Laten we dapper zijn [over zelfmoord]

kyraring

Vandaag werd het meisje gecremeerd dat ik 13 jaar geleden als mijn beste vriendin zag. Het meisje met wie ik lief en leed deelde, met wie ik heb gelachen en gehuild. Geruzied. Geknuffeld. Gedanst. Gefeest. Gezwierd. Geleefd.
Het meisje dat mij voor mijn zeventiende verjaardag een zilveren ring cadeau gaf die ik draag op het moment dat ik dit typ.
De vrouw die ik uit het oog ben verloren. De vrouw met wie er geen verloren tijd meer in valt te halen, omdat ze vorige week maandag een eind aan haar leven heeft gemaakt.

Wat ben ik vreselijk verdrietig.

En wat frustreert het mij dat ik zo verdrietig ben. Ik vind het zo misplaatst. Ja, ik hield van haar, heel veel, maar ik had gewild dat ik die energie, de kracht van mijn pijn nu, in haar had gestoken bij leven. Ik beeld me niet in dat dat iets aan haar keuze veranderd zou hebben, maar het zou wel uit hebben gemaakt.

De vrouw die na vandaag niet meer is dan stof en herinneringen, was enorm geliefd bij heel veel mensen. Ze leefde intens en er werd intens van haar gehouden. Ik ken niemand, buiten mezelf misschien, die zo van het leven weet te genieten als zij kon. En toch was dat niet genoeg. Was het verdriet groter. De pijn sterker. Het gebrek aan eigenliefde uiteindelijk meer relevant.

En een van de dingen die me dwars zitten, is dat ik die kant van haar kende. Ik heb me niet alleen laten verblinden door het stralende licht dat zij wierp, maar ik had ook de schaduwen gezien. Ik heb haar er naar gevraagd, niet voldoende vind ik nu, maar ik wist er van. Ik vraag me af hoeveel anderen, hoeveel van de mensen die zij nu om zich heen had, zich bewust waren van die schaduwen. En of dat uit zou hebben gemaakt.

Ik geloof dat iemand die zelfmoord pleegt het al lange tijd moeilijk heeft, met dingen worstelt die erg zwaar op hem of haar drukken, maar dat betekent niet dat dat ook altijd goed te zien is. Als ik kijk naar die vriendin, als ik kijk naar mezelf, (ik heb ook heel suïcidale periodes gehad en momenten dat het daadwerkelijk onomkeerbaar mis had kunnen gaan), dan weet ik dat er ondanks die zwaarte eigenlijk ook altijd wel momenten van meer lichtheid en van toch nog kunnen genieten zijn. Mensen zijn zo veerkrachtig. En dat is fijn, mooi, goed, belangrijk, maar ook gevaarlijk. Het is lastig voor mensen om je heen om te bevatten hoe slecht het met je gaat als ze je dezelfde dag nog om iets hebben zien lachen. En toch is dat wat er nodig is. Net zoals we in staat moeten zijn om voorbij (onze) pijn te kijken om de weg naar heling in te kunnen slaan, om ons weer meer levend te voelen en meer levensgeluk te kunnen ervaren (zelfs als er heel erge dingen zijn gebeurd), moeten we in staat zijn om voorbij het levendige en lichte van de anderen om ons heen te kijken om ook hun donker te kunnen waarnemen. Als we dit niet willen of kunnen zien, lopen we het risico dat de mensen van wie wij houden, ondanks onze liefde en onze aanwezigheid in hun leven, eenzaam verdwalen in het donker en dat we hen voorgoed kwijtraken.

Ik ook [#MeToo]

Als ik denk aan het liefste dat iemand tegen me zei, dan is dat “Jij hebt nog veel liefkozingen tegoed”.
Hij zei het op een liefdevolle, maar heel terloopse, vanzelfsprekende manier; De woorden verdwenen bijna een beetje in de warmte en veilige omhulling van de omhelzing die erbij hoorde, maar toch raakten ze me, zetten ze zich ergens in me vast. Ik denk omdat ik wist dat het waar was.

Ik weet dat het nog steeds waar is. Ik heb nog veel liefkozingen tegoed.
Voor iedere fijne omhelzing, voor iedere prettige aanraking kan ik er wel tien noemen die dat niet waren.
Ik ben in mijn leven door veel dwingende handen aangeraakt. Ik ben gekwetst, misbruikt en geobjectiveerd. Ik ben nageroepen en nagefloten op straat en in mijn billen geknepen of erop getikt in de kroeg. Ik ben tegen mijn zin op schoot en tegen mannenlijven aangetrokken door mannen die dit allemaal maar grappig vonden of anderen bij zich hadden die klaarstonden om het slechts ‘een geintje’ te noemen. Soms waren die anderen hun vrienden, soms waren het mensen waarvan ik dacht dat het mijn vrienden waren. Soms zelfs waren degenen die me zeiden dat het allemaal wel meeviel, dat ik er niet zo zwaar aan moest tillen of niet zo moest overdrijven, mensen van wie ik werkelijk op aan dacht te kunnen, familie bijvoorbeeld.

Ik heb veel grensoverschrijdingen meegemaakt.
Bij de eerste die ik me kan herinneren was ik slechts vier. Tijdens de meest ingrijpende situatie was ik een jaar of zes, zeven. Als kind ben ik jarenlang misbruikt. Toen ik veertien was heeft mijn dader mij en een vriend in een hinderlaag laten lopen en heeft me daar, in het bijzijn van zijn vrienden, al die getuigen, bedreigd en onthuld wat hij me aan heeft gedaan. (Niemand beschermde mij op dat moment. Niemand van hen deed later aangifte. Het blijft onbegrijpelijk). Een jaar later werd ik in het bijzijn van dezelfde vriend en nog een ander, aangerand op een feestje. Wij sloegen allemaal dicht, gelukkig greep een vriend van de aanrander in. Vijftien was ik toen en het zou niet het laatste zijn wat mij overkwam.

Ik weet dat er dingen zijn die ik heb meegemaakt, maar ben vergeten omdat ze niet zo’n indruk op me hebben gemaakt, conform wat de omgeving me daar graag over wilde laten geloven, of wellicht omdat ze in het niet vielen bij andere, veel ergere dingen.
Een maand geleden nog werd ik onderweg naar fysiotherapie, aangesproken door een man die voor het huis zat waar ik langsliep. Het was een warme dag. Ik knoopte mijn jas open. “Dat zou ik maar niet doen als ik jou was. Je maakt me heel opgewonden als je dat doet. Je wilt toch niet dat ik naar beneden kom?” Hevig overvallen en geschrokken stond ik de man die met zijn gedrag alle recht daarop al verspeeld had, beleefd te woord, versnelde mijn pas en knoopte vlug mijn jas weer dicht, alsof ik dacht op die manier invloed uit te kunnen oefenen op het gedrag dat me zo’n angst had aangejaagd. Dat zit me dwars. De vanzelfsprekendheid waarmee ik direct, als eerste reactie, de schuld voor de hele situatie op me nam zit me dwars. En het feit dat ik nu, erna, de ‘luxe’ heb om me over zulke ‘kleine’ grensoverschrijdingen druk te maken, omdat de laatste verkrachting, het laatste echte trauma dat ik opliep al een verwaarloosbare tijd geleden is, zit me ook dwars. Ik weet dat er veel mensen zijn die hun mond houden over ‘kleine’ vergrijpen, omdat het ze al niet lukt om te praten over de grotere. En dat begrijp ik goed.

