Trauma & Verandering

(En Denemarken)

Een traumatische gebeurtenis wordt vaak gezien als een levensveranderende gebeurtenis, omdat het ingrijpt in de manier waarop je in het leven staat en hoe je er tegenaan kijkt. Vaak zorgt het ook voor een verandering in de rangorde en mate waarin je dingen belangrijk of juist onbelangrijk vindt. Ook verandert je houding ten opzichte van wat voorheen vanzelfsprekend was, bijvoorbeeld je gevoel van veiligheid.

Niet alleen iets negatief beladens als een trauma is een levensveranderende gebeurtenis. De geboorte van een kind is dat bijvoorbeeld ook. Alle bovenstaande dingen zijn hier ook op van toepassing. Denk maar eens terug aan wat voor grote verandering het was toen jouw kind, of dat van een van je vrienden, je zus, je collega, je buurmeisje of iemand anders die je goed kent, geboren werd.

Hoewel mensen verandering vaak moeilijk vinden, hoeft het op zich niet negatief te zijn. Gezinsuitbreiding is meestal een bron van vervulling en levensvreugde en een kans voor alle gezinsleden om zich verder te ontwikkelen, als persoon, in hun nieuwe rol en binnen een nieuw systeem.

Toch is een dergelijke grote verandering, ondanks al het goede dat het met zich meebrengt, vaak ingrijpend. De oudste, meest primitieve delen van de mens, de delen die zorgden dat we als soort overleefden, houden ervan om te herhalen wat (bewezen is dat) werkt. Ze houden er zelfs van om te herhalen wat eerder werkte, wanneer in het nu duidelijk blijkt dat het niet meer werkt. Het heeft er namelijk eerder wel voor gezorgd dat we zover zijn gekomen. Iets (moeten) veranderen brengt onzekerheid met zich mee. Niet hebben ervaren wat de nieuwe omstandigheden precies inhouden, raakt in het klein aan een overlevingscrisis. Omdat onze leefstandaard tegenwoordig zo hoog is en mensen maar heel zelden geconfronteerd worden met echte levensbedreigende omstandigheden, zullen ze dit gevoel niet als dusdanig herkennen en alleen een soort onbewuste aarzeling, onzekerheid of afkerende houding ten opzichte van de ophanden zijnde verandering waarnemen. Omdat dat is waar we goed in zijn, zullen we die hapering vervolgens proberen te rationaliseren. Denk bijvoorbeeld aan een roker die weet dat het beter is te stoppen, maar dat toch niet doet, omdat ‘hij zijn hele leven eigenlijk nooit echt ziek geweest, terwijl zijn buurvrouw die nooit een sigaret aangeraakt heeft op haar 43e overleden is aan kanker’. Dat klinkt haast redelijk, toch?

Iets soortgelijks zien we gebeuren rondom nieuwjaarsvoornemens. Mensen die niet echt de intentie hebben iets te veranderen (of ze zich daarvan bewust zijn of niet), voelen zich aangetrokken tot het ritueel van ‘iets proberen te veranderen’. Een ritueel dat jaarlijks terugkomt (de herhaling die we zo prettig vinden) en dat we en masse doen (de veiligheid en vanzelfsprekendheid van het sociale aspect). Het is hierbij totaal irrelevant of we de voorgenomen verandering doorzetten. Er gebeurt niets vervelends als we het niet doen. Sterker nog: Er is zelfs een bepaalde algemene verwachting dat Voornemens toch vooral voornemens zullen blijven en dat is ok, want ‘Ach voor iedereen lijkt dat zo te gaan’ en ‘Volgend jaar weer een kans’. (Terwijl we eigenlijk best weten dat we niet een heel jaar of tot een bepaalde datum of op een bepaalde stand van de maan, of wat dan ook, hoeven te wachten om iets te kunnen veranderen)
De kleine groep mensen die wel oprecht wil veranderen en zich daar gedegen op voorbereid, maakt nog steeds gebruik van het geruststellende ritueel van herhaling en de veiligheid van het sociale aspect dat de nieuwjaarsvoornemens met zich meebrengen, waarmee ze het onzekere gevoel dat verandering met zich meebrengt wat weten te bezweren.

