Triggerwaarschuwingen

Op Facebook zie ik het steeds vaker voorbij komen; het woord ‘trigger’. Met name in de trauma-gerelateerde groepen, verschijnt het om de haverklap boven een bericht. Triggers kunnen heel divers zijn, want het verschilt per persoon en soort trauma waardoor iemand geraakt wordt. Het gevolg is dat er op sommige plekken onderhand boven ieder bericht het woord ‘trigger’ staat. Naast berichten met bijvoorbeeld een inhoudelijke beschrijving van bepaalde misbruikervaringen, staat zo’n melding bijvoorbeeld ook boven berichten waarin iemand schrijft eenzaam te zijn, of boven berichten waarin iemand zegt vandaag geen goede dag te hebben gehad.
Dit overvloedige gebruik van triggermeldingen vind ik niet goed. Hieronder zal ik dat proberen uit te leggen.

Ik schrijf vaak dat therapie bij trauma helpt. Dan heb ik het met name over therapieën die bewezen effectief zijn, zoals EMDR en vormen van Exposure-therapie. Naast deze dingen denk ik dat het belangrijk is om iets lichaamsgerichts te doen. Dat kan van alles zijn: Dansen, drama, haptotherapie, een vechtsport, psychomotore therapie, yoga… Waar het om gaat is dat de verbindingen tussen hoofd, hart en lijf hersteld worden en dat het lijf ook de kans krijgt bepaalde ervaringen en indrukken los te laten en nieuwe, tegengestelde ervaringen op te doen.
Een derde pijler is lotgenotencontact. Mensen zijn sociale wezens. Ze hebben de behoefte zich te begeven in groepen van, bij voorkeur, gelijkgestemden. Ook mensen met een trauma zijn daar geen uitzondering op. En dat is heel begrijpelijk. Dergelijke ervaringen werken vervreemdend. Bovendien voelen dingen vaak dragelijker als je ze kunt delen. Waar kan zoiets beter dan op een plek waar mensen begrijpen wat je hebt meegemaakt?
Lotgenotencontact kan heel positief zijn. Het kan een steun in de rug zijn op weg naar herstel, een fijne veilige plek, een oase van rust. De keerzijde is echter dat het groepsmechanisme ook andersom werkt. Als 1 persoon in de groep te hard vooruit gaat, zou de groep zich daar tegen kunnen verzetten, met als gevolg dat dat individu zich, omdat de groep veel betekenis heeft uiteindelijk (maar weer) schikt naar de meerderheid.
Zulke dingen gebeuren in het klein of groot in alle groepen, maar in een groep waar de gemeenschappelijkheid draait om de meest erge levenservaring(e)n, is dit iets om extra waakzaam voor te zijn.

De ontwikkeling van het overmatige gebruik van triggerwaarschuwingen vind ik een voorbeeld van dat slechte groepsmechanisme. Het is als een knoop die je los probeert te maken, maar eigenlijk steeds vaster trekt: Iemand komt in een groep om zijn ervaringen te delen, maar krijgt de boodschap dat hij anderen niet teveel mag raken. “In deze groep plaatsen wij een content- waarschuwing als het om moeilijke dingen gaat” Omdat hij zelf weet hoe het is om erg overspoeld te raken, houdt hij daar uiteraard rekening mee en deelt zijn ervaring pas na het plaatsen van een triggermelding. Na een tijdje in dit stramien leert hij dat de dingen die hij voelt voor een enkeling in de groep ook heftig kunnen zijn en ook daar komt in het vervolg een waarschuwing boven. Als anderen dat bericht dan ondanks de waarschuwing lezen en vervolgens reageren dat het wel echt heftig is, zal dat bevestigend werken. Niet alleen in de zin van “toch maar goed dat ik die triggerwaarschuwing geplaatst heb”, maar ook als een “Goh poeh, wat is het toch ook heftig wat ik hier neergeschreven heb” (Wat zijn mijn ervaringen toch heftig. Wat is het toch heftig wat ik voel. Wat is het leven toch heftig)
Uiteindelijk zal hij, in een dergelijk klimaat, voor de zekerheid zelfs zijn smalltalk onder een triggerwaarschuwing plaatsen. Je weet immers maar nooit wie je raakt, toch?

Het is heel aardig en ook belangrijk om rekening met een ander te houden; Het is mooi dat je anderen geen pijn wilt doen. Maar in een groep zijn, waar je niets kunt delen zonder dat je het van tevoren moet classificeren als te gevoelig, is schadelijk.
Mensen delen dingen juist, zodat ze iets van de spanning die bij hun ervaringen hoort los kunnen laten. Dingen delen en onderwijl in de eerste plaats opnieuw en opnieuw en opnieuw bezig zijn met hoe triggerend het eigenlijk is, maakt van het delen weinig anders dan een herbeleving.

Laten we daarom stoppen met het onnodige gebruik van triggerwaarschuwingen en het risico nemen om geraakt te worden; het risico nemen om een ander te raken, het risico nemen om ons (weer) menselijk te voelen.

Laten we het risico nemen dat het op een dag misschien minder pijn zal doen.
(En dat dat oke is.)

Trauma & Verandering

(En Denemarken)

Een traumatische gebeurtenis wordt vaak gezien als een levensveranderende gebeurtenis, omdat het ingrijpt in de manier waarop je in het leven staat en hoe je er tegenaan kijkt. Vaak zorgt het ook voor een verandering in de rangorde en mate waarin je dingen belangrijk of juist onbelangrijk vindt. Ook verandert je houding ten opzichte van wat voorheen vanzelfsprekend was, bijvoorbeeld je gevoel van veiligheid.

Niet alleen iets negatief beladens als een trauma is een levensveranderende gebeurtenis. De geboorte van een kind is dat bijvoorbeeld ook. Alle bovenstaande dingen zijn hier ook op van toepassing. Denk maar eens terug aan wat voor grote verandering het was toen jouw kind, of dat van een van je vrienden, je zus, je collega, je buurmeisje of iemand anders die je goed kent, geboren werd.

Hoewel mensen verandering vaak moeilijk vinden, hoeft het op zich niet negatief te zijn. Gezinsuitbreiding is meestal een bron van vervulling en levensvreugde en een kans voor alle gezinsleden om zich verder te ontwikkelen, als persoon, in hun nieuwe rol en binnen een nieuw systeem.

Toch is een dergelijke grote verandering, ondanks al het goede dat het met zich meebrengt, vaak ingrijpend. De oudste, meest primitieve delen van de mens, de delen die zorgden dat we als soort overleefden, houden ervan om te herhalen wat (bewezen is dat) werkt. Ze houden er zelfs van om te herhalen wat eerder werkte, wanneer in het nu duidelijk blijkt dat het niet meer werkt. Het heeft er namelijk eerder wel voor gezorgd dat we zover zijn gekomen. Iets (moeten) veranderen brengt onzekerheid met zich mee. Niet hebben ervaren wat de nieuwe omstandigheden precies inhouden, raakt in het klein aan een overlevingscrisis. Omdat onze leefstandaard tegenwoordig zo hoog is en mensen maar heel zelden geconfronteerd worden met echte levensbedreigende omstandigheden, zullen ze dit gevoel niet als dusdanig herkennen en alleen een soort onbewuste aarzeling, onzekerheid of afkerende houding ten opzichte van de ophanden zijnde verandering waarnemen. Omdat dat is waar we goed in zijn, zullen we die hapering vervolgens proberen te rationaliseren. Denk bijvoorbeeld aan een roker die weet dat het beter is te stoppen, maar dat toch niet doet, omdat ‘hij zijn hele leven eigenlijk nooit echt ziek geweest, terwijl zijn buurvrouw die nooit een sigaret aangeraakt heeft op haar 43e overleden is aan kanker’. Dat klinkt haast redelijk, toch?