Het is moeilijk om te praten over seksueel geweld. Mensen horen zulke dingen niet graag. Op mijn blog, schrijf ik normaliter altijd met een positieve invalshoek. Het gaat er dan minder om wat je is overkomen als om wat je van je leven kunt maken. De focus ligt op vooruitgang en niet op stilstand.
Maar niet hier, niet in dit bericht. Juist hier wil ik wel even bewust stilstaan. Het past niet om de ernst van het probleem te ontkennen en op deze manier schrijven heeft ook nog een andere functie, want zeg eens eerlijk: Dacht jij niet toen je dit net allemaal las, dat als iemand zo vaak zulke grensoverschrijdingen meemaakt, dat vast wel aan haar moest liggen? Was er niet een klein stemmetje in jouw hoofd dat je dingen toefluisterde over mijn mogelijke aandeel?
Heb jij je niet net afgevraagd of er dingen waren die ik anders had kunnen doen of ze zelfs ook bedacht? Vond je het dichtslaan (tonic immobility) dat ik beschreef stom of dacht je op de een of andere manier dat ik daar bewust iets aan had kunnen veranderen? Vroeg je je af wat ik voor kleding droeg onder de jas die ik openknoopte? Vind je dat ik de verkeerde vrienden koos?
Of dacht je misschien dat het zoveel is wat ik hierboven beschreef dat het allemaal of ten dele niet waar moet zijn?

Ja.

Het is zo vreselijk moeilijk om te praten over seksueel geweld.
Hoe vertel je iets dat je keel dichtknijpt, dat je aantast in je identiteit, in je gevoel van veiligheid en eigenwaarde, iets dat jou overkwam omdat een ander besloten heeft jou dat aan te doen, aan mensen die dat niet kunnen horen en niet willen zien?

Ik ook. #MeToo.
Zoveel, zo vaak.

Door iets te ontkennen, zorgen we niet dat iets niet meer gebeurt. In tegendeel.
Laten we dapper zijn. Laten we erkennen.
Want
Zoveel. Zo vaak.

En vooral
Zo nodig.

 

 

 

Over ziek zijn, verbinding en betekenis

 

wp-1498738163939.jpgAl maanden ben ik ziek. Zo ziek dat het soms een uitje voor me is om achterop iemands fiets een rondje door mijn eigen buurt te rijden of dat het als een ware prestatie voelt om mijn eigen boodschappen te kunnen doen bij de supermarkt in het wijkcentrum op 10 minuten loopafstand.

Iedereen die me een beetje kent weet hoe graag ik beweeg en buiten ben. Met hoeveel plezier ik hardloop, hoeveel zelfverdediging voor mij betekent en hoeveel ik van Aikido hou; Hoe fijn ik het vind om te wandelen, de wind door mijn haren te voelen en de zon of de regen op mijn huid. De laatste maanden kon steeds minder van dat alles. Zelfs de vanzelfsprekendheid waarmee ik boeken wist te verslinden of in korte tijd blogs tevoorschijn toverde, was er niet meer bij. Het is al zo’n tijd stil op Samen Helen dat zelfs de vraag naar nieuwe blogs is verstomt. (Maar gelukkig nog niet het dagelijkse aantal trouwe bezoekers, dankjulliewel).

Om eerlijk te zijn begon dit alles wat niet kan, gecombineerd met de pijn, de vermoeidheid en de ziekenhuisbezoeken, me de laatste tijd best wel een beetje moedeloos te maken. Ik leef licht, maar als er niet veel te leven valt, wordt het op den duur ook lastig om lichtvoetig te blijven.

Ondanks en juist ook door die zwaarte, heb ik de afgelopen periode ook veel mogen leren. Zo heb ik geleerd om nog meer helder onderscheid te maken tussen zaken die belangrijk zijn en zaken die dat alleen maar lijken; Iets waar ik sowieso vaak over nadenk.
Ik heb geleerd hoe belangrijk doseren, begrenzen en naar mijn lichaam luisteren is. Al deze dingen wist ik al, allang, maar een paar keer flink onderuit gaan helpt enorm om ze ook op gevoelsniveau goed te gaan beseffen. Toen ik eens niet lastig wilde zijn en iemand daarom niet vroeg voor me op te staan in de bus, terwijl ik stond te wiebelen op mijn benen en hoge koorts had, betekende dat kleine moment van ongemak dat ik niet aan wilde gaan, dat ik erna bijna vier dagen vrijwel onafgebroken in bed lag. Dat schudde me wel wakker!
Iets anders dat ik leerde, waar ik beter in geworden ben, is om nog meer in het moment te zijn. Hoewel er bepaalde dingen zijn waardoor het slechter wordt, zoals weinig slaap en stress, is er verder weinig te voorspellen over hoe ik me de volgende dag zal voelen. Dit heeft gemaakt dat ik van ieder moment dat ik me goed voel, gebruik probeer te maken en dat ik alle kleine fijne dingen probeer te omarmen, in te ademen, op te snuiven en ervan te genieten.
In het verlengde hiervan probeer ik ook weinig tijd te verspillen aan dingen die me verdrietig maken, of boos (behalve als dat laatste me bekrachtigt en me helpt mezelf in acht te nemen en te beschermen). Een van de hoofdprincipes van Aikido is dat je je niet verzet tegen de energie (de aanval) die op je af komt, maar dat je het in de ogen ziet, meebeweegt en de energie gebruikt en brengt naar waar jij het wilt hebben. Ik probeer ook mee te buigen met wat er allemaal nu gebeurt, zodat het me zo goed mogelijk lukt om van de betere momenten te genieten. Het is niet makkelijk, maar deze houding helpt me toch.

Een ander belangrijk thema in deze periode is verbinding. Ik noemde al de verbinding die ik met mijn lijf probeer te maken, versterken en onderhouden, alsmede de verbinding die ik met mezelf en de dingen die mij helpen, die voor mij belangrijk zijn, houd. Verder is ook verbinding met andere mensen voor mij heel waardevol. Dat is het altijd, maar nu nog meer. Ik probeer er een gewoonte van te maken om betekenisvol contact aan te gaan met andere mensen. Zondag was ik ergens waar iemand haar kunstwerken tentoonstelde. Na eerst met haar te hebben gesproken over het boek dat ze aan het lezen was, hebben we over haar kunst gepraat. Het was iets ruimtelijks dat ik niet zo goed begreep, maar dat was niet belangrijk. Ik liet haar vertellen en ik luisterde met al mijn aandacht. Ik keek haar in haar ogen en daar zag ik hoeveel haar kunst voor haar betekent. Ik hoorde de warme ondertoon in haar stem toen ze vertelde met hoeveel zorg een specifiek object tot stand was gekomen. Het was fijn. Het was echt. Het was betekenisvol. En het kostte me niets. Op zulke momenten, als ik op zo’n manier met iemand praat of alleen maar luister, begrijp ik niet goed dat niet iedereen dat doet.

