkt hij als een krachtig schild van licht (in de vorm van een dier waarmee je je het meest verbonden voelt) tegen duisternis in de vorm van Dementors. Dit zijn wezens die alle geluk uit hun omgeving opzuigen, zwaarmoedigheid voortbrengen en je doen denken aan de ergste momenten uit je leven. Het ultieme kwaad wat een Dementor kan doen is je ‘kussen’ en zo je ziel naar buiten zuigen, zodat je achterblijft als een leeg omhulsel zonder emoties en menselijkheid.

Harry Potter is een fantasieverhaal van een intelligente, vindingrijke en creatieve schrijfster die een boekenserie geschreven heeft met wat meer diepgang dan je misschien in eerste instantie zult denken. Lees het bovenstaande maar eens alsof het een metafoor is.

tumblr_mk4lenr6rj1r7lfr2o1_r1_250
Net als in de boekenserie is het niet makkelijk om jezelf af te schermen van duisternis en zwaarmoedigheid en nare herinneringen als er in het nu dingen gebeuren die dit in je triggeren. Zeker als dat meerdere dingen zijn. In de serie is het extra ingewikkeld om een Patronus te produceren die stand houdt tegen meerdere Dementors, omdat dat meer van je vraagt en meer energie kost (en ook korter vol te houden is)
Het is verder heel lastig om genoeg positiviteit te genereren, als er bijvoorbeeld weinig positieve herinneringen zijn om uit te putten. Als je geen fundament hebt, waar bouw je dan op?

Het vraagt veel wilskracht om ondanks zo’n gebrek aan fundament een Patronus te kunnen produceren. Harry, met zijn traumatische jeugd, lukt het. Het antwoord lag niet alleen in wilskracht, maar ook in verbinding. De herinneringen die hij gebruikt om zijn Patronus te voeden, hebben allemaal te maken met de verbinding die hij nu kan voelen met de mensen om hem heen. Hij denkt bijvoorbeeld aan hoe zijn beste vrienden bij hem zijn en aan de liefde die hij voelt voor zijn overleden ouders. De herinnering aan het winnen van een belangrijke sportwedstrijd, was daarentegen niet voldoende om een Patronus te produceren; Het antwoord ligt in verbinding.

Voor mensen met een traumatische jeugd is het heel belangrijk om zich te kunnen verbinden met veilige mensen. Met vrienden die naast je kunnen staan en die je naast je kunt voorstellen, ook op de momenten dat ze er fysiek niet zijn. Met leraren en gezonde voorbeelden. En ook met mensen die voor je gaan staan als je jezelf (nog) niet kunt beschermen, zoals Harry’s professor Lupin, die met zijn Patronus de Dementors wegjaagde toen Harry overspoeld raakte en daardoor niet in staat was zichzelf te verdedigen. Niet omdat hij het nooit zelf zou kunnen, maar omdat hij nog meer tijd nodig had om dat te leren, omdat hij van zover moest komen.

Verbinding is noodzakelijk.

Maar verbinding is ook eng, omdat het kwetsbaar maakt.  Je moet iets van jezelf laten zien. Je moet accepteren dat je anderen nodig hebt en je geeft anderen de kans om je te kwetsen; per ongeluk, of erger nog, expres.

Jezelf openstellen voor anderen als het juist anderen zijn die je hebben beschadigd en als je weet dat er niet voldoende positieve herinneringen zijn om op te wegen wanneer het mis zou gaan, is een teken van enorme wilskracht.

Het is ook liefde.
Liefde voor jezelf en voor de wereld om je heen.

De afgelopen tijd ben ik een aantal mensen kwijtgeraakt met wie ik me oprecht probeerde te verbinden (hoe eng en tegennatuurlijk dat ook soms voor me voelde), waardoor het moeilijker werd om mezelf te beschermen tegen de vervelende dingen die in mijn leven gebeur(d)en. Met alleen geloven dat je het kan produceer je nog geen Patronus.

Het is moeilijk om alleen te zijn en jezelf alleen staande te houden als donderend geweld je overspoelt. Het is lastig om ergens kracht vandaan te halen om je licht buiten jezelf te projecteren. En het is nog lastiger om dat vol te houden als er zo ontzettend veel Dementors zijn om je tegen te wapenen.

