“Maar het is zo’n aardige man”

blogzzEen van de grootste misverstanden als het om seksueel geweld gaat, is misschien wel die waarbij men hardnekkig gelooft dat het onbekenden betreft (dit geldt zowel slachtoffers als daders, maar ik bedoel nu daders). ‘Het is de man die jou ’s avonds als je uit bent geweest van de fiets trekt, de man met de onverzorgde haren die regelmatig in het park bij de school wordt gesignaleerd’…

Meestal komt hier nog bij dat mensen denken dat het altijd iemand is aan wie je kunt zien dat hij niet spoort (en waar je je dus redelijkerwijs tegen zou kunnen beschermen als je verstandig bent. -Deze manier van denken is een groot probleem voor slachtoffers omdat het een valse verantwoordelijkheid op hun schouders laadt-)

Maar de cijfers liegen er niet om. De kans dat je door een onbekende wordt misbruikt is vele malen kleiner dan dat het iemand is uit jouw eigen kring.
En dan heb ik het ook niet over je zonderlinge contactgestoorde buurman, ik heb het over iemand die je aardig vindt, iemand die je vertrouwt, iemand met wie je een band hebt. Neem de tijd om hier bij stil te staan.
Het is iemand die je aardig vindt.
aardig.
Misschien is het zelfs wel iemand om wie je geeft, iemand waar je van houdt.
Het is iemand die toegang tot jou heeft en je al heeft ontwapend.
Macht

Seksueel geweld gaat niet (in de eerste plaats) om seks, dat is hooguit op een verknipte manier een bijkomend voordeel. Het gaat om controle, om dominantie, om macht. Het is eerst en vooral (en eigenlijk alleen maar) geweld. Er zit geen samen in dit plaatje. Geen toestemming. Geen gelijkwaardigheid. Geen keuzemogelijkheden voor het slachtoffer (ook niet als een dader je het gevoel geeft dat je wat te kiezen hebt. Dat is vals, deel van het spel. Je hebt niets te kiezen). Het wordt jou aangedaan.

Seksueel geweld is nooit de schuld van het slachtoffer. Dit is heel belangrijk.
Er is niets wat iemand kan doen om te verdienen dat een ander zijn lichamelijke integriteit schendt. Er is niets wat het verantwoordt dat iemand jou op deze manier geweld aandoet. Niet wat je draagt. Niet hoe je je gedraagt. Niet wie je bent. Niets.
Dit lijkt me een heel duidelijk gegeven en toch hoor ik keer op keer dat daar verwarring over is. Lees dit nog maar eens goed: Seksueel geweld is nooit de schuld van het slachtoffer. Seksueel geweld is de keuze, verantwoordelijkheid en schuld van de dader en van hem of haar alleen.

En nu we dan toch van misverstand naar misverstand hobbelen:

Is het wel seksueel geweld?

Net als dat mensen (onterecht) het beeld koesteren dat seksueel geweld vooral anderen overkomt die ergens ver weg door een onbekende enge man in een donker bos worden verkracht, hebben ze de illusie dat seksueel geweld altijd gepaard gaat met ernstig fysiek geweld of doodsbedreigingen. De dader in het door mij geschetste gefantaseerde plaatje heeft bijvoorbeeld een mes, die hij tegen de keel van het slachtoffer houdt, terwijl hij net zolang op haar in slaat tot hij zijn gang kan gaan.
Ik hoef vast niet te zeggen dat ook dit niet klopt.
Maar goed, omdat het belangrijk is: Dit klopt niet.

Seksueel geweld ís al geweld. Het is het schenden van iemands lichamelijke integriteit. Het is, bijvoorbeeld, het onvrijwillig binnendringen van een lichaam, het is het doof en blind zijn voor de behoeften en gevoelens van de ander. Dat is het geweld. En dat is heel heel erg.
(Natuurlijk zijn er daders die hun slachtoffers ook fysiek geweld aandoen, daders die met wapens zwaaien, maar ze zijn in de minderheid en daarom wil ik in deze post vooral stilstaan bij de anderen).

Ik lees wel eens dat mensen zich afvragen of iets wel echt seksueel geweld is als er niet expliciet gedreigd is met dingen, als er niet geslagen is, of gevochten.
Ja mensen, speciaal voor jullie nog eens: Seks met iemand hebben tegen zijn/haar wens of toestemming is seksueel geweld.

Waarom zou je iemand slaan en daarmee extra bewijzen creëren tegen jezelf (letsel), als je iemand ook op een andere manier klem kunt zetten?
Waarom zou je niet proberen het slachtoffer te verwarren over wat er nu eigenlijk gebeurd is, als dat betekent dat je er mee weg kunt komen en dat je het een volgende keer weer zou kunnen doen?

Net zoals jij graag goed wilt zijn in je favoriete hobby, je lievelingsvak op school of op sociaal gebied, wil een dader ook graag goed zijn in zijn hobby… Hij wil er mee door kunnen gaan. Niemand wil problemen, niemand wil de dingen verliezen die wat voor hem betekenen. Een dader ook niet. Het geweld. De controle. De dominantie. Het ermee wegkomen. Zijn vrijheid. Die dingen betekenen wat voor zo iemand. Hij zal zijn uiterste best doen om succesvol te zijn.

De beste aanval is de verrassingsaanval

Stel, je bent alleen thuis met je dochtertje van 4 die boven ligt te slapen, in je vrijstaande huis. Je zit in je woonkamer. Het is avond, het is donker en het is laat. Je wilt zo naar bed gaan en verwacht geen bezoek. Dan gaat de bel. Je hebt geen spionnetje of ketting op de deur, maar je kijkt boven uit het raam en ziet dat het een man is in donkere kleding. Hij heeft iets in zijn hand, maar je kunt niet precies zien wat het is.
Doe je de deur open?
Als je verstandig bent is je antwoord nu nee.

Maar wat nu als je in datzelfde huis bent, met je slapende dochter en die man is al in huis? Wat nu als het de charmante vriend is die je al twee jaar kent, omdat hij toentertijd een relatie met je beste vriendin had en jullie zo goed klikten dat je nadat het tussen hen uitging met hem om bent blijven gaan. Een man met wie je vreselijk kunt lachen. Met wie je al twee wijntjes gedronken hebt, kletsend over van alles en nog wat.
Iemand die weet dat je alleen in huis bent met je dochter, dat je buren niet op gehoorafstand wonen, die je telefoon aan de oplader heeft zien liggen in een hoekje van de kamer toen hij binnenkwam en die je goed genoeg kent om te weten dat je niet zo goed tegen wijn kunt.

Wat nu als hij je opeens begint te zoenen? Niet stopt als je hem eerst nog lachend afweert? Als zijn handen onder je kleren verdwijnen? Hij je tegenhoudt als je op wilt staan van de bank? Je niet durft te schreeuwen omdat je kindje boven is?

Ik ga niet schrijven hoe dit verder gaat. Het is maar een voorbeeld, geen uitzonderlijke.
Deze dingen gebeuren.

Waar het om gaat is dat die ‘vriend’ al lang wist wat hij ging doen. Hij ging naar je toe met het idee dat het vanavond wel eens zou kunnen lukken. Hij ging überhaupt met je om, omdat je, zoals hij je wel eens verteld heeft ‘schattig kwetsbaar’ bent (waar jij toen om moest blozen). Hij schonk je dat tweede glas wijn in, omdat hij al wist dat je het zou nemen nu je toch gewoon thuis was en als vrienden onder elkaar.
Hij plande zijn acties, want als je dingen goed plant is de kans op succes groter.
Maar jij? Voor jou was dit een verrassing. Een donderslag bij heldere hemel. Jij worstelt nog met je verwarring en het verraad als hij je al heeft ontkleed.
Hij hoeft je niet te slaan. Je bent verbijsterd. En nu hij niet blijkt te zijn wie je dacht dat hij is, wie zegt dan dat je dochtertje niet in gevaar is? Je realiseert je dat er niemand is die je kan helpen. Je telefoon ligt buiten bereik. Hij stopt niet als je nee zegt. Je geeft het op besluit mee te werken, zodat dit zo snel mogelijk voorbij is en jullie veilig zijn. Maar het duurt nog lang voor je je weer veilig zult voelen.

Nu heb ik toch verteld hoe zulk soort dingen af kunnen lopen, maar nogmaals het gaat niet om de details. Waar het om gaat is dat hij dicht bij jou was. Dichtbij genoeg om je zoiets aan te kunnen doen. Dichtbij genoeg om geen extra geweld nodig te hebben.

Het nut van nabijheid

Om iemand geweld aan te kunnen doen heeft een dader in de eerste plaats toegang nodig tot een slachtoffer (een dader moet dichtbij genoeg zijn om zijn slachtoffer geweld aan te kunnen doen). Vervolgens heeft hij (overal waar in dit blog hij staat kan ook zij staan) een plaats nodig waar het misdrijf plaatsvindt, dit is bij voorkeur een plaats waar het slachtoffer is afgezonderd van anderen en van hulpbronnen (ook hierbij is nabijheid nuttig, want een slachtoffer laat zich makkelijker afzonderen door iemand die hij of zij vertrouwt/niet gevaarlijk acht). Idealiter laat een dader zo min mogelijk bewijzen achter van zijn misdrijf. Dit betekent ook het actief stappen ondernemen om een slachtoffer, het gerecht eventueel (en de samenleving desnoods) te weerhouden het geheel als een misdrijf te zien. Dit is geen stappenplan voor daders dus ik ga niet precies uitleggen hoe dit allemaal werkt.
Ik wil alleen nog eens aanhalen dat nabijheid ook bij deze laatste stap een rol speelt.