Verbinding met anderen…
Ik heb deze periode veel geleerd over hoeveel fijner het is om dingen samen te doen dan alleen. Ik heb geleerd dat het steeds makkelijker wordt om hulp te vragen, wanneer er weinig goede alternatieven zijn. En ik heb gezien en gevoeld dat mensen die oprecht om me geven, het helemaal niet erg vinden om te helpen; Het fijn vinden dat ze iets concreets kunnen doen.

Alle betekenisvolle momenten van de afgelopen tijd hadden allemaal te maken met verbinding. Van de lessen die ik leerde over mezelf, tot de momenten dat ik me echt gelukkig en gekoesterd voelde. Er waren twee absolute hoogtepunten:

Begin deze maand was ik op de Verwendag van Stichting Revief, waar ik bestuur. Het was van tevoren sterk de vraag of ik aanwezig kon zijn, want het ging al een tijd erg slecht met me. Gelukkig lukte het, want het was zo’n fijne warme ervaring dat ik nog steeds begin te glimlachen als ik er aan terug denk.
Revief is als een familie voor me en het was fantastisch om iedereen weer te zien, om samen zoiets goeds neer te zetten, om te praten, elkaar vast te houden, om ogen te zien stralen en mensen te zien genieten, om niets te hoeven en allerlei cools en fijns te mogen en zelfs (!!!) een ritje achterop een motor te maken met KTMCO; een organisatie die motorritten organiseert voor het goede doel, waardoor ik voor het eerst sinds heel lang me weer mobiel en vrij voelde. Van hen kreeg ik ook een beertje “Vive”, een tastbare herinnering aan een prachtige dag, dat ik zelfs als steun met me meenam naar een heel naar ziekenhuisonderzoek vorige week.

Of het kwam door Vive, of door de fantastische zorgen en betrokkenheid van het ziekenhuis of de warmte en veiligheid van degene die met me mee kwam en die ik als laatste zag voor de narcose begon te werken en als eerste hoorde en voelde toen ik eruit ontwaakte, weet ik niet precies, maar het onderzoek was minder ingrijpend voor me (maar nog steeds behoorlijk natuurlijk) dan ik had verwacht. Daardoor was ik gelukkig in staat om afgelopen zaterdag het tweede hoogtepunt mee te maken; Een avondje Vorlesebuhne. Ditmaal niet als gast, maar als een van de schrijvers. En wat was dat fan-tas-tisch!
Toegegeven: Ik ben geen performer. Hoewel ik zonder problemen lezingen geef aan grote groepen word ik opeens een beetje bibberig, gaat mijn hart snel kloppen en worden mijn handen klam, als ik mijn eigen werk moet voordragen. En dat was dus precies wat ik zaterdag ging doen, te midden van een viertal sterke schrijvers waarvan er 3 performance-veteraan zijn. Over uitdagingen gesproken.
Maar nogmaals: Wat-was-het-gaaf!!!
De sfeer was prettig. Het was heel fijn en verbonden met de andere schrijvers en muzikante. De avond werkte goed, de teksten waren sterk (ook de mijne) en de compositie succesvol. Mijn performance was natuurlijk niet zo goed als ik wilde, maar absoluut ook niet zo slecht als ik vreesde. Een uitgever uit het publiek zei dat er deze avond geen zwakke schakels waren (ik dus ook niet, ha!).
Ik merk ondertussen dat ik breed aan het lachen ben naar mijn beeldscherm, zo waardevol was, is dit. Ik voel me levend.

Ja, het is zwaar de laatste tijd. Het is moeilijk om lichtvoetig te zijn. Ik weet niet wat er voor me ligt. Wanneer ik weer kan schrijven. Hoelang dit gaat duren. Wat er uitkomt. Of en hoeveel erger het nog gaat worden… Net zo min weet ik hoeveel mooie dingen er nog voor me liggen. Maar dat ze zullen komen staat voor me vast. Deze twee geweldige hoogtepunten en alle talrijke kleine waardevolle momentjes, geven mij dit vertrouwen.

Ik schrijf altijd dat iedere dag een nieuwe kans is om te kiezen, dat geloof ik nog steeds.
Ik schrijf vaak over betekenis, over hoofd- en bijzaken en dingen in de ogen kijken, dat is nog belangrijker voor me geworden.

We kiezen niet onze omstandigheden, hoe oneerlijk dat ook kan lijken. Maar we kiezen wél hoe we er mee omgaan, dat geloof ik echt.

Hopelijk tot gauw!

 

 

“Perfect is goed, maar goed is perfect”

Ik heb het heel lang ontzettend moeilijk gevonden om fouten te maken. Een groot deel van mijn leven betekende het maken van fouten, het ‘dingen verkeerd doen’, afwijzing, pijn, straf of erger. Nee zeggen? Huilen omdat ik pijn had? Ademen zonder toestemming? Mijn ogen dichtdoen? Vergeten te glimlachen? Als ik dat deed gebeurden er dingen waarbij al het voorgaande verbleekte. En opnieuw. En opnieuw.  Gewoon, zodat ik leerde te doen wat er van me verwacht werd. (Zonder huilen natuurlijk).

Het ontwikkelen van de gewoonte om dingen altijd goed te doen was noodzakelijk om te kunnen overleven. Niet alleen wanneer ik in acuut gevaar was en er geweld dreigde en ook plaatshad, maar ook later toen ik in die perfectie een tegenwicht vond voor het gewicht van het trauma dat op me drukte.

Perfectionisme was een vriend die me beschermde, in leven hield in erbarmelijke omstandigheden en die me dreef om door te gaan, ook wanneer ik moe was en niet meer kon. Zonder mijn perfectionisme zou ik nooit zijn gekomen waar ik nu gekomen was. Ik realiseer me dit en ben er dankbaar voor.
Tegelijkertijd is perfectionisme ook een belemmering. In het nu waar ik niet meer machteloos ben en klein, waar er geen bizarre straffen meer boven mijn hoofd hangen als ik iets niet helemaal goed doe, waar het normaal is om te leren met vallen en opstaan, is het ingewikkeld om zo’n onnodig loden gewicht om mijn hals te hebben hangen.
Het is daarom tijd om mijn perfectionisme te bedanken en het te laten gaan.

Natuurlijk is dat niet zo eenvoudig als het klinkt. En hoewel ik zou willen dat ik dit meteen en perfect (zucht, ik weet het)  zou kunnen, gaan zulke dingen altijd met babystapjes.

Wat me helpt is om, naast mijn gewoonte van stilstaan bij wat fijn is en wat goed gaat, ook heel bewust stil te staan bij wat niet goed gegaan is: “Ok, dit is dus niet goed gegaan… Wat betekende dat? Hoe erg was het nou echt?”
Wat er ook gebeurt, wat de gevolgen ook zijn, het is eigenlijk nooit zo erg als het vroeger was. Mezelf hier steeds aan herinneren helpt me relativeren, helpt me met voelen dat het nu veilig is, want dat is het. Het hoeft niet altijd zo te voelen om te kunnen erkennen dat het zo is. Bang zijn mag. Angst en onzekerheid horen bij het leven. Ik kan ze verdragen.

Iets anders dat me helpt is bewust fouten maken, dingen uitproberen, wederom om mezelf te bevestigen dat de gevolgen wel meevallen; Om mezelf te leren dat de gevolgen die ik verwacht uitblijven.