Ik dacht dat ik mijn energie maar het beste kon sparen en trok me terug uit de verbinding die ik nog voelde met de mensen om me heen, de wereld en ook met mezelf. Ik gooide deze blog op slot en trok me terug van social media. Ik werd onbereikbaar voor de vrienden die er nog wel waren.
En waarom zou ik nog voor iemand gaan staan, als het me al moeite kostte om uberhaupt te blijven staan?
Het leek makkelijker om als een gevoelloze huls te leven. Als ik me niet kon beschermen en als er geen anderen waren om me aan te ankeren, kon ik dan niet beter gewoon besluiten dat het me niets uitmaakte en me niet meer laten raken?

Onkwetsbaar zijn is verlies van je menselijkheid.
Dat wist ik. En ook dat maakte me niets uit.
-Dacht ik.

Maar toen liep ik op het Centraal Station. Ik was net uit een trein gestapt, liep langs een opvallend gekleed meisje en begaf me in de stroom mensen naar de roltrap. Vanaf de roltrap zag ik dat een groepje jongens om het meisje dat ik had gezien heen ging staan en een van hen raakte haar vervelend aan.
Ik die dacht dat niets me nog kon schelen, zocht naar de snelste mogelijkheid om bij haar te kunnen komen en haar te beschermen. Ik baande me al een weg door drukte heen toen ik zag dat ze een afwerend gebaar maakte en wegdraaide en ook dat dat genoeg was. De jongens liepen verder en gingen op dezelfde roltrap staan als ik. Ik kookte, maar de situatie was opgelost.

Terwijl ik mijn reis voortzette dacht ik aan hoe dingen me toch nog raakten. Aan hoe diep ik me kennelijk toch nog met de wereld om me heen verbonden voel, ondanks dat ik me er op dat moment niet veilig kon voelen. Ondanks dat ik me zo alleen en verloren voel.

Kennelijk begint het met liefde voor het leven.
En kennelijk heb ik dat genoeg.

Samen Helen is weer open.

“Bewaak je je grens of bewaak je je angst?”

whatsapp-image-2016-12-05-at-20-40-00 We hadden gisteren een beleidsdag met Revief. Behalve veel vergaderen & spijkers met koppen, betekende het ook samen potluck lunchen en veel gezelligheid. Het was een fijn en zinvol samenzijn.

In de ochtend begonnen we met een workshop Aikido, Communicatie & Ontspanning. Om eerlijk te zijn zorgde dit vooraf juist voor wat extra spanning bij mij. De workshopgever was namelijk een van mijn eigen Aikidoleraren, mijn hoofdsensei, die naast Aikidolessen ook nog communicatietrainingen geeft.
Hoewel de meesten in mijn Aikido-school weten dat ik met slachtoffers werk, heb ik niemand verteld over mijn eigen slachtofferschap. Niet omdat ik dat niet durf, maar omdat ik dat niet wil. Aikido betekent voor mij, naast veel andere dingen, het overwinnen van dingen die ik eng vind. Soms is het makkelijker om dingen te overwinnen in een normale setting, waarin er geen goed excuus is om dingen niet te doen. Mijn ervaring is dat veel mensen, hoewel goed bedoeld, vaak extra mild en faciliterend zijn als ze weten dat je zoiets traumatisch hebt meegemaakt. Dat is fijn, mooi en soms ook nodig, maar tegelijkertijd betekent het ook dat angst dat toch al (onnodig) veel ruimte inneemt, nog wat extra ruimte krijgt van de ander. Dat maakt het lastiger om bang te zijn en toch te doen.

Aikido is iets van mij. Het is een veilige activiteit, in een veilige ruimte met veilige mensen; de perfecte oefensituatie. In de dojo kan ik mezelf en mijn lijf vaak heel goed voelen. Er is veel nabijheid en lichamelijkheid. Ik kan er spelen en proberen. We werken aan ontspanning wat me helpt om niet alleen met mijn hoofd te bepalen, maar mijn lijf meer te betrekken en mijn grenzen goed te voelen. Juist in Aikido is het heel belangrijk dat ik zelf kan bepalen.