Het bovenstaande klinkt misschien wat abstract en ingewikkeld, maar het belangrijkste uitgangspunt is dat het het makkelijkste is om iemand te krijgen waar je hem wilt hebben (in letterlijke en figuurlijke zin) door iemand ertoe aan te zetten zelf te bewegen naar waar waar je hem wilt hebben. Dit krijg je bijvoorbeeld voor elkaar als iemand overrompeld is, maar makkelijker nog, wanneer iemand je aardig vindt.
Charmante mensen zijn gevaarlijk

Dat iemand aardig overkomt, betekent niet dat iemand ook (goed)aardig is. Sterker nog. Mensen halen charmant en (goed)aardig(heid) vaak door elkaar.
Het belangrijkste verschil is dat wanneer iemand (goed)aardig is, hij dat gewoon is, ongeacht de mensen om hem heen. (goed)Aardigheid is een constante. Dat is iemand als het ware ook in het donker.
Charme daarentegen is een werkwoord. Charme is Frans voor betoveren en dat is eigenlijk precies wat het betekent. Het is een gericht instrument. Iemand die charmant is, doet dat actief en omdat hij iets van je wil. Dat kan iets heel onschuldigs zijn, zoals jouw aandacht of iets kwalijkers zoals een gebrek aan oplettendheid van jouw kant of iets sinisters wanneer hij er op uit is om jou van je vrienden te isoleren. Overigens ook in het eerste geval moet je je afvragen waarom iemand denkt dat gewoon aardig zijn niet voldoende is om je aandacht te trekken en hoe echt hetgeen is wat hij je hier laat zien.

Als iemand alleen aardig doet tegen jou, zelfs al is dat werkelijk ontzettend aardig, maar bijvoorbeeld wel de serveerster respectloos behandelt in het restaurant waar jullie samen eten of steeds koppig naar de borsten van de caissière in de supermarkt staart tijdens de dagelijkse boodschappen of zijn moeder regelmatig afsnauwt, is dat een belangrijk signaal. Vraag jezelf af of dit figuur wel werkelijk aardig is. Nee, beter nog, maak je uit de voeten. De wereld haten op die ene hele speciale persoon na (die jij toevallig bent) klinkt te mooi om waar te zijn en is dat dus ook. Dit is een groot alarmsignaal.

Een nog belangrijker signaal, maar dat is al in een meer vergevorderd stadium, is als iemand ook tegen jou inconsequent is in zijn gedrag. Het ene moment is iemand heel charmant, voorkomend en geeft jou een speciaal gevoel of speciale aandacht, het volgende moment is hij onverschillig of zelfs kortaf, boos. Dergelijk gedrag is dan geen gevolg van acties van jou, maar lijkt uit het niets te komen.
Groot alarmsignaal, wegwezen.
Erger kan trouwens ook nog, dergelijk gedrag van hem komt niet door iets van jou, maar hij zegt van wel.
Weg, weg, weg!

Vraag je af wat er achter zijn gedrag zit

Mensen hebben een soort van natuurlijke weerstand om te twijfelen aan iemands motieven als die persoon aardig tegen ons doet. We zijn sociaal ingesteld. Als iemand van plan is om dichtbij jou te komen om je wat aan te doen, zal hij die sociale voorprogrammering ook tegen jou gebruiken. Wees jezelf daar van bewust. Je doet niemand tekort door je af te vragen wat iemands motieven zijn. Overigens zal iemand die om je geeft, iemand die jou als persoon serieus neemt, er alles aan gelegen zijn dat het goed met je gaat. Hij zal je oplettendheid alleen maar toejuichen. Wees dus kritisch. Vraag je dingen af. Kijk naar gedrag en kijk vooral naar hoe consequent dat is. Zoek patronen, kijk naar de context. Trek conclusies.

Charme afgewisseld met onverschilligheid of boosheid (direct tegen jou of tegen anderen), gecombineerd met graag alleen met je willen zijn, helemaal als dat betekent dat je op dat moment weg moet van een plaats waar je samen met anderen (of je die nu kent of niet) bent, is foute boel. Wees voorzichtig.

Voorbeelden van charme

Iemand lacht veel en vaak.
Dit kan natuurlijk ook een aantrekkelijke eigenschap zijn, maar context is hier belangrijk. Lacht iemand vooral veel en vaak naar jou? Lacht iemand ook als de omstandigheden er niet naar zijn? Lachen wordt gebruikt om dingen te maskeren. Dat kunnen andere emoties zijn (die op dat moment niet getoond of gevoeld mogen worden), maar ook andere dingen.

Iemand vertelt teveel details.
Dit is een belangrijke. Iemand die de waarheid vertelt zal niet de behoefte voelen om alles nader toe te lichten. Iets is feitelijk zo, daarna gaat een gesprek verder.
Iemand die veel details vertelt, doet dat om open over te komen, een gevoel van vertrouwelijkheid te creëren. Daarnaast is het een manier om jou te verstrikken in en binden aan een interactie of om jou te laten vergeten dat je voorzichtig wilde zijn.
Teveel details ontwapenen jou. Terwijl jij je best doet om te luisteren, heeft iemand jou al met zijn arm om je schouder weggeleid bij je vrienden.

En wat denk je van deze situatie:

De vrouw uit het bovenstaande voorbeeld, die in het vrijstaande huis, dacht dat ze gezellig zat te praten met haar honderduit kletsende en grappige vriend. Tijdens het gesprek had hij al een paar keer zijn hand langs haar bovenbeen gestreken. Hij leek zich daar niet van bewust, want hij bleef geanimeerd vertellen. Hoewel de vrouw zich er in eerste instantie ongemakkelijk bij voelde, wuifde ze dat meteen weer weg, omdat hij er zelf niets van leek te merken en het onbeleefd was om niet te luisteren. Haar alarmbellen gingen verloren in de ruis die hij bewust creëerde.

Iemand drukt je in een bepaalde rol
Dit gebeurt eigenlijk op twee manieren: Iemand drukt je in een, voor jou onbedreigende, rol en plaatst zichzelf daar ook in alsof jullie als het ware in hetzelfde team zitten. “Wij schrijvers…” (een man tegen het meisje waar hij al een aantal keer een praatje mee heeft gemaakt in de plaatselijke bibliotheek waar ze iedere woensdag met haar vriendin naartoe gaat die er huiswerk maakt terwijl zij er gedichten schrijft). Het is altijd een rol of een overeenkomst of een team wat je op een bepaalde manier van anderen afzondert, maar aan hem bindt. Dit kan heel onschuldig zijn, want mensen vestigen sowieso graag de aandacht op hun overeenkomsten, maar het is iets om in combinatie met andere signalen wel alert op te zijn.
De tweede manier is die waar een (toekomstig) dader zijn (toekomstig) slachtoffer in een bepaalde rol drukt waarmee ze niet blij is of die ze niet kloppend vindt. Het gaat altijd om een kleine belediging en iets wat makkelijk, maar vooral verleidelijk is om te weerleggen.
“Jij ziet er helemaal niet uit als zo’n bolleboos” (man tegen vrouw die studeert in de trein). Als ze hem nu gaat bewijzen dat ze wel intelligent is, laat ze zien dat het belangrijk voor haar is wat anderen, m.n. hij op dat moment (ondanks dat hij haar helemaal niet kent), van haar denken. Ze laat zien dat ze te manipuleren is.

Iemand maakt je afhankelijk van hem
Dit kan op meerdere manieren. Iemand helpt je met iets (en verwacht later iets terug), iemand heeft de hele avond je drankjes betaald (en verwacht daar aan het einde van de avond een tegenprestatie voor) Iemand biedt aan je met zijn auto naar huis te brengen, zodat je niet in de regen hoeft te fietsen (en wil eenmaal thuis mee naar binnen). Iemand geeft je drank of drugs, zomaar, maar verwacht dan wel een ‘beetje gezelligheid’. Of iemand geeft je drank of drugs zodat hij er getuige van is dat jij iets doet wat niet ok of geaccepteerd is (bv door je ouders of door vrienden of de wet) en hij die kennis later tegen je kan gebruiken.
De overeenkomst tussen al deze dingen is dat iemand eerst iets voor je doet, ogenschijnlijk zonder een tegenprestatie te verwachten, maar die dan later toch komt opeisen. Later kan een paar uur later zijn, maar ook een paar jaar. En jij zult sneller geneigd zijn hem zijn zin te geven, want tja, ‘natuurlijk heeft hij ook al die dingen voor mij gedaan.’. Waak hiervoor. Maak jezelf niet te afhankelijk van anderen. Er is niets mis met je eigen vervoer. Met het betalen van je eigen drankjes en zaken. Het niet (teveel) gebruiken van geestverruimende middelen. Met het weigeren van hulp als je dingen prima zelf kunt of als je er geen goed gevoel bij hebt.