Verandering is niet eenvoudig, zoveel is duidelijk.
Maar er zit natuurlijk een groot verschil tussen de verandering die de geboorte van een gewenst kind of het zelf kiezen te stoppen met een gewoonte die bewezen slecht is voor je gezondheid met zich meebrengt en de verpletterende veranderingen die je worden opgedrongen wanneer je een traumatische gebeurtenis doormaakt. De confrontatie met de (gevoelsmatig of werkelijk) levensbedreigende aard van zo’n gebeurtenis, het ervaren van een sterk gebrek aan eigen regie en de ingrijpende gevolgen van dit alles, worden tot een ingewikkelde kluwen, waardoor het voor sommige slachtoffers, ondanks hun leed en ondanks de moeilijkheden die ze in het dagelijks leven ervaren, doodeng kan zijn om (weer) te veranderen. Het onzekere van de nieuwe mogelijke omstandigheden kan hen op zichzelf al herinneren aan de doodsangst van tijdens de traumatische gebeurtenis. Onder andere hierom kan het heel moeilijk zijn om hulp te zoeken.
Daarnaast weten ze dat wat ze tot nu toe hebben gedaan ervoor gezorgd heeft dat ze nog niet dood zijn gegaan. Iets anders, iets nieuws, doet dat misschien wel. Het is dit mechanisme dat bijvoorbeeld ook in werking treedt in de vrouw die als kind misbruikt is en later opnieuw slachtoffer wordt van seksueel geweld en door deze herhaling zo overweldigd wordt door doodsangst dat ze maar besluit mee te werken, want het oude primitieve deel van haar hersenen dat verantwoordelijk is voor overleving, vertelt haar dat wat vroeger werkte, ook nu haar beste kans is om er zo min mogelijk gehavend uit te komen.

Processen als deze spelen zich niet alleen na, maar ook tijdens de traumatische gebeurtenis af. Je ziet het bijvoorbeeld terug in de vrouw die de vaardigheden die ze gedurende haar hele leven heeft geleerd om sociale conflicten op te lossen, gebruikt om anti-sociaal geweld, zoals bijvoorbeeld een verkrachting te de-escaleren. Door vriendelijk en beleefd te zijn, hoopt ze haar aanvaller op andere gedachten te brengen. Helaas is dit vaak precies het gedrag, alsmede de moeite om dit overboord te gooien wanneer het niet blijkt te werken, waar een dader gebruik van maakt, met alle gevolgen van dien.

Op Youtube staat een video van een Amerikaanse politieagent die een gewapende verdachte onder schot hield. Zoals altijd in zulke gevallen, riep hij: “Laat je wapen vallen, laat je wapen vallen!” De verdachte was echter niet van plan om zijn wapen te laten zakken, waardoor de agent zich realiseerde dat dit wel eens verkeerd af zou kunnen lopen. In zijn steeds toenemende angst bleef hij tegen de verdachte roepen dat deze het wapen moest laten vallen, iets dat eerder altijd gewerkt had. De verdachte richtte zijn wapen op de agent. De agent riep nogmaals, luider, sneller, paniekeriger dat hij zijn wapen moest laten vallen. De verdachte gaf er alle schijn van te gaan schieten. De agent bleef bevroren in zijn gedragsspiraal en riep wederom dat de verdachte zijn wapen moest laten vallen. Op de video die opgenomen is met de dashboardcamera van zijn auto, zie je vervolgens hoe de verdachte de agent neerschiet.
Het primitieve deel van zijn hersenen dat hem gijzelde in angst en weerhield om iets aan de situatie te veranderen, omdat dat in eerdere vergelijkbare gevaarlijke situaties altijd werkte, werd hem fataal. Het zou veel gescheeld hebben als hij wat had kunnen veranderen toen dat nodig was.

Soms schrijf ik in mijn blogs over “bang zijn en het toch doen”. Er zijn dan altijd mensen die over me heen vallen en roepen hoe eng dat is en dat ik het niet begrijp, maar heus, dat doe ik wel. Ik weet hoe het is om doodsbang te zijn. Ik weet hoe verlammend angst kan werken. Ik weet hoe moeilijk het kan zijn om dingen te doen die eng zijn. Hoe onveilig het kan voelen om dingen te veranderen, die niet ideaal zijn, maar misschien wel gezorgd hebben dat je er nog bent. Ik weet dat allemaal, maar ik weet ook hoe belangrijk het is om bang te zijn en toch te doen. Ik wil niet zijn zoals die agent. Niet omdat het me erg lijkt om op die manier dood te gaan, maar vooral omdat het me vreselijk lijkt om uit angst voor verandering nooit echt te leven.

