Mijlpalen en ander sentiment

Dag trouwe lezers!

SamenHelen bestaat inmiddels een half jaar, hoera!

Toen ik in Augustus met deze blog begon had ik niet verwacht dat het deze vormen zou aannemen. Aanvankelijk zou dit een kortdurend en persoonlijk project zijn.
Inmiddels kom ik regelmatig mensen tegen die wel mijn weblog of de ‘Maar wat nou als ik te beschadigd ben?’-post kennen, maar mij niet. Dat leidt soms tot interessante situaties waarin ik mensen dingen hoor beweren, waarvan ik weet dat ze niet kloppen of tot totale verbazing wanneer mensen zich realiseren dat dit toch echt mijn blog is.

Onder de grappigste dingen die ik dit half jaar heb gehoord, zijn deze:
‘Ja maar, je ziet er helemaal niet uit als een schrijver!’ (Hoe zien wíj er dan uit?)
‘De schrijver achter SamenHelen is zelf geen slachtoffer, want het is te positief allemaal’
(Tja, wat moet ik hier over zeggen?  Ik ben helaas echt een slachtoffer. Ik werk inmiddels ook met slachtoffers, maar dat is maar een deel van mijn identiteit, van mijn verhaal. Ik ben veel méér.  Iedereen is meer dan zijn trauma.  Precies daar gaat deze blog over. Ik geloof in een heleboel dingen, wat jullie als lezers ongetwijfeld zullen weten, maar niet in te positief. Dat bestaat niet).

Dus, nu dat opgehelderd is, nog de volgende dingen:

Allereerst bedankjes:
Bedankt iedereen die me leest en herleest. Bedankt al mijn 540 volgers. Bedankt voor het delen van wat ik schrijf, voor het reageren.  Bedankt slachtoffers voor jullie kwetsbaarheid en openheid, professionals voor jullie opbouwend commentaar en het meedenken.  Bedankt vrienden en mensen uit mijn directe omgeving voor het lezen,  steunen en aanmoedigen. Fijn dat het er mag zijn allemaal en ook dat jullie al het andere blijven zien.

Verder veel credits voor een aantal mensen van wie ik veel heb mogen leren. Zij weten wel wie ik bedoel.

Dan nu het oog op de toekomst!
Er staan wat leuke dingen gepland hoor:

Allereerst wordt SH ook een .nl domein. Met zo’n 14.000 hits, lijkt me dat een goed idee: Nog vindbaarder en eenvoudiger te onthouden.

Verder heb ik een aantal experts gevraagd om een gastblog te schrijven en hun licht op trauma in het algemeen en seksueel geweld in het bijzonder, te laten schijnen. Wie dat zijn blijft nog even een verrassing,  maar ik heb al een draft gelezen voor een van de gastblogs en het belooft heel interessant te worden! Hou de pagina goed in de gaten voor meer updates en info.

Tot slot, SH heeft inmiddels ook alweer geruime tijd een Twitter account. Als je wilt ben je daar altijd welkom om mee te praten over de dingen waar ik over blog.

En echt het aller aller allerlaatste: Dit is geen hulppagina. De dingen die ik hier schrijf zijn ontstaan vanuit eigen ervaringen als slachtoffer,  met slachtoffers en ook met het fundament van zowel eigen therapie-ervaringen als mijn studie psychologie. Dit is nooit in ook maar enige vorm vervanging van wat een professionele hulpverlener voor jou kan betekenen.
Voor hulp en verwijzing kun je bv terecht bij je huisarts, de centra voor seksueel geweld en bij de Nederlandse vereniging voor EMDR (een voorkeursbehandeling voor psychotrauma) of je kunt bellen naar de landelijke hulplijn seksueel geweld (0800-0188).

Op naar net zo’n mooi half jaar!

Wat menselijkheid naast het mens-zijn

Volgens mij is er niemand geweest die vandaag niet minstens een keer aan de afschuwelijke gebeurtenissen in Parijs heeft gedacht: Net tien maanden na het Charlie Hebdo-drama, is de stad van licht wederom diep, dieper zelfs, getroffen. Ruim 120 doden met ruim 120 families die hun geliefden nooit meer in hun armen kunnen sluiten, in hun ogen kunnen kijken, ruzie met ze kunnen maken
Zoveel mensen die gisteravond iets van zichzelf zijn verloren dat ze nooit meer terugkrijgen. Dit is wat haat doet. Dit zijn de verschrikkelijke gevolgen van een groep extremisten die het menselijke ver voorbij zijn, het leven verachten en over de wapens beschikken om anderen hun leven en hun levensvreugde te ontstelen. Dit is haat.