En als je eenmaal in deze situatie zit, als je in de schuld staat, denk dan hier aan: Er is niets wat iemand voor jou gedaan kan hebben, want hem het recht geeft op jou, je lijf en je integriteit. Stem niet in. En wees een volgende keer voorzichtiger.

Er is trouwens nog een soort van tussenstap. Iemand doet van alles voor je, wil daar niets voor terug… Lijkt het. Want hij stelt veel vragen aan jou. Bijvoorbeeld of je ergens vaker komt. Of of je ouders wel vaker tot zo laat aan het werk zijn. Waarom je een beetje trekt met je linkerbeen. Onderschat dit niet. Je bent misschien geneigd om uit beleefdheid deze vragen te beantwoorden of je ziet er geen kwaad in, maar het is goed mogelijk dat je iemand nuttige informatie geeft om jou later te isoleren of overmeesteren.
Iemand vindt jou heel speciaal
Wees voorzichtig met mensen die jou speciaal vinden, vooral als je ze nog niet zo lang kent. Het kan dat iemand die jou oprecht leuk vindt jou de meest speciale persoon ter wereld vindt, maar dat betekent niet dat hij je vriendinnen maar moet negeren, ze moet bekritiseren. Iemand die jou speciaal vindt en de rest van de wereld gewoon normaal en respectvol behandeld, lijkt me als er geen andere signalen zijn, vooral schattig. Het andere is een manier om jou te manipuleren en een isolatietechniek.
Iemand die jou speciaal vindt, vindt je speciaal om jou, wat jij bent en wat je doet, hoe je eruit ziet, hoe je lacht etc…. Iemand die wil dat je je speciaal voelt, die jou steeds weer vertelt hoe speciaal jij bent in vergelijking met anderen, wil iets van je. Pas op.
Iemand vindt je zo speciaal dat jullie je beter af kunnen zonderen
Het ligt aan de omstandigheden, aan de situatie. Het ligt aan de context. Maar over het algemeen geldt dat als iemand vooral graag alleen met jou alleen wil zijn en je actief probeert los te weken van anderen, dat iemand is om niet zomaar meteen zijn zin te geven.
Er zijn meer voorbeelden te noemen, maar zoals ik al zei wil ik geen stappenplan schrijven. De bovenstaande dingen zijn veelvoorkomend. Het zijn dingen om op te letten als je uitgaat, als je nieuwe mensen leert kennen, maar ook een lat om die ene vriend langs te leggen die een beetje te mooi is om waar te zijn of die je als je eerlijk bent soms best een ongemakkelijk gevoel geeft.

Luister naar jezelf. Wuif de werkelijkheid niet weg. Luister naar je alarmsysteem. En als dat zich stilhoudt, hou je verstand er bij. Verwar charme niet met goedheid. Het is altijd oké om kritisch te zijn. Het gaat om jouw veiligheid en jouw vrijheid. Jouw integriteit en je gevoel van eigenwaarde. Dat is nogal een inzet!

Laat je niet zomaar betoveren.

 


Denk je na het lezen dat je het slachtoffer bent geweest van seksueel geweld?
Bel dan naar het Centrum Seksueel Geweld op 0800 0188 voor hulp (ook medisch) en advies.



Meer over je alarmsysteem in het ‘drieluik over angst’:
1) https://samenhelen.wordpress.com/2015/12/29/is-je-alarmsysteem-wel-goed-afgesteld/
2) https://samenhelen.wordpress.com/2015/12/30/is-je-alarmsysteem-wel-goed-afgesteld-ii/
3) https://samenhelen.wordpress.com/2015/12/31/is-je-alarmsysteem-wel-goed-afgesteld-iii/

Niet te geloven? Probeer toch maar.

Een paar dagen geleden zag ik op Facebook een foto van een spandoek dat door de vriendengroep van mijn dader voor zijn verjaardag gemaakt is. Deze vriendengroep bestaat voor een groot deel uit degenen die erbij waren toen hij me zo’n tien jaar geleden, samen met een vriend van me in een hinderlaag lokte en bedreigde. Hoewel deze personen de formatie gesloten hielden zodat ik nergens heen kon vluchten, namen ze verder niet actief deel aan wat daar plaatshad. Ik heb altijd naar hun gedrag gekeken door de bril van het bystandereffect.

Sinds het voorval van toen, heb ik me er wel regelmatig over verwonderd dat van al deze getuigen, niemand aangifte heeft gedaan (niet van die situatie en ook niet van de criminele feiten die daar onthuld werden) en nog meer dat de meesten van hen bevriend bleven met mijn dader. Maar toen door goede traumatherapie de emotionele lading van mijn ervaringen afging, werd die kwestie ook minder belangrijk voor me.

En toen zag ik dus dat spandoek. Je kent ze wel, die zogenaamd grappig geformuleerde teksten in enigszins gebrekkig Nederlands die op zijn best vooral een beetje flauw zijn. Ik verwachtte zoiets en was aanvankelijk vooral geïrriteerd over het respectloze grappig bedoelde gebruik van Davidsterren.
Maar toen viel mijn oog op de tekst; een volledig geseksualiseerde respectloze tekst die begon met “Vat graag jonge meisjes in de kraag”.

Een klap in mijn gezicht.

Stond dat er echt?

Ik las nog eens: Een lijst met wapenfeiten, aangevoerd door…
Ja, het stond er echt. Oef!

Nog voor ik de verbijstering te boven was gekomen, dat deze mensen, die erbij waren geweest toen hij trots en koelbloedig de vreselijke details opnoemde van wat hij me had aangedaan toen ik nog maar een kleuter was, vol ontzag zoiets op een spandoek schrijven, brak ik. Ik moest vreselijk huilen.

Ik was verbijsterd.
En verdrietig
En boos!
Hoe kon dit?!

Dit was niet meer wegkijken. Dit was niets minder dan actief aanmoedigen.

Ik vertelde het aan mijn vrienden. Een van hen vroeg me voorzichtig of ik het niet gewoon gedroomd had. Woest was ik. Ik stuurde hem de foto van het spandoek (hoewel ik er nu spijt van heb dat ik het heb ‘bewezen’, daarmee doe ik mezelf tekort.) en ik smeet hem voor de voeten dat iets niet gewoon niet waar is, omdat het toevallig gestoord is.
Traumadeskundige Iva Bicanic schreef ooit heel treffend: “Alles wat je je voor kan stellen gebeurt, alles wat je je niet voor kunt stellen ook.”
Ik denk dat het bij seksueel geweld niet alleen een geval is van ‘kunnen’ voorstellen, maar ook van ‘willen’.

Gelukkig geloofden alle anderen me wel meteen. Een van mijn vrienden zei vandaag nog toen ik het aanhaalde: “Natuurlijk.”

Ik hoop dat slachtoffers ooit zo vanzelfsprekend en zonder oordeel geloofd worden. Dat zou pas echt een goede stap zijn op weg naar nooit meer hoeven horen wat we niet willen horen.

“Bewaak je je grens of bewaak je je angst?”

whatsapp-image-2016-12-05-at-20-40-00 We hadden gisteren een beleidsdag met Revief. Behalve veel vergaderen & spijkers met koppen, betekende het ook samen potluck lunchen en veel gezelligheid. Het was een fijn en zinvol samenzijn.

In de ochtend begonnen we met een workshop Aikido, Communicatie & Ontspanning. Om eerlijk te zijn zorgde dit vooraf juist voor wat extra spanning bij mij. De workshopgever was namelijk een van mijn eigen Aikidoleraren, mijn hoofdsensei, die naast Aikidolessen ook nog communicatietrainingen geeft.
Hoewel de meesten in mijn Aikido-school weten dat ik met slachtoffers werk, heb ik niemand verteld over mijn eigen slachtofferschap. Niet omdat ik dat niet durf, maar omdat ik dat niet wil. Aikido betekent voor mij, naast veel andere dingen, het overwinnen van dingen die ik eng vind. Soms is het makkelijker om dingen te overwinnen in een normale setting, waarin er geen goed excuus is om dingen niet te doen. Mijn ervaring is dat veel mensen, hoewel goed bedoeld, vaak extra mild en faciliterend zijn als ze weten dat je zoiets traumatisch hebt meegemaakt. Dat is fijn, mooi en soms ook nodig, maar tegelijkertijd betekent het ook dat angst dat toch al (onnodig) veel ruimte inneemt, nog wat extra ruimte krijgt van de ander. Dat maakt het lastiger om bang te zijn en toch te doen.

Aikido is iets van mij. Het is een veilige activiteit, in een veilige ruimte met veilige mensen; de perfecte oefensituatie. In de dojo kan ik mezelf en mijn lijf vaak heel goed voelen. Er is veel nabijheid en lichamelijkheid. Ik kan er spelen en proberen. We werken aan ontspanning wat me helpt om niet alleen met mijn hoofd te bepalen, maar mijn lijf meer te betrekken en mijn grenzen goed te voelen. Juist in Aikido is het heel belangrijk dat ik zelf kan bepalen.