Het is belangrijk om dingen te veranderen wanneer je ontevreden bent over (delen van) je leven, gewoontes, situaties. Het is belangrijk om de tijd die je hebt, de minuten die je nooit meer op een andere manier terugkrijgt, te gebruiken om het leven te leiden dat je ten volste wilt leiden. Jij bent de enige die jezelf kan geven wat je nodig hebt.

En ik vind, juist als je al zulke verschrikkelijke dingen mee hebt moeten maken, juist als je terecht zo bang hebt moeten zijn, dat je het verdient om een leven te leiden waarin je je niet laat weerhouden door je angsten. Angst is een datapunt.

Met dit allemaal in mijn achterhoofd, deed ik een maand geleden iets heel bijzonders. Iets (voor mij) levensveranderends. Ondanks ziekte, ondanks dat ik al 10 maanden niet getraind had, ondanks een gebrek aan ervaring, ondanks dat het ver weg was en ondanks dat ik onzeker was over of ik het wel het recht had om daar te zijn tussen allerlei getalenteerde zwaargewichten en juist zeker over het feit dat het heel confronterend en ingrijpend zou worden, heb ik een weekend intensief getraind met Rory Miller, mijn grootste inspiratiebron, in een karatedojo in een klein dorpje in Denemarken.

Wat valt hier nog veel over te schrijven (wat ik vast nog ga doen), maar voor nu volstaat het dat het het mooiste, meest bijzondere weekend van mijn leven was.

Het heeft me wezenlijk veranderd.
En wat ben ik daar dankbaar voor.

 

 

‘Expecto Patronum!’

patronusjeEen van mijn beste vriendinnen gaf me poos geleden een shirt cadeau. Op het shirt staat “Expecto Patronum”, de schildspreuk uit Harry Potter.

Het oproepen van deze Patronus (wat zoveel als ‘beschermer’ betekent), is geavanceerde magie en vraagt veel oefening. Om er een te kunnen produceren moet je denken aan je gelukkigste herinnering en deze zo tastbaar maken dat je hem als het ware buiten jezelf kunt projecteren. Daar werkt hij als een krachtig schild van licht (in de vorm van een dier waarmee je je het meest verbonden voelt) tegen duisternis in de vorm van Dementors. Dit zijn wezens die alle geluk uit hun omgeving opzuigen, zwaarmoedigheid voortbrengen en je doen denken aan de ergste momenten uit je leven. Het ultieme kwaad wat een Dementor kan doen is je ‘kussen’ en zo je ziel naar buiten zuigen, zodat je achterblijft als een leeg omhulsel zonder emoties en menselijkheid.

Harry Potter is een fantasieverhaal van een intelligente, vindingrijke en creatieve schrijfster die een boekenserie geschreven heeft met wat meer diepgang dan je misschien in eerste instantie zult denken. Lees het bovenstaande maar eens alsof het een metafoor is.

tumblr_mk4lenr6rj1r7lfr2o1_r1_250
Net als in de boekenserie is het niet makkelijk om jezelf af te schermen van duisternis en zwaarmoedigheid en nare herinneringen als er in het nu dingen gebeuren die dit in je triggeren. Zeker als dat meerdere dingen zijn. In de serie is het extra ingewikkeld om een Patronus te produceren die stand houdt tegen meerdere Dementors, omdat dat meer van je vraagt en meer energie kost (en ook korter vol te houden is)
Het is verder heel lastig om genoeg positiviteit te genereren, als er bijvoorbeeld weinig positieve herinneringen zijn om uit te putten. Als je geen fundament hebt, waar bouw je dan op?

Het vraagt veel wilskracht om ondanks zo’n gebrek aan fundament een Patronus te kunnen produceren. Harry, met zijn traumatische jeugd, lukt het. Het antwoord lag niet alleen in wilskracht, maar ook in verbinding. De herinneringen die hij gebruikt om zijn Patronus te voeden, hebben allemaal te maken met de verbinding die hij nu kan voelen met de mensen om hem heen. Hij denkt bijvoorbeeld aan hoe zijn beste vrienden bij hem zijn en aan de liefde die hij voelt voor zijn overleden ouders. De herinnering aan het winnen van een belangrijke sportwedstrijd, was daarentegen niet voldoende om een Patronus te produceren; Het antwoord ligt in verbinding.