Verder probeer ik graag nieuwe dingen, bij voorkeur dingen die ik eng vind; Dingen waar ik geen controle over heb. Ik heb dan bijna een 100% fout-garantie, want de kans dat ik iets nieuws meteen foutloos kan is natuurlijk bijzonder klein. Dus ik doe die dingen, ik maak fouten, ik overleef dat gewoon en probeer tussendoor ook nog schandalig veel van het moment te genieten.

Wat me ook helpt is om me te omringen met veilige mensen waarmee ik kan oefenen.
Toen ik zelfverdediging trainde was mijn perfectionisme vaak hinderlijk aanwezig. Soms bewoog ik niet uit angst om verkeerd te bewegen. In het bijzijn van anderen was het sowieso erger, omdat er dan ook nog een oordeel is waarmee ik rekening wilde houden (Wat onnodig is trouwens; Mensen die je veroordelen als je fouten maakt, zijn niet het soort mensen dat je graag in je leven moet willen hebben). En als het dan ook nog eens competente anderen zijn en het iets was waarvan ik wist dat ik er niet direct een natuurtalent in was…

Mijn leraar zei een keer toen het weer eens zover was en ik de targetoefening die we deden niet vloeiend genoeg deed uit angst om het niet goed genoeg te doen: “Ok, doe het nu nog eens, maar doe nu eens alles fout.” Behalve dat ik me het hoofd brak over de vraag of het erger was om het niet fout te kunnen doen (en dus te falen voor de opdracht die hij me gaf) of het juist wel fout te doen (en dus bewust fouten te moeten maken), was het eigenlijk niet anders dan de keer ervoor toen ik alles goed probeerde te doen. Ik bewoog bijna hetzelfde, ik haperde ongeveer evenveel en ik voelde me even onzeker.
Dus als al die dingen er toch wel waren, ongeacht wat ik deed en ze ook nog eens geen enkel nut hadden kon ik ze beter overboord gooien. Het was bevrijdend.

Ik ben nog steeds best wel perfectionistisch. Het blijft lastig om fouten te maken, maar het lukt me steeds beter om zacht voor mezelf te zijn. Bij die zachtheid hoort ook dat ik mezelf niet moet veroordelen over het feit dat ik nog steeds het liefst alles goed doe. Door dat al te kunnen erkennen komt er heel veel ruimte vrij voor andere dingen; mooie, waardevolle, belangrijke dingen: Voor plezier en voor genieten. Voor me in situaties storten waarbij ik niet alles onder controle heb en ik kan spelen, proberen en me laten verrassen.

De plek waar ik het liefst ben, waar ik me het allerfijnst voel is de dojo waar ik Aikido train. Het is een plek waar ik omringd ben door mensen die vrijwel allemaal beter zijn dan ik; de plek waar ik me het meest onzeker voel, het vaakst bloos en de meeste fouten maak. Het is ook de plek waar ik me het meest gelukkig voel.

Perfect is goed, maar goed is perfect!

Wederopbouw

Omdat de inhoud van het oorspronkelijke bericht mogelijk triggerende beschrijvingen bevat, is dit een leeswaarschuwing voor m.n. slachtoffers van seksueel geweld:
Probeer bij jezelf te voelen of het verstandig is om nu verder te lezen. Je kunt er ook voor kiezen om later terug te komen of het te lezen als er bijvoorbeeld iemand bij je is.

Als de informatie in het artikel veel bij je oproept en/of als het herkenbaar is, raad ik je aan om hulp te zoeken, dit kan bijvoorbeeld door contact op te nemen met een van de Centra voor Seksueel Geweld (Nederland) of de Centra voor Algemeen Welzijnswerk (België)

Als je wilt kun je nu hier verder lezen: https://samenhelen.wordpress.com/wederopbouw/

Tegenslagen

“You may encounter many defeats, but you must not be defeated”
Maya Angelou

 

Tegenslagen horen bij het leven. Op sommige dagen is het gewoon shit. Dat mag. Dat kan. En het gaat ook weer over.

Mensen met een (jeugd)trauma vinden het vaak erg lastig om te accepteren dat emoties als boosheid, angst en verdriet ook gewoon bij het leven horen, dat dat ook niets met het trauma te maken kan hebben. Omdat ze nog jong waren ten tijde van het ontstaan van het trauma en het ook nog eens veel emoties bij ze oproept (die ze misschien niet makkelijk aan andere dingen kunnen koppelen), wordt het lastig om onderscheid te maken tussen deze traumagerelateerde emoties en de normale emoties uit het dagelijks leven. Het voelen van bepaalde emoties raakt verstrengeld met elementen van het trauma. Zo kan het bijvoorbeeld moeilijk zijn om een situatie te verdragen die een milde angst oproept, omdat het ervaren van die gevoelens, doet denken aan de doodsangst die bij het trauma hoort. Je kunt je voorstellen dat het op deze manier erg lastig wordt om dingen te ondernemen die buiten je comfortzone vallen. Ironisch genoeg zijn het juist die dingen die buiten je comfortzone vallen, die maken dat je kunt groeien en je kunt ontwikkelen; de dingen die zorgen dat je je leven kunt veranderen. Het is daarom heel belangrijk om je niet door je gevoelens te laten weerhouden om de dingen te doen die goed voor je zijn.

Ik zeg het daarom nog maar eens: Emoties zijn normaal. Emoties horen bij het leven.

Het is ok om boos te zijn.
Het is ok om bang te zijn.
Het is ok om verdrietig te zijn.
Het is zelfs ok om het even allemaal niet precies te weten.

Soms weet ik het zelf ook allemaal even niet zo goed.
Om eens heel openhartig te zijn: Vandaag is bijvoorbeeld zo’n dag.
Het is allemaal pfft.
En nou ja, dat is dan maar zo. Het mag best even shit zijn.
En misschien is het zelfs wel wat langer dan even. Ik geloof erin dat het wel weer beter wordt. Niet omdat ik het einde van de tunnel kan zien en ook niet omdat ik zoveel goede ervaringen heb waar ik uit kan putten en mezelf mee op kan peppen, maar omdat ik wil dat het beter wordt. Ik denk dat alles staat of valt met wat je wilt. Mindset.

Toen het eens echt niet goed met me ging, zei iemand tegen me: “Huil maar, breek maar. Van de stukken maak je wel weer wat je nodig hebt.”

Ik geloof dat dat het is: Tegenslagen horen bij het leven, maar verslagen worden is een keuze.

In een jaar kan er veel gebeuren…

Vandaag is het precies een jaar geleden dat Samen Helen is geboren. Ik had geen beschuit met muisjes om het heuglijke feit te vieren, maar wel veel thee en troost-chocolade. Het was die dag namelijk ‘Therapy Tuesday’ en we waren net met iets nieuws begonnen dat ik heel eng en moeilijk vond. Ik besloot deze blog te beginnen als een soort van positief tegenwicht voor de zware tijd die voor me lag. We weten allemaal hoe dat uit de hand gelopen is…

Een jaar later; 75 posts, 681 volgers, een ‘beste blogpost van het Nederlandse taaldomein’-nominatie, een twitter-account, een vertaling (die, ik geef toe, wat meer aandacht verdient), 3 gastschrijvers en ontelbare likes, shares & reacties (waarvoor ongelooflijk bedankt, echt!) verder…

Wauw, wat is er veel gebeurd!