Juist daarom heb ik niets verteld. Ik wil niet dat iemand tegen me zegt, wanneer hij ziet dat ik gespannen ben: “Je hoeft dit niet te doen”, omdat hij weet dat mijn spanning misschien te maken heeft met mijn traumatische ervaringen. Daarmee gaat iemand aan de kant van mijn angst staan. Dat helpt niet. Het is een wankel evenwicht en het vraagt ook in een veilige situatie veel wilskracht om dingen te doen die eng zijn. Het is heel belangrijk voor mij om zelf mijn beslissingen te kunnen maken, ook als het achteraf gezien niet de juiste blijken te zijn. Daar leer ik van. Ik ga er niet dood aan. Er is in het nu geen enkel echt groot gevaar meer. En ook dat is een les die ik probeer te conditioneren. Bovendien is het zo heerlijk dat dingen normaal zijn, zonder dat ze geproblematiseerd worden. Ik vind dat ik iets normaals verdien. Iets fijns. Iets waar ik van geniet.

Spannend dus; Als Revief Sensei zou uitnodigen als workshopgever was de kans aanwezig dat een en ander toch bij elkaar zou komen.

-En dat was ook zo natuurlijk:
Ik heb na de workshop met Sensei gesproken die toch wel het een en ander geconcludeerd had, maar hij liet het initiatief om er over te vertellen in onze aikido-groep volledig bij mij. Een fijne reactie. En de rest zie ik wel. Het is wat het is.

De workshop zelf was fijn en ook heel waardevol voor onze organisatie. Het ging er vooral om onze aandacht te verplaatsen van ons hoofd naar de buik; het centrum. Het bleek (en dit ken ik ook uit mijn Aikido) dat als je aandacht bij je centrum is en je ontspannen bent je veel krachtiger kunt zijn.

Ik heb veel dingen gehoord die passen bij mijn eigen kernopvattingen over zelfverdediging en weerbaarheid en over het leven.

Wat ik heel mooi vond bijvoorbeeld was een duwoefening waarbij je minder makkelijk omgeduwd kon worden als je aandacht bij je centrum was, dan wanneer die bij je hoofd was. Sensei zei vervolgens: “Er is natuurlijk een limiet. Je kunt niet oneindig volhouden. Als iemand sterker is en langer duwt, komt het punt waarop je toch om zult vallen. Je kunt dan kiezen om een stap terug te doen en weer stevig te staan in plaats van te wachten op het moment dat je achterover valt”.
Dit is heel belangrijk. Je bent niet onkwetsbaar. Stevig zijn is niet hetzelfde als onkwetsbaar zijn. Er kunnen dingen gebeuren die je omver blazen, dat hoort bij het leven, maar je kunt dan nog kiezen hoe je daarmee om gaat; wacht je tot het moment dat je valt of doe je zelf een stap terug en herpak je je? Het is niet erg om te besluiten om een stap terug te doen als je dit doet omdat jij het wilt. Het is erger om om te vallen zonder dat je dat wilt.

Een ander waardevol concept was de polsgreep; het aangrijppunt; het probleem. Als iemand je pols pakt (je een probleem geeft) kun je je daartegen gaan verzetten en je aandacht volledig op het probleem richten, maar dat kost veel energie (en de ander anticipeert daar waarschijnlijk op). Je kunt echter ook kiezen om te kijken naar welke mogelijkheden je nog meer hebt (Sensei maakte toen een elleboogbeweging waardoor de balans verstoord werd en de polsklem werd opgeheven).

Ook belangrijk vond ik het verschil tussen accepteren en berusten. Berusten is het laten gebeuren en jezelf de regie ontnemen iets te doen. Accepteren is feitelijk aanvaarden dat iets er is, waardoor je energie overhoudt om te reageren op het probleem. “Het is wat het is (ongeacht hoe dat voor me is en of ik ermee instem) en ik handel”.

Er is nog meer om over te schrijven en mezelf kennende ga ik dat vast nog wel doen, maar voor nu hoop ik dat jullie stil willen staan bij deze drie dingen:

Stevig zijn is niet hetzelfde als onkwetsbaar zijn. Het is niet erg om te kiezen een stap terug te doen.

Focus niet op het probleem, maar focus op je mogelijkheden.

Accepteer feitelijk dat een probleem er is, ongeacht wat je ervan vindt en handel.

Ik heb gisteren een fijne, waardevolle dag gehad. Daar wil ik me op focussen. Sensei weet nu dat ik een slachtoffer ben van seksueel kindermisbruik. Dat vond ik een probleem en dat vind ik nog steeds. Daar kan ik me in vastbijten, maar ik heb besloten om dat niet te doen. Misschien betekent dit wel extra oefenmogelijkheden in het aangeven wat ik wel en niet wil. (“Niet teveel zachtheid! Wel aanmoediging” o.i.d.). En misschien, heel misschien is het wel goed dat ik bij Aikido waar ik me zo fijn en veilig voel en waar ik met zoveel plezier naartoe ga, 100% mezelf kan zijn (ook met mijn slachtofferschap). Misschien verwarde ik stevigheid nog wel teveel met onkwetsbaarheid.

Ik denk dat ik ook in het proces van mijn grenzen bewaken in plaats van mijn angst, niet over het hoofd moet zien dat ook dat eng is en ingewikkeld en dat ik ook die angst niet hoef te bewaken, maar los mag laten en mag vertrouwen dat ik kan (leren) begrenzen.
Ontspanning brengt tenslotte meer dan krampachtigheid.

In een jaar kan er veel gebeuren…

Vandaag is het precies een jaar geleden dat Samen Helen is geboren. Ik had geen beschuit met muisjes om het heuglijke feit te vieren, maar wel veel thee en troost-chocolade. Het was die dag namelijk ‘Therapy Tuesday’ en we waren net met iets nieuws begonnen dat ik heel eng en moeilijk vond. Ik besloot deze blog te beginnen als een soort van positief tegenwicht voor de zware tijd die voor me lag. We weten allemaal hoe dat uit de hand gelopen is…

Een jaar later; 75 posts, 681 volgers, een ‘beste blogpost van het Nederlandse taaldomein’-nominatie, een twitter-account, een vertaling (die, ik geef toe, wat meer aandacht verdient), 3 gastschrijvers en ontelbare likes, shares & reacties (waarvoor ongelooflijk bedankt, echt!) verder…

Wauw, wat is er veel gebeurd!

En dan bedoel ik niet alleen hier op mijn blog, natuurlijk.

Een jaar en wat uurtjes geleden, zat ik in een PMT-ruimte met mijn therapeute voor een soort EMDR-deluxe. Ik had toen al een geruime tijd traumatherapie met EMDR, maar waar ik daarbij vaak tegenaan liep was dat ik ‘weg ging’ van het trauma, wanneer ik woorden gaf aan wat ik zag/voelde/ervoer. Het was een strategie die lange tijd succesvol was geweest voor me, maar die ik niet makkelijk kon afleggen toen dat nodig was. Ik wilde wel bij mijn gevoel blijven, maar ik wist niet precies hoe.

Ik denk overigens dat, maar volgens mij is dit verband nergens bewezen, mijn hoogbegaafdheid en ook de talloze dingen die ik tegelijk deed ten tijde van het seksuele geweld om mezelf ervan af te leiden, ervoor zorgden dat ik gewend was aan grote(re) werkgeheugenbelasting, waardoor de EMDR zoals we het deden niet voldoende belastend was voor mij op dat moment. Er bleef ruimte om ervan weg te gaan.

Ook denk ik dat ik ervan weg ging juist door dingen verbaal te maken. Als je zo jong bent als ik was; Ik was ongeveer vier toen het begon, heb je nog niet veel woorden voor wat er gebeurt. Door er wel woorden aan te geven (die eigenlijk niet bij je ervaring van dat moment horen), ga je weg van dingen die je soms alleen hebt opgeslagen als een gevoel.

Een poosje eerder, toen ik ook zo vastzat in dat krampachtige overrationaliseren, vroeg mijn vindingrijke therapeute eens om mijn handen zo boven mijn hoofd te houden als ik het in mijn plaatje zag. Terwijl ik dat deed, vroeg ze me naar het plaatje te blijven kijken. Al toen ze het voorstelde voelde ik grote onrust en weerstand in mijn lijf, maar ja, ik wilde vooruit, dus ik deed het: Er klikte wat in elkaar en ik brak. Het was de eerste keer dat ik huilde. En huilde. En huilde. Ik wilde mijn handen weer omlaag doen, maar ze vroeg me ze daar te houden, terwijl we werkten aan het plaatje en ik huilde en huilde en mijn SUD-score beetje bij beetje omlaag ging. Het was verschrikkelijk, maar ik voelde me zoveel beter toen ik uit de sessie kwam. Niet meteen, maar toen ik wat bijgekomen was en had geslapen was het alsof ik honderd kilo lichter was.

We zijn er die keer dus achtergekomen dat het werkte om mijn lijf erbij te betrekken. Toen EMDR daarna verder weer wat stroef ging, besloten we om het eens een poosje op deze manier te proberen. Vorig jaar, deze dag, zou de eerste keer zijn.