Voor mensen met een traumatische jeugd is het heel belangrijk om zich te kunnen verbinden met veilige mensen. Met vrienden die naast je kunnen staan en die je naast je kunt voorstellen, ook op de momenten dat ze er fysiek niet zijn. Met leraren en gezonde voorbeelden. En ook met mensen die voor je gaan staan als je jezelf (nog) niet kunt beschermen, zoals Harry’s professor Lupin, die met zijn Patronus de Dementors wegjaagde toen Harry overspoeld raakte en daardoor niet in staat was zichzelf te verdedigen. Niet omdat hij het nooit zelf zou kunnen, maar omdat hij nog meer tijd nodig had om dat te leren, omdat hij van zover moest komen.

Verbinding is noodzakelijk.

Maar verbinding is ook eng, omdat het kwetsbaar maakt.  Je moet iets van jezelf laten zien. Je moet accepteren dat je anderen nodig hebt en je geeft anderen de kans om je te kwetsen; per ongeluk, of erger nog, expres.

Jezelf openstellen voor anderen als het juist anderen zijn die je hebben beschadigd en als je weet dat er niet voldoende positieve herinneringen zijn om op te wegen wanneer het mis zou gaan, is een teken van enorme wilskracht.

Het is ook liefde.
Liefde voor jezelf en voor de wereld om je heen.

De afgelopen tijd ben ik een aantal mensen kwijtgeraakt met wie ik me oprecht probeerde te verbinden (hoe eng en tegennatuurlijk dat ook soms voor me voelde), waardoor het moeilijker werd om mezelf te beschermen tegen de vervelende dingen die in mijn leven gebeur(d)en. Met alleen geloven dat je het kan produceer je nog geen Patronus.

Het is moeilijk om alleen te zijn en jezelf alleen staande te houden als donderend geweld je overspoelt. Het is lastig om ergens kracht vandaan te halen om je licht buiten jezelf te projecteren. En het is nog lastiger om dat vol te houden als er zo ontzettend veel Dementors zijn om je tegen te wapenen.

Ik dacht dat ik mijn energie maar het beste kon sparen en trok me terug uit de verbinding die ik nog voelde met de mensen om me heen, de wereld en ook met mezelf. Ik gooide deze blog op slot en trok me terug van social media. Ik werd onbereikbaar voor de vrienden die er nog wel waren.
En waarom zou ik nog voor iemand gaan staan, als het me al moeite kostte om uberhaupt te blijven staan?
Het leek makkelijker om als een gevoelloze huls te leven. Als ik me niet kon beschermen en als er geen anderen waren om me aan te ankeren, kon ik dan niet beter gewoon besluiten dat het me niets uitmaakte en me niet meer laten raken?

Onkwetsbaar zijn is verlies van je menselijkheid.
Dat wist ik. En ook dat maakte me niets uit.
-Dacht ik.

Maar toen liep ik op het Centraal Station. Ik was net uit een trein gestapt, liep langs een opvallend gekleed meisje en begaf me in de stroom mensen naar de roltrap. Vanaf de roltrap zag ik dat een groepje jongens om het meisje dat ik had gezien heen ging staan en een van hen raakte haar vervelend aan.
Ik die dacht dat niets me nog kon schelen, zocht naar de snelste mogelijkheid om bij haar te kunnen komen en haar te beschermen. Ik baande me al een weg door drukte heen toen ik zag dat ze een afwerend gebaar maakte en wegdraaide en ook dat dat genoeg was. De jongens liepen verder en gingen op dezelfde roltrap staan als ik. Ik kookte, maar de situatie was opgelost.

Terwijl ik mijn reis voortzette dacht ik aan hoe dingen me toch nog raakten. Aan hoe diep ik me kennelijk toch nog met de wereld om me heen verbonden voel, ondanks dat ik me er op dat moment niet veilig kon voelen. Ondanks dat ik me zo alleen en verloren voel.

Kennelijk begint het met liefde voor het leven.
En kennelijk heb ik dat genoeg.

Samen Helen is weer open.

[themablog] ZIE

Morgen is de opening van de ZIE-expositie die ook dit jaar weer aandacht vraagt voor kindermishandeling & huiselijk en seksueel geweld. Indrukwekkende billboards van krachtige mensen; slachtoffers ja. Maar ook veel meer dan dat.

Wat is jouw beeld eigenlijk van een slachtoffer? Denk je dat we zwak zijn? Denk je dat we kwetsbaar zijn? Denk je dat we niet intelligent genoeg zijn om de juiste keuzes te maken? Niet succesvol in ons leven?
Of denk je niet in oordelen en durf je te zien dat we zijn als jij?
Krachtig, waardevol, belangrijk.