En dan bedoel ik niet alleen hier op mijn blog, natuurlijk.

Een jaar en wat uurtjes geleden, zat ik in een PMT-ruimte met mijn therapeute voor een soort EMDR-deluxe. Ik had toen al een geruime tijd traumatherapie met EMDR, maar waar ik daarbij vaak tegenaan liep was dat ik ‘weg ging’ van het trauma, wanneer ik woorden gaf aan wat ik zag/voelde/ervoer. Het was een strategie die lange tijd succesvol was geweest voor me, maar die ik niet makkelijk kon afleggen toen dat nodig was. Ik wilde wel bij mijn gevoel blijven, maar ik wist niet precies hoe.

Ik denk overigens dat, maar volgens mij is dit verband nergens bewezen, mijn hoogbegaafdheid en ook de talloze dingen die ik tegelijk deed ten tijde van het seksuele geweld om mezelf ervan af te leiden, ervoor zorgden dat ik gewend was aan grote(re) werkgeheugenbelasting, waardoor de EMDR zoals we het deden niet voldoende belastend was voor mij op dat moment. Er bleef ruimte om ervan weg te gaan.

Ook denk ik dat ik ervan weg ging juist door dingen verbaal te maken. Als je zo jong bent als ik was; Ik was ongeveer vier toen het begon, heb je nog niet veel woorden voor wat er gebeurt. Door er wel woorden aan te geven (die eigenlijk niet bij je ervaring van dat moment horen), ga je weg van dingen die je soms alleen hebt opgeslagen als een gevoel.

Een poosje eerder, toen ik ook zo vastzat in dat krampachtige overrationaliseren, vroeg mijn vindingrijke therapeute eens om mijn handen zo boven mijn hoofd te houden als ik het in mijn plaatje zag. Terwijl ik dat deed, vroeg ze me naar het plaatje te blijven kijken. Al toen ze het voorstelde voelde ik grote onrust en weerstand in mijn lijf, maar ja, ik wilde vooruit, dus ik deed het: Er klikte wat in elkaar en ik brak. Het was de eerste keer dat ik huilde. En huilde. En huilde. Ik wilde mijn handen weer omlaag doen, maar ze vroeg me ze daar te houden, terwijl we werkten aan het plaatje en ik huilde en huilde en mijn SUD-score beetje bij beetje omlaag ging. Het was verschrikkelijk, maar ik voelde me zoveel beter toen ik uit de sessie kwam. Niet meteen, maar toen ik wat bijgekomen was en had geslapen was het alsof ik honderd kilo lichter was.

We zijn er die keer dus achtergekomen dat het werkte om mijn lijf erbij te betrekken. Toen EMDR daarna verder weer wat stroef ging, besloten we om het eens een poosje op deze manier te proberen. Vorig jaar, deze dag, zou de eerste keer zijn.

Er was een herbeleving die ik altijd had, vaak als ik ging liggen wanneer ik al gespannen was, of als iemand zich agressief gedragen had of soms door andere triggers. Het laat zich het beste omschrijven als “De klap waarmee mijn rug de grond raakte”. (Zo noemde ik het plaatje ook).
Als ik niet snel genoeg naar huis wist te rennen en ze me onderschepten, werd ik niet al te zachthandig tegen de grond getrokken/gegooid. Voor mij als kind was dat het moment waarop alles verloren was. (Ik kijk daar met de kennis van nu iets anders tegenaan; ik denk dat het een illusie was die zij bewust creëerden, wegkomen was nooit een optie). Ik herinnerde me altijd hoe het klonk als de lucht uit mijn longen werd geperst en mijn lijf de grond raakte. Ik kon dat voelen, aan mijn lichaam. Steeds en steeds opnieuw. Hoewel het minder bedreigend klinkt dan andere dingen die ik hier wel eens geschreven heb, was dit voor mij, vanuit mijn kinderbeleving echt heel naar.
Dit was het plaatje waarmee we ons tijdens “EMDR-deluxe” (te leuke naam om er niet in te houden) bezig zouden houden.

Dus we zaten daar vorig jaar in die PMT zaal, met het doel om dat gevoel voldoende na te bootsen, vooral niet teveel te praten en te rationaliseren en wanneer de spanning voldoende opliep EMDR toe te passen.

In de praktijk ging het wat anders. In een mailtje schreef ik er het volgende over:

We doen zo’n PMT-EMDR iets waar ik je ooit eerder wat over heb verteld. De bedoeling was dat ik zou vallen op een matje en het moment zou herbeleven dat alles verloren was. Bij druk tegen mijn rug moest ik me (voorstellen dat ik tegen de grond getrokken werd en me) laten vallen, maar om eerlijk te zijn lukte het me niet. Ik deed alleen maar mijn ogen dicht en wachtte tot het moment voorbij was. Ik vond het ook lastig om in het hier en nu te blijven. Ik was een beetje geneigd om te smokkelen, omdat ik inmiddels veilig heb leren vallen, maar dat was natuurlijk niet de bedoeling, dus wilde ik helemaal niet naar de grond.

Ik was bang. Naar de grond gaan vond ik verschrikkelijk eng. Mijn kernopvatting was dat alles op de grond verloren zou zijn. Ik had zelfverdediging gehad met ook valtraining (wat overigens ook doodeng was), maar dit was een heel nieuw level van eng. Dit doen met dat specifieke plaatje in mijn achterhoofd…
Ik deed mijn ogen dicht en wachtte tot het moment voorbij ging (een oude, niet succesvolle strategie).
Mijn therapeute, niet voor 1 gat te vangen,stapte toen over op imaginaire rescripting:

Ze zei: “Stel je voor dat je een toverdrankje neemt, waardoor je in 1x honderd keer sterker bent. Verzet heeft zin. Wat zou je doen?” Mijn eerste reactie was dat dat niet realistisch was, maar ze zei dat het net zo min realistisch was dat ik het gevoel had dat de daders nog steeds met ons in dezelfde ruimte zijn en dat ik zelf de fantasie mag kiezen die me het meest helpt; Het toverdrankje of de ingebeelde machteloosheid in het nu. Ik mocht mezelf losmaken van mijn stootkussen-aanvaller en ik mocht mezelf ook in veiligheid brengen, omdat dat kan in het nu.

Toen ze tegenover me stond en ik mezelf mocht beschermen en moest voelen dat ik mezelf mocht beschermen, merkte ik dat ik sloeg zoals ik dat bij zelfverdediging geleerd heb. Met weinig inspanning en het gebruik van mijn lichaamsgewicht. Ik probeerde voorzichtig te zijn, maar ze was op een gegeven moment buiten adem. (Stiekem vond ik dat heel grappig)
Ik zei tegen haar dat het me niet lukte om als een kind te slaan, omdat mijn systeem efficiënt wil reageren zoals ik bij zelfverdediging geleerd heb. Ze vond het fijn en goed en ze zei dat dat juist prima was, omdat ik in het nu werkelijk de mogelijkheid heb om me te beschermen.
Het bijzondere is dat ik me dan totaal niet meer onveilig voel in de situatie. Het is dan niet langer meer ik en een verlammende herinnering waarin het nooit zin had om te vechten en waarin verzet leidde tot extreme straffen, maar alleen ik, mijn actie en geen oordelen; Een hier en nu waar ik veilig ben.