Er was een herbeleving die ik altijd had, vaak als ik ging liggen wanneer ik al gespannen was, of als iemand zich agressief gedragen had of soms door andere triggers. Het laat zich het beste omschrijven als “De klap waarmee mijn rug de grond raakte”. (Zo noemde ik het plaatje ook).
Als ik niet snel genoeg naar huis wist te rennen en ze me onderschepten, werd ik niet al te zachthandig tegen de grond getrokken/gegooid. Voor mij als kind was dat het moment waarop alles verloren was. (Ik kijk daar met de kennis van nu iets anders tegenaan; ik denk dat het een illusie was die zij bewust creëerden, wegkomen was nooit een optie). Ik herinnerde me altijd hoe het klonk als de lucht uit mijn longen werd geperst en mijn lijf de grond raakte. Ik kon dat voelen, aan mijn lichaam. Steeds en steeds opnieuw. Hoewel het minder bedreigend klinkt dan andere dingen die ik hier wel eens geschreven heb, was dit voor mij, vanuit mijn kinderbeleving echt heel naar.
Dit was het plaatje waarmee we ons tijdens “EMDR-deluxe” (te leuke naam om er niet in te houden) bezig zouden houden.

Dus we zaten daar vorig jaar in die PMT zaal, met het doel om dat gevoel voldoende na te bootsen, vooral niet teveel te praten en te rationaliseren en wanneer de spanning voldoende opliep EMDR toe te passen.

In de praktijk ging het wat anders. In een mailtje schreef ik er het volgende over:

We doen zo’n PMT-EMDR iets waar ik je ooit eerder wat over heb verteld. De bedoeling was dat ik zou vallen op een matje en het moment zou herbeleven dat alles verloren was. Bij druk tegen mijn rug moest ik me (voorstellen dat ik tegen de grond getrokken werd en me) laten vallen, maar om eerlijk te zijn lukte het me niet. Ik deed alleen maar mijn ogen dicht en wachtte tot het moment voorbij was. Ik vond het ook lastig om in het hier en nu te blijven. Ik was een beetje geneigd om te smokkelen, omdat ik inmiddels veilig heb leren vallen, maar dat was natuurlijk niet de bedoeling, dus wilde ik helemaal niet naar de grond.

Ik was bang. Naar de grond gaan vond ik verschrikkelijk eng. Mijn kernopvatting was dat alles op de grond verloren zou zijn. Ik had zelfverdediging gehad met ook valtraining (wat overigens ook doodeng was), maar dit was een heel nieuw level van eng. Dit doen met dat specifieke plaatje in mijn achterhoofd…
Ik deed mijn ogen dicht en wachtte tot het moment voorbij ging (een oude, niet succesvolle strategie).
Mijn therapeute, niet voor 1 gat te vangen,stapte toen over op imaginaire rescripting:

Ze zei: “Stel je voor dat je een toverdrankje neemt, waardoor je in 1x honderd keer sterker bent. Verzet heeft zin. Wat zou je doen?” Mijn eerste reactie was dat dat niet realistisch was, maar ze zei dat het net zo min realistisch was dat ik het gevoel had dat de daders nog steeds met ons in dezelfde ruimte zijn en dat ik zelf de fantasie mag kiezen die me het meest helpt; Het toverdrankje of de ingebeelde machteloosheid in het nu. Ik mocht mezelf losmaken van mijn stootkussen-aanvaller en ik mocht mezelf ook in veiligheid brengen, omdat dat kan in het nu.

Toen ze tegenover me stond en ik mezelf mocht beschermen en moest voelen dat ik mezelf mocht beschermen, merkte ik dat ik sloeg zoals ik dat bij zelfverdediging geleerd heb. Met weinig inspanning en het gebruik van mijn lichaamsgewicht. Ik probeerde voorzichtig te zijn, maar ze was op een gegeven moment buiten adem. (Stiekem vond ik dat heel grappig)
Ik zei tegen haar dat het me niet lukte om als een kind te slaan, omdat mijn systeem efficiënt wil reageren zoals ik bij zelfverdediging geleerd heb. Ze vond het fijn en goed en ze zei dat dat juist prima was, omdat ik in het nu werkelijk de mogelijkheid heb om me te beschermen.
Het bijzondere is dat ik me dan totaal niet meer onveilig voel in de situatie. Het is dan niet langer meer ik en een verlammende herinnering waarin het nooit zin had om te vechten en waarin verzet leidde tot extreme straffen, maar alleen ik, mijn actie en geen oordelen; Een hier en nu waar ik veilig ben.

Het is gek te bedenken dat dit nog maar een jaar geleden is.

We hebben nog een aantal keer op deze manier gewerkt en het heeft me steeds veel opgeleverd. Er was in deze setting ruimte voor het uiten van mijn boosheid (die ik steeds meteen wegmaakte, want oef gevaarlijk), omdat ik die direct naar buiten mocht richten, door op stootkussens te slaan. Er werd gericht geEMDRt, waarbij ik merkte dat het me veel beter lukte erbij te blijven, omdat alles niet in de eerste plaats verbaal was. Verder merkte ik dat het in beweging zijn me hielp tegen dissociatie. En ik denk dat met alle verschillende dingen die me daar aangeboden werden, mijn werkgeheugen ook voldoende belast werd.

Maar dat is allemaal heel theoretisch. Praktisch gesproken, kan ik vooral zeggen dat ik op deze manier enorme stappen heb kunnen maken.

Toen ik vorig jaar mijn ogen dichtkneep, mijn vuisten balde en mijn hart heel snel voelde  kloppen, omdat ik koste wat kost niet op de grond wilde komen, “want dan zou alles verloren zijn”; Toen ik die steen in mijn maag voelde wanneer ik het stootkussen in mijn rug voelde, had ik nooit gedacht dat ik 9 maanden daarna op een sport zou gaan waarbij tegen de grond geworpen/geklemd/gegooid worden, even normaal is als ademhalen. Ik zou al helemaal niet hebben kunnen bedenken dat het me zou lukken om die twee zaken succesvol te combineren. Met gemák!

Inmiddels zijn we weer 2,5 maand verder. Mijn Aikido-school heeft een zomerstop en ik mis het verschrikkelijk.

Wie had dat kunnen denken?

In een jaar kan er veel gebeuren.
Ik kijk nu al uit naar SH’s tweede jubileum!

Er is altijd keuze

Toen ik in groep 7 zat,  in de tijd van het opkomen van de pestprotocollen, volgde ik een weerbaarheidstraining.  Het leek een beetje op wat Rots & Water nu is en ging vooral over het jezelf laten horen en ruimte mogen innemen.

In die tijd was ik zo goed als onzichtbaar. Ik had immers al lang geleerd hoe gevaarlijk het was om ruimte in te nemen, op te vallen,  uitgekozen te worden…
Ironisch genoeg had ik toch ook toen al door dat mijn strategie van onzichtbaarheid ook geen goede was. Toen ik tien was schreef ik hier een gedicht over:

De blik in haar ogen:
zo leeg en vol verdriet
Haar gezicht staat treurig;
Een lach zie je niet
Ze staat daar met afhangende schouders,
alleen en stil
Haar hoofd is gebogen
Ze zegt niet wat ze wil
Ze staat daar zo klein
Ze stelt zich zo onopvallend mogelijk op
Ze lijkt weg te willen kruipen in een hoekje
En toch valt ze op

Hoewel ik het toen niet zo goed begreep als nu, beschrijf ik hier de kern van wat ten grondslag ligt aan herhaald slachtofferschap: Opvallen door onzichtbaarheid, er uit springen door meegaandheid:
‘Kies mij. Ik ben een makkelijk slachtoffer’

De weerbaarheidstraining had hier misschien verandering in kunnen brengen, maar stond nog teveel in kinderschoenen om effectief te zijn. Het was niet dat ik geen ruimte in durfde te nemen, ik wílde dat niet.
En als mij de vraag gesteld werd: “Wat is het ergste wat er kan gebeuren als je dit doet?” dan waren er voldoende horrorherinneringen, die ik uiteraard niet uitsprak, aan de erge dingen die daadwerkelijk waren gebeurd toen ik iets vergelijkbaars deed.

Toch vond ik de training leuk. Ik was er, zonder er ook maar iets van toe te passen in het dagelijks leven, ook heel erg goed in (wat mogelijk een reden was waarom ik het leuk vond). Ik weet niet goed of ik er zo goed in was, omdat ik ervan genoot te spelen en te oefenen met dingen die ik in het echte leven nooit zou doen, of omdat aangepast en wenselijk gedrag me zo eigen was. Wat het ook geweest mag zijn, het leidde ertoe dat ik er meer van mezelf liet zien dan ik elders deed. Ik liet merken hier (ergens) goed in te willen zijn en ook gevoelig te zijn voor de lof en waardering van mijn lerares, iets dat zij uitlegde als leergierigheid.

Omdat we uit hetzelfde dorpje kwamen, reed ik altijd met haar mee naar de training. In de auto begon ze me om me te prikkelen meer inhoudelijke vragen te stellen over de stof en ze was vooral gefascineerd toen ik de groepsdynamiek zo helder bleek te hebben. Ze stelde me interessante vragen over gedrag en wist me toen ik wat meer loskwam te ontfutselen dat ik psycholoog wilde worden (wat ze een goed idee vond) en schrijver (wat ze ook een goed idee vond, nadat ik eens een keer wat schrijfsels voor haar meegenomen had). Op haar beurt vertelde ze me over de gedichten die ze las, over haar boerderij en over haar motivatie om dit werk te doen.

Tijdens het laatste ritje voor het examen, gaf ze me twee dingen: Een uittreksel over ‘noodweer’ uit het wetboek (“zodat je weet hoeveel ruimte je werkelijk hebt”) en een gedicht waar ze onder schreef: “Jij begrijpt dit”

Als je denkt “ik ben verslagen”,
is de nederlaag een feit.
Als je denkt “ik zal niet versagen”,

win je op den duur de strijd.