De rest van de wereld reageert geschokt. Met afschuw. Met verdriet. Hoe kunnen mensen elkaar zoiets aandoen? Hoe kan dat?!
Landsymbolen lichten op in de kleuren van de Franse vlag, Facebook heeft een filter om je profielfoto die kleuren te geven, de hashtag #Parijs is trending:
We betuigen massaal onze steun aan Frankrijk.

Het is deze compassie die ons menselijk maakt, maar behalve compassie is er ook angst. De angst om de volgende te zijn. De angst het slachtoffer te worden van deze groepering die bereid is om verder te gaan dan het uiterste en daardoor niets te verliezen heeft. De angst voor onmenselijkheid.

En in die angst voor onmenselijkheid, laten mensen het menselijke achter. De roep om de grenzen te sluiten en vluchtelingen het land uit te zetten, klinkt na de verschrikking van Parijs nog luider. Mensen die zo zijn aangedaan door het leed van de Parijzenaren, wijzen de Syrische vluchtelingen, voor wie dit leed dagelijkse realiteit was, af. In hun angst ‘de volgende’ te zijn, doen ze een stap verder naar het extremisme dat ze zo verafschuwen.

Alles wordt klein geboren, ook haat. Vervolgens groeit het, gevoed door angst, op een bodem van zelfbevestiging. Extremisten worden niet geboren. Ze worden gemaakt en ze maken ook zichzelf door keuzes te maken zonder compassie, zonder liefde. Keuzes die misschien wel het makkelijkste zijn, maar zeker niet het juiste. Keuzes zoals je afkeren van een mens in nood…

Maar zo hoeft het niet te gaan.

Een jaar geleden, 16 november, op zondag, maakte ik iets heel naars mee: Ik was onderweg met de trein naar een prijsuitreiking. Het was een prachtige stralende dag. Ik weet nog dat ik het gevoel had dat ik op vakantie was. Ik voelde me op dat moment helemaal tevreden.

Op een klein tussen-stationnetje met maar twee sporen stapte ik uit en nam plaats op een bankje om te wachten op mijn trein. Nog voor ik mijn boek uit mijn tas had gehaald hoorde ik van achter mijn rug een luid getoeter en het geluid van een remmende trein. Ik stond op, draaide me om en keek in de richting van het geluid. Het was oorverdovend, haast pijnlijk. Omdat er een tunnel zat, vlak voor het spoor, kon ik niets zien, alleen horen. Het geluid werd steeds luider en toen ik mijn handen op mijn oren wilde doen, reed er een trein binnen. Ik weet nog dat ik naar de wielen keek die zich schrap leken te zetten, maar de trein had nog veel teveel vaart en reed hard binnen. In het knipperen van mijn ogen, was de trein ook weer voorbij. En toen zag ik het lichaam vallen. Recht tegenover me. Zo gehavend dat hij nooit meer in leven kon zijn. De trein kwam verderop tot stilstand. De machinist bleef in de trein. De tijd vertraagde. Ik belde 112 en was net aan het uitleggen wat er was gebeurd; Een zelfmoord dacht ik toen nog, toen ik gegil hoorde vanaf de brug die de beide treinsporen met elkaar verbond. Ik zag het kind bij wie het gegil hoorde en ik wist dat ik moest zorgen dat hij niet bij het lichaam zou komen, niet zou zien hoe ernstig het er aan toe was. Ik rende, rende, rende. En was op tijd. Ik hield het jongetje vast. Hij had de klap gezien. Het bleek zijn vader. Hij was helemaal overstuur. Hij bracht me naar zijn moeder die hyperventilerend  tegen een hek zat. Ik heb hem even bij haar gelaten om op aanwijzingen van de alarmcentrale te controleren of het slachtoffer echt niet meer in leven was. Het was heel moeilijk om zo dichtbij te komen dat ik onder het omhoog geschoven shirt de haartjes op zijn buik kon zien en ook, dat vooral, dat er echt geen hoop meer was (wat ik op dat moment nog hardnekkig weigerde te geloven “Als de ambulance komt, komt het goed. Het moet goed komen. Het komt goed”. Mijn mantra.).