Iets soortgelijks zien we gebeuren rondom nieuwjaarsvoornemens. Mensen die niet echt de intentie hebben iets te veranderen (of ze zich daarvan bewust zijn of niet), voelen zich aangetrokken tot het ritueel van ‘iets proberen te veranderen’. Een ritueel dat jaarlijks terugkomt (de herhaling die we zo prettig vinden) en dat we en masse doen (de veiligheid en vanzelfsprekendheid van het sociale aspect). Het is hierbij totaal irrelevant of we de voorgenomen verandering doorzetten. Er gebeurt niets vervelends als we het niet doen. Sterker nog: Er is zelfs een bepaalde algemene verwachting dat Voornemens toch vooral voornemens zullen blijven en dat is ok, want ‘Ach voor iedereen lijkt dat zo te gaan’ en ‘Volgend jaar weer een kans’. (Terwijl we eigenlijk best weten dat we niet een heel jaar of tot een bepaalde datum of op een bepaalde stand van de maan, of wat dan ook, hoeven te wachten om iets te kunnen veranderen)
De kleine groep mensen die wel oprecht wil veranderen en zich daar gedegen op voorbereid, maakt nog steeds gebruik van het geruststellende ritueel van herhaling en de veiligheid van het sociale aspect dat de nieuwjaarsvoornemens met zich meebrengen, waarmee ze het onzekere gevoel dat verandering met zich meebrengt wat weten te bezweren.

Verandering is niet eenvoudig, zoveel is duidelijk.
Maar er zit natuurlijk een groot verschil tussen de verandering die de geboorte van een gewenst kind of het zelf kiezen te stoppen met een gewoonte die bewezen slecht is voor je gezondheid met zich meebrengt en de verpletterende veranderingen die je worden opgedrongen wanneer je een traumatische gebeurtenis doormaakt. De confrontatie met de (gevoelsmatig of werkelijk) levensbedreigende aard van zo’n gebeurtenis, het ervaren van een sterk gebrek aan eigen regie en de ingrijpende gevolgen van dit alles, worden tot een ingewikkelde kluwen, waardoor het voor sommige slachtoffers, ondanks hun leed en ondanks de moeilijkheden die ze in het dagelijks leven ervaren, doodeng kan zijn om (weer) te veranderen. Het onzekere van de nieuwe mogelijke omstandigheden kan hen op zichzelf al herinneren aan de doodsangst van tijdens de traumatische gebeurtenis. Onder andere hierom kan het heel moeilijk zijn om hulp te zoeken.
Daarnaast weten ze dat wat ze tot nu toe hebben gedaan ervoor gezorgd heeft dat ze nog niet dood zijn gegaan. Iets anders, iets nieuws, doet dat misschien wel. Het is dit mechanisme dat bijvoorbeeld ook in werking treedt in de vrouw die als kind misbruikt is en later opnieuw slachtoffer wordt van seksueel geweld en door deze herhaling zo overweldigd wordt door doodsangst dat ze maar besluit mee te werken, want het oude primitieve deel van haar hersenen dat verantwoordelijk is voor overleving, vertelt haar dat wat vroeger werkte, ook nu haar beste kans is om er zo min mogelijk gehavend uit te komen.

Processen als deze spelen zich niet alleen na, maar ook tijdens de traumatische gebeurtenis af. Je ziet het bijvoorbeeld terug in de vrouw die de vaardigheden die ze gedurende haar hele leven heeft geleerd om sociale conflicten op te lossen, gebruikt om anti-sociaal geweld, zoals bijvoorbeeld een verkrachting te de-escaleren. Door vriendelijk en beleefd te zijn, hoopt ze haar aanvaller op andere gedachten te brengen. Helaas is dit vaak precies het gedrag, alsmede de moeite om dit overboord te gooien wanneer het niet blijkt te werken, waar een dader gebruik van maakt, met alle gevolgen van dien.

Op Youtube staat een video van een Amerikaanse politieagent die een gewapende verdachte onder schot hield. Zoals altijd in zulke gevallen, riep hij: “Laat je wapen vallen, laat je wapen vallen!” De verdachte was echter niet van plan om zijn wapen te laten zakken, waardoor de agent zich realiseerde dat dit wel eens verkeerd af zou kunnen lopen. In zijn steeds toenemende angst bleef hij tegen de verdachte roepen dat deze het wapen moest laten vallen, iets dat eerder altijd gewerkt had. De verdachte richtte zijn wapen op de agent. De agent riep nogmaals, luider, sneller, paniekeriger dat hij zijn wapen moest laten vallen. De verdachte gaf er alle schijn van te gaan schieten. De agent bleef bevroren in zijn gedragsspiraal en riep wederom dat de verdachte zijn wapen moest laten vallen. Op de video die opgenomen is met de dashboardcamera van zijn auto, zie je vervolgens hoe de verdachte de agent neerschiet.
Het primitieve deel van zijn hersenen dat hem gijzelde in angst en weerhield om iets aan de situatie te veranderen, omdat dat in eerdere vergelijkbare gevaarlijke situaties altijd werkte, werd hem fataal. Het zou veel gescheeld hebben als hij wat had kunnen veranderen toen dat nodig was.

Soms schrijf ik in mijn blogs over “bang zijn en het toch doen”. Er zijn dan altijd mensen die over me heen vallen en roepen hoe eng dat is en dat ik het niet begrijp, maar heus, dat doe ik wel. Ik weet hoe het is om doodsbang te zijn. Ik weet hoe verlammend angst kan werken. Ik weet hoe moeilijk het kan zijn om dingen te doen die eng zijn. Hoe onveilig het kan voelen om dingen te veranderen, die niet ideaal zijn, maar misschien wel gezorgd hebben dat je er nog bent. Ik weet dat allemaal, maar ik weet ook hoe belangrijk het is om bang te zijn en toch te doen. Ik wil niet zijn zoals die agent. Niet omdat het me erg lijkt om op die manier dood te gaan, maar vooral omdat het me vreselijk lijkt om uit angst voor verandering nooit echt te leven.

Het is belangrijk om dingen te veranderen wanneer je ontevreden bent over (delen van) je leven, gewoontes, situaties. Het is belangrijk om de tijd die je hebt, de minuten die je nooit meer op een andere manier terugkrijgt, te gebruiken om het leven te leiden dat je ten volste wilt leiden. Jij bent de enige die jezelf kan geven wat je nodig hebt.

En ik vind, juist als je al zulke verschrikkelijke dingen mee hebt moeten maken, juist als je terecht zo bang hebt moeten zijn, dat je het verdient om een leven te leiden waarin je je niet laat weerhouden door je angsten. Angst is een datapunt.