 

Als je denkt “ik kan het niet halen”,
is de tegenslag op til.
Want het overslaan der schalen,

hangt voornamelijk af van wil.


Moedelozen gaan ten onder,
door hun twijfel, door hun vrees.
Vechters winnen door een wonder,

telkens weer de zwaarste race.


Denk “ik kan het”, dan gaat het,
iedereen vindt bij wilskracht baat
en in zaken wint de daad het,
van het nutteloos gepraat.

Als je jammert “ik ben zwakker”,
dan mijn grootste concurrent,
blijf je levenslang die stakker,

die je ongetwijfeld bent.


Niet de Goliaths of de rijken,
tellen in dit kamp voor zes.
Maar de fermen die niet wijken,

hebben vroeg of laat succes.

Ik begrijp het inderdaad, maar nu wel veel beter dan toen.

Veiligheidsexpert Rory Miller schrijft regelmatig iets dat ik echt geweldig vind: “Fighting Minds, not bodies” (vrij vertaald: Een gevecht is meer mentaal dan fysiek).

Het is waar.

Ik schrijf vaak dat er altijd keuze is.
Soms zijn je opties misschien waardeloos, zo is het leven, maar er zit altijd een optie bij die, hoewel wellicht ook slecht, net iets beter is dan de andere. Blijf regie  houden. Maak bewust en actief keuzes. Soms betekent dat kiezen om niets te doen. Soms betekent dat verdragen wat bijna niet te verdragen valt (zoals bv bij traumatherapie).

Geef nooit de mogelijkheid op om te kiezen.
Laat je niet verslaan.

Praten alleen is niet genoeg

Over helen van trauma
Helen van trauma is voor mij in de eerste plaats het lef in jezelf vinden om de weg terug naar huis te gaan. De weg terug naar jezelf, naar binnen. Terug naar wat er gebeurd is en samen met een ander (een gezonde volwassene die jou daarbij steunt) ontdekken wat je destijds (toen en daar) hebt gedaan om het geweld te overleven. Om vervolgens te ontdekken dat je door onverwerkt trauma behalve emotionele pijn, ook een enorme hoeveelheid stress in je lichaam opbouwt, die je niet meer op een natuurlijke manier kunt laten afvloeien. Daardoor ben je in de loop van de jaren vaak in een modus van permanente stress terecht gekomen. Je bent hier en nu de weg in jezelf kwijt. De weg naar gezond loslaten van spanning en stress, de weg naar liefdevolle vriendelijkheid voor jezelf, de weg naar herstel.

De meeste schade
Het grootste en meest helende inzicht in mijn eigen verwerkingsproces, was het verschil begrijpen tussen de schade van het trauma enerzijds en de schade van mijn eigen herhaling van de pijn en ondermijning anderzijds. Dat wat je is aangedaan, het trauma, heeft –hoe heftig het ook was- een begin en een eind. Je weet dat het ergens weer stopt. Ook al herhaalt de situatie zich de week daarna, ook die situatie is weer gestopt. Daarmee wordt het voor ons brein op een vreemde manier ook overzichtelijk. Als het geweld er is, gaat je hele systeem op standje overleven, als het gestopt is kun je weer even ademhalen en proberen hoe dan ook toch wat te herstellen van de stress die je lichaam en geest ten tijde van het geweld geproduceerd hebben. Als er voldoende veiligheid om je heen is om die stress op een gezonde manier weer te ontladen, zal het heftigste trauma niet per definitie blijvende wonden achterlaten. Maar wat als de gevoelens van angst en onveiligheid blijven bestaan, omdat je nergens naartoe kunt met je verhaal. Dan kan de stress in je lichaam en geest niet op een gezonde manier ontladen en blijft die opgesloten in je lichaam. Als er vervolgens niemand in je omgeving is die je gevoel van eigenwaarde weer wat helpt op te krikken door je te vertellen dat het geweld niet jouw schuld was, dan is de cirkel van trauma rond. Dan hoeft er daarna in je leven niets ernstigs meer te gebeuren, toch loop je de kans dat je jezelf er dag in dag uit van weet te overtuigen dat je een slecht mens bent, dat je schuldig bent, dat je een monster in je hebt wonen of andere ondermijnende gedachten. En juist die slechte gedachten over jezelf houden nooit op. Daar zit geen begin en eind aan, dat is er dan permanent. En op zo’n poreuze bodem van eigenwaarde (of gebrek daaraan) valt nauwelijks een gezond bestaan te bouwen.
Daarom ben ik ervan overtuigd dat het geweld dat ooit tegen je is gebruikt, op zichzelf niet de grootste schade aanricht bij overlevers. Het is de permanent door jezelf gevoede gedachte over je eigen slechtheid, die je blijft verteren en een ongezonde en permanente stress in je lichaam en geest op peil houdt.

De wetende getuige
Om uit die cirkel van traumatische stress te komen, heb je in de eerste plaats een volwassene nodig die jou nu alsnog durft aan te horen, aan wie je mag vertellen wat jou is aangedaan. Iemand die je vervolgens alsnog duidelijk maakt dat het niet aan jou lag, dat je geen slecht kind was en dat je geen schuld hebt. Iemand die in het hier en nu getuige durft te zijn van jou verhaal over toen en daar; iemand die je een gezonde spiegel voorhoudt over wat je destijds is aangedaan, maar ook over wat je nu –meestal onbewust- zelf in stand houdt. Iemand die tegengif biedt aan de oude boodschappen die je als overlever hebt geïnternaliseerd.

Praten alleen?
Voor overlevers van seksueel geweld is het dus van groot belang een volwassen ‘getuige’ te vinden, die nu alsnog jouw verhaal wil aanhoren, bij je blijft, je durft te troosten en je vertelt dat dit nooit had mogen gebeuren. Een zorgvuldige therapeut dus, via wie je kunt leren spiegelen en zo kunt ervaren dat de beleving van jouw pijn niet gek, gestoord of afwijkend is, maar een hele sterke, gezonde reactie is geweest op een ongezonde en beschadigende situatie. Praten is dus van groot belang, maar het is niet voldoende. Er wordt steeds meer bekend over de heftige fysieke en hormonale reacties van ons lichaam op trauma. Dat betekent dat er neurologisch ook echt iets beschadigd is als gevolg van voortdurende traumatische stress. Daarvan herstellen vraagt meer dan praten, het vraagt ook lef om lichaamswerk zoals bv yoga, chi kung of tai chi te doen, om je eigen lichaam opnieuw te ervaren en positieve impulsen te geven. En behalve je lichaam, vraagt ook je brein om nieuwe paden. Als je alleen praat over wat er met je gebeurd is, zullen je lichaam en geest op een dieper niveau nog niet weten hoe ze de ondermijnende stress kunnen stoppen en loop je het risico dat je opnieuw heftige situaties opzoekt of op een andere manier een vrijgekomen leegte in jezelf wilt vullen met dat wat je kent: pijn en afwijzing. Daarmee creëer je vaak opnieuw een soort trauma en hoe vreemd en heftig dat ook klinkt, daarmee creëer je steeds opnieuw een herhaling van je eigen pijn, lang nadat het trauma je overkwam.
Behalve praten en lichaamswerk, ben ik ervan overtuigd dat werkelijk helen nog een derde niveau vraagt, en dat is het niveau van de mindfulness. Daarmee kun je werkelijk veranderingen aanbrengen in de door trauma en herhaling ingesleten paden in je brein en kun je leren hoe je kunt stoppen, aanvaarden en omarmen van dat wat er nu is.

Als het trauma meteen ook je enige bron van zingeving lijkt
Hoe pijnlijk ook, trauma overleven maakt dat je onder hoge stress kunt functioneren. En ondanks de overweldigende ervaringen geeft het trauma ook betekenis aan je leven. Als je de in dit artikel genoemde stappen van herstel zet, kom je ongetwijfeld een poosje in een soort niemandsland terecht, waar de oude patronen van gedrag en overtuigingen niet meer nodig zijn, maar waar je nog geen nieuwe ‘schoenen’ hebt. Het leven lijkt een tijdje saai en betekenisloos, omdat trauma je identiteit vormde. Maar geloof me, als je het lef hebt om in dat niemandsland te verblijven zonder jezelf in de steek te laten, dan ontvouwt zich een nieuwe weg. Jouw weg, die niet perse ergens naartoe leidt, maar je grond onder je voeten geeft om op te staan. En dan blijkt dat in het echt best nog spannend te zijn…

Thérèse Evers
Voormalig zedenrechercheur bij de politie en docent zeden op de Politieacademie
Auteur van
‘Genoeg’ (gedichtenbundel over verwerking van seksueel geweld, 2011, uitgave in eigen beheer, te bestellen via: td.evers@tele2.nl)
‘De som der delen’ (semi-autobiografische roman over de combinatie van het werken als zedenrechercheur en een eigen geschiedenis van seksueel misbruik, uitgeverij Elikser, 2014)

Introductie gastschrijver Thérèse

dsddIn november 2014 was Thérèse te gast bij KRO’s ‘De wandeling’  Daar vertelde ze over het seksueel geweld in haar jeugd en haar werk bij de zedenpolitie. Hoewel ik er veel over vernam en het erg indrukwekkend scheen te zijn geweest, zat ik zelf midden in de nasleep van een traumatisch ongeval en leek het me geen goed idee om iets te kijken dat veel bij me op kon roepen. Wel vestigde het voor het eerst mijn aandacht op haar boek “De Som der Delen” dat een paar maanden daarvoor uitgekomen was. De beschrijving van het boek sprak me enorm aan en ik wilde het heel graag lezen. Ik had inmiddels al geruime tijd niet meer echt gelezen; wel kleine dingen, geen hele boeken. Mijn hoofd zat steeds veel te vol door de EMDRtherapie die ik toen had. Ik zei nog tegen een vriendin “Als ik weer ga lezen, dan is het de Som der Delen”.