Nadat ik had opgehangen ben ik bij de familie gebleven, heb ik het jongetje vastgehouden, met ze gepraat. Ondertussen kwamen omstanders die de klap hadden gehoord kijken wat er aan de hand was, maar niemand hielp ons of belde het alarmnummer. Gelukkig had ik dat al gedaan. Ik was heel rustig en kon goed nadenken. Ik voelde geen emoties. Geen afschuw. Ook niet bij de politie. Ook niet in het verhoor. Slachtofferhulp vond ik onnodig, maar ik moest de politie beloven dat ik het aan zou nemen.  Ook wilden ze dat iemand me vanaf het bureau kwam halen.

Ik kan achteraf alleen maar zeggen dat ze gelijk hadden. De klap kwam later. Toen ik niet meer sterk hoefde te zijn. ’s nachts in bed hoorde ik het kind gillen om zijn vader. Steeds en steeds opnieuw. In de tijd die volgde had ik last van harde geluiden, van mensen in gele hesjes, ging mijn hart op hol van treinen en moest ik bijna overgeven van perronmarkering. Gelukkig werd ik geweldig opgevangen door politie, slachtofferhulp, hulpverlening en mijn psychologe. Ik heb EMDR gehad en dat had vanaf de eerste keer al heel veel effect. Na vier keer kon ik er goed mee omgaan.

De week na het ongeval ben ik op de uitvaart geweest. Drie maanden erna ben ik met een rechercheur terug geweest naar de plek van het ongeval om dingen af te sluiten. Hoewel ik er nog vaak aan moet denken, heb ik het wel een plek kunnen geven. En ook toen me dat nog niet lukte, heb ik geen seconde spijt gehad van hoe ik gehandeld heb. Dat ik gebleven ben. Zij hadden iemand nodig. Het was vanzelfsprekend ze te helpen. Niets meer dan menselijk.

Ongeveer drie weken geleden kreeg ik een kaartje van de familie van het slachtoffer. Het was een ontzettend lief kaartje, met een brief, waarin ze schreven hoe het met ze ging en dat ze me heel dankbaar waren. Ook nodigden ze me uit voor de herdenking waar ik morgen naar toe zal gaan.

Ze concludeerden hun kaartje met: “Onze deur zal altijd voor jou open staan”
En dat is waarom ik dit voorval aangehaald heb: Onze deur zal altijd voor je open staan.

Deze familie is hun man en vader verloren, daar op dat stationnetje. Ik was de first-responder: Degene die vaststelde dat hij niet meer leefde, die het jongetje bij het lichaam weg hield waar hij zo graag naartoe wilde, met ze vervoerd werd naar de politie, samen met ze opgevangen werd, die bij hun op de uitvaart was.
Het enige wat wij samen delen is een trauma: Een verschrikkelijke ervaring die ontzettend veel pijn doet. Net zo’n gat in hun hart als de families van de slachtoffers uit Parijs hebben. Als ze mij zien herinner ik ze aan dat afschuwelijke ongeluk, aan het verlies. En toch willen ze mij zien. Toch ben ik altijd welkom bij ze. Deze mensen die zo geleden hebben, kijken voorbij hun pijn en maken keuzes uit liefde. In plaats van mij te vermijden omdat het makkelijker is, omdat ze me niets verplicht zijn, omdat we niets delen, behalve het trauma, omarmen ze me. Dit is compassie. Dezelfde compassie die mij doet kiezen daar morgen weer heen te gaan en mijn spoken onder ogen te zien.

Als deze mensen dat kunnen, als ik dat kan,
dan kan iedereen dat toch?

Natuurlijk mag angst er zijn. En pijn. Zeker als er zulke extreme dingen gebeuren. Maar laat er ook zachtheid zijn. Liefde.

We willen allemaal ‘Charlie zijn‘, ons verbinden met Parijs, maar laten we gewoon menselijk zijn.

Zoals Martin Luther King ooit zei: “Het duister verdrijft geen duisternis. Alleen het licht kan dat. Haat verdrijft geen haat. Dat kan alleen liefde”

Je suis humaine.

Follow my blog with Bloglovin