Met dit allemaal in mijn achterhoofd, deed ik een maand geleden iets heel bijzonders. Iets (voor mij) levensveranderends. Ondanks ziekte, ondanks dat ik al 10 maanden niet getraind had, ondanks een gebrek aan ervaring, ondanks dat het ver weg was en ondanks dat ik onzeker was over of ik het wel het recht had om daar te zijn tussen allerlei getalenteerde zwaargewichten en juist zeker over het feit dat het heel confronterend en ingrijpend zou worden, heb ik een weekend intensief getraind met Rory Miller, mijn grootste inspiratiebron, in een karatedojo in een klein dorpje in Denemarken.

Wat valt hier nog veel over te schrijven (wat ik vast nog ga doen), maar voor nu volstaat het dat het het mooiste, meest bijzondere weekend van mijn leven was.

Het heeft me wezenlijk veranderd.
En wat ben ik daar dankbaar voor.

 

 

Ik ook [#MeToo]

Als ik denk aan het liefste dat iemand tegen me zei, dan is dat “Jij hebt nog veel liefkozingen tegoed”.
Hij zei het op een liefdevolle, maar heel terloopse, vanzelfsprekende manier; De woorden verdwenen bijna een beetje in de warmte en veilige omhulling van de omhelzing die erbij hoorde, maar toch raakten ze me, zetten ze zich ergens in me vast. Ik denk omdat ik wist dat het waar was.

Ik weet dat het nog steeds waar is. Ik heb nog veel liefkozingen tegoed.
Voor iedere fijne omhelzing, voor iedere prettige aanraking kan ik er wel tien noemen die dat niet waren.
Ik ben in mijn leven door veel dwingende handen aangeraakt. Ik ben gekwetst, misbruikt en geobjectiveerd. Ik ben nageroepen en nagefloten op straat en in mijn billen geknepen of erop getikt in de kroeg. Ik ben tegen mijn zin op schoot en tegen mannenlijven aangetrokken door mannen die dit allemaal maar grappig vonden of anderen bij zich hadden die klaarstonden om het slechts ‘een geintje’ te noemen. Soms waren die anderen hun vrienden, soms waren het mensen waarvan ik dacht dat het mijn vrienden waren. Soms zelfs waren degenen die me zeiden dat het allemaal wel meeviel, dat ik er niet zo zwaar aan moest tillen of niet zo moest overdrijven, mensen van wie ik werkelijk op aan dacht te kunnen, familie bijvoorbeeld.

Ik heb veel grensoverschrijdingen meegemaakt.
Bij de eerste die ik me kan herinneren was ik slechts vier. Tijdens de meest ingrijpende situatie was ik een jaar of zes, zeven. Als kind ben ik jarenlang misbruikt. Toen ik veertien was heeft mijn dader mij en een vriend in een hinderlaag laten lopen en heeft me daar, in het bijzijn van zijn vrienden, al die getuigen, bedreigd en onthuld wat hij me aan heeft gedaan. (Niemand beschermde mij op dat moment. Niemand van hen deed later aangifte. Het blijft onbegrijpelijk). Een jaar later werd ik in het bijzijn van dezelfde vriend en nog een ander, aangerand op een feestje. Wij sloegen allemaal dicht, gelukkig greep een vriend van de aanrander in. Vijftien was ik toen en het zou niet het laatste zijn wat mij overkwam.

Ik weet dat er dingen zijn die ik heb meegemaakt, maar ben vergeten omdat ze niet zo’n indruk op me hebben gemaakt, conform wat de omgeving me daar graag over wilde laten geloven, of wellicht omdat ze in het niet vielen bij andere, veel ergere dingen.
Een maand geleden nog werd ik onderweg naar fysiotherapie, aangesproken door een man die voor het huis zat waar ik langsliep. Het was een warme dag. Ik knoopte mijn jas open. “Dat zou ik maar niet doen als ik jou was. Je maakt me heel opgewonden als je dat doet. Je wilt toch niet dat ik naar beneden kom?” Hevig overvallen en geschrokken stond ik de man die met zijn gedrag alle recht daarop al verspeeld had, beleefd te woord, versnelde mijn pas en knoopte vlug mijn jas weer dicht, alsof ik dacht op die manier invloed uit te kunnen oefenen op het gedrag dat me zo’n angst had aangejaagd. Dat zit me dwars. De vanzelfsprekendheid waarmee ik direct, als eerste reactie, de schuld voor de hele situatie op me nam zit me dwars. En het feit dat ik nu, erna, de ‘luxe’ heb om me over zulke ‘kleine’ grensoverschrijdingen druk te maken, omdat de laatste verkrachting, het laatste echte trauma dat ik opliep al een verwaarloosbare tijd geleden is, zit me ook dwars. Ik weet dat er veel mensen zijn die hun mond houden over ‘kleine’ vergrijpen, omdat het ze al niet lukt om te praten over de grotere. En dat begrijp ik goed.

Het is moeilijk om te praten over seksueel geweld. Mensen horen zulke dingen niet graag. Op mijn blog, schrijf ik normaliter altijd met een positieve invalshoek. Het gaat er dan minder om wat je is overkomen als om wat je van je leven kunt maken. De focus ligt op vooruitgang en niet op stilstand.
Maar niet hier, niet in dit bericht. Juist hier wil ik wel even bewust stilstaan. Het past niet om de ernst van het probleem te ontkennen en op deze manier schrijven heeft ook nog een andere functie, want zeg eens eerlijk: Dacht jij niet toen je dit net allemaal las, dat als iemand zo vaak zulke grensoverschrijdingen meemaakt, dat vast wel aan haar moest liggen? Was er niet een klein stemmetje in jouw hoofd dat je dingen toefluisterde over mijn mogelijke aandeel?
Heb jij je niet net afgevraagd of er dingen waren die ik anders had kunnen doen of ze zelfs ook bedacht? Vond je het dichtslaan (tonic immobility) dat ik beschreef stom of dacht je op de een of andere manier dat ik daar bewust iets aan had kunnen veranderen? Vroeg je je af wat ik voor kleding droeg onder de jas die ik openknoopte? Vind je dat ik de verkeerde vrienden koos?
Of dacht je misschien dat het zoveel is wat ik hierboven beschreef dat het allemaal of ten dele niet waar moet zijn?

Ja.

Het is zo vreselijk moeilijk om te praten over seksueel geweld.
Hoe vertel je iets dat je keel dichtknijpt, dat je aantast in je identiteit, in je gevoel van veiligheid en eigenwaarde, iets dat jou overkwam omdat een ander besloten heeft jou dat aan te doen, aan mensen die dat niet kunnen horen en niet willen zien?

Ik ook. #MeToo.
Zoveel, zo vaak.

Door iets te ontkennen, zorgen we niet dat iets niet meer gebeurt. In tegendeel.
Laten we dapper zijn. Laten we erkennen.
Want
Zoveel. Zo vaak.

En vooral
Zo nodig.