En zo is het ook gegaan: Van Revief kreeg ik het boek in januari van het jaar erna, compleet met een lieve opdracht namens de kerngroep. Ik hield meteen van het boek en dat was al voordat ik het gelezen had.

En toen las ik het. En -wauw- zeggen dat ik er daarna nog meer van hield is een understatement! Ik voelde me als slachtoffer zijnde ‘begrepen‘ door dSdD; ‘gezien‘. Nooit eerder  heb ik een boek gelezen dat zo herkenbaar voor me voelde, zo vertrouwd. Het verhaal, de beleving, de dialoog tussen de volwassene en het kind, de beweging tussen het bijna uit elkaar vallen van binnen en het uiterlijk functioneren dat de buitenwereld te zien krijgt… Zoveel zinsconstructies die rechtstreeks uit mijn hoofd/hart/lijf gekomen konden zijn. Dit boek heb ik niet alleen ‘geconsumeerd’; Ik heb de Som der Delen doorvoeld. En dat was heel goed voor me.
Verder vond ik het puur als lezer zijnd ook een fantastisch boek. Het is heel goed geschreven. Ik hou van de woordkeuze, van de schrijfstijl. Dit is niet een slachtoffer dat toevallig papier als medium kiest om haar verhaal te vertellen; Dit is een slachtoffer, een zedenrechercheuze en een schrijver; Een echt goede schrijver.

Na het lezen van De Som der Delen lukte het me ook weer om überhaupt te lezen, ouderwets veel te lezen (waaronder de dichtbundel ‘Genoeg‘ die Thérèse ook geschreven heeft). Ook heb ik ‘De wandeling’ toen gekeken. Inderdaad heel indrukwekkend!

Afgelopen september heeft Thérèse een lezing gegeven op Reviefs Dag van het Misbruikte Kind. Ik vond het dood- en doodeng om haar hiervoor te vragen (want ik wilde natuurlijk veel te graag dat ze kwam). Gelukkig voor mij at Thérèse me niet op en wilde ze graag komen.

De lezing was heel waardevol. Het is fijn luisteren naar Thérèse. Ik heb zulke goede dingen gehoord: Echt belangrijke dingen, bijvoorbeeld over het verschil tussen schuldgevoel en schuldbesef. Ik heb hier nog over geschreven in mijn blog over de DvhMK en Valeer (mijn gastschrijver van gisteren) heeft dit aangehaald in zijn blog over schuld en schaamte bij slachtoffers. Ook van onze deelnemers hoorden we terug dat ze erg te spreken waren over de lezing. Confronterend soms, maar wel belangrijk, nuttig en goed.

Toen ik het plan bedacht voor de gastblogs, had ik meteen helder welke drie experts ik hiervoor wilde vragen. Natuurlijk is Thérèse een van hen; Om al het bovenstaande, omdat haar invalshoek weer compleet anders is als die van de anderen, omdat ik haar integer vind en omdat, dat vooral, Thérèse echt belangrijke dingen te vertellen heeft. Dingen die ik vind dat iedereen zou moeten horen; Slachtoffers omdat het ze helpt om zachter naar zichzelf te kijken en om de regie over hun eigen leven (terug) te nemen, maar ook professionals omdat het ze helpt slachtoffers beter te gaan begrijpen. Thérèse kan bruggen slaan; Dat doet ze al. En dat lijkt me hard nodig.

Lees hier morgen wat Thérèse jullie te vertellen heeft!

Je bent niet te beschadigd


 kim ca

“Kim Campbell vloog haar half kapotgeschoten A-10 gevechtsvliegtuig naar huis, ondanks grote schade”
Dit type vliegtuig kan met flinke schade nog doorvliegen, omdat er naast een modern hydraulisch systeem, ook nog een oud handmatig systeem in zit.

 

Mariska heeft mij gevraagd een gastblog te schrijven, met als opdracht: “Wat is het belangrijkste dat je via dit medium zou willen delen?”
Nou weet ik toevallig dat de post “Maar wat nou als ik te beschadigd ben” heel veel gelezen is. En daar wil ik graag iets heel belangrijks aan toevoegen. Ik werk veel met slachtoffers. Sommigen van jullie kennen mij misschien van de workshop die ik gaf op de Dag van het Misbruikte Kind 2015. Om te zeggen dat jullie zo ontzettend sterk zijn, is een beetje een dooddoener. Dat zijn jullie. Maar er zijn twee gebieden waar jullie niet eens van weten hoe sterk je bent.

1: Je alarmsysteem

In de zelfverdediging noemen we een tegenstander geen tegenstander, slechterik, of dader: we noemen zo iemand een “Threat” – een bedreiging. Dat lijkt misschien niet zo’n groot verschil, maar het maakt het mogelijk om voor jezelf te kiezen zonder voor de ander te hoeven psychologiseren. Als iemand een bedreiging voor je is, maken zijn intenties niet uit. Het woord “bedreiging” impliceert dat je jezelf sowieso mag beschermen. Een vriend die teveel heeft gedronken terwijl hij mij naar huis zou rijden, is ook een Threat. Leuk dat hij mijn vriend is, maar ik pak echt zijn autosleutels af en als hij moeilijk doet, gaan die zo – plons – de gracht in.

Niet alleen leerlingen, maar ook vriendinnen vertellen me vaak over situaties waarin ze het gevoel hadden: “Hier klopt iets niet. Ik vertrouw deze situatie niet. En om precies te zijn: ik denk dat deze persoon een bedreiging is.”

Wat mij opvalt is dat jullie alarmsysteem het nog gewoon normaal doet. Ik zie geen enkel verschil tussen de situaties waar slachtoffers en niet-slachtoffers mijn mening over vragen. Ik hoef nooit te zeggen: “Nee joh, dat zie je totaal verkeerd. Je overdrijft totaal.” Het enige wat ik kan zeggen is: “Je hebt het helemaal goed ingeschat.”

Hiermee wil ik niet zeggen dat jullie niet beschadigd zijn. Sterker nog, ik weet dat het van levensbelang is dat je eerst slachtoffer mag zijn voor je kunt helen. Woorden zijn daarin heel belangrijk. Pas op: het is niet zo dat iets je is gebeurd. Dat iets je is overkomen. Iemand heeft jou iets aangedaan. Bewust, met voorbedachten rade, en tegen jouw wil, stem en verzet in. Dat moet eerst gehoord en erkend worden.

Maar wat mij steeds weer verbaast, is hoeveel er onder die beschadiging nog steeds gewoon functioneert. Want het blijkt: als jij voelt dat het niet pluis is, dan klopt dat gevoel.

 

2: Je zelfverdedigingssysteem

Een van mijn leerlingen vertelde me onlangs iets, nadat ik haar al een flinke tijd lesgeef. Ze vertelde dat ze jaren nadat ze misbruikt is, in een gevecht met een man op de grond terecht kwam, en tegen haar lichaam en hoofd werd geschopt. Ze greep de benen van haar aanvaller vast en trok hem tegen de grond. In een ander geval wist ze aan een groep bedreigingen te ontkomen door één van hen opzij te beuken.

Eh, wacht, wat? Hoe kan dat?

Ik ben geen psycholoog. Wat ik zie, is dat er bij slachtoffers heel, heel veel kapot is op het niveau van de overtuigingen. De overtuiging dat je gelukkig mag zijn is bij slachtoffers vaak vernietigd. De overtuiging dat je voor jezelf mag kiezen ook. En daarbij is je een overtuiging opgelegd: dat je jezelf niet mag en niet kunt verdedigen.

Daarvoor ligt de schuld bij de daders: de oorspronkelijke Threats die de daden hebben gepleegd. Zij hebben bewust geprobeerd jou hulpeloosheid aan te leren. Het probleem is echter dat de maatschappij deze schade in stand houdt – met ons beeld van vrouwen als hulpbehoevende wezentjes.
En soms gaat het ook in de hulpverlening flink mis. Ik weet van meerdere gevallen waarin hulpverleners bang waren dat een slachtoffer zélf dader zou worden, omdat ze zich verdedigde. Begrijpelijk, want soms worden slachtoffers ook daders. Alleen is jezelf verdedigen daar GEEN indicatie voor.