Het is gek te bedenken dat dit nog maar een jaar geleden is.

We hebben nog een aantal keer op deze manier gewerkt en het heeft me steeds veel opgeleverd. Er was in deze setting ruimte voor het uiten van mijn boosheid (die ik steeds meteen wegmaakte, want oef gevaarlijk), omdat ik die direct naar buiten mocht richten, door op stootkussens te slaan. Er werd gericht geEMDRt, waarbij ik merkte dat het me veel beter lukte erbij te blijven, omdat alles niet in de eerste plaats verbaal was. Verder merkte ik dat het in beweging zijn me hielp tegen dissociatie. En ik denk dat met alle verschillende dingen die me daar aangeboden werden, mijn werkgeheugen ook voldoende belast werd.

Maar dat is allemaal heel theoretisch. Praktisch gesproken, kan ik vooral zeggen dat ik op deze manier enorme stappen heb kunnen maken.

Toen ik vorig jaar mijn ogen dichtkneep, mijn vuisten balde en mijn hart heel snel voelde  kloppen, omdat ik koste wat kost niet op de grond wilde komen, “want dan zou alles verloren zijn”; Toen ik die steen in mijn maag voelde wanneer ik het stootkussen in mijn rug voelde, had ik nooit gedacht dat ik 9 maanden daarna op een sport zou gaan waarbij tegen de grond geworpen/geklemd/gegooid worden, even normaal is als ademhalen. Ik zou al helemaal niet hebben kunnen bedenken dat het me zou lukken om die twee zaken succesvol te combineren. Met gemák!

Inmiddels zijn we weer 2,5 maand verder. Mijn Aikido-school heeft een zomerstop en ik mis het verschrikkelijk.

Wie had dat kunnen denken?

In een jaar kan er veel gebeuren.
Ik kijk nu al uit naar SH’s tweede jubileum!

Wat ik deed toen het niet makkelijk was

Afgelopen vrijdag was ik bij Aikido. Het was voor het eerst in ruim twee weken dat ik er weer was en ik moest van ver komen. (Ik heb het dan niet over de kilometers die ik moest reizen om bij de dojo te komen, maar over de stappen die ik moest zetten om weer te gaan trainen).

Het is een zware, op veel verschillende gebieden belastende, tijd voor me geweest. De laatste keer dat ik bij Aikido was voor vrijdag, was de avond voordat ik een ingrijpend medisch onderzoek had. Het onderzoek, een MRI-scan, stelde op zich eigenlijk niet zoveel voor. Het was dat wat het bij me opriep, wat het zo zwaar maakte: Ik hou niet van kleine ruimtes. Ik hou nog minder van kleine ruimtes waaruit ik niet direct weg kan. De laatste keer dat iemand me vertelde dat ik heel stil moest blijven liggen, was ik in levensgevaar. Alle keren in mijn leven dat ik werd vastgemaakt, werden gevolgd door gebeurtenissen waarbij scenes uit horrorfilms verbleken…
Deze hersenscan, gefixeerd liggend in een kleine tunnel, met het advies om vooral niet te bewegen, stond niet bepaald op mijn lijst met favoriete activiteiten.

Ondanks dat het niet heel erg relevant is voor wat ik eigenlijk wil schrijven, stel ik me zo voor dat jullie je afvragen hoe het uiteindelijk gegaan is, dus daarom zal ik daar kort iets over zeggen:

Ik ben ervan overtuigd dat het geen zin heeft om dingen te vermijden die vervelend, maar ook noodzakelijk zijn. Op korte termijn lijkt dat misschien de beste oplossing; Het is op dat moment in ieder geval het makkelijkst, maar op langere termijn betekent het in het beste geval alleen dat je het probleem verplaatst en in het slechtste geval krijg je er een probleem bij.

Vermijden was dus niet de strategie die ik koos. Dit moest gebeuren, prima, maar dan wel op mijn voorwaarden; Wel op een manier dat ik me zo veilig mogelijk kon voelen.

Ik heb de laboranten verteld over mijn jeugd, alleen dat wat relevant was voor het onderzoek; De feiten zonder me erin te verliezen: Slachtoffer van ernstig seksueel kindermisbruik, vastgebonden, angst voor kleine ruimtes. “Ja, ik weet waar ik aan begin, maar dit is wel heel moeilijk voor me”.

De laboranten waren geweldig: Ze namen de tijd en vertelden me precies wat er ging gebeuren. Ze lieten me voelen dat de regie bij mij was, ten alle tijde. Alles wat volgde mocht mijn keuze zijn. Ik werd voorzichtig vastgemaakt in de nek- en hoofdklem en vervolgens weer helemaal losgemaakt, omdat ik mocht voelen dat dat kon zodra ik er om vroeg. Daarna werd ik pas weer vastgemaakt toen ik ze zelf vroeg me weer vast te maken. Ik kreeg een belletje mee waar ik op kon drukken in geval van nood, mocht mijn eigen muziek luisteren, iets in mijn handen houden dat me een veilig gevoel gaf, kreeg het advies om mijn ogen dicht te houden en aan iets veiligs te denken en werd letterlijk vastgehouden door een van de laboranten totdat ik in de tunnel verdween.

Het onderzoek duurde veertig minuten en was niet leuk. Ik moest mezelf er soms letterlijk aan herinneren dat ik gewoon mocht ademhalen en dat er dan niets ergs zou gebeuren. Dat was er. (En dat was letterlijk verstikkend, want soms vergat ik het) Maar wat er ook was, was de wetenschap dat ik gekozen had om daar op dat moment te zijn; Dat ik ieder moment een andere keuze kon maken en dat ik op een plek was met lieve, begripvolle mensen die dat zouden respecteren. Het kon er naast elkaar zijn: De angst naast de wetenschap veilig te zijn.

En net als met alles, zelfs de meest heftige emoties, de meest erge gebeurtenissen, gingen die veertig minuten uiteindelijk ook voorbij en was ik klaar; Dat verschrikkelijke onderzoek waar ik zo tegenop had gezien was voorbij en ik had het uiteraard ‘gewoon’ en ook zonder kleerscheuren, overleefd.

Het zou een succes-verhaal zijn geweest als er niet later die dag iets heel vervelends gebeurde. Het onderzoek had al mijn energie gekost en ik was kwetsbaar.
Ik vóelde me niet alleen kwetsbaar, ik straalde het kennelijk ook uit, met als gevolg dat iemand enorm (en op een niet acceptabele manier) over mijn grenzen ging. Hoewel dat op dat moment zo overweldigend was dat ik het niet kon voelen, omdat ik de verbinding met mezelf verloor, merkte ik later dat ik toen in stukken gevallen ben. En als dat gebeurt is het moeilijk om de stukken weer bij elkaar te vinden, in elkaar te passen en te lijmen.

Het liefst wilde ik me verstoppen.