 

 

 

Over ziek zijn, verbinding en betekenis

 

wp-1498738163939.jpgAl maanden ben ik ziek. Zo ziek dat het soms een uitje voor me is om achterop iemands fiets een rondje door mijn eigen buurt te rijden of dat het als een ware prestatie voelt om mijn eigen boodschappen te kunnen doen bij de supermarkt in het wijkcentrum op 10 minuten loopafstand.

Iedereen die me een beetje kent weet hoe graag ik beweeg en buiten ben. Met hoeveel plezier ik hardloop, hoeveel zelfverdediging voor mij betekent en hoeveel ik van Aikido hou; Hoe fijn ik het vind om te wandelen, de wind door mijn haren te voelen en de zon of de regen op mijn huid. De laatste maanden kon steeds minder van dat alles. Zelfs de vanzelfsprekendheid waarmee ik boeken wist te verslinden of in korte tijd blogs tevoorschijn toverde, was er niet meer bij. Het is al zo’n tijd stil op Samen Helen dat zelfs de vraag naar nieuwe blogs is verstomt. (Maar gelukkig nog niet het dagelijkse aantal trouwe bezoekers, dankjulliewel).

Om eerlijk te zijn begon dit alles wat niet kan, gecombineerd met de pijn, de vermoeidheid en de ziekenhuisbezoeken, me de laatste tijd best wel een beetje moedeloos te maken. Ik leef licht, maar als er niet veel te leven valt, wordt het op den duur ook lastig om lichtvoetig te blijven.

Ondanks en juist ook door die zwaarte, heb ik de afgelopen periode ook veel mogen leren. Zo heb ik geleerd om nog meer helder onderscheid te maken tussen zaken die belangrijk zijn en zaken die dat alleen maar lijken; Iets waar ik sowieso vaak over nadenk.
Ik heb geleerd hoe belangrijk doseren, begrenzen en naar mijn lichaam luisteren is. Al deze dingen wist ik al, allang, maar een paar keer flink onderuit gaan helpt enorm om ze ook op gevoelsniveau goed te gaan beseffen. Toen ik eens niet lastig wilde zijn en iemand daarom niet vroeg voor me op te staan in de bus, terwijl ik stond te wiebelen op mijn benen en hoge koorts had, betekende dat kleine moment van ongemak dat ik niet aan wilde gaan, dat ik erna bijna vier dagen vrijwel onafgebroken in bed lag. Dat schudde me wel wakker!
Iets anders dat ik leerde, waar ik beter in geworden ben, is om nog meer in het moment te zijn. Hoewel er bepaalde dingen zijn waardoor het slechter wordt, zoals weinig slaap en stress, is er verder weinig te voorspellen over hoe ik me de volgende dag zal voelen. Dit heeft gemaakt dat ik van ieder moment dat ik me goed voel, gebruik probeer te maken en dat ik alle kleine fijne dingen probeer te omarmen, in te ademen, op te snuiven en ervan te genieten.
In het verlengde hiervan probeer ik ook weinig tijd te verspillen aan dingen die me verdrietig maken, of boos (behalve als dat laatste me bekrachtigt en me helpt mezelf in acht te nemen en te beschermen). Een van de hoofdprincipes van Aikido is dat je je niet verzet tegen de energie (de aanval) die op je af komt, maar dat je het in de ogen ziet, meebeweegt en de energie gebruikt en brengt naar waar jij het wilt hebben. Ik probeer ook mee te buigen met wat er allemaal nu gebeurt, zodat het me zo goed mogelijk lukt om van de betere momenten te genieten. Het is niet makkelijk, maar deze houding helpt me toch.

Een ander belangrijk thema in deze periode is verbinding. Ik noemde al de verbinding die ik met mijn lijf probeer te maken, versterken en onderhouden, alsmede de verbinding die ik met mezelf en de dingen die mij helpen, die voor mij belangrijk zijn, houd. Verder is ook verbinding met andere mensen voor mij heel waardevol. Dat is het altijd, maar nu nog meer. Ik probeer er een gewoonte van te maken om betekenisvol contact aan te gaan met andere mensen. Zondag was ik ergens waar iemand haar kunstwerken tentoonstelde. Na eerst met haar te hebben gesproken over het boek dat ze aan het lezen was, hebben we over haar kunst gepraat. Het was iets ruimtelijks dat ik niet zo goed begreep, maar dat was niet belangrijk. Ik liet haar vertellen en ik luisterde met al mijn aandacht. Ik keek haar in haar ogen en daar zag ik hoeveel haar kunst voor haar betekent. Ik hoorde de warme ondertoon in haar stem toen ze vertelde met hoeveel zorg een specifiek object tot stand was gekomen. Het was fijn. Het was echt. Het was betekenisvol. En het kostte me niets. Op zulke momenten, als ik op zo’n manier met iemand praat of alleen maar luister, begrijp ik niet goed dat niet iedereen dat doet.

Verbinding met anderen…
Ik heb deze periode veel geleerd over hoeveel fijner het is om dingen samen te doen dan alleen. Ik heb geleerd dat het steeds makkelijker wordt om hulp te vragen, wanneer er weinig goede alternatieven zijn. En ik heb gezien en gevoeld dat mensen die oprecht om me geven, het helemaal niet erg vinden om te helpen; Het fijn vinden dat ze iets concreets kunnen doen.

Alle betekenisvolle momenten van de afgelopen tijd hadden allemaal te maken met verbinding. Van de lessen die ik leerde over mezelf, tot de momenten dat ik me echt gelukkig en gekoesterd voelde. Er waren twee absolute hoogtepunten:

Begin deze maand was ik op de Verwendag van Stichting Revief, waar ik bestuur. Het was van tevoren sterk de vraag of ik aanwezig kon zijn, want het ging al een tijd erg slecht met me. Gelukkig lukte het, want het was zo’n fijne warme ervaring dat ik nog steeds begin te glimlachen als ik er aan terug denk.
Revief is als een familie voor me en het was fantastisch om iedereen weer te zien, om samen zoiets goeds neer te zetten, om te praten, elkaar vast te houden, om ogen te zien stralen en mensen te zien genieten, om niets te hoeven en allerlei cools en fijns te mogen en zelfs (!!!) een ritje achterop een motor te maken met KTMCO; een organisatie die motorritten organiseert voor het goede doel, waardoor ik voor het eerst sinds heel lang me weer mobiel en vrij voelde. Van hen kreeg ik ook een beertje “Vive”, een tastbare herinnering aan een prachtige dag, dat ik zelfs als steun met me meenam naar een heel naar ziekenhuisonderzoek vorige week.