Juist daarom heb ik niets verteld. Ik wil niet dat iemand tegen me zegt, wanneer hij ziet dat ik gespannen ben: “Je hoeft dit niet te doen”, omdat hij weet dat mijn spanning misschien te maken heeft met mijn traumatische ervaringen. Daarmee gaat iemand aan de kant van mijn angst staan. Dat helpt niet. Het is een wankel evenwicht en het vraagt ook in een veilige situatie veel wilskracht om dingen te doen die eng zijn. Het is heel belangrijk voor mij om zelf mijn beslissingen te kunnen maken, ook als het achteraf gezien niet de juiste blijken te zijn. Daar leer ik van. Ik ga er niet dood aan. Er is in het nu geen enkel echt groot gevaar meer. En ook dat is een les die ik probeer te conditioneren. Bovendien is het zo heerlijk dat dingen normaal zijn, zonder dat ze geproblematiseerd worden. Ik vind dat ik iets normaals verdien. Iets fijns. Iets waar ik van geniet.

Spannend dus; Als Revief Sensei zou uitnodigen als workshopgever was de kans aanwezig dat een en ander toch bij elkaar zou komen.

-En dat was ook zo natuurlijk:
Ik heb na de workshop met Sensei gesproken die toch wel het een en ander geconcludeerd had, maar hij liet het initiatief om er over te vertellen in onze aikido-groep volledig bij mij. Een fijne reactie. En de rest zie ik wel. Het is wat het is.

De workshop zelf was fijn en ook heel waardevol voor onze organisatie. Het ging er vooral om onze aandacht te verplaatsen van ons hoofd naar de buik; het centrum. Het bleek (en dit ken ik ook uit mijn Aikido) dat als je aandacht bij je centrum is en je ontspannen bent je veel krachtiger kunt zijn.

Ik heb veel dingen gehoord die passen bij mijn eigen kernopvattingen over zelfverdediging en weerbaarheid en over het leven.

Wat ik heel mooi vond bijvoorbeeld was een duwoefening waarbij je minder makkelijk omgeduwd kon worden als je aandacht bij je centrum was, dan wanneer die bij je hoofd was. Sensei zei vervolgens: “Er is natuurlijk een limiet. Je kunt niet oneindig volhouden. Als iemand sterker is en langer duwt, komt het punt waarop je toch om zult vallen. Je kunt dan kiezen om een stap terug te doen en weer stevig te staan in plaats van te wachten op het moment dat je achterover valt”.
Dit is heel belangrijk. Je bent niet onkwetsbaar. Stevig zijn is niet hetzelfde als onkwetsbaar zijn. Er kunnen dingen gebeuren die je omver blazen, dat hoort bij het leven, maar je kunt dan nog kiezen hoe je daarmee om gaat; wacht je tot het moment dat je valt of doe je zelf een stap terug en herpak je je? Het is niet erg om te besluiten om een stap terug te doen als je dit doet omdat jij het wilt. Het is erger om om te vallen zonder dat je dat wilt.

Een ander waardevol concept was de polsgreep; het aangrijppunt; het probleem. Als iemand je pols pakt (je een probleem geeft) kun je je daartegen gaan verzetten en je aandacht volledig op het probleem richten, maar dat kost veel energie (en de ander anticipeert daar waarschijnlijk op). Je kunt echter ook kiezen om te kijken naar welke mogelijkheden je nog meer hebt (Sensei maakte toen een elleboogbeweging waardoor de balans verstoord werd en de polsklem werd opgeheven).

Ook belangrijk vond ik het verschil tussen accepteren en berusten. Berusten is het laten gebeuren en jezelf de regie ontnemen iets te doen. Accepteren is feitelijk aanvaarden dat iets er is, waardoor je energie overhoudt om te reageren op het probleem. “Het is wat het is (ongeacht hoe dat voor me is en of ik ermee instem) en ik handel”.

Er is nog meer om over te schrijven en mezelf kennende ga ik dat vast nog wel doen, maar voor nu hoop ik dat jullie stil willen staan bij deze drie dingen:

Stevig zijn is niet hetzelfde als onkwetsbaar zijn. Het is niet erg om te kiezen een stap terug te doen.

Focus niet op het probleem, maar focus op je mogelijkheden.

Accepteer feitelijk dat een probleem er is, ongeacht wat je ervan vindt en handel.