En dat had ik kunnen doen…

Behalve dat ik wist dat dat niet zou werken; Dat dat geen oplossing is. Het is ‘oud’ en ineffectief gedrag. Bovendien is het onrechtvaardig: Waarom zou ik me moeten verstoppen als anderen mij pijn doen? Gedrag is de verantwoordelijkheid van degene die het gedrag kiest. Ik draag geen enkele verantwoordelijkheid voor wat er gebeurde. Ik wilde dit niet. Ik deed niets om het te veroorzaken. Het had niet mogen gebeuren.

Ik heb zo’n wijs hoofd… Ik heb al zoveel mogen leren… Maar dat gévoel! Het was absoluut niet makkelijk. Het ís niet makkelijk. Toch begint het, zoals ik al eerder schreef, met het besluit om niet gevangen te zijn. Het begint met jezelf toestemming geven om te overwinnen.

Ik ben twee weken niet naar Aikido geweest, omdat ik bang was voor nabijheid. Ik was bang dat de sport die ik zo geweldig vind, niet meer leuk zou zijn, dat anderen daar zouden merken hoe gebroken ik was omdat ik in stukken uit elkaar zou vallen als ik tegen de grond word geklemd.

Ik wilde zo graag naar Aikido gaan. -Maar nog liever niet. Ik dacht er over om mijn hoofdsensei (die ik vertrouw en respecteer) te vertellen over mijn geschiedenis, over mijn dilemma van dit moment, maar dat wilde ik eigenlijk ook weer niet. De overwinningen zouden dan niet meer echt van mij zijn en ik wilde niet worden behandeld alsof ik kwetsbaar ben, omdat het afbreuk zou doen aan hoe sterk ik me daar kan voelen.

Steeds twee keuzes; Ik wist gewoon niet welke de beste was: Ik kon het niet vertellen om het vervolgens weer te ‘onvertellen’ als dat niet de juiste keuze bleek. Ik kon niet gaan en alles in elkaar laten knallen of heel hard te gaan huilen ofzo om dat vervolgens weer terug te nemen.

Ja of nee?
Ja?
Of nee?

Ik miste Aikido verschrikkelijk. En wat ik nóg meer miste was mijn gewoonte van bang zijn en toch doen. Ik werd bang dat ik als ik lang genoeg niet zou gaan, ik misschien wel nooit meer zou gaan en om dat te voorkomen zocht ik naar middelen om mezelf in ieder geval te blijven bewegen. Ik kocht mijn Aikido-pak (“Ja ik ben nu nog bang, maar zo committeer ik me wel, want dit is wat ik wil. Ik weet nog niet wanneer, maar ik moet nu wel weer gaan”)

Uiteindelijk was het dus heel eenvoudig om te gaan
(ik hoefde het alleen maar te doen):
Mijn dochter werd te logeren gevraagd en ik had gelegenheid om te gaan, dus ging ik.
De magie van bang zijn en het toch doen, ligt vooral in het ‘toch doen’- stuk. Op de hoge duikplank staan en springen, zonder te weten hoe je je voelt tijdens de sprong en wanneer je het water raakt en misschien zelfs erna…
(Ik wist zelfs al dat ik dit kon. Ik heb het immers al zo vaak gedaan)

Dus ik ging.

En terwijl ik onderweg was (door omstandigheden ook nog eens te laat, waardoor er een nog grotere drempel was om te gaan, waar ik doorheen ging, want ik had immers besloten te gaan), begon me duidelijk te worden dat het dilemma dat ik had niet zo binair en ook niet zo absoluut was als het steeds voor me gevoeld had:

Als het  namelijk werkelijk verschrikkelijk zou zijn daar, als ik werkelijk zo bang zou zijn dat ik weer een beetje uit elkaar zou vallen als iemand me tegen de grond klemt, dan zou ik, zodra ik me daartoe in staat voel weg kunnen (want de situatie is ten alle tijde veilig, ongeacht of die voor mij ook veilig voelt) en dat zou alleen maar ‘te laat’ zijn als ik zelf zou besluiten dat het dat was. En als aikido werkelijk zo belangrijk voor me is als het steeds voelde, zou ik wel een manier vinden om het uit te leggen/op te lossen/ weer hanteerbaar te maken als er zoiets zou gebeuren. Hoeveel zou er dan werkelijk nog verloren zijn?

En misschien zou het inderdaad allemaal verschrikkelijk zijn en zou ik wellicht wat illusies kwijt raken over Aikido, over mezelf, over de mensen daar en over mijn gevoel van veiligheid, maar dat hoeft niet perse slecht te zijn. Het zou ook kunnen betekenen dat ik leer dat ik het best kan verdragen als het eens wat minder is.

Toen ik de dojo binnenkwam, voor het eerst in pak en ‘one of the guys’ en wachtte op toestemming van Sensei om de mat op te mogen, realiseerde ik me dat ik vooral bang was geweest voor de angst.

Het engste wat er die avond gebeurde;  Sensei die onaangekondigd de band van mijn Aikido-pak lostrok (het equivalent van iemand die spontaan je trui uittrekt) om die opnieuw te knopen (jullie weten mijn ‘ding’ met ‘vastmaken’ nog he?), was iets dat ik niet van tevoren had kunnen voorzien en ook iets dat ik, hoewel mijn hart even heel snel ging slaan, prima kon verdragen.

Het was leuk op de mat!
Het was, hoewel ik er in zoveel opzichten zo weinig van bakte (tja, beginner…), geweldig om weer terug te zijn.

De angst was niet opeens weg, maar dat hoeft ook niet:
Ik kwam er achter dat het niets uitmaakt dat mijn (nu weer wat sterkere) angst om naar de grond te gaan te maken heeft met overgave & nabijheid en niet zozeer met het feit dat ik mijn nek kan breken. Angst is angst.

Angst hoort bij Aikido. Angst hoort bij het leven

Zolang ik maar rol, komt alles best goed.

Het is niet zo makkelijk!

Soms, als ik blogs schrijf zoals die van afgelopen maandag “De enige die jou tegenhoudt, ben jij”, krijg ik veel reacties van lezers die moeite hebben met de discrepantie tussen theorie en de praktijk: “Dat zeg je wel heel makkelijk, maar…”
“Het is helemaal niet zo eenvoudig, want…” En dan komen er argumenten.

Ik weet dat het niet makkelijk is.

Ik zeg nergens dat het dat wel is. Alle argumenten die ik gehoord heb over moeilijke levens, slechte ervaringen, grote verliezen en terugkerende teleurstellingen gaan ook voor mij op. Sterker nog: Ik denk dat zelfs mensen zonder een voorgeschiedenis van trauma geen leven geleid hebben vrij van teleurstellingen en verdriet. Tegenslagen horen nu eenmaal bij het leven.

Wat ik hoop als ik zo’n blog schrijf, is dat je ondanks die tegenvallers, ondanks je voorgeschiedenis, gaat voelen wat er nog meer is; hoeveel ruimte en mogelijkheden. Dat het leven ook heel mooi kan zijn. Dat je jezelf niet onkwetsbaar kunt maken voor pijn en verdriet, betekent niet dat pijn en verdriet het enige is wat er op jou zal wachten als je je hoofd uit het raam steekt; Het betekent niet dat je geen geluk meer na kunt streven. Het kan er naast elkaar zijn. En soms betekent dat een mooi moment op een verder vervelende dag, soms is het meer andersom. Soms gaat het om langere periodes waarin je bv zo gelukkig zult zijn dat het voelt alsof je je in een sprookje bevindt. Denk niet dat dat niet voor jou weggelegd is, omdat je heel, heel verdrietig en heel heel gebroken bent (geweest).