Of het kwam door Vive, of door de fantastische zorgen en betrokkenheid van het ziekenhuis of de warmte en veiligheid van degene die met me mee kwam en die ik als laatste zag voor de narcose begon te werken en als eerste hoorde en voelde toen ik eruit ontwaakte, weet ik niet precies, maar het onderzoek was minder ingrijpend voor me (maar nog steeds behoorlijk natuurlijk) dan ik had verwacht. Daardoor was ik gelukkig in staat om afgelopen zaterdag het tweede hoogtepunt mee te maken; Een avondje Vorlesebuhne. Ditmaal niet als gast, maar als een van de schrijvers. En wat was dat fan-tas-tisch!
Toegegeven: Ik ben geen performer. Hoewel ik zonder problemen lezingen geef aan grote groepen word ik opeens een beetje bibberig, gaat mijn hart snel kloppen en worden mijn handen klam, als ik mijn eigen werk moet voordragen. En dat was dus precies wat ik zaterdag ging doen, te midden van een viertal sterke schrijvers waarvan er 3 performance-veteraan zijn. Over uitdagingen gesproken.
Maar nogmaals: Wat-was-het-gaaf!!!
De sfeer was prettig. Het was heel fijn en verbonden met de andere schrijvers en muzikante. De avond werkte goed, de teksten waren sterk (ook de mijne) en de compositie succesvol. Mijn performance was natuurlijk niet zo goed als ik wilde, maar absoluut ook niet zo slecht als ik vreesde. Een uitgever uit het publiek zei dat er deze avond geen zwakke schakels waren (ik dus ook niet, ha!).
Ik merk ondertussen dat ik breed aan het lachen ben naar mijn beeldscherm, zo waardevol was, is dit. Ik voel me levend.

Ja, het is zwaar de laatste tijd. Het is moeilijk om lichtvoetig te zijn. Ik weet niet wat er voor me ligt. Wanneer ik weer kan schrijven. Hoelang dit gaat duren. Wat er uitkomt. Of en hoeveel erger het nog gaat worden… Net zo min weet ik hoeveel mooie dingen er nog voor me liggen. Maar dat ze zullen komen staat voor me vast. Deze twee geweldige hoogtepunten en alle talrijke kleine waardevolle momentjes, geven mij dit vertrouwen.

Ik schrijf altijd dat iedere dag een nieuwe kans is om te kiezen, dat geloof ik nog steeds.
Ik schrijf vaak over betekenis, over hoofd- en bijzaken en dingen in de ogen kijken, dat is nog belangrijker voor me geworden.

We kiezen niet onze omstandigheden, hoe oneerlijk dat ook kan lijken. Maar we kiezen wél hoe we er mee omgaan, dat geloof ik echt.

Hopelijk tot gauw!

 

 

“Perfect is goed, maar goed is perfect”

Ik heb het heel lang ontzettend moeilijk gevonden om fouten te maken. Een groot deel van mijn leven betekende het maken van fouten, het ‘dingen verkeerd doen’, afwijzing, pijn, straf of erger. Nee zeggen? Huilen omdat ik pijn had? Ademen zonder toestemming? Mijn ogen dichtdoen? Vergeten te glimlachen? Als ik dat deed gebeurden er dingen waarbij al het voorgaande verbleekte. En opnieuw. En opnieuw.  Gewoon, zodat ik leerde te doen wat er van me verwacht werd. (Zonder huilen natuurlijk).

Het ontwikkelen van de gewoonte om dingen altijd goed te doen was noodzakelijk om te kunnen overleven. Niet alleen wanneer ik in acuut gevaar was en er geweld dreigde en ook plaatshad, maar ook later toen ik in die perfectie een tegenwicht vond voor het gewicht van het trauma dat op me drukte.

Perfectionisme was een vriend die me beschermde, in leven hield in erbarmelijke omstandigheden en die me dreef om door te gaan, ook wanneer ik moe was en niet meer kon. Zonder mijn perfectionisme zou ik nooit zijn gekomen waar ik nu gekomen was. Ik realiseer me dit en ben er dankbaar voor.
Tegelijkertijd is perfectionisme ook een belemmering. In het nu waar ik niet meer machteloos ben en klein, waar er geen bizarre straffen meer boven mijn hoofd hangen als ik iets niet helemaal goed doe, waar het normaal is om te leren met vallen en opstaan, is het ingewikkeld om zo’n onnodig loden gewicht om mijn hals te hebben hangen.
Het is daarom tijd om mijn perfectionisme te bedanken en het te laten gaan.

Natuurlijk is dat niet zo eenvoudig als het klinkt. En hoewel ik zou willen dat ik dit meteen en perfect (zucht, ik weet het)  zou kunnen, gaan zulke dingen altijd met babystapjes.

Wat me helpt is om, naast mijn gewoonte van stilstaan bij wat fijn is en wat goed gaat, ook heel bewust stil te staan bij wat niet goed gegaan is: “Ok, dit is dus niet goed gegaan… Wat betekende dat? Hoe erg was het nou echt?”
Wat er ook gebeurt, wat de gevolgen ook zijn, het is eigenlijk nooit zo erg als het vroeger was. Mezelf hier steeds aan herinneren helpt me relativeren, helpt me met voelen dat het nu veilig is, want dat is het. Het hoeft niet altijd zo te voelen om te kunnen erkennen dat het zo is. Bang zijn mag. Angst en onzekerheid horen bij het leven. Ik kan ze verdragen.

Iets anders dat me helpt is bewust fouten maken, dingen uitproberen, wederom om mezelf te bevestigen dat de gevolgen wel meevallen; Om mezelf te leren dat de gevolgen die ik verwacht uitblijven.

Verder probeer ik graag nieuwe dingen, bij voorkeur dingen die ik eng vind; Dingen waar ik geen controle over heb. Ik heb dan bijna een 100% fout-garantie, want de kans dat ik iets nieuws meteen foutloos kan is natuurlijk bijzonder klein. Dus ik doe die dingen, ik maak fouten, ik overleef dat gewoon en probeer tussendoor ook nog schandalig veel van het moment te genieten.

Wat me ook helpt is om me te omringen met veilige mensen waarmee ik kan oefenen.
Toen ik zelfverdediging trainde was mijn perfectionisme vaak hinderlijk aanwezig. Soms bewoog ik niet uit angst om verkeerd te bewegen. In het bijzijn van anderen was het sowieso erger, omdat er dan ook nog een oordeel is waarmee ik rekening wilde houden (Wat onnodig is trouwens; Mensen die je veroordelen als je fouten maakt, zijn niet het soort mensen dat je graag in je leven moet willen hebben). En als het dan ook nog eens competente anderen zijn en het iets was waarvan ik wist dat ik er niet direct een natuurtalent in was…

Mijn leraar zei een keer toen het weer eens zover was en ik de targetoefening die we deden niet vloeiend genoeg deed uit angst om het niet goed genoeg te doen: “Ok, doe het nu nog eens, maar doe nu eens alles fout.” Behalve dat ik me het hoofd brak over de vraag of het erger was om het niet fout te kunnen doen (en dus te falen voor de opdracht die hij me gaf) of het juist wel fout te doen (en dus bewust fouten te moeten maken), was het eigenlijk niet anders dan de keer ervoor toen ik alles goed probeerde te doen. Ik bewoog bijna hetzelfde, ik haperde ongeveer evenveel en ik voelde me even onzeker.
Dus als al die dingen er toch wel waren, ongeacht wat ik deed en ze ook nog eens geen enkel nut hadden kon ik ze beter overboord gooien. Het was bevrijdend.