Zie ons.
Zie ons helemaal.
ZIE!

Lang geleden toen ik besloot dat ik wat mij overkomen is niet meer weg zou houden om anderen tegen mijn pijn te beschermen; Toen ik mijn schuld en schaamte en alle verantwoordelijkheid weer teruglegde bij de daders en bij iedereen die zag en hoorde, maar niet wilde doen, schreef ik een gedichtje. Ter gelegenheid van ZIE zal ik het hieronder plaatsen:

Ik weet het nog

Ik weet het nog:
Mijn schreeuw om hulp,
mijn tranen in het gras
Dwingend waren je handen
Ik weet hoe klein ik was

Ik weet het nog:
Hoe niemand kwam
Hoe niemand het me vroeg
Duidelijk waren mijn signalen
Ik weet, het waren er genoeg

Ik weet het nu:
Hoe erg het is
Dat wat jij deed met mij
Krachtig zal mijn stem dus klinken
Het zwijgen is voorbij

Wees welkom bij de expositie.

Week tegen Kindermishandeling

Vooraankondiging Activiteiten

De Nederlandse overheid en de Taskforce kindermishandeling, organiseren in de derde week van november altijd de ‘Week tegen Kindermishandeling‘.
De rechten, veiligheid en leefomstandigheden van kinderen zijn gedurende het hele jaar een belangrijk agendapunt, maar tijdens deze week is er nog eens extra aandacht voor de onveilige omstandigheden waarin zij soms moeten opgroeien.

In de week tegen kindermishandeling organiseren stichtingen, verenigingen en sociaal werkers activiteiten die zich richten op preventie en informatie over de problematiek enerzijds en een stem voor slachtoffers van… anderzijds.

Stichting Revief waar ik in het bestuur zit, organiseert bijvoorbeeld “Project Unbreakable

Omdat Samen Helen een blog is die gaat over (interpersoonlijk) trauma en herstel daarvan en zich m.n. focust op het trauma van seksueel geweld, is het niet meer dan passend om gedurende deze WtK extra activiteiten te ontplooien om aandacht te genereren voor het onderwerp.

Wat ik precies ga doen blijft nog even geheim, maar de voorbereidingen zijn inmiddels in gang gezet. Binnenkort verschijnt er meer informatie. Blijf me lezen!

Tegenslagen

“You may encounter many defeats, but you must not be defeated”
Maya Angelou

 

Tegenslagen horen bij het leven. Op sommige dagen is het gewoon shit. Dat mag. Dat kan. En het gaat ook weer over.

Mensen met een (jeugd)trauma vinden het vaak erg lastig om te accepteren dat emoties als boosheid, angst en verdriet ook gewoon bij het leven horen, dat dat ook niets met het trauma te maken kan hebben. Omdat ze nog jong waren ten tijde van het ontstaan van het trauma en het ook nog eens veel emoties bij ze oproept (die ze misschien niet makkelijk aan andere dingen kunnen koppelen), wordt het lastig om onderscheid te maken tussen deze traumagerelateerde emoties en de normale emoties uit het dagelijks leven. Het voelen van bepaalde emoties raakt verstrengeld met elementen van het trauma. Zo kan het bijvoorbeeld moeilijk zijn om een situatie te verdragen die een milde angst oproept, omdat het ervaren van die gevoelens, doet denken aan de doodsangst die bij het trauma hoort. Je kunt je voorstellen dat het op deze manier erg lastig wordt om dingen te ondernemen die buiten je comfortzone vallen. Ironisch genoeg zijn het juist die dingen die buiten je comfortzone vallen, die maken dat je kunt groeien en je kunt ontwikkelen; de dingen die zorgen dat je je leven kunt veranderen. Het is daarom heel belangrijk om je niet door je gevoelens te laten weerhouden om de dingen te doen die goed voor je zijn.

Ik zeg het daarom nog maar eens: Emoties zijn normaal. Emoties horen bij het leven.

Het is ok om boos te zijn.
Het is ok om bang te zijn.
Het is ok om verdrietig te zijn.
Het is zelfs ok om het even allemaal niet precies te weten.