Dus: Het is niet makkelijk.
Maar het is ook niet onmogelijk.

Mijn stokpaardje is dat je steeds opnieuw kunt kiezen en dat is waar. Het betekent misschien niet dat er altijd een optie bij zit die jouw ideale keuze is, maar wel dat er altijd een is die beter is dan de rest. En stel dat het je echt om het even is of het A, B of C is, kies dan toch, omdat het kiezen op zich, betekent dat je regie ervaart, invloed op de wereld om je heen en dat is heel waardevol.

Sinds mei ongeveer doe ik Aikido. Hoewel ik het heel leuk vind, is het ook spannend voor me. Iedere les is er 1 van overwinningen. Als het niet is omdat het me lukt ontspannen te zijn wanneer ik (door iemand die ik totaal niet ken) in een gewrichtsklem naar de grond wordt gebracht, dan is het wel omdat ik blunder na blunder na blunder aaneenrijg en mezelf toch weet te vertellen dat het helemaal niet erg is om fouten te maken.

En hoewel ik al deze dingen te overwinnen heb, hoewel mijn hart soms snel gaat kloppen en ik mijn adem in wil houden, is er ook het plezier. Ik voel warmte en ontspanning in mijn buik, ik lach met mijn aikimaatjes. Ik respecteer mijn Sensei. Ik voel me echt gelukkig als ik daar ben.

Dingen kunnen naast elkaar bestaan.

Ik ben daar omdat ik er wil zijn, dus kán ik er zijn.

En ik denk dat het daar op neer komt:
Dat het niet makkelijk is en dat je het toch kunt doen.

Er is altijd keuze

Toen ik in groep 7 zat,  in de tijd van het opkomen van de pestprotocollen, volgde ik een weerbaarheidstraining.  Het leek een beetje op wat Rots & Water nu is en ging vooral over het jezelf laten horen en ruimte mogen innemen.

In die tijd was ik zo goed als onzichtbaar. Ik had immers al lang geleerd hoe gevaarlijk het was om ruimte in te nemen, op te vallen,  uitgekozen te worden…
Ironisch genoeg had ik toch ook toen al door dat mijn strategie van onzichtbaarheid ook geen goede was. Toen ik tien was schreef ik hier een gedicht over:

De blik in haar ogen:
zo leeg en vol verdriet
Haar gezicht staat treurig;
Een lach zie je niet
Ze staat daar met afhangende schouders,
alleen en stil
Haar hoofd is gebogen
Ze zegt niet wat ze wil
Ze staat daar zo klein
Ze stelt zich zo onopvallend mogelijk op
Ze lijkt weg te willen kruipen in een hoekje
En toch valt ze op

Hoewel ik het toen niet zo goed begreep als nu, beschrijf ik hier de kern van wat ten grondslag ligt aan herhaald slachtofferschap: Opvallen door onzichtbaarheid, er uit springen door meegaandheid:
‘Kies mij. Ik ben een makkelijk slachtoffer’

De weerbaarheidstraining had hier misschien verandering in kunnen brengen, maar stond nog teveel in kinderschoenen om effectief te zijn. Het was niet dat ik geen ruimte in durfde te nemen, ik wílde dat niet.
En als mij de vraag gesteld werd: “Wat is het ergste wat er kan gebeuren als je dit doet?” dan waren er voldoende horrorherinneringen, die ik uiteraard niet uitsprak, aan de erge dingen die daadwerkelijk waren gebeurd toen ik iets vergelijkbaars deed.

Toch vond ik de training leuk. Ik was er, zonder er ook maar iets van toe te passen in het dagelijks leven, ook heel erg goed in (wat mogelijk een reden was waarom ik het leuk vond). Ik weet niet goed of ik er zo goed in was, omdat ik ervan genoot te spelen en te oefenen met dingen die ik in het echte leven nooit zou doen, of omdat aangepast en wenselijk gedrag me zo eigen was. Wat het ook geweest mag zijn, het leidde ertoe dat ik er meer van mezelf liet zien dan ik elders deed. Ik liet merken hier (ergens) goed in te willen zijn en ook gevoelig te zijn voor de lof en waardering van mijn lerares, iets dat zij uitlegde als leergierigheid.

Omdat we uit hetzelfde dorpje kwamen, reed ik altijd met haar mee naar de training. In de auto begon ze me om me te prikkelen meer inhoudelijke vragen te stellen over de stof en ze was vooral gefascineerd toen ik de groepsdynamiek zo helder bleek te hebben. Ze stelde me interessante vragen over gedrag en wist me toen ik wat meer loskwam te ontfutselen dat ik psycholoog wilde worden (wat ze een goed idee vond) en schrijver (wat ze ook een goed idee vond, nadat ik eens een keer wat schrijfsels voor haar meegenomen had). Op haar beurt vertelde ze me over de gedichten die ze las, over haar boerderij en over haar motivatie om dit werk te doen.

Tijdens het laatste ritje voor het examen, gaf ze me twee dingen: Een uittreksel over ‘noodweer’ uit het wetboek (“zodat je weet hoeveel ruimte je werkelijk hebt”) en een gedicht waar ze onder schreef: “Jij begrijpt dit”

Als je denkt “ik ben verslagen”,
is de nederlaag een feit.
Als je denkt “ik zal niet versagen”,

win je op den duur de strijd.

 

Als je denkt “ik kan het niet halen”,
is de tegenslag op til.
Want het overslaan der schalen,

hangt voornamelijk af van wil.


Moedelozen gaan ten onder,
door hun twijfel, door hun vrees.
Vechters winnen door een wonder,

telkens weer de zwaarste race.


Denk “ik kan het”, dan gaat het,
iedereen vindt bij wilskracht baat
en in zaken wint de daad het,
van het nutteloos gepraat.

Als je jammert “ik ben zwakker”,
dan mijn grootste concurrent,
blijf je levenslang die stakker,

die je ongetwijfeld bent.


Niet de Goliaths of de rijken,
tellen in dit kamp voor zes.
Maar de fermen die niet wijken,

hebben vroeg of laat succes.

Ik begrijp het inderdaad, maar nu wel veel beter dan toen.

Veiligheidsexpert Rory Miller schrijft regelmatig iets dat ik echt geweldig vind: “Fighting Minds, not bodies” (vrij vertaald: Een gevecht is meer mentaal dan fysiek).

Het is waar.

Ik schrijf vaak dat er altijd keuze is.
Soms zijn je opties misschien waardeloos, zo is het leven, maar er zit altijd een optie bij die, hoewel wellicht ook slecht, net iets beter is dan de andere. Blijf regie  houden. Maak bewust en actief keuzes. Soms betekent dat kiezen om niets te doen. Soms betekent dat verdragen wat bijna niet te verdragen valt (zoals bv bij traumatherapie).

Geef nooit de mogelijkheid op om te kiezen.
Laat je niet verslaan.