Ik ben nog steeds best wel perfectionistisch. Het blijft lastig om fouten te maken, maar het lukt me steeds beter om zacht voor mezelf te zijn. Bij die zachtheid hoort ook dat ik mezelf niet moet veroordelen over het feit dat ik nog steeds het liefst alles goed doe. Door dat al te kunnen erkennen komt er heel veel ruimte vrij voor andere dingen; mooie, waardevolle, belangrijke dingen: Voor plezier en voor genieten. Voor me in situaties storten waarbij ik niet alles onder controle heb en ik kan spelen, proberen en me laten verrassen.

De plek waar ik het liefst ben, waar ik me het allerfijnst voel is de dojo waar ik Aikido train. Het is een plek waar ik omringd ben door mensen die vrijwel allemaal beter zijn dan ik; de plek waar ik me het meest onzeker voel, het vaakst bloos en de meeste fouten maak. Het is ook de plek waar ik me het meest gelukkig voel.

Perfect is goed, maar goed is perfect!

Wederopbouw

Omdat de inhoud van het oorspronkelijke bericht mogelijk triggerende beschrijvingen bevat, is dit een leeswaarschuwing voor m.n. slachtoffers van seksueel geweld:
Probeer bij jezelf te voelen of het verstandig is om nu verder te lezen. Je kunt er ook voor kiezen om later terug te komen of het te lezen als er bijvoorbeeld iemand bij je is.

Als de informatie in het artikel veel bij je oproept en/of als het herkenbaar is, raad ik je aan om hulp te zoeken, dit kan bijvoorbeeld door contact op te nemen met een van de Centra voor Seksueel Geweld (Nederland) of de Centra voor Algemeen Welzijnswerk (België)

Als je wilt kun je nu hier verder lezen: https://samenhelen.wordpress.com/wederopbouw/

Niet te geloven? Probeer toch maar.

Een paar dagen geleden zag ik op Facebook een foto van een spandoek dat door de vriendengroep van mijn dader voor zijn verjaardag gemaakt is. Deze vriendengroep bestaat voor een groot deel uit degenen die erbij waren toen hij me zo’n tien jaar geleden, samen met een vriend van me in een hinderlaag lokte en bedreigde. Hoewel deze personen de formatie gesloten hielden zodat ik nergens heen kon vluchten, namen ze verder niet actief deel aan wat daar plaatshad. Ik heb altijd naar hun gedrag gekeken door de bril van het bystandereffect.

Sinds het voorval van toen, heb ik me er wel regelmatig over verwonderd dat van al deze getuigen, niemand aangifte heeft gedaan (niet van die situatie en ook niet van de criminele feiten die daar onthuld werden) en nog meer dat de meesten van hen bevriend bleven met mijn dader. Maar toen door goede traumatherapie de emotionele lading van mijn ervaringen afging, werd die kwestie ook minder belangrijk voor me.

En toen zag ik dus dat spandoek. Je kent ze wel, die zogenaamd grappig geformuleerde teksten in enigszins gebrekkig Nederlands die op zijn best vooral een beetje flauw zijn. Ik verwachtte zoiets en was aanvankelijk vooral geïrriteerd over het respectloze grappig bedoelde gebruik van Davidsterren.
Maar toen viel mijn oog op de tekst; een volledig geseksualiseerde respectloze tekst die begon met “Vat graag jonge meisjes in de kraag”.

Een klap in mijn gezicht.

Stond dat er echt?

Ik las nog eens: Een lijst met wapenfeiten, aangevoerd door…
Ja, het stond er echt. Oef!

Nog voor ik de verbijstering te boven was gekomen, dat deze mensen, die erbij waren geweest toen hij trots en koelbloedig de vreselijke details opnoemde van wat hij me had aangedaan toen ik nog maar een kleuter was, vol ontzag zoiets op een spandoek schrijven, brak ik. Ik moest vreselijk huilen.

Ik was verbijsterd.
En verdrietig
En boos!
Hoe kon dit?!

Dit was niet meer wegkijken. Dit was niets minder dan actief aanmoedigen.

Ik vertelde het aan mijn vrienden. Een van hen vroeg me voorzichtig of ik het niet gewoon gedroomd had. Woest was ik. Ik stuurde hem de foto van het spandoek (hoewel ik er nu spijt van heb dat ik het heb ‘bewezen’, daarmee doe ik mezelf tekort.) en ik smeet hem voor de voeten dat iets niet gewoon niet waar is, omdat het toevallig gestoord is.
Traumadeskundige Iva Bicanic schreef ooit heel treffend: “Alles wat je je voor kan stellen gebeurt, alles wat je je niet voor kunt stellen ook.”
Ik denk dat het bij seksueel geweld niet alleen een geval is van ‘kunnen’ voorstellen, maar ook van ‘willen’.

Gelukkig geloofden alle anderen me wel meteen. Een van mijn vrienden zei vandaag nog toen ik het aanhaalde: “Natuurlijk.”

Ik hoop dat slachtoffers ooit zo vanzelfsprekend en zonder oordeel geloofd worden. Dat zou pas echt een goede stap zijn op weg naar nooit meer hoeven horen wat we niet willen horen.

‘Expecto Patronum!’

patronusjeEen van mijn beste vriendinnen gaf me poos geleden een shirt cadeau. Op het shirt staat “Expecto Patronum”, de schildspreuk uit Harry Potter.

Het oproepen van deze Patronus (wat zoveel als ‘beschermer’ betekent), is geavanceerde magie en vraagt veel oefening. Om er een te kunnen produceren moet je denken aan je gelukkigste herinnering en deze zo tastbaar maken dat je hem als het ware buiten jezelf kunt projecteren. Daar werkt hij als een krachtig schild van licht (in de vorm van een dier waarmee je je het meest verbonden voelt) tegen duisternis in de vorm van Dementors. Dit zijn wezens die alle geluk uit hun omgeving opzuigen, zwaarmoedigheid voortbrengen en je doen denken aan de ergste momenten uit je leven. Het ultieme kwaad wat een Dementor kan doen is je ‘kussen’ en zo je ziel naar buiten zuigen, zodat je achterblijft als een leeg omhulsel zonder emoties en menselijkheid.

Harry Potter is een fantasieverhaal van een intelligente, vindingrijke en creatieve schrijfster die een boekenserie geschreven heeft met wat meer diepgang dan je misschien in eerste instantie zult denken. Lees het bovenstaande maar eens alsof het een metafoor is.

tumblr_mk4lenr6rj1r7lfr2o1_r1_250
Net als in de boekenserie is het niet makkelijk om jezelf af te schermen van duisternis en zwaarmoedigheid en nare herinneringen als er in het nu dingen gebeuren die dit in je triggeren. Zeker als dat meerdere dingen zijn. In de serie is het extra ingewikkeld om een Patronus te produceren die stand houdt tegen meerdere Dementors, omdat dat meer van je vraagt en meer energie kost (en ook korter vol te houden is)
Het is verder heel lastig om genoeg positiviteit te genereren, als er bijvoorbeeld weinig positieve herinneringen zijn om uit te putten. Als je geen fundament hebt, waar bouw je dan op?