Soms weet ik het zelf ook allemaal even niet zo goed.
Om eens heel openhartig te zijn: Vandaag is bijvoorbeeld zo’n dag.
Het is allemaal pfft.
En nou ja, dat is dan maar zo. Het mag best even shit zijn.
En misschien is het zelfs wel wat langer dan even. Ik geloof erin dat het wel weer beter wordt. Niet omdat ik het einde van de tunnel kan zien en ook niet omdat ik zoveel goede ervaringen heb waar ik uit kan putten en mezelf mee op kan peppen, maar omdat ik wil dat het beter wordt. Ik denk dat alles staat of valt met wat je wilt. Mindset.

Toen het eens echt niet goed met me ging, zei iemand tegen me: “Huil maar, breek maar. Van de stukken maak je wel weer wat je nodig hebt.”

Ik geloof dat dat het is: Tegenslagen horen bij het leven, maar verslagen worden is een keuze.

Het onzichtbare kind

Ik was het kind dat geen hulp vraagt. Het kind dat geleerd had dat het het beste inschikkelijk kan zijn. Het kind met het vermogen om zich onzichtbaar te maken in een kamer vol mensen.

Ik was het kind dat overal waar het kwam een boek meesleepte, of twee – gewoon voor het geval dat… Het kind dat zich terugtrok in een fictieve wereld om de realiteit te ontvluchten. Het kind dat zichzelf verhalen vertelde, opnieuw en opnieuw.

Ik was het kind dat niet huilde. Het kind dat lachte, veel en vaak, maar zelden oprecht. Het kind dat danste, maar nooit zwierde.

Ik was het kind dat misbruikt werd, verwaarloosd, genegeerd. Het kind dat in de steek werd gelaten, steeds weer. Het kind dat ook zichzelf maar in de steek liet.

Ik was het kind dat niet gezien werd. Het kind dat niet gehoord werd. Het kind dat niet geholpen werd.

Ik was het kind dat bij jou in de klas zat. Het kind dat bij jou in de straat woonde. Het kind dat je tegenkwam in de supermarkt.

Ik was dat kind. Een kind. Ik.

Ik bén niet de enige.

Zonder vallen geen opstaan

In ‘Momentum’ schreef ik over een Aikidoles. Het was een anekdote die niet bij iedereen evenveel in de smaak viel. Toch wil ik Aikido ook nu weer aanhalen, omdat het mooi metaforisch is voor wat ik wil schrijven.

Sinds de les die ik in ‘Momentum’ beschreef, ben ik nog een aantal keer geweest. Iedere les dat ik er was, was er een van overwinningen.
Mijn tweede Aikido-les was ik samen met een vriendin. We kregen ‘Senpai’ (leerling-mentoren) toegewezen om mee te oefenen; een mannelijke zwartebander en een vrouwelijke. Mijn vriendin vond het vervelend om met een man te oefenen, dus hoorde ik mezelf vragen of we konden ruilen. Twee uur lang heb ik getraind met een man die groot, breed, sterk, zwaar en zwaar-ademend was (Zo’n beetje alles wat ik eng vind).

Behalve die dingen was hij ook een hele goede leraar: Zacht, empathisch en voorzichtig.
Hij vroeg me of ik bang was, wat ik ontkende, waarna hij vervolgens zei: “Jawel, maar dat hoeft niet. Ik ga je geen pijn doen”. Ook mijn perfectionisme weerlegde hij: “Als je hier één ding leert vanavond en dan weggaat en weer terugkomt, omdat het behapbaar is en je doet dit honderd keer, dan heb je tegen die tijd honderd dingen geleerd. En dat is echt veel”
Ik voelde me de hele avond volkomen veilig. Aikido werkt vanuit ontspanning en dat lukte me.  Mijn hartslag was rustig en mijn hoofd was helder. Zelfs toen ik in een oefening samen met Senpai naar de grond moest, waarbij hij boven was, op mijn armen steunend en ik onder, was ik kalm. De regie was steeds bij mij. Ik wist dat er nog heel veel dingen waren die ik kon doen als het mis zou gaan en ik wist ook dat het niet mis zou gaan. Dit was een trainingssetting. Ik zag hoe goed er hier werd gecommuniceerd. Ik ondervond het toen ik besloot om eens niet af te kloppen. Zodra de spanning in mijn lijf toenam doordat de gewrichtsklem te pijnlijk werd, liet Senpai mijn arm los.
In alle opzichten durfde ik het  risico te nemen om te vallen, omdat ik absoluut zeker wist dat ik weer op zou staan. Ik bepaal.
Ergens tegen het einde van de avond zelfs letterlijk. Senpai zei bij een gecompliceerde worp: “Ik ga je niet gooien. Ik volg jou”, waarop ik reageerde: “Jawel, doe maar”. Hij gooide me en ik viel. Ik had rekening gehouden met die val, dus ik kon hem breken en ik kon meteen weer opstaan.