Ik heb gisteren een fijne, waardevolle dag gehad. Daar wil ik me op focussen. Sensei weet nu dat ik een slachtoffer ben van seksueel kindermisbruik. Dat vond ik een probleem en dat vind ik nog steeds. Daar kan ik me in vastbijten, maar ik heb besloten om dat niet te doen. Misschien betekent dit wel extra oefenmogelijkheden in het aangeven wat ik wel en niet wil. (“Niet teveel zachtheid! Wel aanmoediging” o.i.d.). En misschien, heel misschien is het wel goed dat ik bij Aikido waar ik me zo fijn en veilig voel en waar ik met zoveel plezier naartoe ga, 100% mezelf kan zijn (ook met mijn slachtofferschap). Misschien verwarde ik stevigheid nog wel teveel met onkwetsbaarheid.

Ik denk dat ik ook in het proces van mijn grenzen bewaken in plaats van mijn angst, niet over het hoofd moet zien dat ook dat eng is en ingewikkeld en dat ik ook die angst niet hoef te bewaken, maar los mag laten en mag vertrouwen dat ik kan (leren) begrenzen.
Ontspanning brengt tenslotte meer dan krampachtigheid.

Zoek je grenzen op

scalingforcelimits
Bron: Scaling Force (R. Miller + L.A. Kane)

Gisteren deed ik iets heel engs. Iets heel, heel, heel engs; Ik had namelijk een zelfverdedigingstraining (wat op zich al veel dingen doen die ik eng vind is) en een groot deel van de tijd was ik geblinddoekt. (Ja, echt!)
Dat heeft voordelen: Minder nadenken en meer voelen. Minder hoofd en meer lijf. Efficiënter reageren. Meer van die dingen.
Maar: Eng!

Mensen houden er niet zo van om niet te kunnen zien; een zintuig op te geven en daarmee (een idee van) controle. Voor slachtoffers van seksueel geweld is dit, om voor de hand liggende redenen, nog sterker. Voor mij? Oeff! Ik heb slechte ervaringen met geblinddoekt zijn. Slechte ervaringen met niet kunnen zien, maar vooral wel goed kunnen voelen. Met niet kunnen anticiperen wat er op me afkomt. Met straf krijgen voor schrikreacties die ik in die setting moeilijker kon voorkomen. Met een totaal gebrek aan controle. Volledige machteloosheid.

Geblinddoekt zijn stond niet op mijn Bucketlist. Ook niet ergens onderaan.

Toch leek het me een goed idee om dit te gaan doen. Alles wat je met deze manier van trainen kunt leren, had ik te leren. En meer:

Ik had ook te leren (steeds opnieuw, zolang als dat nog nodig is) hoe veilig een situatie kan zijn waarin ik regie heb; ik bepaal en ik kan stoppen wanneer ik dat wil.

Ik had wederom te leren dat iets eng is en ik het toch kan doen.

En toen voelen mijn voornaamste middel werd om informatie te krijgen over de situatie (Waar is de ander? Wat gaat hij doen? Wat kan ik doen?), kon ik niet als reactie uit contact  gaan; ook niet als het eng was (juist niet). Uit contact betekende namelijk geen informatie. Het betekende dat ik niet wist waar de ander was, niet wist wat het beste voor mij was om te doen en dat mijn mogelijkheden beperkt werden. Ik ‘moest’ dus veiligheid zoeken in contact, in nabijheid, in lichamelijkheid. Ik ‘moest’ mijn geconditioneerde coping en mijn voorkeursreacties die hardnekkig hun hoofd opsteken als ik maar bang genoeg ben, overboord gooien en het anders doen.
Dus dat deed ik.

En nu komt het:

Ik ging niet dood
Het was eigenlijk heel leuk.

Natuurlijk was het ook nog eng. Dat bleef. Maar al die onnodige balast; het denken, de verwachtingen, het me schrap zetten, mijn adem inhouden… Dat kon ik allemaal los gaan laten, want het werkte niet.

En toen kwam er ruimte voor wat wel werkte:
Alleen maar voelen.
Voelen en improviseren.

Zoals een kind speelt;

Natuurlijk was dat leuk!

Nachtelijke gedachten

jskss
Fotorechten S. Lentjes JSK


Every sturdy tree that towers over human beings owes its existence to a deeply rooted core”

-Morihei Ueshiba

Een paar maanden geleden las ik “The Art of Peace” van Ueshiba. Hij is de grondlegger van Aikido, wat voor hem meer een levensbeschouwing dan een gevechtskunst was.
Het boekje was best veel blabla, maar, zonder me zelf al te veel op dat pad van ‘blabla’ te willen begeven, kwam ik toen ik wat aandachtiger las toch bepaalde ‘diepere’ principes tegen waar ik wat mee kon.