Het vraagt veel wilskracht om ondanks zo’n gebrek aan fundament een Patronus te kunnen produceren. Harry, met zijn traumatische jeugd, lukt het. Het antwoord lag niet alleen in wilskracht, maar ook in verbinding. De herinneringen die hij gebruikt om zijn Patronus te voeden, hebben allemaal te maken met de verbinding die hij nu kan voelen met de mensen om hem heen. Hij denkt bijvoorbeeld aan hoe zijn beste vrienden bij hem zijn en aan de liefde die hij voelt voor zijn overleden ouders. De herinnering aan het winnen van een belangrijke sportwedstrijd, was daarentegen niet voldoende om een Patronus te produceren; Het antwoord ligt in verbinding.

Voor mensen met een traumatische jeugd is het heel belangrijk om zich te kunnen verbinden met veilige mensen. Met vrienden die naast je kunnen staan en die je naast je kunt voorstellen, ook op de momenten dat ze er fysiek niet zijn. Met leraren en gezonde voorbeelden. En ook met mensen die voor je gaan staan als je jezelf (nog) niet kunt beschermen, zoals Harry’s professor Lupin, die met zijn Patronus de Dementors wegjaagde toen Harry overspoeld raakte en daardoor niet in staat was zichzelf te verdedigen. Niet omdat hij het nooit zelf zou kunnen, maar omdat hij nog meer tijd nodig had om dat te leren, omdat hij van zover moest komen.

Verbinding is noodzakelijk.

Maar verbinding is ook eng, omdat het kwetsbaar maakt.  Je moet iets van jezelf laten zien. Je moet accepteren dat je anderen nodig hebt en je geeft anderen de kans om je te kwetsen; per ongeluk, of erger nog, expres.

Jezelf openstellen voor anderen als het juist anderen zijn die je hebben beschadigd en als je weet dat er niet voldoende positieve herinneringen zijn om op te wegen wanneer het mis zou gaan, is een teken van enorme wilskracht.

Het is ook liefde.
Liefde voor jezelf en voor de wereld om je heen.

De afgelopen tijd ben ik een aantal mensen kwijtgeraakt met wie ik me oprecht probeerde te verbinden (hoe eng en tegennatuurlijk dat ook soms voor me voelde), waardoor het moeilijker werd om mezelf te beschermen tegen de vervelende dingen die in mijn leven gebeur(d)en. Met alleen geloven dat je het kan produceer je nog geen Patronus.

Het is moeilijk om alleen te zijn en jezelf alleen staande te houden als donderend geweld je overspoelt. Het is lastig om ergens kracht vandaan te halen om je licht buiten jezelf te projecteren. En het is nog lastiger om dat vol te houden als er zo ontzettend veel Dementors zijn om je tegen te wapenen.

Ik dacht dat ik mijn energie maar het beste kon sparen en trok me terug uit de verbinding die ik nog voelde met de mensen om me heen, de wereld en ook met mezelf. Ik gooide deze blog op slot en trok me terug van social media. Ik werd onbereikbaar voor de vrienden die er nog wel waren.
En waarom zou ik nog voor iemand gaan staan, als het me al moeite kostte om uberhaupt te blijven staan?
Het leek makkelijker om als een gevoelloze huls te leven. Als ik me niet kon beschermen en als er geen anderen waren om me aan te ankeren, kon ik dan niet beter gewoon besluiten dat het me niets uitmaakte en me niet meer laten raken?

Onkwetsbaar zijn is verlies van je menselijkheid.
Dat wist ik. En ook dat maakte me niets uit.
-Dacht ik.

Maar toen liep ik op het Centraal Station. Ik was net uit een trein gestapt, liep langs een opvallend gekleed meisje en begaf me in de stroom mensen naar de roltrap. Vanaf de roltrap zag ik dat een groepje jongens om het meisje dat ik had gezien heen ging staan en een van hen raakte haar vervelend aan.
Ik die dacht dat niets me nog kon schelen, zocht naar de snelste mogelijkheid om bij haar te kunnen komen en haar te beschermen. Ik baande me al een weg door drukte heen toen ik zag dat ze een afwerend gebaar maakte en wegdraaide en ook dat dat genoeg was. De jongens liepen verder en gingen op dezelfde roltrap staan als ik. Ik kookte, maar de situatie was opgelost.

Terwijl ik mijn reis voortzette dacht ik aan hoe dingen me toch nog raakten. Aan hoe diep ik me kennelijk toch nog met de wereld om me heen verbonden voel, ondanks dat ik me er op dat moment niet veilig kon voelen. Ondanks dat ik me zo alleen en verloren voel.

Kennelijk begint het met liefde voor het leven.
En kennelijk heb ik dat genoeg.

Samen Helen is weer open.

“Bewaak je je grens of bewaak je je angst?”

whatsapp-image-2016-12-05-at-20-40-00 We hadden gisteren een beleidsdag met Revief. Behalve veel vergaderen & spijkers met koppen, betekende het ook samen potluck lunchen en veel gezelligheid. Het was een fijn en zinvol samenzijn.

In de ochtend begonnen we met een workshop Aikido, Communicatie & Ontspanning. Om eerlijk te zijn zorgde dit vooraf juist voor wat extra spanning bij mij. De workshopgever was namelijk een van mijn eigen Aikidoleraren, mijn hoofdsensei, die naast Aikidolessen ook nog communicatietrainingen geeft.
Hoewel de meesten in mijn Aikido-school weten dat ik met slachtoffers werk, heb ik niemand verteld over mijn eigen slachtofferschap. Niet omdat ik dat niet durf, maar omdat ik dat niet wil. Aikido betekent voor mij, naast veel andere dingen, het overwinnen van dingen die ik eng vind. Soms is het makkelijker om dingen te overwinnen in een normale setting, waarin er geen goed excuus is om dingen niet te doen. Mijn ervaring is dat veel mensen, hoewel goed bedoeld, vaak extra mild en faciliterend zijn als ze weten dat je zoiets traumatisch hebt meegemaakt. Dat is fijn, mooi en soms ook nodig, maar tegelijkertijd betekent het ook dat angst dat toch al (onnodig) veel ruimte inneemt, nog wat extra ruimte krijgt van de ander. Dat maakt het lastiger om bang te zijn en toch te doen.

Aikido is iets van mij. Het is een veilige activiteit, in een veilige ruimte met veilige mensen; de perfecte oefensituatie. In de dojo kan ik mezelf en mijn lijf vaak heel goed voelen. Er is veel nabijheid en lichamelijkheid. Ik kan er spelen en proberen. We werken aan ontspanning wat me helpt om niet alleen met mijn hoofd te bepalen, maar mijn lijf meer te betrekken en mijn grenzen goed te voelen. Juist in Aikido is het heel belangrijk dat ik zelf kan bepalen.

Juist daarom heb ik niets verteld. Ik wil niet dat iemand tegen me zegt, wanneer hij ziet dat ik gespannen ben: “Je hoeft dit niet te doen”, omdat hij weet dat mijn spanning misschien te maken heeft met mijn traumatische ervaringen. Daarmee gaat iemand aan de kant van mijn angst staan. Dat helpt niet. Het is een wankel evenwicht en het vraagt ook in een veilige situatie veel wilskracht om dingen te doen die eng zijn. Het is heel belangrijk voor mij om zelf mijn beslissingen te kunnen maken, ook als het achteraf gezien niet de juiste blijken te zijn. Daar leer ik van. Ik ga er niet dood aan. Er is in het nu geen enkel echt groot gevaar meer. En ook dat is een les die ik probeer te conditioneren. Bovendien is het zo heerlijk dat dingen normaal zijn, zonder dat ze geproblematiseerd worden. Ik vind dat ik iets normaals verdien. Iets fijns. Iets waar ik van geniet.