Zo is het met alles: Alles wat je leert, alles wat je aangaat, gaat niet zonder te vallen. Zo werkt leren, zo werkt léven.
Ik maak hier op mijn blog vaak de vergelijking met leren fietsen, maar wat ik hier boven schrijf over Aikido is hetzelfde:

Als je accepteert dat je zult vallen en dat dat ‘ok’ is en ‘niet erg’, kun je bepalen hoe je terecht komt; Dan kun je je val breken.
Daarna zul je gewoon weer op kunnen staan, net als ik.

Ja, ik had blauwe plekken op mijn schouder, maar die vallen in het niet bij wat ik die avond geleerd heb, bij mijn overwinningen en bij het plezier dat ik had.

Ik voelde mijn schouder nog, toen ik het inschrijfformulier inleverde, maar wat ik me nu vooral herinner is hoe het voelt om steeds weer op te staan.

Durf te vallen!

Aanpak seksueel geweld?

Plaats revictimisatie bovenaan de agenda.
door I. Bicanic, 2 mei 2016

Door gedegen onderzoek is er veel bekend over de omvang van seksueel geweld in Nederland. Dat is een goede zaak natuurlijk. Maar we moeten niet te lang blijven hangen bij percentages, en het ongeloof over de hoogte ervan, of het geneuzel welke ervaringen nou precies wel en niet onder de definitie van seksueel geweld valt. Seksueel geweld is een ongemakkelijke realiteit, onbestaanbaar waar. Door dit te accepteren kunnen we voorbij de cijfers en pas goed zicht krijgen op het meest zorgelijke deel van het fenomeen. Namelijk het aantal mensen dat seksueel misbruikt is én daarvan last heeft. Onderzoek toont aan dat dit een kleine helft van de slachtoffers betreft.

De hulpvraag van deze mensen heeft meestal betrekking op problemen met de verwerking zoals een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS).
PTSS houdt in dat iemand met name last heeft van herbelevingen, vermijdingsgedrag, slaap- en concentratieproblemen.

Dat slachtoffers van seksueel geweld meer risico hebben op PTSS dan slachtoffers van andere ingrijpende gebeurtenissen, heeft ermee te maken dat het misbruik tussen personen gebeurt, dat mensen soms intense (doods)angst ervaren, dat over het misbruik meestal wordt gezwegen uit schaamte en angst, en dat het letterlijk dichtbij komt namelijk op of in het lichaam.
Een aantal typische reacties op misbruik, vergroot de kans op PTSS. Bijv. wanneer mensen zich schuldig voelen, omdat ze bijv niks konden doen als gevolg van een verlamd gevoel of omdat ze een genitale respons kregen (erectie, ejaculatie, lubricatie), dan is de kans op het ontstaan van PTSS ook groter. Mensen die al eerder misbruikt zijn of al eerder psychiatrische problemen hadden, hebben meer risico om vast te lopen in de verwerking. Dat geldt ook voor mensen die een groepsverkrachting hebben meegemaakt of letsel tijdens het seksueel trauma hebben opgelopen.

Aan de gevolgen van seksueel geweld is gelukkig iets te doen. PTSS is in principe goed te behandelen. Dat moet ook wel want als PTSS onbehandeld blijft, komen er op termijn problemen bij zoals depressie, andere angststoornissen of revictimisatie.

Revictimisatie betekent herhaald slachtofferschap. Helaas is het zo dat elk interpersoonlijk trauma in principe een volgend interpersoonlijk trauma voorspelt. Verschillende studies hebben aangetoond dat ongeveer de helft van de slachtoffers van seksueel misbruik in de kindertijd later weer slachtoffer gaat worden. Mensen die misbruikt zijn hebben dit dus vaak al eerder meegemaakt, maar zijn ook ‘at risk’ om opnieuw misbruik mee te maken of een andere vorm van interpersoonlijk geweld. Uit onderzoek blijkt dat de diagnose PTSS een mediërende factor zou zijn binnen dit verband. Zo wordt verondersteld dat misbruik leidt tot symptomen zoals vermijdingsgedrag of hyperalertheid, waardoor men signalen van gevaar respectievelijk minder snel opmerkt of niet kan differentiëren. Daarom is een effectieve verwerking van negatieve seksuele ervaringen, danwel traumabehandeling wanneer verwerking stagneert, noodzakelijk. Niet alleen om traumasymptomen te verminderen of te elimineren en de kwaliteit van leven te verbeteren, maar ook om seksuele revictimisering te voorkomen.