Veel van deze principes zijn de bouwstenen van wat ik aantrekkelijk vind in Aikido, en breder genomen, van wat ik belangrijk vind in het leven:

Aikido gaat om meebewegen met wat er op je pad komt.
Om rollen als je valt. Om opstaan als je op de grond terecht gekomen bent. Om steeds opnieuw de beste balans vinden.

Ueshiba schrijft ergens in zijn boek dat het primaire doel van Aikido zelfoverwinning is.
Is dat niet waar het überhaupt om gaat in het leven?

De dingen die mij het meeste hinderen, hebben te maken met dat wat was: Herinneringen die bij me zijn, waardoor ik bang ben voor dingen die zouden kunnen gebeuren.
Mogelijk dus. Maar het hoeft niet noodzakelijkerwijs zo te gaan. En zelfs als het zo gaat als waar ik bang voor was, blijkt het vaak allemaal best mee te vallen; minder erg te zijn dan verwacht.

Waarom voelen verwachtingen soms zoveel echter dan dat wat werkelijk is?
Waarom zijn mensen die het ergste al overleefd hebben, bang om te leven?

Ik denk soms wel eens dat ik zelf mijn ergste vijand ben.
Ik weet al hoe ik moet rollen als ik val. Ik weet hoe ik weer op moet staan, Ik hoef er alleen maar op te vertrouwen het te doen.

En het te doen.

Zelfoverwinning, tja…

Tegenslagen

“You may encounter many defeats, but you must not be defeated”
Maya Angelou

 

Tegenslagen horen bij het leven. Op sommige dagen is het gewoon shit. Dat mag. Dat kan. En het gaat ook weer over.

Mensen met een (jeugd)trauma vinden het vaak erg lastig om te accepteren dat emoties als boosheid, angst en verdriet ook gewoon bij het leven horen, dat dat ook niets met het trauma te maken kan hebben. Omdat ze nog jong waren ten tijde van het ontstaan van het trauma en het ook nog eens veel emoties bij ze oproept (die ze misschien niet makkelijk aan andere dingen kunnen koppelen), wordt het lastig om onderscheid te maken tussen deze traumagerelateerde emoties en de normale emoties uit het dagelijks leven. Het voelen van bepaalde emoties raakt verstrengeld met elementen van het trauma. Zo kan het bijvoorbeeld moeilijk zijn om een situatie te verdragen die een milde angst oproept, omdat het ervaren van die gevoelens, doet denken aan de doodsangst die bij het trauma hoort. Je kunt je voorstellen dat het op deze manier erg lastig wordt om dingen te ondernemen die buiten je comfortzone vallen. Ironisch genoeg zijn het juist die dingen die buiten je comfortzone vallen, die maken dat je kunt groeien en je kunt ontwikkelen; de dingen die zorgen dat je je leven kunt veranderen. Het is daarom heel belangrijk om je niet door je gevoelens te laten weerhouden om de dingen te doen die goed voor je zijn.

Ik zeg het daarom nog maar eens: Emoties zijn normaal. Emoties horen bij het leven.

Het is ok om boos te zijn.
Het is ok om bang te zijn.
Het is ok om verdrietig te zijn.
Het is zelfs ok om het even allemaal niet precies te weten.

Soms weet ik het zelf ook allemaal even niet zo goed.
Om eens heel openhartig te zijn: Vandaag is bijvoorbeeld zo’n dag.
Het is allemaal pfft.
En nou ja, dat is dan maar zo. Het mag best even shit zijn.
En misschien is het zelfs wel wat langer dan even. Ik geloof erin dat het wel weer beter wordt. Niet omdat ik het einde van de tunnel kan zien en ook niet omdat ik zoveel goede ervaringen heb waar ik uit kan putten en mezelf mee op kan peppen, maar omdat ik wil dat het beter wordt. Ik denk dat alles staat of valt met wat je wilt. Mindset.

Toen het eens echt niet goed met me ging, zei iemand tegen me: “Huil maar, breek maar. Van de stukken maak je wel weer wat je nodig hebt.”

Ik geloof dat dat het is: Tegenslagen horen bij het leven, maar verslagen worden is een keuze.