“Kijk eens wat ik kan!”

Vandaag was ik met mijn dochtertje in een indoor speelparadijs. We bevonden ons allebei in hetzelfde speeltoestel. Zij zat heerlijk ergens beneden te spelen waar ik haar een beetje kon zien en vooral goed kon horen en zelf lag ik wat hoger languit op een soort van mat te mijmeren over de vraag of ik nou lui of moe was. ‘Ons’ deel van het toestel was verlaten tot er een meisje van een jaar of vijf, hooguit zes, mijn kant op kwam klimmen. Ze keek hoe ik languit lag en liep vervolgens naar het kabelbaantje vlakbij terwijl ze naar me riep “Kijk eens wat ik kan!”
Ik kwam overeind: “Wat kan jij dan?” Ze klom op de kabelbaan en demonstreerde enthousiast hoe ze zelfstandig heen en weer kon gaan. “Goed hè?” Ik stond inmiddels bij het kabelbaantje: “Heel goed!”
Ze kwam tot stilstand en klom er meteen weer op. “Ik kan ook nog heel snel, wil je het zien?” Haar ogen straalden. “Natuurlijk wil ik dat zien!” Ze glimlachte even en zette zich af. Terwijl ik liet merken dat ik onder de indruk was, ging zij een paar keer heen en weer. Precies in het midden stopte het kabelbaantje. Ze spartelde wat met haar beentjes boven de grond, waarna ik vroeg of ze wilde dat ik haar zou duwen. Dat wilde ze. Met de tevreden geluiden van mijn dochter op de achtergrond, gaf ik het meisje een zetje. Ze ging nog wat harder dan de keer daarvoor en vond het erg spannend en leuk. Na nog een paar keer te hebben gedemonstreerd wat ze allemaal kon en mijn bewondering te hebben geoogst, vroeg ze me of ik haar nog een keer ‘op mijn allerhardst’ wilde duwen, wat ik deed. Ze giechelde en was onder de indruk van hoe hard ze ging. We speelden nog wat, waarbij ze me iedere keer stralend aankeek, dingen vertelde en me dingen vroeg waar ik naar luisterde en die ik beantwoordde, tot werd omgeroepen dat het speelparadijs ging sluiten. Ik vertelde haar dat het tijd was om te gaan en dat we naar beneden moesten klimmen. Na een laatste stralende lach van haar en een minstens zo grote glimlach van mij, gingen we allebei een andere kant op; Zij naar haar vader en ik naar mijn dochtertje. Ik heb nooit gevraagd hoe ze heet. Ik weet niets van haar. Ik zie haar waarschijnlijk nooit meer terug en dat hoeft ook niet. Het moment dat we deelden was echt. Ik weet dat zij zich gezien voelde en ik zag hoe fijn ze dat vond.

Iedereen verdient het om gezien te worden. Iedereen verdient oprechte aandacht. Het is heel eenvoudig en het kost helemaal niets.

Heb jij vandaag al met aandacht naar iemand geluisterd?

[themablog] ZIE

Morgen is de opening van de ZIE-expositie die ook dit jaar weer aandacht vraagt voor kindermishandeling & huiselijk en seksueel geweld. Indrukwekkende billboards van krachtige mensen; slachtoffers ja. Maar ook veel meer dan dat.

Wat is jouw beeld eigenlijk van een slachtoffer? Denk je dat we zwak zijn? Denk je dat we kwetsbaar zijn? Denk je dat we niet intelligent genoeg zijn om de juiste keuzes te maken? Niet succesvol in ons leven?
Of denk je niet in oordelen en durf je te zien dat we zijn als jij?
Krachtig, waardevol, belangrijk.

Zie ons.
Zie ons helemaal.
ZIE!

Lang geleden toen ik besloot dat ik wat mij overkomen is niet meer weg zou houden om anderen tegen mijn pijn te beschermen; Toen ik mijn schuld en schaamte en alle verantwoordelijkheid weer teruglegde bij de daders en bij iedereen die zag en hoorde, maar niet wilde doen, schreef ik een gedichtje. Ter gelegenheid van ZIE zal ik het hieronder plaatsen:

Ik weet het nog

Ik weet het nog:
Mijn schreeuw om hulp,
mijn tranen in het gras
Dwingend waren je handen
Ik weet hoe klein ik was

Ik weet het nog:
Hoe niemand kwam
Hoe niemand het me vroeg
Duidelijk waren mijn signalen
Ik weet, het waren er genoeg

Ik weet het nu:
Hoe erg het is
Dat wat jij deed met mij
Krachtig zal mijn stem dus klinken
Het zwijgen is voorbij

Wees welkom bij de expositie.

Het onzichtbare kind

Ik was het kind dat geen hulp vraagt. Het kind dat geleerd had dat het het beste inschikkelijk kan zijn. Het kind met het vermogen om zich onzichtbaar te maken in een kamer vol mensen.

Ik was het kind dat overal waar het kwam een boek meesleepte, of twee – gewoon voor het geval dat… Het kind dat zich terugtrok in een fictieve wereld om de realiteit te ontvluchten. Het kind dat zichzelf verhalen vertelde, opnieuw en opnieuw.

Ik was het kind dat niet huilde. Het kind dat lachte, veel en vaak, maar zelden oprecht. Het kind dat danste, maar nooit zwierde.

Ik was het kind dat misbruikt werd, verwaarloosd, genegeerd. Het kind dat in de steek werd gelaten, steeds weer. Het kind dat ook zichzelf maar in de steek liet.

Ik was het kind dat niet gezien werd. Het kind dat niet gehoord werd. Het kind dat niet geholpen werd.

Ik was het kind dat bij jou in de klas zat. Het kind dat bij jou in de straat woonde. Het kind dat je tegenkwam in de supermarkt.

Ik was dat kind. Een kind. Ik.

Ik bén niet de enige.