Waarom niet? Je kunt geweld indelen op een schaal van intensiteit. En ergens halverwege komt daar een tijdsaspect bij kijken. Zelfs de oude Grieken hadden al een verschil tussen iemand doden in het heetst van de strijd, en iemand “met voorbedachten rade” (“ek pronoia”) ombrengen. Het is iets totaal anders of je ter plekke beslist (of niet eens beslist, maar genoodzaakt wordt) om dodelijk geweld te gebruiken, of dat je van tevoren besluit: “Jij gaat eraan.” In het eerste geval geef je de bedreiging nog een keuze, want als hij ophoudt, hoef je hem verder niks aan te doen! In het tweede geval is er geen keuze: “Wat je ook doet, ik heb al bedacht dat ik je ombreng.”

Dit is niet een kwantitatief verschil, dit is een kwalitatief verschil. Jezelf verdedigen is dus NIET een teken dat jij een dader wordt. Helaas weten de meeste mensen te weinig van de logica van geweld om te begrijpen hoe geweld werkt.. In de gevallen die ik ken, werd het slachtoffer een anti-agressie-training aangeboden. En dat is heel erg jammer, want het geeft totaal het verkeerde signaal, en dat kan zelfs beschadigend zijn.

Toen ik zelf het verhaal hoorde van mijn leerling, kreeg ik kippenvel van bewondering. Wow – wat is hier aan de hand? Hoe werkt dit? De leerling in kwestie is niet bepaald Arnold Schwarzenegger, maar toch wist ze in twee afzonderlijke situaties te winnen, en nog wel vanuit zeer nadelige posities. Dus – hoe kan dit?

Iedereen kan zichzelf al verdedigen. Dat is een ingebouwd programma. De vraag is alleen: geef je jezelf toestemming om het te gebruiken? Dat is waar ik leerlingen mee probeer te helpen. En dat is waar slachtoffers het extra moeilijk bij hebben.

Je zou namelijk best eens aan kunnen nemen dat dit programma bij slachtoffers compleet kapot is. Want volgens je overtuigingen mag je niet voor jezelf opkomen. Maar wat deze ervaringen dus duidelijk maken: iets in jou functioneert gewoon zoals het zou moeten.

Ik stel het me voor als een heel oud programma dat in elk levend wezen zit voorgeprogrammeerd. Iets met antennes en tentakels en een heel basic zelfbewustzijn. Een blauwdruk van het leven. En ergens diep in jou, als de situatie heel erg is, gaat er een schakelaar om en wordt dat oude programma geactiveerd.

En dat programma heeft geen boodschap aan jouw opvattingen. Over wat mag en wat niet. Het geeft niks om of jij denkt dat je sterk genoeg bent of niet. Dat programma gaat jou veilig uit die situatie brengen. Koste wat kost.

Zal ik het nog een keer zeggen? Dit heeft niets te maken met een dader worden. Dit programma zit in ieder levend wezen, en terecht. Dat jij je verdedigt tegen een bedreiging, betekent absoluut niet dat jij een monster wordt. Voor een buitenstaander als ik is het zelfs ironisch dat uitgerekend jullie, die door pure noodzaak een extreem sterke empathie voor alles en iedereen hebben ontwikkeld, bang zijn dat je zelf sociopaat wordt.

Een mooie reactie van een hulpverlener was dan ook geweest: “Wow, wat mooi! Zie je wel? Je kunt het!” Want je mag jezelf altijd verdedigen. Altijd. Dat recht heb je. In dit soort gevallen adviseer ik mijn leerlingen altijd hun overwinning te vieren. Met een gebakje of iets anders lekkers. En het op te schrijven. Bevestigen dat dat je écht gelukt is.

Dit oeroude programma is niet iets verschrikkelijks. Dit is iets prachtigs. Mensen hebben een heleboel aan jullie kapot gemaakt. Jullie hebben overtuigingen opgelegd gekregen die zeer belemmerend zijn. Maar daaronder functioneren twee essentiële systemen nog 100% naar behoren: je alarmsysteem en je zelfverdedigingssysteem, allebei nog compleet intact. Waanzinnig mooi.

En dat betekent ook dat je op jezelf mag vertrouwen. Je zal de situatie juist inschatten als je denkt dat er iets niet in de haak is. En als je actie onderneemt, zul je dat doen omdat er een bedreiging is.

En ik denk dat deze twee systemen jou ook de mogelijkheid bieden om volgende keer eerder te gaan handelen. Niet pas als je op het randje van leven of dood balanceert, maar als je alarmsysteem afgaat. En ik denk dat het je de weg wijst naar voor jezelf opkomen. En voor jezelf kiezen. En gelukkig mogen zijn. En ik denk dat jullie dat kunnen. Ik heb er vertrouwen in.

Goede vlucht!

taking off
Het type vliegtuig dat Kim Campbell boven Baghdad vloog. (Photo credits: “Taking off” van Daniel J MacLain, 2004.)

Valeer Damen
Udemushi Zelfverdediging

Gastblogweek

Dag allemaal,

Aankomende week gaat het dan eindelijk gebeuren; Gastblogweek.
Drie experts op het gebied van (seksueel) geweld, trauma & herstel en veiligheid, laten hun licht schijnen op deze thematiek.

Ik heb de blogs met veel plezier gelezen en ze bevatten stuk voor stuk waardevolle inzichten die belangrijk zijn om over te brengen. Het is fijn dat ik dit medium hiervoor mag gebruiken.

Op Dinsdag schrijft zelfverdedigingsexpert Valeer Damen over al dan niet te beschadigd zijn.
Op donderdag schrijft voormalige zedenrechercheuze, docent zeden, schrijfster en slachtoffer Thérèse Evers over waarom praten alleen niet genoeg is.
Op zaterdag schrijft traumadeskundige, wetenschapper en psychologe Iva Bicanic over herhaald slachtofferschap.

Dat belooft een interessante week te worden!

Hebben jullie er zin in? 🙂

Mijlpalen en ander sentiment

Dag trouwe lezers!

SamenHelen bestaat inmiddels een half jaar, hoera!

Toen ik in Augustus met deze blog begon had ik niet verwacht dat het deze vormen zou aannemen. Aanvankelijk zou dit een kortdurend en persoonlijk project zijn.
Inmiddels kom ik regelmatig mensen tegen die wel mijn weblog of de ‘Maar wat nou als ik te beschadigd ben?’-post kennen, maar mij niet. Dat leidt soms tot interessante situaties waarin ik mensen dingen hoor beweren, waarvan ik weet dat ze niet kloppen of tot totale verbazing wanneer mensen zich realiseren dat dit toch echt mijn blog is.

Onder de grappigste dingen die ik dit half jaar heb gehoord, zijn deze:
‘Ja maar, je ziet er helemaal niet uit als een schrijver!’ (Hoe zien wíj er dan uit?)
‘De schrijver achter SamenHelen is zelf geen slachtoffer, want het is te positief allemaal’
(Tja, wat moet ik hier over zeggen?  Ik ben helaas echt een slachtoffer. Ik werk inmiddels ook met slachtoffers, maar dat is maar een deel van mijn identiteit, van mijn verhaal. Ik ben veel méér.  Iedereen is meer dan zijn trauma.  Precies daar gaat deze blog over. Ik geloof in een heleboel dingen, wat jullie als lezers ongetwijfeld zullen weten, maar niet in te positief. Dat bestaat niet).

Dus, nu dat opgehelderd is, nog de volgende dingen:

Allereerst bedankjes:
Bedankt iedereen die me leest en herleest. Bedankt al mijn 540 volgers. Bedankt voor het delen van wat ik schrijf, voor het reageren.  Bedankt slachtoffers voor jullie kwetsbaarheid en openheid, professionals voor jullie opbouwend commentaar en het meedenken.  Bedankt vrienden en mensen uit mijn directe omgeving voor het lezen,  steunen en aanmoedigen. Fijn dat het er mag zijn allemaal en ook dat jullie al het andere blijven zien.

Verder veel credits voor een aantal mensen van wie ik veel heb mogen leren. Zij weten wel wie ik bedoel.

Dan nu het oog op de toekomst!
Er staan wat leuke dingen gepland hoor:

Allereerst wordt SH ook een .nl domein. Met zo’n 14.000 hits, lijkt me dat een goed idee: Nog vindbaarder en eenvoudiger te onthouden.

Verder heb ik een aantal experts gevraagd om een gastblog te schrijven en hun licht op trauma in het algemeen en seksueel geweld in het bijzonder, te laten schijnen. Wie dat zijn blijft nog even een verrassing,  maar ik heb al een draft gelezen voor een van de gastblogs en het belooft heel interessant te worden! Hou de pagina goed in de gaten voor meer updates en info.

Tot slot, SH heeft inmiddels ook alweer geruime tijd een Twitter account. Als je wilt ben je daar altijd welkom om mee te praten over de dingen waar ik over blog.

En echt het aller aller allerlaatste: Dit is geen hulppagina. De dingen die ik hier schrijf zijn ontstaan vanuit eigen ervaringen als slachtoffer,  met slachtoffers en ook met het fundament van zowel eigen therapie-ervaringen als mijn studie psychologie. Dit is nooit in ook maar enige vorm vervanging van wat een professionele hulpverlener voor jou kan betekenen.
Voor hulp en verwijzing kun je bv terecht bij je huisarts, de centra voor seksueel geweld en bij de Nederlandse vereniging voor EMDR (een voorkeursbehandeling voor psychotrauma) of je kunt bellen naar de landelijke hulplijn seksueel geweld (0800-0188).

Op naar net zo’n mooi half jaar!