Hulpverleners in de GGZ zijn bij een PTSS-diagnose verplicht om EMDR of cognitieve gedragstherapie te geven omdat uit (inter)nationaal onderzoek is gebleken dat deze therapieën het meest effectief zijn. Een luisterend oor, hoe prettig ook, vermindert traumagerelateerde klachten zoals herbelevingen niet.
Bijv. zes maanden na het meemaken van een verkrachting voldoet 39% van de slachtoffers aan een PTSS. Het maakt daarbij geen verschil of je niks doet of alleen een luisterend oor biedt. Behandelaren kunnen bij het kiezen van een behandelmethode dus terugvallen op internationale richtlijnen, die zich baseren op empirische evidentie.

Toch is het in de praktijk zo dat met name personen die lijden onder de gevolgen van vroege en interpersoonlijke traumatisering in de jeugd, ook wel complexe PTSS genoemd, geen toegang krijgen tot deze voorkeursbehandelmethoden of worden onderbehandeld met non-directieve therapievormen die op basis van onderzoek minder geschikt zijn voor de behandeling van PTSS. Hierdoor kunnen traumagerelateerde klachten onnodig lang aanhouden en is er meer risico op het optreden van comorbiditeit, stagnatie in de ontwikkeling en revictimisering.

De vraag is waarom de richtlijnen bij getraumatiseerde personen te weinig in acht worden genomen. Mogelijk zijn behandelaren – onterecht – bang om hen te hertraumatiseren of hen te ontregelen. Behandelaren vrezen vaak dat bijvoorbeeld EMDR of ‘imaginaire exposure’ leidt tot verslechtering of voortijdige uitval van hun patiënten, terwijl er geen aanwijzingen zijn dat dit bij een traumagerichte behandeling vaker gebeurt dan bij andere interventies. Ten slotte wordt de complexiteit van casuïstiek aangedragen als argument om van de richtlijnen af te wijken. Onderzoek toont echter aan dat co-morbiditeit niet het verschil in behandeleffect bepaalt. Wel kan de behandeling langer duren en is soms meer exploratie en motivatie nodig om de traumatische herinneringen te identificeren.

Ik doe hierbij een oproep aan een ieder die zich inzet tegen seksueel geweld om in voorlichtingen, blogs, contacten met hulpverleners, en media-acties het onderwerp revictimisatie bovenaan de agenda te zetten met betrekking tot de aanpak van seksueel geweld.
En dan op nummer twee graag de rol van evidence-based behandeling in het mogelijk verbreken van de vernietigende geweldscyclus.



dr. Iva Bicanic is klinisch psycholoog en hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum in het UMC Utrecht. Vanaf 1997 werkt zij met kinderen, jongeren en jong-volwassenen die seksueel trauma hebben meegemaakt. Tevens is zij hoofd van het multidisciplinaire Centrum Seksueel Geweld dat in 2012 in het UMC Utrecht is geopend voor acute slachtoffers van een verkrachting, en verantwoordelijk voor de landelijke uitrol van deze centra. In maart 2014 is zij gepromoveerd op het onderwerp ‘Psychological and biological correlates of adolescence rape’.

Gastblogweek

Dag allemaal,

Aankomende week gaat het dan eindelijk gebeuren; Gastblogweek.
Drie experts op het gebied van (seksueel) geweld, trauma & herstel en veiligheid, laten hun licht schijnen op deze thematiek.

Ik heb de blogs met veel plezier gelezen en ze bevatten stuk voor stuk waardevolle inzichten die belangrijk zijn om over te brengen. Het is fijn dat ik dit medium hiervoor mag gebruiken.

Op Dinsdag schrijft zelfverdedigingsexpert Valeer Damen over al dan niet te beschadigd zijn.
Op donderdag schrijft voormalige zedenrechercheuze, docent zeden, schrijfster en slachtoffer Thérèse Evers over waarom praten alleen niet genoeg is.
Op zaterdag schrijft traumadeskundige, wetenschapper en psychologe Iva Bicanic over herhaald slachtofferschap.

Dat belooft een interessante week te worden!

Hebben jullie er zin in? 🙂