Spannend dus; Als Revief Sensei zou uitnodigen als workshopgever was de kans aanwezig dat een en ander toch bij elkaar zou komen.

-En dat was ook zo natuurlijk:
Ik heb na de workshop met Sensei gesproken die toch wel het een en ander geconcludeerd had, maar hij liet het initiatief om er over te vertellen in onze aikido-groep volledig bij mij. Een fijne reactie. En de rest zie ik wel. Het is wat het is.

De workshop zelf was fijn en ook heel waardevol voor onze organisatie. Het ging er vooral om onze aandacht te verplaatsen van ons hoofd naar de buik; het centrum. Het bleek (en dit ken ik ook uit mijn Aikido) dat als je aandacht bij je centrum is en je ontspannen bent je veel krachtiger kunt zijn.

Ik heb veel dingen gehoord die passen bij mijn eigen kernopvattingen over zelfverdediging en weerbaarheid en over het leven.

Wat ik heel mooi vond bijvoorbeeld was een duwoefening waarbij je minder makkelijk omgeduwd kon worden als je aandacht bij je centrum was, dan wanneer die bij je hoofd was. Sensei zei vervolgens: “Er is natuurlijk een limiet. Je kunt niet oneindig volhouden. Als iemand sterker is en langer duwt, komt het punt waarop je toch om zult vallen. Je kunt dan kiezen om een stap terug te doen en weer stevig te staan in plaats van te wachten op het moment dat je achterover valt”.
Dit is heel belangrijk. Je bent niet onkwetsbaar. Stevig zijn is niet hetzelfde als onkwetsbaar zijn. Er kunnen dingen gebeuren die je omver blazen, dat hoort bij het leven, maar je kunt dan nog kiezen hoe je daarmee om gaat; wacht je tot het moment dat je valt of doe je zelf een stap terug en herpak je je? Het is niet erg om te besluiten om een stap terug te doen als je dit doet omdat jij het wilt. Het is erger om om te vallen zonder dat je dat wilt.

Een ander waardevol concept was de polsgreep; het aangrijppunt; het probleem. Als iemand je pols pakt (je een probleem geeft) kun je je daartegen gaan verzetten en je aandacht volledig op het probleem richten, maar dat kost veel energie (en de ander anticipeert daar waarschijnlijk op). Je kunt echter ook kiezen om te kijken naar welke mogelijkheden je nog meer hebt (Sensei maakte toen een elleboogbeweging waardoor de balans verstoord werd en de polsklem werd opgeheven).

Ook belangrijk vond ik het verschil tussen accepteren en berusten. Berusten is het laten gebeuren en jezelf de regie ontnemen iets te doen. Accepteren is feitelijk aanvaarden dat iets er is, waardoor je energie overhoudt om te reageren op het probleem. “Het is wat het is (ongeacht hoe dat voor me is en of ik ermee instem) en ik handel”.

Er is nog meer om over te schrijven en mezelf kennende ga ik dat vast nog wel doen, maar voor nu hoop ik dat jullie stil willen staan bij deze drie dingen:

Stevig zijn is niet hetzelfde als onkwetsbaar zijn. Het is niet erg om te kiezen een stap terug te doen.

Focus niet op het probleem, maar focus op je mogelijkheden.

Accepteer feitelijk dat een probleem er is, ongeacht wat je ervan vindt en handel.

Ik heb gisteren een fijne, waardevolle dag gehad. Daar wil ik me op focussen. Sensei weet nu dat ik een slachtoffer ben van seksueel kindermisbruik. Dat vond ik een probleem en dat vind ik nog steeds. Daar kan ik me in vastbijten, maar ik heb besloten om dat niet te doen. Misschien betekent dit wel extra oefenmogelijkheden in het aangeven wat ik wel en niet wil. (“Niet teveel zachtheid! Wel aanmoediging” o.i.d.). En misschien, heel misschien is het wel goed dat ik bij Aikido waar ik me zo fijn en veilig voel en waar ik met zoveel plezier naartoe ga, 100% mezelf kan zijn (ook met mijn slachtofferschap). Misschien verwarde ik stevigheid nog wel teveel met onkwetsbaarheid.

Ik denk dat ik ook in het proces van mijn grenzen bewaken in plaats van mijn angst, niet over het hoofd moet zien dat ook dat eng is en ingewikkeld en dat ik ook die angst niet hoef te bewaken, maar los mag laten en mag vertrouwen dat ik kan (leren) begrenzen.
Ontspanning brengt tenslotte meer dan krampachtigheid.

Aftrap Week tegen Kindermishandeling

Dag allemaal!

Vandaag was de aftrap van de Week tegen Kindermishandeling. Ik hou er niet heel erg van om me te profileren als slachtoffer, omdat ik vind dat dat maar een flintertje is van wie ik echt ben. Er zijn echt leukere, interessantere, belangrijkere dingen aan mij dan dat slachtofferschap. Maar op momenten als dit, wanneer er aandacht gevraagd wordt voor deze problematiek, wil ik toch graag mijn stem laten horen, want: Ook ik.

Er is een gezegde dat het makkelijker is om gelukkige kinderen om te voeden dan beschadigde volwassenen te repareren. Dat is waar, daar weet ik alles van.

Helaas worden er nog steeds kinderen mishandeld, ook nu op dit moment. Terwijl jij dit leest, zijn er kinderen, misschien wel in jouw eigen straat, die geen avondeten krijgen, geen aandacht, geen liefde. Kinderen die worden gekleineerd, geslagen of misbruikt. Kinderen die ziek worden gemaakt door een ouder of die moeten zorgen voor broertjes, zusjes, of misschien zelfs voor hun ouders.

Nu op dit moment zijn er nog steeds kinderen die opgroeien in onveiligheid, in erbarmelijke omstandigheden.

En dat is niet het enige:

Een van de ergste dingen aan het geweld dat mij is overkomen, is niet het geweld zelf. Het is dat er mensen waren die dingen vermoedden, zelfs mensen die dingen wisten, omdat ze het gezien of gehoord hadden of zelfs omdat ik om hulp vroeg, maar die niet handelden.

Niemand hielp mij.
Iedereen keek weg.

Omdat het makkelijker was.
Voor hen natuurlijk, niet voor mij.

Opgroeien terwijl er zulke erge dingen gebeuren, in de wetenschap dat je niet belangrijk genoeg bent om geholpen te worden, is verschrikkelijk.

En ook dat gebeurt vandaag nog steeds.

Ook nu. Op dit moment.

Mijn oproep aan jullie is:

Zie je iets?
Hoor je iets?
Vermoed je iets?
DOE dan iets.

Deze week zal ik speciale aandacht aan kindermishandeling schenken door een speciale doelgroepboekenweek te organiseren: Boeken van kinderen van toen & boeken voor kinderen van nu.

Verhalen zijn er genoeg. Laat er niet nog meer bijkomen!